
Reisverslag Bolivia 2002
Dinsdag 12 november 2002 zijn we met de bus vanuit Puno, Peru de Boliviaanse grens overgestoken. Aangezien we nog maar anderhalve week over hebben voor Bolivia, hebben we noodgedwongen de reisplannen moeten beperken tot Copacabana en La Paz. We wilden niet in zo'n korte tijd door Bolivia racen.
Copacabana
Copacabana bleek een heerlijk relaxed plaatsje aan het Titicacameer te zijn. We vonden een hotelletje (Residencial Brisas del Titicaca) met een kamer met meerzicht. Hier zouden we het wel even volhouden. Vóór het hotel is een terras, waar de hele tijd Latijns-Amerikaanse muziek van Placido Domingo werd gedraaid. 's Avonds zijn we naar café Sol y Luna geweest, om Ajax-Inter Milan live te zien. Ajax verloor helaas, maar wel heel gezellig. Het café is van Rick, een Nederlander die in Copacabana is blijven hangen.
De volgende twee dagen hebben we bijna alleen maar geluierd, in de zon gezeten, gelezen en forel gegeten op het terras bij ons hotel. Heerlijk na ruim twee maanden rondtrekken, om zo te eindigen.
Vrijdag 15 november 2002 hebben we toch nog even actief gedaan. We zijn met de boot van half negen naar Isla del Sol in het Titicacameer gevaren. Op het eiland hebben we eerst een uur gelopen naar de eerste ruïne en vanaf dat punt nog elf kilometer (3 uur) naar het zuidelijke puntje van het eiland, om daar weer op de boot te stappen naar Copacabana. 's Avonds zijn we naar de kathedraal geweest. Toen we daar aankwamen, bleek er feest te zijn ter gelegenheid van de Virgin de Copacabana. We hebben een plekje gevonden bij enkele vrouwen uit Cochabamba, die ieder jaar naar Copacabana komen voor dit feest en de processie van morgen. Er was vuurwerk, er werd muziek gemaakt en gedanst. Er werden gratis kaarsen en drank (een mix van kaneel, kokosmelk en chicha) uitgedeeld. De vrouwen zorgden er wel voor, dat we absoluut niets tekort kwamen. Heel gezellig!
Zaterdag zijn we weer naar de kathedraal gelopen voor de Cha'lla: de inzegening van auto's door een priester. Dit bleek pas 's middags te zijn, maar de processie van de Maagd van Copacabana was wel 's ochtends. We werden uitgenodigd door een groep jongens uit La Paz om wat te komen drinken bij hun auto, die 's middags zou worden ingezegend. Er stonden overal met bloemen, poppen en wat al niet meer versierde auto's te wachten vóór de kathedraal. 's Middags kwam de priester inderdaad de auto's met wijwater inzegenen.
La Paz
Tot woensdag 20 november hebben we verder lekker genikst in het zonnige Copacabana. Deze dag zijn we met de bus naar La Paz gereisd. Onderweg moesten we met de bus op een ferry, om een deel van het Titicacameer over te steken. We reden door een prachtige omgeving met de besneeuwde toppen van de Andes. In La Paz zijn we naar hotel Happy Days gegaan. Vandaag hebben we ook onze vluchten naar Guayaquil (TACA) en naar Amsterdam (Iberia) herbevestigd.
In de twee dagen in La Paz hebben we door de winkelstraatjes geslenterd en o.a. de kathedraal aan de Plaza San Francisco en de heksenmarkt (Mercado de Hechicería) bezocht. Op deze markt worden allerlei geneeskrachtige middeltjes verkocht, zoals lama foetussen.
In La Paz hebben we ook Harald en Jorun weer ontmoet. Zij blijven twee jaar als vrijwilligers in La Paz om een nieuwe guesthouse (Casa de Alianza) op te starten voor de Noorse organisatie waarvoor ze werken (Misión de Alianza).
Via Guayaquil in Ecuador (waar we hebben overnacht in een mooie Casa de Alianza) zijn we tenslotte via Madrid terug gevlogen naar Amsterdam. Onze reis door Zuid-Amerika zit erop, maar we zullen in ieder geval Bolivia nog een keer uitgebreider bezoeken.
Reisverslag Bolivia 2005
7 Apr 2005 13:24 uur
Hoi allemaal!
Hoe gaat het in het lenteachtige Nederland? We horen enge verhalen over
natte sneeuw, maar hopelijk is dat van korte duur!
We hebben inmiddels Midden-Amerika verlaten en zijn vanuit San José naar
Lima in Peru gevlogen. We hebben hier de hele nacht op het vliegveld
rondgehangen, omdat onze vlucht naar La Paz pas de volgende ochtend
vertrok. Gelukkig bleef de MacDonald´s de hele nacht open, dus we hebben
weer genoeg vitaminen binnen tot het einde van onze reis! Ja, ja, het
einde van onze reis begint in zicht te komen: nog twee weken in Bolivia en
dan nog twee weken in Brazilië. Maar daar zijn we nu nog niet mee bezig!
Vanuit Lima zijn we dus naar La Paz in Bolivia gevlogen. La Paz ligt op
3600 meter hoogte in het Andes gebergte en dat is goed te merken:
vliegtuigen die willen landen op de luchthaven El Alto (4050 m) hebben een
extra lange landingsbaan en speciale banden nodig, vanwege de hogere
landingssnelheid door de lagere luchtweerstand op deze hoogte. Zelf hadden
we last van soroche, oftewel
hoogteziekte: kortademigheid, hoofdpijn,
weinig eetlust en Miranda had de eerste nachten ook last van
slapeloosheid. We hadden hier nu meer last van dan tijdens onze vorige
reis, omdat we toen langzaam aan via Peru konden stijgen en nu zijn we zo
aan komen vliegen. Door de hoogte kan het ´s nachts ook behoorlijk koud
worden, ook al ligt Bolivia net zo dicht bij de evenaar als bijvoorbeeld
Tahiti en Hawaï.
In La Paz zijn we naar de heksenmarkt geweest, waar o.a. lama foetussen
worden verkocht. Deze worden door de Aymará indianen gebruikt als offer
voor Pachamama (Moeder Aarde). Bij bijvoorbeeld het bouwen van een huis
wordt de foetus eronder begraven.
Vanuit La Paz zijn we ook naar de ruïnes van Tiahuanaco geweest. Deze
pre-Inca cultuur had haar hoogtepunt tussen 700 en 1200 na Chr. en had
veel invloed op het latere Incarijk. Vooral de Zonnepoort, de
gebeeldhouwde hoofden en de monolieten waren erg mooi om te zien. Het
leukste was toch wel het bezoek aan dorpje dichtbij de ruïnes. De meeste
toeristen gaan met een tour naar de ruïnes en na deze te hebben
bezichtigd gaan ze na een lunch weer terug naar La Paz. Maar als je naar
het dorpje loopt, is dat zeer de moeite waard: er is een mooie kerk, de
mensen zijn zeer vriendelijk en willen met je praten en alles van je
weten. Toen ik met een man stond te praten, vroeg ik hem of de mensen hier
er bezwaar tegen zouden hebben als ik een paar foto´s nam. Nee, zei hij,
natuurlijk niet. Ik nam dus een foto van een groepje mannen en vrouwen op
het marktplein en onmiddellijk kwam er een oudere man uit het groepje op
me af lopen. Oh, oh, dacht ik, dat had ik dus toch beter niet kunnen doen.
Maar hij zei lachend: Waarom maak je een foto van ons, terwijl we nog niet
eens samen een borrel hebben gedronken? Hij schonk ook voor mij wat van
het sterke spul in een plastic bekertje (geen idee wat het was) en we
hebben samen gedronken. Geweldig! Een leuke ervaring en heel aardige
mensen!
In de buurt van La Paz kan je ook downhill mountainbiken: vanaf La Cumbre
op 4600 meter via de "World´s Most Dangerous Road" naar beneden
suizen tot Coroico op 1200 meter. Boven was het steenkoud en het eerste
deel was asfalt, zodat je met grote snelheid naar beneden denderde. Na het
asfalt begon de "Gevaarlijkste Weg ter Wereld". Hier gebeuren
namelijk de meeste dodelijke ongevallen ter wereld (maar meestal met
motorvoertuigen en vaak in combinatie met drank). De weg is smal,
onverhard, zeer slecht, soms rotsachtig, soms blubberig door de
watervallen die op de weg kletteren en de riviertjes die de weg kruizen,
er is geen vangrail en de afgronden gaan soms 1000 meter steil naar
beneden. Hier dender je dus niet meer naar beneden, maar ben je continu
aan het bijremmen en rij je voorzichtig om de stenen, gladde delen en
weggeslagen stukken te ontwijken. Al met al zaten we zes uur met onze kont
op het zadel. Auw
en hebben we 64 kilometer afgelegd. Aan het eind kregen we een welverdiend
T-shirt met de opdruk "Survivor of the World´s Most Dangerous
Road". Een supergave en spectaculaire ervaring van de sneeuw op 4600
meter tot het tropische Coroico op 1200 meter!
De volgende dag zijn we met onze beurze konten in de taxi naar Oruro
gestapt en daar hebben we de trein genomen naar Uyuni. Uyuni is een klein
plaatsje aan de rand van de Salar de Uyuni, oftewel de zoutvlakte van
Uyuni. Deze zoutvlakte heeft een oppervlakte van 12000 vierkante
kilometer. Zout zover je kan kijken dus. We hebben in Uyuni een 4-daagse
jeeptour geboekt over deze zoutvlakte en door het onherbergzame en bijna
onbewoonde zuid-westen van Bolivia. We zaten met z´n zevenen in de jeep
(de chauffeur, twee Zweden, twee Engelsen en wij). De eerste dag zijn we
de immense zoutvlakte opgereden en het deed gewoon zeer aan je ogen, het
was net of je in de sneeuw stond. Middenin de zoutvlakte ligt een
eilandje: Isla de los Pescadores. Het mooiste is dat op dit eilandje
gigantische cactussen tot wel 12 meter hoog groeien. Om de paar uur vroeg
Luis, onze chauffeur, of we foto´s wilden nemen. Goh wat aardig, dachten
we in het begin. We hoeven niet eens zelf te vragen of hij even wil
stoppen. Maar al gauw kwamen we achter de echte reden: de jeep was een
rijdend wrak en met name de radiateur was zo lek als een mandje! Als wij
foto´s maakten, kon hij snel de jeep weer proberen te repareren en water
bijvullen. ´s Avonds hebben we geslapen in een zouthotel aan de rand van
de zoutvlakte. Dit hotel was in z´n geheel opgebouwd uit zoutblokken.
Zelfs de bedden, tafels en stoelen waren van zout. Hier hebben we lama
vlees gegeten. Dit vlees kwam uit ons hotel in Uyuni, waar het eerst
buiten aan de waslijn werd gedroogd. Goed dat de smaakpolitie hier niet
komt, die kregen hier ter plekke een hartverzakking! De tweede dag hebben
we over zeer slechte "wegen" door een prachtig landschap
gereden: een rotsachtige bodem, met sneeuw bedekte vulkanen en een
strakblauwe lucht. Het reisdoel deze dag was een aantal meren met flamingo´s.
Sommige van deze meren hebben een aparte kleur door de algen en/of
mineralen die in het water zitten. Eén van de meren (Laguna Colorada)
heeft zelfs een donkerrode kleur. Schitterend om de flamingo´s te zien
met de besneeuwde bergen op de achtergrond! Bij de Laguna Colorada (4278
meter) hebben we ook overnacht. Wat een shithole!!! Een "hotel"
van niks, in the middle of nowhere, smerig en errrrug koud: tien graden
onder nul ´s nachts! Maar ja, dat wisten we vantevoren en gelukkig hadden
we slaapzakken en dekens.
De derde dag hebben we mooie spuitende geisers en borrelende modderpoelen
gezien op zo´n 4850 meter hoogte. Daarna hebben we heerlijk in de
hotsprings aan een meer gelegen. Lekker warm, terwijl verderop in het meer
ijs lag. Voordat we naar ons volgende overnachtingadres gingen, hebben we
nog de Laguna Verde (4400 meter) bezocht. In het hotelletje waar we deze
nacht sliepen, was ook een jonge lama: Coco. Als iemand per ongeluk de
deur open liet, sloop hij naar binnen en plunderde de suikerpot die op
tafel stond. Toen Miranda hem weer naar buiten probeerde te werken, kwam
hij achter haar aan en beet haar in de kont die net weer was geheeld van
het fietsen 
De vierde dag zijn we terug gereden naar Uyuni. In totaal hebben we 700
kilometer gereden over zeer slechte en stoffige wegen, maar het was zeer
de moeite waard.
Dezelfde dag zijn we nog
samen met Ben en Dawn (een leuk Engels stel dat met ons in de jeep zat)
naar Potosí gereden. Potosí is ´s werelds hoogst gelegen stad op 4090
meter. Deze stad is beroemd om de mijnbouw in de Cerro Rico (Rijke Berg).
Hier wordt een beetje zilver, lood en zink gedolven. De volgende dag
hebben we een bezoek gebracht aan de mijnen. Eerst kregen we laarzen, een
broek, een jas, een helm en een hoofdlamp en vervolgens gingen we naar de
markt om wat voor de mijnwerkers te kopen. Die hebben het erg zwaar en
zijn heel blij met de steun in de vorm van cadeautjes. We hebben dynamiet
met ontstekers en aansteeklonten, cocabladeren om te kauwen en frisdrank
voor ze gekocht. Frisdrank omdat het heel stoffig is in de mijn en de
temperatuur kan oplopen tot wel 45 graden. Na de markt zijn we eerst nog
naar een fabriek gegaan waar de mineralen (30%) worden gescheiden van het
steen. De stenen worden eerst vergruisd en dan worden de mineralen
gescheiden van het steen door diverse chemicaliën, zoals arsenicum, toe
te voegen. De afvalstoffen gaan daarna rechtstreeks de rivier in. Daarna
zijn we één van de 120 mijnen in de Cerro Rico in gegaan. De gangen zijn
erg smal en laag. Het is er enorm benauwd en stoffig en er hangen giftige
stoffen. De mijnwerkers (zo´n 8000) doen alles met de hand en verdienen
ongeveer 200 Euro per maand, als ze geluk hebben met wat ze naar boven
brengen. Daar gaat dan nog 12% belasting vanaf en ze moeten hun eigen
dynamiet kopen. Vandaar de cadeautjes. Na gemiddeld 15 jaar werken in de
mijn, zijn de mijnwerkers dood. Als ze "geluk" hebben, mogen ze
eerder stoppen met werken, namelijk als ze minder dan 50% van hun
longcapaciteit over hebben als gevolg van de longziekte silicosis. Dan
krijgen ze een klein pensioen van de staat. En wij maar zeiken over de
Arbo! Na zo´n honderd meter in de mijn kwamen we bij een beeld van de
duivel. De mijnwerkers noemen hem geen duivel, maar El Tio (Oom). Ze
geloven namelijk dat de duivel in de onderwereld woont (de mijnen dus) en
die kan je dus beter te vriend houden. Ze offeren cocabladeren en alcohol
aan hem, zodat er geen ongevallen gebeuren en ze misschien wel een keer
puur zilver mogen vinden.
Wij zijn ongeveer drie kwartier in de mijnen geweest en besloten toen om
terug te gaan, omdat het zo stoffig, smal en benauwd was. Met Miranda´s
stofallergie zou het, ondanks haar stofkapje, gekkenwerk zijn geweest om
nog verder de mijn in te gaan. Volgens Ben en Dawn, die wel verder zijn
gegaan, was het goed dat we terug zijn gegaan, omdat het later nog veel
erger werd. Op sommige stukken moesten ze op handen en voeten verder en
mijnwerkers ontstoken daar namelijk dynamiet, zodat je geen hand meer voor
ogen kon zien door de stofwolken.
Op dit moment zitten we in Sucre, een mooie koloniale stad op
"slechts" 2700 meter. We blijven hier heerlijk een weekje
relaxen in een luxe drie sterren hotel à 10 Euro per nacht! Omdat de WC
in onze kamer lekte, moesten we naar een andere kamer. Alleen de
super-de-luxe en grote honeymoonsuite bleek nog vrij te zijn. Hè, wat
vervelend!!!!
Goed, het is weer een heel epistel geworden en héél véél foto´s. De
groetjes van ons en tot de volgende keer!!!
John en Miranda
21 Apr 2005 22:00 uur
Hoi!
Hier is dan ons tweede bericht vanuit Bolivia. We hebben nu definitief het
Dak van de Wereld verlaten en zijn afgedaald via de jungle van het Amazone
bassin naar Santa Cruz in het net zo hete Boliviaanse laagland, richting
Braziliaanse grens.
In Sucre, waar ons vorige bericht eindigde, hebben we nog een paar mooie
dingen gezien. Zo zijn we o.a. naar Cal Orck National Park geweest. Dit is
eigenlijk de afgraving van een cementfabriek. In 1994 zijn ze bij toeval
tijdens het afgraven op dinosaurus sporen gestuit. Deze 65 miljoen jaar
oude voetstappen zijn in de modder gezet en vervolgens bedekt door een
laag vulkanische as. Tijdens latere aardverschuivingen is de bodem omhoog
gedrukt, zodat de sporen nu bijna recht omhoog lopen, alsof de dino`s
tegen een muur omhoog zijn gelopen. De afdrukken van de brontosaurussen
zijn het mooist en het grootst: zo`n 63 cm doorsnee van de voorpoten en 89
cm van de achterpoten! Uniek om te zien!!!
We zijn ook nog met de bus naar Tarabuco gereden. Tarabuco ligt zo`n 65
kilometer van Sucre en is bekend vanwege de prachtige zondagmarkt.
Tenminste, de markt zelf is niet zo bijzonder, maar de mensen des te meer
en vooral hun hoeden! Ze dragen hier namelijk nog steeds dagelijks hoeden
die afgeleid zijn van de helmen van de Spaanse conquistadores in de 16e
eeuw. Sommige mannen én vrouwen dragen hoeden net zoals de antieke helmen
en anderen dragen hoeden die lijken op oude officiers petten, compleet met
klep en een pluim er bovenop! Schitterend!!!
Vanuit Sucre zijn we terug naar La Paz gevlogen en daar hebben we tickets
gekocht naar Rurrenabaque (volgens Miranda spreek je dit gewoon uit als
`roeren en bakken`
) in het Amazone bassin. We waren niet van plan om ook in Bolivia nog een
keer naar de jungle te gaan, maar we hebben onderweg diverse andere
backpackers gesproken, die allemaal heel enthousiast waren over de jungle
en de pampa`s hier, dat we besloten hebben om toch maar te gaan. En
terecht achteraf!
We waren er automatisch vanuit gegaan dat we met een normaal groot toestel
zouden vliegen, maar het bleek een kleine éénmotorige Cessna voor 12
personen te zijn! We zaten al in de riemen, toen de piloot een telefoontje
kreeg dat er een noodweer was losgebarsten boven Rurrenabaque. Omdat het
zo`n klein toestel was en de landingsbaan in Rurrenabaque van gras is,
konden we dus weer uitstappen. Een paar uur later konden we alsnog
vertrekken, maar dan naar het vliegveldje van Reyes, zo`n 45 minuten met
de auto van Rurrenabaque. De vlucht duurde een uur en was werkelijk
prachtig: vanaf La Paz scheer je eerst over de 6000 meter hoge besneeuwde
toppen van de Andes, dan daal je snel en zie je zover je kan kijken het
groene tapijt van de jungle, hier en daar onderbroken door kronkelende
rivieren.
In Rurrenabaque hebben we een driedaagse jungle/pampa`s tour geboekt. De
eerste dag reden we met een jeep in vier uur over een slechte, stoffige
weg naar de Yacuma rivier, vanwaar het nog drie uur met de kano naar ons
kampement aan de rivieroever was. Onderweg hebben we langs de rivier veel
schildpadden gezien die lagen te zonnen en grappige, kleine chichilo
aapjes. Toen we bij ons kampement aankwamen, zagen we vlak vóór de
hangmatten nog net een paar ogen boven het water uitsteken: een alligator
lag naar ons te loeren! Gezellig, hoe meer zielen, hoe meer vreugd!
Volgens onze lokale gids zaten er zo`n zes alligators regelmatig rond ons
kampement. Op zich vallen ze geen mensen aan, maar je moest toch wel
voorzichtig zijn. Twee weken geleden was er nog een gids in zijn arm
gepakt door één van die alligators!
We sliepen met z`n zevenen in één hut en verder was er nog een
eetruimte, een WC en een douche met water uit de rivier. Na zonsondergang
werden we opgevreten door de mosquitos, zelfs dwars door een hangmat én
een shirt heen en ondanks de DEET. Na het avondeten (het eten was hier
trouwens perfect!) zijn we in het donker met de kano de rivier opgevaren
om met zaklampen naar alligators te zoeken. We zagen verschillende keren
twee ogen oplichten als we er met de zaklamp opschenen. `s Nachts was het
moeilijk slapen in de hitte onder de klamboe. En als je eindelijk sliep,
werd je weer wakker van twee vechtende alligators in het water onder onze
slaaphut, die op palen boven het water stond.
De tweede dag zijn we `s ochtends en `s middags met de kano op pad
geweest. `s Ochtends hebben we o.a. alligators, schildpadden, apen,
blauw-gele papagaaien, een luiaard, toekans en rivier dolfijnen gezien. `s
Middags zijn we naar een plek gevaren waar veel rivier dolfijnen zitten,
om met ze te zwemmen. Vlak voordat we bij deze plek aankwamen, zagen we
een giftige cobra de rivier overzwemmen en nog een alligator in het water
liggen. Maar ja, volgens de gids zijn er geen slangen, alligators en
piranha`s op plekken waar dolfijnen zitten. Dus hebben we onze zwemkleding
aangetrokken en zijn het water in gesprongen. De dolfijnen zijn roze van
kleur en komen regelmatig boven om adem te halen. Ze zwommen de hele tijd
om ons heen, maar kwamen zelden heel dichtbij. Nou kon je dat ook niet
zien, want het water was bruin, dus je zag niet wat er om je heen
gebeurde. Wel voelden we allebei één keer iets langs onze voet en
hoopten maar dat het een dolfijn was! Al met al een prachtige ervaring en
een heerlijke afkoeling!
De derde dag (zaterdag) was een reisdag met de kano en jeep terug naar
Rurrenabaque. We moesten hier tot dinsdag blijven, omdat we niet eerder
terug konden vliegen. Gelukkig was er in Rurrenabaque een heerlijk
zwembad, dus we hebben ons wel vermaakt die dagen.
Via La Paz zijn we doorgevlogen naar Santa Cruz, onze laatste bestemming
in Bolivia, voordat we naar Rio de Janeiro vliegen. Miranda klaagt
trouwens dat ze nu niet eens meer op de tweede plek komt (na de roodoog
boomkikkers), maar zelfs genoegen moet nemen met een derde plek. Die
schitterende toekans staan nu met stip op nummer één, zegt ze! 
Nou, we laten wel weer wat van ons horen als we in Brazilië zitten. De
groetjes en tot volgende keer!