Niet verschenen kunstgedichten

 

11

Spelende kinderen

Bronlaak

 

Spelenderwijs

Geen hindernis te hoog

als met vreugde genomen

 

12

 

Oorlogsmonument

Westerbeek

Hij viel mijn vrijheid los

Vrij vliegt een vogel door de lucht

Kijkt op de aarde neer

Daar zit de vrijheid vast in vuur

De mensheid gaat tekeer.

 

Vrij vloog een vogel op zijn vlucht

Geraakt in ziel en dos

Toen zat de vógel vlammend vast

Hij viel mijn vrijheid los.

 

13

 

Haan op de toren

Westerbeek

Baas Bovenbaas

De wind, zwart kruis, mijn thuis,

waait in mijn gezicht, ik blaas terug,

een gouden zucht, hoog van de toren,

standvast, zoals hij waait,

vasthoudend, ik blijf hem aankijken.

Niemand wint, wind!

Misschien je baas. De Hoogste.

 

 

14

 

Ongedoopte kind

Ledeacker

 

Niet eigenwijs

Ongedoopt weggeschoven

Gewoon een christelijk gebaar.

Gewaand onfeilbare wijsheid

Maakte jou een groot gevaar…

 

Ga, mijn kind, ‘t onrecht vergeten

En vergeef, ze wisten niet beter.

 

Ze wilden het echt niet beter weten.

15

 

De fietser

Wanroij

 

Ons mam

Geen frame of ketting,

nog net wel banden.

’t Is een puinhoop.

 

Niet hopeloos dus!

Allicht, want ons mám

heeft het stuur in handen.

 

16

 

Aan de oever van ’t Leecke,

 Ledeacker

Aan de oever van ’t Leecke

Aan de oever van ’t Leecke

zagen ze belovend gras.

Met een leenkoe, die wat iel was,

als hun karig zachte deken

 

voor de nacht die toekomst heette.

Donker ook op ’t dagensuur,

dat vertrekken ging hun buur,

wiens zieke zoon niet had te eten.

 

Samen bouwen aan het leven

Samen werken leek verdreven

Doch ‘t Leker kreeg een kans

 

Ja, de buurman is gebleven:

Alle melk afgegeven

gaf een glazig oog weer glans

 

17

Toontje d’n Dwerg

Oploo

 

Tontje d’n Dwerg

Zonder erg gemangeld in macht

Put van zijn kracht, het koppig volhouwen.

Na jouwen in gevecht,

opkomend voor recht, voor niemand bang

levenslang ontdaan van gemak

door misbaar dat het meeste stak.

Bedelend onafhankelijk en vrij.

 

Rechtvaardigheid, Tontjes gezeul

Rechtvaardigheid, Tontjes beul.

 

18

De Barmhartige Samaritaan,

St Anthonis

 

Mantelzorg

Hij zag, en stopte. Bedoelt

zijn mantel om schouders te leggen

daarmee woordeloos te zeggen

kom, slaap in mijn huis

en blijf tot je voelt

te kunnen gaan naar thuis.

 

19

Twee nonnen

Wanroij

Openbaring

Gevangen in steen

lopen ze heen,

de zusters, steunend elkander

Zoekend in twijfel bij d’ander

Naar ‘t huis dat van hun wegging

 

Door ‘t vagen der orde,

gegooid voor de horde,

verplicht het buiten t’aanschouwen,

baring van twee nieuwe vrouwen.

Wellicht een openbaring.

 

20

Verleden en toekomst

Wanroij

 

Leren lopen

Vooraan ’t eerste stapje

En achterop de hulp

Saam de grote wereld in

Samen uit hun schulp

 

mooi als ook de wereld nog

wat hulp bij ’t lopen vroeg.

Onderaan, zo bij de macht

Strompelaars genoeg.

 

21

Zonnewijzer

Bronlaak

Dreigend draakje

Held op sokkel, draak op druiven

lijkt zonder veel pretenties

draagt ringen die tot eenheid schuiven

dwingend drie dimensies

 

Symmetrisch spannend is de boog

met gnomonpijl geladen

Scheef wijkt die stijl af van omhoog

Ruim achtendertig graden

 

Richting Poolster, laffe draak

Als dier ben jij geen heer

Ik sla alarm, roep: “Ontwaak!

Pas op daar, Kleine Beer!”

 

 

22

kruis Halfweg

Sint Anthonis

 

Kruisweg

Kruis

Kruisen in kruis

Kruisende kruisen

Kruisingen

De wegen stoppen

Halfweg stoppen de wegen

Stoppende wegen

Halfweg

23

 De zusters

 Sint Anthonis

 

Gezusterlijk

Drie-eenheid,

Open gesluierd

Silhouet op gras

 

Schrijnend reliëf

Sussende schrijn

Reliek van wat hier was