MIJN KLUIS EN MIJN THUIS


 


Inhoud

Bezit

Bijna dood

Boeddhisme

Broeder

Buitenspel

Celkern

Consumenten

Cultuur

De jeugd

De school

Democratie

Denkend lichaam

Dilemma

Emotie

Geest en lichaam

Geloof

Geluk

Gelukkiger

Genparadijs

Grenzen

Grijs op wereldschaal

In de driehoek

Jong blijven

Keuzevrijheid

Klimaat

K(n)udde

Kort lontje

Leefbaar

Liefde

Managers

Mededogen

Meditatie

Mentaliteit

Missieverhaal

Modern denken

Normen

Oerknal

Onbehagen

Onder en boven

Onze kosmos

Op zoek

Oud worden doe je later

Oud zijn

Ouderschap

Paranormaal

Rechtvaardigheid

Respect

Status

Thuis

Toeval

Utopie

Vergrijzing

Verleiding

Verlichting

Veroudering

Voor jezelf zorgen

Voorzieningen

Vrije markt

Vroeger

Wat baat het

Weten

Zijn en hebben

Zin

Zwakkeren

 

 

In de Middeleeuwen lieten vrouwen zich inmetselen achter een kerkmuur om midden in de wereld te blijven.
De stadskluizenaressen sloten zich af voor het rumoer van de omgeving om zich te concentreren op zichzelf en hun wereld.
Zij kozen voor een bestaan als kluizenaar.
Zij verscholen zich achter de kerkmuur aan de kant van het kerkplein, toen nog het centrum en podium van de wereld.
Het gat in de kerkmuur was hun contact met de wereld.
Vaak groeiden ze uit tot bekende stadsfiguren.
Toen zuster Bertken in 1514 overleed nadat ze 57 jaar had doorgebracht achter de kerkmuur van de Utrechtse Buurkerk, moesten zes mannen de rouwende menigte in bedwang houden.
Stadskluizenaressen functioneerden als vraagbaak, nieuwspunt en plek voor goede raad.

Mijn website

Denkend aan mijn website staat mij het gat in de kerkmuur van de stadskluizenares voor ogen.
Mijn woonkluis, mijn plek op Internet.
Ik laat me inmetselen op mijn website op Internet.
Ik wil daar comfortabel wonen, welzijn en bewegen.
Ik wil opschrijven wat ik van belang vind en zeggen wat ik denk.
Ik wil me afschermen voor de onrust en het opdringerige rumoer van mijn omgeving, op mezelf blijven midden in de wereld.
Ik wil mij rustig bezinnen op deze plek.
Ik wil de wereld in mijn verbeelding opnemen,
Mijn verbeelding presenteren aan de wereld op mijn website op Internet.
Ik kijk vanuit mijn plek op Internet naar mezelf en mijn samenleving.

  

Mijn grafzerk

Als ik naar mijn toekomst kijk zie ik mijn laatste rustplaats.
Wat er van mij rest, is tijdloos en geschiedenis geworden.
Verleden en toekomst vloeien in elkaar over in het eeuwig moment.
Mijn dromen zijn verzand in het graf van moeder aarde.
Mijn ambities heb ik aan mijn website toevertrouwd.
Alles gaat voor voorbij, ook voor de passanten op Internet.
Mijn toekomst is ook mijn laatste rustplaats op Internet.


***

 

Bijna dood

Veel mensen hebben een bijna-dood ervaring gehad. Cardioloog Pim van Lommel schreef er een boek over: Eindeloos bewustzijn.
Bijna-dood ervaringen laten zien dat er bewustzijn blijft als de hersenen niet meer  functioneren. Dat bewustzijn is ongelooflijk helder, tijd- en plaatsloos, verleden en toekomst ineen. Het is niet te lokaliseren in de hersenen, het is non-lokaal, het is alomtegenwoordig.
Wellicht functioneren de hersenen als een lichamelijk opvangstation dat dit bewustzijn omzet in ruimtelijke en tijdelijke denkbeelden. Zonder het lichaam en de hersenen bestaan er geen woorden en begrippen. Het lichaam sterft en vergaat. Het tijdloze bewustzijn lijkt te blijven, maar het is ongrijpbaar en onbenoembaar vanuit onze immanente wereld.
Mensen zien in een bijna-dood ervaring een overweldigende onvoorwaardelijke liefdevolle aandacht en acceptatie, een absoluut levensinzicht. Wat overheerst in alle verhalen is: liefde.

Onbegrijpelijk

Mensen die het niet hebben meegemaakt kunnen het niet begrijpen. Mensen die wel een bijna-dood ervaring hebben gehad zullen hun inzicht moeten integreren in hun verdere leven. Dat is heel moeilijk. Sommigen van hen zijn beland in een gesloten psychiatrische inrichting omdat zij met niets anders bezig waren.
De stelling: “wat we niet begrijpen, bestaat niet”, is onhoudbaar. Onze lichamelijke en geestelijke vermogens zijn afhankelijk van “begrijpen in categorieën van ruimte en tijd”. Ruimte en tijd verdwijnen als je lichaam sterft.
Ik denk dat het bewustzijn blijft in een eeuwig moment van gelukzaligheid.

Geluk

Aldous Huxley schreef in 1932 zijn Brave new World. Hij schetst daarin een wereld waar ziekte en sociale conflicten zijn afgeschaft. Depressies,krankzinnigheid en psychisch lijden zijn er onbekend. Seks is er altijd goed en beschikbaar. Iedereen is er gezond en voldaan.
Wat is er mis in Huxleys wereld? De mensen die erin leven zijn niet langer “volop mens”. Het zijn gelukkige slaven met een slaafs geluk.
“Het streven naar een utopie maakt meer slachtoffers dan een cynisch machiavellisme” zegt Hans Achterhuis in De erfenis van een utopie. De mogelijkheden van gentechbiologie zijn onvoorstelbaar groot, maar je zult er geen betere mensen mee maken.
Een utopie die verwordt tot een dwangdenkbeeld is een gevaar voor onze samenleving. De beste remedie is: relativeren en accepteren dat geluk niet te koop is.

Op drift

Alles moet kunnen sinds de jaren zestig. Onbeperkte vrijheid is de norm. Toch heeft alles zijn beperkingen. Wie met zijn vrijheden op de loop gaat wordt geconfronteerd met grenzen die anderen stellen.
Vroeger lagen waarden en normen, rollen en patronen vast. Ze golden als een soort natuurwet.
Uit die dwangbuis hebben we ons “bevrijd”, maar daarmee verloren we ook onze zekerheden en oriëntatie. We zijn op drift en op zoek naar nieuwe perspectieven.
Die normen en waarden hebben we nog wel, maar we zijn het verband kwijt waarin we ze goed kunnen hanteren.

Bezit

De Amerikaanse regering wil in1854 het land van de Indianen te kopen. “Moed broeders en zusters, een beetje meer moed”, zegt het opperhoofd Seattle. “Strek de rug en span de boog. Zij zijn tot de tanden gewapend, maar aan u is het leven.
Ons land is gewijde grond. De weerspiegeling in het helder water spreekt van onze geschiedenis. Het murmelende water is de stem van onze vaderen.
Wij beraden ons over het aanbod. Als wij niet verkopen, komt de blanke man met zijn geweren. God heeft de blanken lief. Zijn rode kinderen heeft hij verlaten.
Weldra zullen zij ons land overspoelen zoals de rivier na een hevige bui zich door de kloof stort. Mijn volk en ik, wij zijn een aflopend getij”.

Van wie is de aarde

“De lucht deelt zijn adem mee aan al wat leeft. De wind die mijn vader zijn eerste ademtocht gaf, neemt ook zijn laatste ademtocht in ontvangst. De aarde is onze moeder.
Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde. Als een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf. De aarde behoort niet aan de mens, de mens hoort aan de aarde.   
De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts een draad ervan. Wat hij met het web doet, doet hij met zichzelf”.

Dit zijn teksten uit Hoe kun je de lucht bezitten van Aktie Strohalm.

 

Broeder

“Ook de blanke man wiens God hem als een vriend behandelt, kan niet ontkomen aan ons aller lot. Misschien zullen we uiteindelijk allemaal broeder zijn. Een ding weten wij – ook de blanke man zal het eens ontdekken – onze God en uw God is dezelfde.
U kunt nu wel denken dat u Hem bezit, zoals u ons land wilt bezitten,maar dat kunt u niet. Hij is de God van alle mensen. De aarde is hem lief en deze beschadigen betekent zijn Schepper beledigen.
Ik begrijp het niet. Onze wegen zijn anders dan de uwe. Het zien van uw steden doet pijn aan de ogen van de rode man”.

Wat is uw droom

“Wij begrijpen niet waarom de buffels zijn afgeslacht. De wilde paarden zijn getemd. Waarom stinken de verste uithoeken van het woud naar de lucht van vele mannen? Waarom is het rijpe koren op de heuvels overdekt met praatdraden?
Wij zouden het misschien kunnen begrijpen als we wisten waar de blanke man van droomt. Van welke hoop en verwachting hij zijn kinderen vertelt in de lange winteravonden. Welke visioenen hij graveert in hun harten zodat zij verlangend uitzien naar de dag van morgen.
Is de aarde van de blanke omdat de rode man een stuk papier tekent? 
De blanke man denkt dat hij de aarde kan bezitten. Hoe kan een mens zijn moeder bezitten?”

Dit zijn teksten uit Hoe kun je de lucht bezitten van Aktie Strohalm.

 

Kort Lontje

Kleine incidenten ontaarden in grove agressie. Conflicten kunnen enorm uit de hand lopen. Hoe komt dat?
Politiek filosoof Harry Kunneman schreef er een boek over: Voorbij het dikke ik. Velen maken zich zorgen over de korte lontjes, de agressiviteit en opvliegendheid waarmee men elkaar te lijf gaan. Dat ligt aan het al te grote ego, het dikke ik.
Het dikke ik is onverzadigbaar. Het vreet zichzelf vol, het krijgt nooit genoeg. Het stelt zichzelf voorop en anderen moeten daarvoor ruimte maken.
De opmars van het dikke ik zie je het duidelijkste in het bedrijfsleven. Topmanagers eigenen zich onevenredig maatschappelijke middelen toe. Verticale gezagstructuren vielen weg sinds de jaren zestig. Individuen werden autonomer. Morele autoriteiten werden aan de kant geschoven.

Concurrentie

Concurreren is de boodschap. Het leven is een wedstrijd. De winnaar heeft succes en bepaalt de moraal. De sterkste wint en bepaalt ook de relatie tot de ander. Hij controleert de ander.
Je hebt geen diepgaand contact met mensen die je controleert. Het zijn je concurrenten. Dat gemis kun je verhelpen, zo denken ze, door je dikke ik nog meer op te blazen en zo nog sterker te staan. Door meer te hebben ben je meer. Daarom slaat het dikke ik zo om zich heen.
Of je nu jezelf vijf miljoen als bonus laat uitkeren of je slaat anderen op hun bek, het effect is hetzelfde. De boodschap is: “ik ben de baas”.

 

Veroudering

Het verouderingsproces is een lichamelijke ontwikkeling waaraan de persoon zich geestelijk moet aanpassen. Het gaat hierbij om het moeizamer functioneren van het samenspel van organen. Dat is nodig om de interne balans van het lichaam (homeostase) te handhaven.
Ziekte is een verstoring van de homeostase en veroudering is het kwetsbaar worden van de homeostase. De bandbreedte van de homeostase neemt af bij het ouder worden en de kwetsbaarheid van de homeostase neemt toe.
Een belangrijk samenspel van de organen is het stressproces. Stresshormonen verhogen onze staat van paraatheid. Het stressproces verloopt minder flexibel bij het ouder worden. Men wordt eerder nerveus. Als daardoor langdurige stress ontstaat, put het lichaam zich uit en kunnen ziekteverschijnselen ontstaan.

Misleidende ziekteverschijnselen

Ziekteverschijnselen kunnen twee oorzaken hebben: de ziekte zelf of langdurige stress. 1.De klachten kunnen te maken hebben met aantoonbare afwijkingen (ziekenzorg).
2.De klachten kunnen te wijten zijn aan langdurige stress (welzijnszorg).
Stressfactoren zoals gevoelens van onveiligheid en onmacht, gebrek aan eigen regie en structuur, zingeving en tijdsbesteding, te weinig afwisseling en uitdaging kunnen leiden tot onderbelasting.
De onderbelaste persoon is zich hiervan niet bewust, voelt zich beroerder en onmachtiger, doet telkens opnieuw beroep op ziekenzorg en komt in een vicieuze cirkel terecht. Dat leidt tot apathie.
Zij moeten juist opgeroepen worden tot levensinvulling. Zij moeten uit de koker van hun sociaal isolement komen en actief deelnemen aan hun samenleving. Een contactrijke omgeving en activering (welzijnszorg) kan hen opwekken.

Naar aanleiding van een lezing van dr. A. van de Plaats, sociaal geriater.

 

Ouderschap

Ouderschap schept verplichtingen en verantwoordelijkheden. Daaraan kunnen ouders zich niet onttrekken door te scheiden of weg te lopen.
Kinderen kiezen niet voor scheiden, maar ze worden er wel ernstig door gedupeerd. Hun hele leven wordt overhoop gehaald door spanning en strijd tussen hun ouders. Daar zijn ze ongewild een onderdeel van en ze  kunnen er niets aan doen.
Als de huwelijksboot op de klippen loopt, moeten eerst de kinderen gered worden. Vóór de scheiding moet er een ouderschapsplan worden opgesteld waarin de zorg voor de kinderen wordt geregeld.

Eerst de kinderen dan de scheiding

Het ouderschapsplan blijft hoe dan ook reddingswerk. Het heeft zijn beperkingen en het moet realiseerbaar zijn. Het vraagt om een concrete aanpak, zeker bij gevallen van verslaving, mishandeling en allerlei beperkingen.
Het staat als een paal boven water dat goede afspraken betere garanties scheppen om inhoud te geven aan ouderschap na scheiding. In een ouderschapsplan worden taken en verantwoordelijkheden van beide ouders vastgelegd.
Drie dingen moeten er in staan:
1.Het verdelen van de zorg- en opvoedingstaken (de omgangsregeling).
2.De manier waarop ouders elkaar informeren en raadplegen bij belangrijke kwesties.
3.Het regelen van de alimentatie.
Beide ouders blijven verantwoordelijk voor de kinderen. Het ouderschapsplan vormt een onderdeel van het verzoekschrift tot ontbinding van het huwelijk. Kinderen moeten inbreng hebben bij de opstelling van het plan. Komen ze er niet uit, dan beslist de rechter.

 

Verleiding

“Politiek protest tegen de vrije seksuele moraal in videoclips, een verbod op reclame voor kinderen, internetterrorisme”. Dit zijn een paar voorbeelden uit de media waaruit blijkt dat bescherming van burgers tegen de moderne verlokkingen op de maatschappelijke agenda staat.
Toen de mensen arm waren werden ze gebruikt als arbeidskracht om aan hen te verdienen. Nu ze koopkracht hebben valt er meer aan hen te verdienen als hen wordt voorgespiegeld dat ze gelukkiger worden door veel te kopen.
Verkoopstrategieën zijn gebaseerd op de psychologie van de consument. Hen wordt een droomwereld van geluk en zelfvervulling voorgeschoteld. Het is een opgave om je staande te houden in deze consumptiemaatschappij. Alom word je geprikkeld alsof je leeft in een snoepwinkel.

Verleiding is de prijs voor onze vrijheid

Onder invloed van de media zijn producten merken geworden. We willen geen schoenen maar Nikes. Het verschil tussen product en merk is groot. Het product heb je nodig om te leven. Het merk laat zien wie je bent. Het merk spiegelt je identiteit.
We worden in onze belevingswereld omgeven door een wazig web van verlokking en verleiding. De lokroep van onze consumptiemaatschappij is zeer moeilijk door te prikken.
Odysseus wist dat zijn schip op de klippen zou lopen als hij gehoor zou geven aan de lokroep van de Sirenen. Hij liet zich vastmaken aan de mast en niemand mocht hem losmaken. Dat was zijn redding. Mensen moeten hun eigen koers houden ondanks verlokkingen.

 

Oud zijn

Cicero schreef aan het begin van onze jaartelling. “De levensloop is een vast gegeven. De natuur kent maar één weg. Het kind is kwetsbaar, de jeugd is fel, de gevorderde leeftijd heeft zijn ernst en de ouderdom zijn rijpheid”.
Van die rijpe ouderdom willen we wel profiteren. Naarmate mensen ouder worden, willen ze nog ouder worden. “Het wordt een soort tijdloop tussen verval en vervulling”, zegt ethicus Frits de Lange.
Leven vraagt om vervulling. Wie gezond en mobiel is voelt zich tot op hoge leeftijd jong. Maar als je in verval raakt en je oud gaat voelen, komt het einde in zicht.

Nooit sterven is ook geen leven

“We praten altijd over mensen als stervelingen en niet over mensen als borelingen. Waarom somberen over het feit dat we doodgaan, verwonder je liever over het feit dat er kinderen geboren worden. Er ontstaat pas geschiedenis bij de geboorte”, zegt Hannah Arendt.
“Nooit sterven is geen zinvol leven. Stel je eens voor hoe er een einde komt aan het eeuwige leven zonder dood te gaan. Hoe heb je toekomst als je niet dood kunt gaan”, vraagt Simone de Beauvoir zich af.
Wie ben je als je geen geschiedenis en geen gezicht, geen idealen en geen perspectief meer hebt? Kleine genoegens verliezen hun waarde als wij daar tot in de eeuwigheid van moeten proeven.

 

Zwakkeren

Op een parkeerterreintje bij een sportveld staat een sportwagen van 150.000 euro, mooi gestroomlijnd. Het ding is een jaar oud en moet worden ingeruild. De eigenaar beklaagt zich zonder blikken of blozen dat zijn auto bij inruil nog maar de helft opbrengt.
In een zaaltje met ouderen vraagt een 73-jarige het woord over zijn pensioen. “Ondanks het feit dat ik vijftig jaar gewerkt heb, krijg ik niet meer dan 40 euro per maand bovenop mijn AOW. Ik heb geen auto. Ik heb een rollator nodig. Die wil de verzekering me niet vergoeden.
Andere ouderen branden los. Over gebrek aan hulp, het tekort aan vervoer en voorzieningen, het ondoordringbare woud van bureaucratie en regelgeving, hun schrijnende eenzaamheid.

Geen woorden maar daden

Het Regeerakkoord spreekt van “het ik-tijdperk te lijf gaan, oog voor elkaar hebben, saamhorigheid en duurzaam met elkaar verbonden zijn”. Dat zijn nobele gedachten die in het akkoord ondersteund worden door een grote nadruk op ondernemingszin en talent.
De werkelijkheid ziet er anders uit dan de overheid denkt. Er zijn villawijken en achterstandsbuurten. Mensen met topsalarissen en mensen met armoe. Gezonde mensen en mensen met ziekten en beperkingen. Kringen van gegoede beleidsmakers en grote groepen die amper mee kunnen doen.
Die tegenstellingen zijn moeilijk te overbruggen met goede voornemens. Bijna een half miljoen ouderen zonder partner en voldoende inkomen moeten een beroep doen op de schaarse zorg.

 

Keuzevrijheid

Om de gezondheidszorg betaalbaar te houden moet er gebruik gemaakt worden van marktwerking. De aanbieder met de beste kwaliteit voor de relatief gunstigste prijs komt het meest tegemoet aan het belang van de consument. Hij zal de wedstrijd om de klant op de markt winnen.
De aanbieder moet winst kunnen maken. Winst komt uit de breedte of de lengte. De consument wil optimaal bediend worden. Hij heeft daarvoor voldoende middelen nodig die hij niet zo maar uit de lucht plukt.
Als dat kan zonder tussenkomst van de overheid, zijn de kansen van aanbieder en consument het grootst. Dat klinkt utopisch, maar alle bemoeienis van derden kost geld. Beleid, regelgeving, registratie, controle, handhaving en verantwoording, het kost batterijen ambtenaren en scheppen geld.

Twee partijen

De aanbieder moet kunnen organiseren op basis van de zorgbehoeften op maat. Voor de consumenten is het ideaal als ze zelf kunnen kopen wat ze nodig hebben om hun eigen wereld in te richten.
Als het belang van de consument richtinggevend moet zijn, zal de overheid de rechthebbende consument de nodige besteedbare midden in eigen handen moeten geven.
Geef de consumenten hun eigen persoonlijke budget. Ze kiezen zelf de zorg waar ze het meest aan hebben. Doe je dat niet omdat je beter weet wat goed voor hen is, dan zet je hen in de wachtkamer van de aanbieder om gepamperd te worden.

 

Oerknal

Alle sterren verwijderen zich met grote snelheid van elkaar. Astronomen kunnen dat zien en meten. De wetenschap komt zo tot een theorie over het ontstaan van het heelal, de aarde en het leven.
Bijna veertien miljard jaren geleden moet het gebeurd zijn. De oerknal uit het (n)iets, onvoorstelbaar klein, zwaar en heet. Explosie, straling, energie, oersoep. In een honderdste seconde werd het bijna een lichtjaar groot en koelde het af tot 100 miljard graden.
Na 700.000 jaar tot 3.000 graden afgekoeld, konden materie en straling ontkoppelen, de materie werd dominant. De materie begon samen te klonteren. Na een miljard jaren begint de vorming van sterrenstelsels. Intussen zitten we nog midden in de oerknal.

Terug kijken

Met de snelheid van het licht kijken we terug in het ontstaan van het heelal. We zien het gebeuren. Afhankelijk van de afstand zie je wat er 10 miljard jaren geleden gebeurd is, je ziet de verst waarneembare sterrenclusters.
Tien miljard jaar deed de kosmos erover om quarks en elektronen samen te voegen tot een DNA-streng. Toen ontstond er leven op onze kleine planeet aarde.
Op een afstand van 14 miljard lichtjaren zien we niets meer. Daar kijk je in de ruis van oerknal, het is daar 270 graden onder nul.
De oerknal is als een opgeblazen ballon. Miljard sterrenstelsels op de buitenkant van de ballon stelt de gekromde ruimte voor. Als je blaast zwelt de ballon en verwijderen de sterrenstelsel zich van elkaar.

 

Onze Kosmos

“Het staat in de sterren”, zeggen we. Astrologen probeerden om de loop der dingen op aarde en ook de levensloop van de mensen te verklaren vanuit de bewegingen van de hemellichamen. De astrologie wordt nu als sterrenwichelarij beschouwd.
Astronomen berekenen de  banen van de hemellichamen. Zij onderzoeken uit welk materiaal sterren en nevels bestaan.
Zij herleiden het ontstaan van het heelal, de aarde en het leven tot de oerknal. Het hoe en waarom van de oerknal en wat daaraan vooraf ging, blijft een mysterie.
De vraag “wat staat er in de sterren geschreven” en “wat is de drijvende kracht in ons bestaan” blijft onbeantwoord.

Melkweg

Alle sterren en planeten die we met het blote oog aan de nachtelijke hemel kunnen zien behoren tot het sterrenstelsel de Melkweg. Onze Melkweg zie je, als het echt donker zou zijn, als een lichte nevelband in de hemelkoepel.
Die zwakke lichtband loopt rondom ons zonnestelsel en bestaat uit 150 miljard sterren. Die sterren staan op zijn minst vier lichtjaren ver van elkaar.
De Melkweg is een schijf met een spiraalstructuur met in het midden een dikkere kern. Die schijf heeft een doorsnee van 100.000 lichtjaren. Ons zonnestelsel is een piepklein onderdeeltje van de Melkweg op tweederde van het middelpunt.
De Melkweg draait met een snelheid van 219 km per seconde om zijn as. Een omloop duurt 234 miljoen jaar.

 

Normen

Als de werkelijkheid in onze wereld verandert, zullen de normen en waarden - ook de wetgeving en het voorzieningenpatroon - zich daaraan aanpassen. Het omgekeerde geldt ook.
Veel ontwikkelingsmogelijkheden zullen nooit gerealiseerd worden omdat het te zeer indruist tegen onze opvattingen. Veel moorden zullen nooit begaan worden omdat wij dat niet goedvinden.
Er zijn echter veel mensen gedood omdat wij vonden dat het goed en noodzakelijk was. De overwinnaars werden als helden ten voorbeeld gesteld. Hoe meer dood en verderf zij zaaiden, hoe groter helden.
Toen de industrie zijn intrede deed kregen we nieuwe voorzieningen. Verbod op kinderarbeid, onderwijs en leerplicht. Wanneer een arbeider geen vak leert kan hij niet produceren.
Gezondheidszorg, ziekte- en werkloosheid wetgeving. Ook een zieke arbeider is niet productief.

Onze wereld verandert

Toen de trein en de auto onze wereld binnenreden moesten er verkeersregels komen.
Als we jarenlang roofbouw plegen op natuur en milieu wordt het de hoogste tijd om maatregelen te nemen. Anders worden we vergiftigd en vernietigen we de toekomst van onze kinderen.
Als informatica doordringt tot in de laatste vezel van ons leven zullen we onze privacy moeten beschermen. Wetgeving en voorzieningen sluiten aan op de sociologische ontwikkelingen in onze samenleving.
Naarmate immigranten ons land binnenkomen zullen onze waarden en normen zich aanpassen aan de invloed die zij hebben op onze cultuur.

 

Zin

Iemand die zijn leven en bezigheden zinvol vindt kan erg veel overwinnen en verduren. Wie die zin ervaart, beschikt over een rijke bron van kracht.
Als de zin ontbreekt, is de levensbron opgedroogd, de energie opgebrand en het vuur geblust. Zin is de samenhang, het verband in de wereld waarin je leeft en die je ook vormgeeft.
Zin verweert zichzelf tegen het absurde als een immuunsysteem in het menselijk lichaam. Aanvallen en bedreigingen op dit systeem van geest en lichaam worden doeltreffend bestreden. Dit zijn uitspraken van de Berlijnse filosoof Wilhelm Schmid.
Heel lang was zin vanzelfsprekend. Maar als zin ter discussie wordt gesteld, is opgebrand of weggevloeid, weten we niet hoe we haar moeten terugvinden. Dat hebben we nooit geleerd.

Absolute zin

De vraag naar zin objectief beantwoorden is onmogelijk. Dat veronderstelt een goddelijk standpunt. Mensen kunnen dat standpunt niet innemen.
Wie zegt dat iets zin heeft, ziet samenhang. Wat mensen met elkaar aangaan geeft zin. Langs elkaar heen leven wordt als zinloos ervaren.
Als zin niet meer vanzelfsprekend is, zul je aan slag moeten om de zin weer te vinden. Zin wordt in het diepst van de ziel, in de kern van zelf, gevoeld en ervaren. Dat is duurzaam gebonden aan wat zich in het hele leven doet kennen als essentieel.
Liefde, vriendschap, vrijheid, gezin, thuis, natuur, werk, samenwerking en toewijding vormen de contouren van wat wij als zinnig ervaren.

Gelukkiger

Mensen die gelukkiger zijn, blijven ook langer gezond en leven langer. De vraag is: “hoe kan een mens gelukkig worden en hoe kunnen we elkaar gelukkig maken”. Als het antwoord op die vraag gemakkelijk was, hadden we het al lang geweten.
Volgens professor Ruut Veenhoven versterkt geluk de gezondheid. Wie gelukkig is, berooft zich niet van het leven en past beter op zijn gezondheid. De gelukkige heeft minder last van negatieve gevoelens en stress, gedraagt zich positiever en staat meer open voor uitdagingen.
Wie een liefdevolle en veilige relatie heeft, voelt een mix van positieve emoties zoals vreugde, interesse en tevredenheid. Wie gelukkiger is, is ook sociaal redzamer.

Amerikaanse nonnen

Een breed opgezet onderzoek onder 65-plussers liet zien dat een man van 70 jaar met een gemiddelde gezondheid en een gemiddeld geluksniveau nog tien jaar en zeven maanden leeft. Een man met dezelfde kenmerken die echter bovengemiddeld tevreden is met zijn levenssituatie leeft gemiddeld een jaar en acht maanden “extra”.
Een onderzoek onder Amerikaanse nonnen liet ook zien dat wie gelukkiger is, langer gezond blijft. DE nonnen leven, meer dan wie ook, onder gelijke omstandigheden. De autobiografieën die de zusters in de jaren dertig hadden geschreven, waren overtuigend.
Van de nonnen die het minst positief waren, bleek 11 procent 94 jaar of ouder geworden. Van de vrolijkste nonnen werd maar liefst 50 procent ouder dan 94 jaar. De gelukkigste nonnen leefden 10 jaar langer.

 

Thuis

Je huis is je omhulsel met een helende bescherming tegen dreigingen en onzekerheden in de wereld. De woorden huis, huls, helen, hol, heem, heel en heil zijn sterk verwant en hebben dezelfde taalkundige oorsprong.
Je huis is je toevlucht, je schulp. Het is je tweede huid die je ruimte biedt om jezelf te zijn en te laten zien wie je bent. Je wordt er in geboren en je groeit er in op. Volwassen geworden verlaat je het nest en je bouwt een nieuw nest voor je toekomst.

Je huis is je groeiplek en biotoop in de natuur. Wie in zijn huis gedijt, zit goed in zijn vel, geniet van zijn gezondheid en bouwt aan zijn samenleving en wereld.

Een tehuis

Met het begrip tehuis kan niet anders worden bedoeld dan een ander huis, waarin je in de gegeven omstandigheden je beter thuis voelt. Als je huis te klein wordt, moet je het verbouwen of een nieuwe woonplek zoeken.
Als je door ziekte of gebreken niet meer in huis je kunt functioneren, moet je een alternatief zoeken, ook als je huisgenoten niet samen met jou een thuissituatie van voldoende kwaliteit kunnen scheppen.
Op die manier zijn er in onze jongste geschiedenis veel tehuizen gesticht. Dat gebeurde - kort door de bocht - volgens de methode “ieder huis zijn eigen kruis”, jeugd, bejaard, gehandicapt, geestelijk, lichamelijk, crimineel ieder in zijn eigen huis.

Toeval

Onze geschiedenis ontwikkelt zich geleidelijk als een soort evolutie. Alles werkt op elkaar in, alle oorzaken hebben hun gevolgen. Achteraf gezien lijkt de geschiedenis van de evolutie een realistische film.
Als je de film terugdraait zie je de verbanden tussen oorzaak en gevolg. Het lijkt of het nauwelijks anders kon. Maar…als er toevallig ook maar iets anders was voorgevallen, was alles anders geweest.
Als de kogel de troonopvolger Franz Ferdinand van Oostenrijk op 28 juni  in 1914 had gemist, hadden we geen eerste en ook geen tweede wereldoorlog gehad.
Dan had je en andere film gehad en een andere werkelijkheid. Volgens de chaostheorie kan de beweging van een vlindervleugel aan de ene kant van de aarde een orkaan veroorzaken aan de ander kant.

Evolutie is geen toeval

“Doe de evolutie over en er ontstaat weer net zulk leven als nu, inclusief de mens”, dat beweert de Britse hoogleraar evolutionaire paleobiologie Simon Conway Morris.
Hij denkt dat er meer “plan” in de evolutie zit dan de meeste biologen denken. Dat is  wellicht geen echt plan, maar wel het gegeven dat evolutie ontwikkeling en vooruitgang betekent.
De Amerikaanse bioloog Stephen Jay Gould denkt daar totaal anders over. Hij liet het grote publiek over de evolutie nadenken. Hij bewondert Morris en maakte hen ook bekend. Gould is echter een volbloed Darwinist en ziet de evolutie als een blind toevalsproces.

 

Utopie

We dromen altijd van een betere toekomst. Geconfronteerd met de ellende in dit aarde tranendal troost de kerk haar gelovigen met een gelukkig hiernamaals. Socialisten en communisten bestrijden het maatschappelijk onrecht met het oog op een betere toekomst hier op aarde.
Veel tekorten en gebreken hebben we overwonnen. Veel ellende en ziekten hebben we in sterke mate beperkt. Dat geldt vooral voor onze gezamenlijke dromen en collectieve utopieën.
Materiële en geestelijke ellende amuseert ons op TV. Uitbuiting en klassentegenstelling zijn verbannen naar de geschiedenisboeken en ontwikkelingslanden.
We storten ons op de overdadige markt van welzijn en geluk. De weelde van het “hier en nu” neemt ons totaal in beslag. De bevlogenheid voor een betere wereld lijkt te verdrinken in oeverloos genieten van het overdadige.

In het persoonlijke

Het utopisme is springlevend. De utopie is verschoven van het collectieve naar het individuele. We zijn vrijer en rijker dan ooit tevoren. De problemen van het moderne leven liggen in het persoonlijke vlak.
Hoe richten we ons leven in, hoe geven we er zin aan? Hoe verdelen we onze welvaart en hoeveel laten we ons gelegen liggen aan elkaar? De overvloed zet ons voor onoverzienbare mogelijkheden.
Je moet slagen, succes hebben en carričre maken. Je moet mooi, lief, aardig, sociaal, intelligent en humoristisch zijn. Wie niet aan die eisen voldoet wordt ongezien gepasseerd. Passanten zijn in beslag genomen door eigen succes.

 

Grenzen

Alles hier op aarde en in dit leven heeft zijn grenzen. Niets is onbegrensd in dit hier en nu. Dat geldt voor alle vrijheid en realiteit. Je mag ongezond leven in de wetenschap dat je eerder ziek wordt en vroeger sterft.
Dat geldt ook voor alle relaties en activiteiten in je leven. Je kunt de ander gebruiken voor je eigen profijt maar je put hem uit. Je kunt kiezen voor vrijheid, maar als je de ene vrijheid invult zie je af van haar tegendeel. Je hebt geen andere keuze dan trouw aan jezelf.
Wij zijn “vrij” om onze aarde uit te putten en te vervuilen. Doen we dat dan sterft de aarde en verdwijnt ons leven. Het is het een of het ander.
Als we meer economische groei willen, meer welvaart en consumptie, overleven we dat niet op de duur. Onze nakomelingen hebben dan geen wereld om erin te leven.

Grenzen aan de groei

Ruim dertig jaar geleden verscheen het alarmerende rapport van Rome. Het einde van het noodzakelijke evenwicht voor een leefbare aarde werd aangekondigd.
De ontwikkelingslijnen voor bevolkingsgroei, consumptie en vervuiling rezen exponentieel de pan uit. We naderden met hoge snelheid de afgrond van uitputting van de natuurlijke hulpbronnen.
De aanslag op de ecosystemen was de laatste vijftig jaar groter dan ooit. De vraag naar hout, water, voedsel, brandstof en grondstoffen was onvergelijkbaar groot. De oliecrises stond voor de deur.

Klimaat

De ontwikkeling van ons klimaat - en de problemen die in de naaste toekomst op ons afkomen - is volop in discussie. De klimaatfilm An Inconvenient Truth van Al Gore trekt veel aandacht.
De boodschap is: de mens moet in actie komen om het klimaat te redden. Maar zijn die klimaatproblemen zo erg, waar ligt het aan en wat is er aan te doen?
Door extreme weerpatronen krijgen we enorme problemen in de waterhuishouding. Als de gletsjers smelten is er minder drinkwater beschikbaar. De zeespiegel zal stijgen en dat veroorzaakt overstromingen.
De CO2 uitstoot kan worden beperkt door fossiele brandstoffen te vervangen door biobrandstoffen. De fossiele brandstoffen zijn in handen van het kapitaal en kapitaal wil groeien.

Het klimaat verandert vanzelf

“Het klimaat verandert altijd al”, zegt professor in de geologie Salomon Kroonenberg. Het is een absurde gedachte dat wij een klimaatverandering kunnen tegenhouden.
Als de aarde in een andere stand t.o.v. de zon komt, wordt ze warmer en stijgt het CO2 gehalte. In de geologische perioden van het Krijt ,honderdduizend jaar geleden, was het CO2 gehalte twintig maal zo hoog als nu. Aan een dergelijke klimaatverandering kunnen mensen niets doen.
Het is een goed idee om de CO2 uitstoot te verminderen. Maar dan om energie en brandstoffen te besparen, niet om klimaatverandering tegen te houden.
Investeer in maatregelen tegen de stijging van de zeespiegel en tegen de gevolgen van een hogere temperatuur.

 

Geloof

“Er hoeft geen kloof te zijn tussen geloof en wetenschap”, zegt professor wijsbegeerte Palmyre Oomen. De tegenstelling tussen geloof en wetenschap heeft me van jongs af bezig gehouden.
Ik ben geboren in1929 in Wanroij als oudste van acht kinderen in een boerderij aan de rand van de Peel. Ik groeide op in een wereld die nauwelijks groter was dan die boerderij.
Ik vond die wereld te klein. Mijn oom stapte als een late roeping uit het boerenleven toen hij 25 jaar oud was.
De overstap van mijn oom in een nieuwe en grotere wereld betekende voor mij een brug naar het seminarie.
Ik was leergierig en nieuwsgierig. Ik kwam daar de wereld tegen achter het geloof waarin ik was opgegroeid. Ik vond die wereld nogal beperkt net als de boerderij.

Een kloof

Ik was op zoek naar de waarheid achter mijn geloof. Die kon ik niet vinden. Het officiële geloof van de Kerk kon mij niet overtuigen en de wetenschap kon mij de waarheid niet aanreiken.
Ter voorbereiding op de eeuwige geloften vroeg de rector van het klooster om mijn visie op de geloofwaarheden op te schrijven. Ik heb dat gedaan en ik werd niet tot het klooster toegelaten.
Ik heb altijd geleefd in een wereld waarin ik geloofde. Een geloof dat mij zekerheid gaf over die wereld en haar toekomst heb nooit gevonden.

Weten

Wanneer voldoet onze mening of bewering aan normen van objectieve wetenschap. Hoe toets je iets wetenschappelijk. Dan moet je uitspraak overeenkomen met de realiteit. Een plus een is twee. Altijd en overal.
Een proef die je doet op basis van natuurwetten moet altijd hetzelfde resultaat hebben. Je moet het weten in de wetenschap objectief kunnen meten. Wetenschap draait om feiten.
Wetenschap is heel iets anders dan geloof. Geloof en wetenschap spreken een verschillende taal. Zij verbeelden de werkelijkheid op een totaal andere manier.
Als een dichter zegt: “Mijn hart is zwaar van droefenis”, zal een wetenschapper reageren met: “Laten we dat hart maar eens wegen”.

Geloof en evolutie

Zo is het ook met de tegenstelling tussen het scheppingsverhaal en de evolutieleer. De kern van de boodschap is dat onze wereld niet uit het niets - zonder dat er een God bestaat – kan bestaan.
Hoe God bestaat – en of je dat bestaan van God een werkelijkheid of een menselijke verbeelding - moet noemen, is een ander verhaal.
Stel dat wij geboren zijn uit het schitterend ongeluk van de evolutie, ook dan zullen we er nooit een andere voorstelling van kunnen maken dan via onze verbeelding.
Voor dit dilemma heb ik nooit een oplossing kunnen vinden. Niet langs de weg van het geloof en ook niet langs de weg van de wetenschap.

 

Onbehagen

Sigmund Freud heeft ons in 1930 al gewaarschuwd met zijn boek Het onbehagen in de Cultuur. Hij beweerde dat mens een hoge prijs betaalt voor zijn beschaving.
De beschaving brengt veiligheid want ze onderdrukt en beheerst de driften, maar beperkt de vrijheid.
Nu is eerder het omgekeerde het geval. Wij hebben ons ontworsteld aan de rigide regels en moraal die in de tijd van Freud heersten. Wij betalen nu de prijs voor deze vrijheid.
Kinderen uit gebroken gezinnen presteren minder op school. Ze vertonen meer gedragproblemen en maken meer kans om zelf ook te scheiden. Zij missen de nodige stabiliteit en oriëntatie om hun identiteit te vinden en relaties aan te gaan.
De zestiger jaren hebben de beuk gezet in autoriteit en hiërarchie.

Kiezen of delen

Individualisme lijkt een vorm van egoďsme, maar is het niet. Er is niets op tegen dat iemand zijn eigen leven leidt. Integendeel. Het betekent wel dat anderen ook hun eigen leven mogen leiden.
Dat betekent ook dat de een de ander moet respecteren en serieus moet nemen. Wie zijn vrijheid kiest, vult vrijheid in en zal er zich ook aan moeten verbinden.
Wie zijn kansen op vrijheid open wil houden, zal zich niet gemakkelijk binden. Een partnerkeuze is zoals andere zaken vrij, maar niet vrijblijvend.
Kiezen voor de ene vrijheid is afzien van haar tegendeel.

Liefde

De roman Platform van Michel Houellebecq laat zien hoe liefdesrelaties beďnvloed worden door ons kapitalistisch systeem. De roman beschrijft genadeloos hoe de mens in onze consumptiemaatschappij herleid wordt tot handelswaar.
Gelijn Molier, universitair docent,  pleit voor seks en liefde die gevrijwaard blijft van de wetten van de markt. Een eeuw geleden werden nog veel huwelijken gesloten op zakelijke basis. De liefde komt vanzelf, was de redenering.
Houellebecq laat het oerwoud zien van vrije markt, waarin alleen roofdieren overleven. In het kapitalisme is het “eten of gegeten worden” in de visie van Houellebecq.
In een dergelijk geheel is de liefde - seks is vanouds verkoopbaar - onderworpen aan de wetten van de markt. In een wereld waarin iemand zijn identiteit ontleent aan wat hij bezit (hij is, wat hij heeft) wordt liefde een probleem.

Producten

De hoofdpersoon van de roman is van mening dat westerlingen niet meer in staat zijn tot “echte” liefde. Liefde is teveel verworden tot seksuele bevrediging en bezit.
Het grote succes van het sekstoerisme zegt volgens Houellebecq iets over het failliet van de westerse samenleving. De markt maakt de moraal. De moraal bepaalt niet langer de grenzen van de markt.
Erich Fromm kwam in 1956 tot een vergelijkbare analyse in zijn boek Liefhebben een kunst en een kunde. “Echte liefde is betrekkelijk zeldzaam verschijnsel geworden”.
Menselijke liefde heeft een ruilwaarde afhankelijk van de vraag op markt.

Zijn en hebben

Erich Fromm wijst er op dat de maatschappelijk opvatting “iemand is iets, afhankelijk van wat hij heeft” noodzakelijkerwijs gevolgen heeft voor de onderlinge menselijke relaties.
Dat bepaalt globaal de randvoorwaarden van de liefdesmarkt. Mensen worden slechts verliefd nadat zij een gunstige ruilverhouding hebben ingeschat.
De man is begerenswaardiger als hij succes (macht, geld, status) heeft en de vrouw als ze aantrekkelijk is. Een liefdesrelatie verwordt op deze wijze tot een economische transactie.
Doordat wij onze energie richten op zaken die ons begerenswaardig maken (hebben), verliezen wij ons vermogen (zijn) om zelf lief te hebben. Ware liefde wordt zeldzaam.

Moderne psychologie

Aldous Huxley laat in zijn profetische en satirische roman Brave new World van 1932 al zien waartoe “consumptie en genot”als hoogste waarden kunnen leiden.
Mannen en vrouwen zien elkaar als “lekkere hapjes”. Voortplanting geschiedt kunstmatig en vaste relaties zijn overbodig.
Liefde is een opwindend spelletje. Vermaak - inclusief seks en erotiek - is een hoog genoteerde industrie. Vijf minuten surfen of zappen en je ziet het.
In zijn boek Alle liefde is economie houdt Steven Pont een pleidooi voor een psychologie die een relatie als een onderneming beschouwt. Alleen investeren in een relatie als beiden er “winst” uit halen.
Je kunt beter tijdig inruilen voor een relatie met een hoger rendement, is de moraal van het verhaal.

Mentaliteit

“Onze mentaliteit wordt voornamelijk bepaalt door ons ethisch klimaat. Een  ethisch klimaat is als de lucht die je inademt”, zegt de Britse filosoof Simon Blackburn. Als je niet ademt ga je dood. De lucht die je inademt bepaalt je conditie.
Ons ethisch klimaat is soms een bijna onzichtbare omgeving van niet altijd samenhangende ideeën over hoe we moeten leven, hoe we denken en hoe we moeten handelen. Van onze waarden en normen.
Het bepaalt wat we goed of slecht vinden. Het vormt de basis voor emotionele reacties als trots en schaamte, voor kwaad worden, dankbaar zijn en vergeven.
Onmenselijke omstandigheden kunnen alleen ontstaan in een ontspoord ethisch klimaat. Figuren als Hitler, Stalin of Sadam maken geen kans in een goed ethisch klimaat.

Ethiek

We hebben allemaal geleerd oog te hebben voor onze natuurlijke omgeving. We weten dat we daarvan afhankelijk zijn voor ons bestaan. We hebben echter niet geleerd om oog te hebben voor onze ethische omgeving.
Onze ethiek bepaalt in hoge mate ons denken, gezindheid, voelen en houding. Zij is in belangrijke mate ontstaan als een manier om samen te leven en om op deze aarde te overleven.
Zij brengt onze waarden en normen voort als richtlijnen om goed te leven. Zij stelt ook eisen aan ons als persoon en groep.

Onder en boven

De Braziliaanse pedagoog Paolo Freire heeft in jaren zestig aangegeven hoe uitbuiting en onderdrukking in stand worden gehouden. De onderkant van de samenleving met armoede, gebrek en onwetendheid spiegelt zich aan de bovenkant waar succes, macht en rijkdom de toon aangeven.
De onderkant ziet zijn heil in het succes van de bovenkant en gaat daarmee voorbij aan eigen ontwikkelingsmogelijkheden. Mensen die de mythe van rijkdom en geluk maken, vormen hun grote voorbeeld.
Hun succesformules hebben slagkracht in onze cultuur en moraal. Maatschappelijk succes in termen van rijk, geslaagd, gemakkelijk geld verdienen en status tentoonspreiden bepalen onze normen en waarden.
De onderdrukten, zwakken, zieken of armen zijn de “verliezers” en zien weinig kans om zich tegen sociaal onrecht te verzetten. De Amerikaanse krantenverkoper die miljonair wordt is weliswaar een droom. Liever deze droom dan de barre werkelijkheid.

Sociale vervuiling

“Ik zie een toenemende tendens om armen en behoeftigen te beschouwen als sociale vervuiling”, zegt hoogleraar Simon Blackburn. De samenleving ergert zich aan mensen die een beroep moeten doen op sociale voorzieningen en aan mensen met beperkingen.
Of ze arm, dakloos, werkloos, gehandicapt, oud, ziek, verslaafd, crimineel of iets anders zijn, doet er minder toe. Beschaving is af te meten aan de manier waarop de samenleving omgaat met armen en zwakkere mensen.
De overheid treedt terug ten gunste van de burger en zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat is goed, maar ze moet voorwaarden scheppen dat de onderkant boven komt.

Status

De Franse filosoof Alain de Botton heeft een boek geschreven met de titel Statusangst. Mensen ontlenen in hoge mate betekenis aan hun Status. De angst om Status te verliezen speelt een belangrijke rol.
Statusangst is de kwellende gedachte dat we minder succes hebben dan de samenleving dat van ons verwacht. We lopen het risico te weinig gewaardeerd te worden. Dat kan ten koste gaan van ons gevoel van zelfrespect.
Wij maken ons zorgen over onze positie op de maatschappelijke ladder. Ons zelfbeeld is nogal afhankelijk is van hoe anderen over ons denken. Wij gaan af op tekens van respect om onszelf te waarderen.

Laten zien wie je bent

Status is niet gemakkelijk te verwerven en is moeilijk in stand te houden. Het is verleidelijk om met kunstgrepen te werken aan statusverhoging.
Je bent dan genegen om “je hebben en houden” te vertalen naar je “wezen en betekenis”. Je vermogen en je bezit hoeven niet te verwijzen naar jouw kwaliteiten.
Iedereen wil laten zien wie hij is en wat hij kan. Mensen willen van betekenis zijn voor anderen. Zij willen groeien, zich ontwikkelen en zich realiseren. Zij willen gezien, erkend en herkend worden. In wezen zijn zij op zoek naar liefde in de wereld.
Wie geen Status heeft wordt niet gezien. Het gevoel van eigenwaarde en zelfrespect wordt op de proef gesteld bij mensen met een lage Status.

 

Wat baat het

Wat heb je aan materieel gewin en grote rijkdom als dat niet leidt tot een gelukkiger leven. “Kijk naar de vogels in het veld”, zegt Jezus Christus, ze zaaien en maaien niet, maar ze gaan gekleed in pracht en praal”.
De rijken hebben alles wat ze willen en toch willen ze meer rijkdom. Zij willen meer erkenning. Zij willen meer hebben om “meer te zijn”, een magische behoefte.
Adam Smith schreef in 1759 zijn Theorie van de morele gevoelens met de vraag; “Wat is de zin van het geploeter in deze wereld. Wat is het doel van hebzucht en ambitie, van rijkdom en macht?
Voorzien we daarmee in onze natuurlijke behoeften. Welke voordelen heeft  het streven naar verbetering van onze maatschappelijke positie? We zoeken naar aandacht, waardering en goedkeuring.

Onze drijfkracht

William James schreef in 1890 De hoofdsom van de psychologie. “Ons ego of zelfbeeld kan worden voorgesteld als een lekkende ballon”. Voortdurende aandacht  en liefde vormen drijfkracht voor opwaartse druk.
Veronachtzaming en gebrek aan respect zijn de speldenprikken waardoor de ballon dreigt leeg te lopen. Aandacht van anderen is zo belangrijk omdat wij lijden aan de aangeboren onzekerheid over onze kwaliteiten.
Ons zelfbeeld wordt bepaald door de oordelen van mensen om ons heen. Eigenlijk zouden we zelf moeten weten wat we waard zijn.
Maar zo werkt het niet. De meest duivelse straf die je iemand kunt aandoen, is iemand negeren.

Dilemma

Iedereen kan de risico’s van “hechting” aan een andere persoon inschatten. Die persoon kan weg gaan of dood gaan. Dan sta je met lege handen. Je bent kwetsbaar.
De keuze voor het een kan het andere uitsluiten. Dat plaatst je voor het conflict van onverenigbare waarden. Om die kwetsbaarheid kun je niet heen.
Passies spelen een rol in alle bronnen van kwetsbaarheid. Hechting of keuze zouden ons geen kwaad doen als er geen emoties mee gepaard gingen.
De bestuurbaarheid van onze passies heeft zijn beperkingen. Martha Nussbaum is het niet eens met de Griekse filosoof Plato die zich nogal immuun opstelt tegenover menselijke kwetsbaarheid.

Oordelen

Het oordeelsvermogen is volgens Nussbaum niet alleen afhankelijk van het rationele. Emoties spelen een grote rol in het oordelen.
Filosofen kunnen emoties moeilijk hanteren. Oprispingen en impulsen, verbeelding en instinct, angst en jalousie, woede en walging, hoe hou je het allemaal uit elkaar en in de hand.
Hoe zouden we ooit onze wereld bewoonbaar kunnen maken zonder de zonder de meest erbarmelijke ellende te overleven. Onze gevoeligheid voor wat goed of slecht is, is er sterk door ontwikkeld.
Wij hebben niet alle factoren in de hand die bijdragen tot ons levensgeluk. Dat moeten we leren inzien voor een adequaat oordeelsvermogen.
Emoties bij verlies, falen en verdriet moeten we toestaan. Negatieve emoties wegredeneren levert niets op.

 

Rechtvaardigheid

De Amerikaanse filosoof John Rawls (1921 -2002) heeft met zijn boek Een Theorie van rechtvaardigheid een politiek ontworpen voor een rechtvaardige en democratische samenleving.
Rechtvaardigheid is de eerste deugd van sociale instituties zoals waarheid dat is van denksystemen. Rawls is het oneens met Isaiah Berlin die beweert: Vrijheid en gelijkheid kunnen haaks op elkaar staan. Daarin schuilt volgens Rawls de tragiek van de liberale keuzevrijheid.
Rawls kiest voor de inrichting van een sociale democratie die zowel de fundamentele vrijheidsrechten van elke burger honoreert alsook de claims van democratische gelijkheid.
Hij verwerpt het utilitarisme dat voorrang geeft aan “maatschappelijk nut” met opoffering van de rechten van het individu. De mens is een doel op zichzelf.

Primaire goederen

Samenwerking brengt niet alleen een materieel product (inkomen en vermogen) voort, maar ook fundamentele rechten, vrijheden en kansen.
Deze primaire hulpbronnen zijn noodzakelijke “hulpbronnen” voor iedereen. Zijn rechtvaardigheidstheorie (Justice as Fairness) formuleert beginselen om levenskansen van personen (primaire goederen) rechtvaardig te verdelen.
Zij richt zich op ongelijkheden die door drie factoren worden bepaald: je natuurlijke begaafdheden, je afkomst, je omstandigheden.
Natuurlijke gegevens van de persoon kun je niet veranderen zonder zijn rechten aan te tasten.
Sociale regelingen zijn echter afgesproken. Zij kunnen dus in overleg veranderd worden in een richting die meer recht doet aan iedereen. Dat betekent kort door de bocht: meer kansen voor mensen met minder.

 

Respect

Het werk van de politiek filosoof Rawls zoekt een antwoord op de vraag hoe we in een beschaafde samenleving met elkaar om moeten gaan.
Je zult recht moeten doen zowel aan mensen die het al redelijk “maken” als aan mensen die nog onvoldoende kunnen “meedoen”.
Zowel de vrijheidsrechten van elke burger moeten worden gegarandeerd alsook het recht op een “volkskapitalisme” (een democratie van bezitters).
Fundamentele vrijheden in gelijke mate voor elke burger hebben voorrang. Voorwaarden voor een billijke gelijkheid van verwervingskansen zijn meer waard dan primaire goederen (inkomen en vermogen).
Is dat beter te realiseren in volkskapitalisme of in een kapitalisme in de vorm van een verzorgingsstaat?

Welke keuze

Rawls vindt dat de kapitalistische verzorgingsstaat in gebreke blijft. De verzorgingsstaat komt pas te hulp als de burger in achterstand is geraakt.
Daardoor ontstaat een ontmoedigde onderklasse, die afhankelijk wordt van hulp, niet meer meedoet en geďsoleerd raakt.
In een “democratie van bezitters” (volkskapitalisme) moeten vanaf het begin de maatschappelijke instituties zo zijn ingericht dat burgers beschikken over voldoende hupbronnen zoals kapitaalgoederen en menselijk kapitaal (kennis, vaardigheden en kansen).
Op deze wijze kunnen zij op voet van gelijkheid samenwerken, voor zichzelf zorgen en geholpen worden om achterstand te voorkomen.
Kenmerkend voor een “democratie van bezitters” is dat het bezit van vermogen goed gespreid is. Dat voorkomt dat de rijken de politiek beheersen te koste van de armen.

 

Paranormaal

Wonderen en onverklaarbare zaken hebben me altijd geboeid. Ik heb altijd willen weten in hoeverre iemand kan weten, wat een ander denkt (telepathie). Ik snap niet dat iemand kan zien wat er in de toekomst of heel ver weg gebeurt (helderziend).
Op twee plaatsen tegelijk aanwezig zijn (bilocatie). Talen spreken zonder ze ooit geleerd te hebben. Uittreden: iemand kan zijn geest laten uittreden zodat hij zichzelf kan zien. Magnetisme: Iemand kan zweven en laten zweven. Onbegrijpelijk.
Dat kreeg ik in de gaten toen pater Herman over zijn ervaringen in de missie vertelde. Hij was een sober en nuchter mens, weinig spraakzaam, serieus, zonder pretenties, kortom: de betrouwbaarheid zelf.

Missieverhalen

In een missiestatie in Zuid Afrika hadden men veel last van een vrouw die “door de duivel bezeten” was. Ze sprak Duits, Engels, Grieks en Latijn en wist wat iedereen op zijn kerfstok had.
De vrouw veroorzaakte veel onrust en overlast. De duivel moest uitgedreven worden. Exorcisme is een van de zeven lagere wijdingen. Iedere priester kan de duivel uitdrijven.
Er werden vrijwilligers gevraagd. Geen missionaris meldde zich. Het lot beschikte en pater Herman was de klos.
De bezeten vrouw werd vastgehouden door twee sterke mannen. Ze ging enorm te keer, ze steeg woedend omhoog en sleurde de twee mannen mee in de lucht. Hoe hoog weet ik niet. Nadat de duivel was uitgedreven stonden ze uitgeput op de grond.

 

Missieverhaal

Pater Herman was zijn leven lang missionaris geweest in Zuid Afrika. Hij vertelde het volgende.
“Een goede kennis, een Afrikaanse medicijnman, waarschuwde me dat een vriend op sterven lag. Pater Herman wilde graag afscheid nemen. Dat kon niet, het was meer dan een dag lopen.
“Ik ga er even heen”, zei de medicijnman. “Ik zeg hem, dat je graag wilde komen”. Even later zei de medicijnman: “ik ben er geweest, je vriend was erg blij dat je aan hem dacht. Hij is gestorven en hij is je dankbaar”.
Pater Herman heeft het tijdstip en de boodschap genoteerd. Bij een later bezoek aan de familie vertelden ze hem dat een medicijnman aan het sterfbed was gekomen en de boodschap had doorgeven.
De boodschap en het tijdstip klopten precies. Toch was de medicijnman ook bij pater Herman blijven zitten. Hij was dus op twee plaatsen tegelijk.

Wat zegt de wetenschap

Jarenlang heeft de parapsychologie wetenschappelijk onderzoek gedaan. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van buitenzintuiglijke verschijnselen. Verder komt men niet.
In Ganzfeld experimenten werden proefpersonen volledig geďsoleerd. Ze moesten raden wat er stond op een foto in een gesloten enveloppe in een andere kamer.
Ook de onderzoekers wisten het niet. De foto werd getoetst aan de beschrijving van de proefpersoon. De scores waren hoger dan wat de kansberekening (toeval) aangeeft.
Het lijkt erop dat we dingen kunnen waarnemen of voelen buiten onze zintuigen om.

 

De jeugd

“Die jeugd van tegenwoordig”! Door de eeuwen heen een bekende uithaal. De bekende Griekse wijsgeer Socrates zei het 2500 jaren geleden al: “De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, heeft lak aan gezag en praat zoals ze zou moeten werken. Jongeren spreken hun ouders tegen, schrokken aan tafel en tiranniseren hun ouders”.
Het is alsof je de buurman hoort praten op een verjaardagfeestje. Ze roken meer, gebruiken meer alcohol en drugs en doen te weinig aan lichaamsbeweging. Hun overgewicht rijst de pan uit.
De jeugd is in gevaar. Slikken, snuiven, zuipen, de kicks en de seks. Je kunt een klap voor je kop krijgen als je er wat van durft te zeggen.

Doemdenken

Is het doemdenken of is het eerder de barre werkelijkheid. De meest jongeren doen echt hun best op school, zijn goed met hun ouders en werken hard. Ze zijn echt van plan om brave burgers te worden. Een gelukkig gezinsleven is hun toekomstideaal.
Ouderen hebben zich altijd zorgen gemaakt over de toekomst van jongeren. Maar jongeren worden ook ouder en wijzer.
“De nozem zoekt het avontuur, knokken en rellen”, schreef Jan Vrijman. “De rest is verveling, dat is geen leven, de burgerlijke sleur van werk en gezin”.
Het nihilisme van de nozem was slechts schone schijn. De nozem zit nu in de huiskamer bij de wieg in plaats van op straat of in de café rond te hangen.

 

Vroeger

“Vroeger was het allemaal beter”, denken we. De kloof tussen burger en politiek lijkt alleen maar groter geworden. De bestrijding van het terrorisme is vaak erger dan de kwaal.
Moslims willen niet integreren. De Chinezen dreigen onze economie te overvleugelen. Onze wereld vervuilt, het klimaat gaat naar de knoppen.
Vroeger waren we idealistischer. Er was meer saamhorigheid. Rijken worden rijker en armen worden armer.
De droom van gisteren steekt scherp af tegen de werkelijkheid van vandaag. Nu kiest iedereen voor zichzelf. Eigen vrijheid en eigen houvast.
Eerst alles wat eigen is. Eigen soort, eigen buurt, eigen familie, ook eigen volk eerst.

Is de kloof zo groot

Of is de overbrugging zo moeilijk omdat de funderingen van verleden en heden zo verschillend zijn. Aan de ene kant de harde realiteit van vandaag waar je niet omheen kunt. Aan de andere kant het verleden dat we kunnen idealiseren. Droom en werkelijkheid verschillen als dag en  nacht.
Wat bedoelen we met vroeger? De jaren negentig is te kort geleden. In de jaren tachtig hadden we een economische crisis. Een muur tussen Oost en West vol oorlogsdreiging.
De jaren zeventig en zestig straalden optimisme uit. Ze waren de bakermat van de culturele revolutie waar we nu de naweeën van ervaren.
Zijn het de jaren vijftig waaraan wij onze warme gevoelens ontlenen. Onwettige kinderen werden afgestaan. Homo’s waren mensen met een beperking.

 

Buitenspel

Ouderen tellen in Nederland niet mee. Ze produceren niets waarmee onze nationale economie kan concurreren op de wereldmarkt. Dat is de heersende mening die bepaalt hoe wij elkaar waarderen.
Dat verhaal gaat erg mank, want ouderen zijn zeer verdienstelijk en erg onmisbaar in de samenleving. Iedereen kan zien dat een hoge productiviteit van jongeren niet mogelijk is als ouderen niet een handje helpen.
Economie is grofweg geld verdienen. Op welke manier is minder relevant. Dat is totaal iets anders dan je verdienstelijk maken voor je omgeving.
Professor in de gerontologie Rudi Westendorp schreef het boek Buitenspel waarin hij dit probleem aan de orde stelt.

Ouderdomsziekten niet de moeite waard

De geneeskunde investeert in aandoeningen van jongeren, niet in ouderdomskwalen. “Ouderen moeten leren leven met hun kwalen”, is de opvatting van veel dokters.
Het gevecht tegen ouderdomsziekten is de moeite waard. Dat geldt niet alleen voor de medici, maar vooral ook voor de ouderen zelf. Ze moeten niet buitenspel gaan staan en zich ook niet buitenspel laten zetten.
Mensen gaan niet voorspelbaar dood aan hoge leeftijd, maar door een opstapeling van ziekten en kwalen. Die ziekten kwalen zijn goed te behandelen.
Ouderdomsgebreken moeten bestreden worden. Ouderen moeten zich mobiliseren en een actieve houding in de samenleving aannemen. Wachten op oud worden en het einde heeft geen zin. Oud worden doe je later.

 

Jong blijven

Een passant op enige afstand zou kunnen zeggen: “Kijk die ouderen eens, eerst waren ze zielig en zorgbehoeftig. Nu hebben ze meer geld en vrije tijd te besteden dan wie ook. De meeste miljonairs zijn ouder dan vijftig”.
Ouderen zijn vrij van werkdwang. Ze zijn uit de kinderen. Ze beleven plezier aan hun kleinkinderen. Ze passen op en springen bij, hun lust en hun leven.
Vrij als de vogels in het veld. Als ze al een zweem van ouderdom zouden voelen, worden ze bij hun pensionering onmiddellijk overvallen door droombeelden van een tweede jeugd.
Mensen worden niet oud zolang ze jong willen zijn. Er is alle reden om jong te blijven. Ouderen kunnen doen wat ze willen. Ze leven in paradijselijke toestanden.
Dat is het romantische beeld van ouderen, dat een toevallige voorbijganger in onze samenleving zou kunnen opvangen.

Andere kant van de medaille

Op latere leeftijd nemen chronische ziekten en gebreken toe. De kosten voor “gezondheid en zorg” stijgen naarmate mensen ouder worden. Dat geldt ook voor “wonen en welzijn”. De laatste levensjaren zijn het duurst.
“Oud worden is duur”, zou je kunnen stellen. Dat is een beperkte zienswijze. Wie niet investeert in jeugd, schept geen toekomst. Dat geldt evenzeer voor ouderen.
Wie wil er hard werken zonder een goede oude dag in het verschiet. Die goede oude dag vormt overigens een bron van menselijk kapitaal in onze samenleving.

 

Oud worden doe je later

Het bedrijfsleven heeft het belang van een goede motivatie en een eigen drive al lang ontdekt. Eigen inbreng leidt tot productiewinst.
Hetzelfde fenomeen doet zich overal in de samenleving voor. Wie zijn leefsituatie actief beleeft, eigen regie voert en participeert in zijn leefomgeving, voelt zich gelukkiger en blijft langer gezond.
Het human capital dat bij ouderen in ruime mate aanwezig is, geeft extra draagkracht aan de samenleving.
Wie zich slachtoffer voelt van zijn leeftijd, wordt door zijn omgeving als een slachtoffer behandeld. Hij wordt een voorwerp van zorg en welzijn en verliest de greep op zijn leven.
Wie het menselijk tekort slechts passief ondergaat en er geen positieve wending aan geeft, laat enorme kansen liggen. Eigen regie is van levensbelang voor een gunstig levensperspectief.

Leidraad

Ouder worden doe je later. Je bent - zo plezierig mogelijk - aan het ouder worden, zo lang je daar jong bij blijft.
“Dat ouder worden van vroeger”, doen we later wel. Wie lijdt aan het ouder worden, wordt er het slachtoffer van. Actief ouder worden, daar blijf je jong bij.
Je leven is vooral wat je er zelf van maakt. Daar moet leiding aan geven. Dat kunnen anderen niet voor je doen. Die kunnen daar hoogstens voorwaarden voor scheppen.
Oud worden is allerminst een terminale ziekte waarvan de fatale afloop voorspelbaar is.

 

Verlichting

“Heb de moed om je eigen verstand te gebruiken”, is de zinspreuk va de Verlichting. Sapere aude! Durf te denken.
Het lijkt erg comfortabel en het kost je weinig moeite als je er van uitgaat dat anderen het beste weten wat goed voor je is en hoe je moet leven.
Als je om je heen kijkt zie je politici, profeten en geleerden die allemaal van mening verschillen over hoe een burger zich moet gedragen en hoe hij tegen de wereld aan moet kijken.
Je ziet een oerwoud van opvattingen, houdingen en ambities om je heen. Als puntje bij paaltje komt zal die wirwar van stromingen en slangenkuilen jou niet gemakkelijk een richtsnoer geven.
Jij zult je eigen levensweg moeten banen door het oerwoud, je eigen roeping vanuit eigenwaarde moeten volgen en je eigen verstand moeten gebruiken.

Immanuel Kant (17024 -1804)

Kant was een van de grote filosofen en grondlegger van het moderne denken. Hij heeft zijn woonplaats Koningsbergen nooit verlaten, toch oefende hij een enorme invloed uit op de hele moderne wereld.
Hij is nooit getrouwd. Zijn leven werd gekenmerkt door een strikte dagindeling. Je kon de klok gelijk zetten op zijn dagelijkse wandeling.
Zijn leven werd bepaald door een morele strengheid die voortkwam uit het vrome milieu van zijn ouders.
Kant werd een rationalist genoemd omdat hij zijn verstand gebruikte. Daar is moed en doorzettingsvermogen voor nodig.

 

Boeddhisme

Het Boeddhisme is geen geloof, maar een levensbeschouwing. Alles staat in het teken van zuiver denken en zuiver handelen. Mediteren helpt daarbij. Gautama was 2600 jaar geleden een koningszoon, ergens in het huidige Nepal.
Hij ontmoette een oude man, een zieke en een monnik. Door de oude en de zieke man ontdekte hij de kwetsbaarheid van het leven. Hij zag hoe de monnik zich vrij had weten te maken van wereld, kwaad en lijden.
Toen hij 29 jaar was ging Gautama zwerven. Hij vastte, onderwierp zijn lichaam aan beproevingen en trok zich terug in meditatie. Hij ontdekte dat “een einde aan het lijden” niet vinden is in een luxe leven en ook niet in versterving.
Je moet goed voor je lichaam zorgen om goed te kunnen denken en mediteren. Voortaan ging Gautama verder door het leven onder de naam Boeddha, de verlichte.

Leer van Boeddha

Boeddhisten willen “de verlichting” bereiken, de absolute rust en harmonie. Lijden en onvrede ontstaan vanuit begeerte, haat en onwetendheid.
Boeddhisten leven vanuit liefde en compassie. In een positieve mentale toestand wens je het beste voor alles wat bestaat. Je leven in dienst stellen van alle levende wezens begint bij jezelf.
Lijden is vooral de ervaring dat het leven geen bevrediging geeft.
Het achtvoudige pad met leefregels van juist zien, denken, handelen, leven en concentratie leidt tot het opheffen van het lijden en het opgaan in het nirwana.

 

Meditatie

Tibetaanse monniken geloven in reďncarnatie. Zen-boeddhisten hebben niet veel op met wedergeboorte. Zij geloven wel dat doorgegeven wordt wat je in je leven doet.
Het “karma”, dat is alles wat je doet, heeft zijn blijvende effecten. Je bent zelf verantwoordelijk voor dingen die je doet.
Meditatie is een manier om het bewustzijn en positieve emoties te ontwikkelen. In meditatie vind je de rust om geconcentreerd bezig te zijn.
Bij concentratiemeditatie richt je de aandacht volledig op een object of een gedachte. Bij inzichtmeditatie probeer je alles wat in je opkomt te analyseren.
De meditatie helpt je om een positieve gemoedtoestand te bereiken, rust, concentratie en vriendelijkheid. Door meditatie krijg je een beeld van jezelf, van anderen en van het leven.

Je moet er iets voor doen

Boeddhistische monniken kennen veel leefregels die variëren van slaapgewoontes tot hygiëne. Haardracht is een expressie. Door je kaal te scheren laat je dat los.
Het klooster heeft strenge leefregels. Dat is een goed klimaat om je te concentreren.
Boeddhisten hebben vijf leefregels: 1.doe een ander geen kwaad. 2.neem niet wat je niet gegeven is. 3.geen seksueel wangedrag. 4.wees oprecht. 5.hou je geest helder.
Boeddhisten zijn vegetariër, want je mag geen mens of dier doden. Alcohol, drugs en uien mogen niet, want ze zijn onrustig voor geest en lichaam. Mannen en vrouwen leven gescheiden in kloosters.

 

Democratie

“De burgers zijn de baas over zichzelf en over volk en vaderland”, dat is democratie. De burgers zeggen wat het volk wil en bepalen het beleid van de overheid.
We kunnen de burgers persoonlijk vragen wat ze willen. Als we dat weten, kan men aan hun vragen en wensen tegemoet komen.
Tegenwoordig kunnen we dat technisch via peilingen, enquętes en onderzoek realiseren. Vroeger kon dat niet.
Bij gebrek aan beter waren we aangewezen op een vertegenwoordiging van het volk. De burger kiest voor een politieke partij. Die politieke partij rangschikt zijn vertegenwoordigers op een kieslijst.
De burger brengt zijn stem uit op zijn vertegenwoordiger. Die vertegenwoordiger wordt geacht te handelen en te besluiten zoals zijn kiezer dat wil.

Hoe werkt het

Als een ideale vertegenwoordiging al mogelijk zou zijn, doen zich toch complicaties voor.
De besluitvorming in een politieke partij is het resultaat van een compromis. Als jouw vertegenwoordiger verliest, kan hij slikken of stikken en jij ook.
Een politieke partij wil regeren. Ook daarvoor worden compromissen gesloten. Afspraken en deals zijn de sleutel tot succes. Ook als dat haaks staat op wat de kiezer wil.
Slagvaardige kopstukken maken de deals. De mening van de kiezer is daarbij een lastige factor.
Een coalitie moet binnen vier jaar zijn beleid doordrukken en onomkeerbaar maken. Het motto is daarom: ”De kiezer heeft gesproken en tot over vier jaar is hij monddood”.

Emotie

Filosofen zijn vaak erg voorzichtig met emoties. Zij gaan nogal rationeel te werk. Dat betekent afstand nemen, overzicht en orde scheppen, analyseren, je zicht niet laten vertroebelen. De filosofische argwaan tegen ongeremde gevoelens is groot.
Gevoelens zijn veel meer iets voor psychologen. Zij hebben er voor gestudeerd. Ook voor psychologen geldt dat je moet kunnen invoelen wat emoties doen, maar je oordeel mag er niet door overspoeld worden.
Gevoelens en emoties kunnen heel primitief zijn, energiestromen in onze evolutie waar de menselijk geest slechts moeizaam greep op krijgt. Maar ze hebben ontegenzeglijk grote invloed op ons leven, onze geschiedenis en ons samenleven.
Onderdrukt of vrij gevochten, ongeremd of gestuurd, bepaalt door de energie van de genen of ingedamd door aanpassingsvermogen, feit is dat het denken opleeft door emotie.

Oordeelsvermogen

“Emoties spelen een grote rol bij het oordelen”, zegt Martha Nussbaum, hoogleraar recht en ethiek in Chicago. Hoe zouden we ooit van slavernij en uitbuiting verlost zijn zonder onze emoties.
Zou onze intelligentie ooit zo aangescherpt zijn om onze wereld bewoonbaar en onze samenleving leefbaar te maken, als we niet eerst in erbarmelijke omstandigheden hadden moeten overleven.
Hadden we onze emoties laten afstompen of verdringen dan was dat ten koste gegaan van onze morele gevoeligheid voor wat goed of slecht is.
Emoties moeten worden gezien als een intelligent antwoord op waarderingen in onze ethische reflectie.

 

Op zoek

Sinds mensen zich bewust werden van hun situatie in de wereld zijn ze op zoektocht naar antwoorden en zingeving.
Mensen zoeken naar religie (het verband) in hun leven en bestaan. Van de 100 mensen zeggen er 85 dat ze religieus zijn, 33 Christenen, 20 Moslims en 22 iets anders.
Van de 15 mensen die zich niet religieus noemen zullen er hoogstens 3 zeggen dat ze het bestaan van opperwezen afwijzen.
“God is dood”, zei filosoof Friedrich Nietsche. Wetenschap is gebaseerd op ervaringen binnen onze immanente wereld. Daarin valt niets bovennatuurlijks te bewijzen.
Op rationele wetenschappelijke gronden kan men God geen bestaansrecht toekennen. De vraag blijft of de ratio hierin het laatste woord heeft.

Religie

Godsdiensten proberen een antwoord te geven op klemmende vragen over eindigheid, menselijk tekort en de zin van tegenstrijdigheden in onze werkelijkheid. Dat is niet niets.
Uitgaande van de vooruitgang van wetenschap en techniek werd in de jaren zestig voorspeld dat religie vanuit evolutionair oogpunt gezien tot uitsterven gedoemd was. De wereld zou binnenkort seculariseren.
De zieners van de jaren zestig gingen ervan uit dat godsdienst een irrationeel bijgeloof is. Godsdienst kan heel goed functioneren als een kompas voor het leven, als een “reddingvlot” op de zee van het bestaan.
De zekerheid van een godsdienst is veel comfortabeler dan verscheurende twijfel. Religie verdwijnt niet, maar verandert wel.

 

Leefbaar

Hoogleraar Kees de Hoog, gezinssocioloog aan de universiteit van Wageningen, houdt zich bezig met de levensloop van oud en jong.
“Als we zo doorgaan, wordt Nederland onleefbaar voor ouderen”, zegt hij. Dat geldt overigens ook voor chronisch zieken, mensen met een beperking en minima.
Het is te gek dat er nauwelijks beleid wordt ontwikkeld om de gevolgen van de vergrijzing het hoofd te bieden. Niets kun je immers zolang tevoren zien aankomen.
De vergrijzinggolf is ruim vijftig jaar geleden geboren. Nu pas beginnen we ons te realiseren dat vergrijzing meer voorzieningen - en meer geld - kost dan we er voor willen betalen.

Economie in gevaar

Een afnemend aantal werkende mensen moeten de kost verdienen voor een toenemend aantal mensen die niet meer werken en van voorzieningen moeten leven.
Dat is het schrikbeeld voor onze economie. China en India, landen met weinig voorzieningen dreigen de slag om de wereldeconomie te winnen.
Een primaire reactie is dan: “investeren in werken staat voorop, laat de mensen die niet werken maar voor zichzelf zorgen. Voorzieningen belasten onze economie te zwaar”.
De overheid paste passief op de centen, maar investeerde te weinig in actieve toekomstmodellen. Nieuwe wijn werd in oude zakken geborgen.
Vergrijzing vergt een andere inrichting van de samenleving, dat is allerminst een sinecure. Dat heeft de politiek te weinig begrepen.

 

Voorzieningen

Naarmate onze eigen mogelijkheden beperkter zijn, zijn we meer aangewezen op voorzieningen om zelfstandig en vrij te kunnen leven en maatschappelijk te kunnen participeren.
Voorzieningen staat hier voor een breed scala van wetgeving, regelingen, verzekeringen, fondsen, diensten en uitkeringen voor werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen, onderwijs, opvoeding, wonen, gezondheid, welzijn, zorg, maatschappelijke ondersteuning en infrastructuur.
Ze zijn van het grootste belang om hier op aarde kwalitatief goed te kunnen leven en bestaan.
Voorzieningen moeten worden ingesteld, onderhouden en betaald worden uit onze nationale productie.

Onze productiviteit

Onze voorzieningen moeten betaald worden door een productieareaal met hoge lonen en een hoog voorzieningenniveau dat de concurrentie op de wereldmarkt aan kan.
In deze concurrentiestrijd staan wij permanent voor het dilemma of we ons hoge niveau van voorzieningen kunnen betalen en of dit niveau hoog genoeg is om hoogwaardig te kunnen produceren.
Wij kunnen staatsschulden maken, maar de generaties na ons moeten daarvoor boeten. Over twintig jaar moeten drie (nu nog vijf) werkenden de kost verdienen voor twee gepensioneerden.
De gepensioneerden leven veel langer en worden veel ouder dan vroeger.
De vergrijzing, de slechte positie van laag opgeleiden, de fragmentatie van de samenleving en de mobiliteit van het kapitaal zetten de sociale welvaartsstaat onder grote druk.
Vooral de onderkant van de samenleving die op een goed niveau van voorzieningen is aangewezen, zal het moeilijk krijgen.

 

Consumenten

De ontwikkelingen naar de nieuwe informatiemaatschappij hebben niet die vlucht genomen die velen van ons verwacht hadden. De ICT beurskoersen zijn enorm gekelderd en krabbelen moeizaam overeind.
“Toch zullen de gevolgen van de informatierevolutie ingrijpend zijn”, zegt Jeremy Rifkins van de Amerikaanse Foundation on Economic Trends.
Die fundamentele veranderingen in onze economische verhoudingen - ook menselijke relaties - gaan gewoon door. Het einde van het ons bekende kapitalisme is in zicht.
De markteconomie wordt vervangen door een netwerkeconomie. Geen kopers en verkopers meer, maar consumenten en aanbieders.
In plaats van de markteconomie, gebaseerd op verkoop van arbeid, goederen en diensten, krijgen we een netwerkeconomie. De goederen blijven in bezit van aanbieder. Voor de toegang tot en gebruik van het product wordt betaald.

Toegang en gebruik

Een voorbeeld van toegang tot het product is de leaseauto. De gebruiker betaalt voor het gebruik.
De toegang (zoals bezit, leasen, huren en pachten) tot goederen heeft grote gevolgen voor het gebruik en beheer ervan. Dat geldt ook de menselijke relaties waarin dit vorm krijgt.
Dat beschrijft Rifkin in zijn boek Het tijdperk van de toegang.
In een markteconomie maakt je winst door de productie op te voeren en daarmee stuit je al gauw op de grenzen van wat onze wereld en milieu aankan.
In en netwerkeconomie maakt je winst door slimme samenwerking, door kostenbesparing en door gerichtheid op een duurzame toekomst.

 

De school

De onderwijswereld verkeert in voortdurende onrust. Vernieuwingen in het onderwijs roepen beelden op van een dynamiek waarin de revolutie zijn kinderen opeet.
Veel bombarie, maar weinig garen op de klos. “Ons schoolmodel is niet meer van deze tijd. Het is afgestemd op leerlingen die niet meer bestaan en op de maatschappelijke behoeften van het verleden”, zegt de Utrechtse orthopedagoog Luc Stevens.
Stil zitten en leerstof reproduceren is onproductief geworden. De leerling gaat aan de passiviteit van de school voorbij. Het bedrijfsleven sluit aan op de individuele capaciteiten van de medewerker. Onze moderne economie draait op maatwerk.
Vooral de mogelijkheden van de school bepalen het onderwijs dat wij genieten. Dat staat haaks op een vraaggestuurde organisatie van het onderwijs, waarbij de extra mogelijkheden van de leerling worden aangeboord.

Civiel effect

De school zal inspelen op het hoge slagingspercentage van zijn leerlingen om zijn civiel effect te bewijzen. De overheid wil laten zien dat investeringen in het onderwijs optimaal rendement opleveren.
De media focussen op het gevoel en instinct van de meerderheid om de noodzakelijke lees- en kijkcijfers te verhogen en zich te verzekeren van de instemming van hun publiek.
Dat alles levert - samen met een onderwijscultuur die zijn eigen toekomst schept – een klimaat op waarin de juiste onderwijsvernieuwingen moeilijk te realiseren zijn.

 

kortManagers

“Minder bureaucratie”, is de kreet die je overal hoort. Maar ook: “ze doen maar”. “We krijgen geen waar voor ons dure belastinggeld”.
Ons geld verdwijnt in de zakken van ambtenaren en managers. Dat gaat ten koste van een effectieve dienstverlening aan de burgers.
De organisatie en verantwoording van publieke dienstverleners en instellingen is niet transparant en inzichtelijk. Dat moet anders.
Voor een directie die verantwoordelijk voor werkuitvoering heeft dat als effect: “meer managers”. Voor managers betekent het: “registratie en controle vormen het bewijs van een verantwoorde werkuitvoering”.
Het resultaat is: “meer bureaucratie, meer management”. Verdienstelijke werkers op de werkvloer worden in het beter betaalde management opgenomen en onttrokken aan de werkvloer.
Minder handen aan het bed, minder onderwijzers voor de klas, meer ambtenaren te betalen met geld voor voorzieningen. Allemaal ten koste van concrete dienstverlening.

Dienstbaar

In het rapport Bewijzen van goede dienstbaarheid schrijft de Wetenschappelijk Raad van de Regering (WRR) dat de overheid niet in staat is tot inhoudelijk aansturen.
Daarom stuurt ze op het meetbare resultaat waarop wordt afgerekend. Wat niet gemeten kan worden is dus niet van betekenis. Dat leidt tot vervreemding op de werkvloer.
Het effect van een warme douche kan niet gemeten en geregistreerd worden, levensgeluk en luisteren naar een cliënt ook niet.
Streefcijfers en productiviteit maken de dienst uit. Fusies, standaardisatie en rationalisatie. Dat leidt – met een knipoog naar de bio-industrie – tot intensieve ”menshouderij”.

 

Vrije markt

De vrije markt biedt een sprookjesachtige sfeer. Initiatief en inzet van eerlijke concurrentie komen ten goede aan de burger.
Sommigen binden de strijd aan tegen het onrecht op de vrije markt, waaraan burgers ten prooi dreigen te vallen.
Zeker is dat de “vrije markt” zijn nut bewijst. Het staat ook als een paal boven water dat voor elke burger op de eerste plaats basisvoorzieningen moeten worden gegarandeerd, voordat zij met succes aan het spel van de vrije markt deelnemen.
Fundamentele zaken als sociale zekerheid, opvoeding, veiligheid, onderwijs, gezondheid, inkomen, welzijn en wonen zullen in voldoende zeker gesteld moeten worden.
Over de mate waarin deze zekerheid wordt gegeven en in welke mate de vrije markt hierbij een nuttige functie kan vervullen, daarover kan men nog lang discussiëren.

Solidariteit

Een aspect van betekenis is de eigen vrije eigen keuze om producten en diensten met een eigen budget in te kunnen kopen. Om te kunnen kiezen is er een markt nodig die reageert op vragen van de consument.
De vrije markt probeert vat te krijgen op producten van “wonen, welzijn en zorg”. Privé klinieken worden met moeite in bedwang gehouden. Ouderen worden in thuiszorg gepaaid met pluspakketten.
Gelijke toegang voor iedereen in de zorg is nog steeds het motto. Het ziektekostenstelsel verzekert ons in gelijke mate. Wie het niet goed kan betalen, krijgt zorgtoeslag.

Grijs op wereldschaal

Tegen 2050 wonen er maar liefst twee miljard 60-plussers op onze planeet. De meeste van hen wonen in ontwikkelingslanden.
De wereldbevolking vergrijst in snel tempo. In het jaar 2000 waren er nog maar 600 miljoen 60-plussers. Nu heeft wereldwijd één op de tien mensen zijn zestigste verjaardag al gevierd.
In 2050 is dat één op de vijf en in 2150 is dat één op de drie. Nu leven twee van de drie mensen in ontwikkelingslanden. Over 25 jaar is drie van de vier.
Een ander probleem is dat het aantal 80-plussers snel groeit zowel in rijke als in arme landen. We hadden in 2002 210.000 100-plussers. In 2050 zijn het 16 maal zo veel.
De VN zijn van mening dat we een einde moeten maken aan de mythe dat ouderen onproductief zijn, afhankelijk zijn en onomkeerbaar aftakelen.

Oorzaken

De algemene levensverwachting van de wereldbevolking is de laatste jaren sterk gestegen. In 1950 was de gemiddelde leeftijd 59 jaar, nu is dat bijna 80 jaar.
Het levenspeil is gestegen door nieuwe technologie, beter voedsel, behuizing en medicijnen. Tegelijk neemt het aantal geboorten wereldwijd, ook in ontwikkelingslanden, af.
In de snel groeiende dichtbevolkte landen India, China, Pakistan, Nigeria, Bangladesh en Indonesië worden steeds minder kinderen geboren. Vooral in Afrika heeft aids toegeslagen.
Deze toenemende vergrijzing legt een enorme druk op de samenleving.

 

Genparadijs

De mens, besteld op maat, komt eraan. Je kunt de ideale mens - zeg maar: übermensch - straks als “een broodje van de plank” bij een centrum voor gentherapie bestellen.
Optimistische deskundigen voorspellen dat het nog deze eeuw mogelijk moet zijn ongeboren menselijke vruchten zodanig te bewerken dat ze aan elk programma van eisen kunnen voldoen. Kinderen maken á la carte kan.
Dat kan een samenleving met ideale mensen opleveren. Of dat leidt tot een ideale samenleving, is iets anders. Maar je bent geen profeet als je voorspelt, dat het serieus geprobeerd wordt.
De mensengeschiedenis heeft een scala van droombeelden, utopieën en heilsverwachtingen aan zich voorbij zien trekken.

De toekomst is gisteren begonnen

In de toekomst kan men ideale mensen kweken. Die ideale mensen kunnen een samenleving scheppen die aan alle wensen tegemoet komt.
We kunnen straks kinderen bestellen op proefmonster of op profiel zoals we nu een bankstel uitzoeken of een burgemeester kiezen.
Bij een miskleun of miskloon, zal de miskloon zijn ouders, producers en bedenkers voor de rechter dagen. Ze kunnen hoge schadeclaims tegemoet zien.
De genentechnologie kan op de duur zowel de gebruiker als het product zeer ingrijpend veranderen. Wie blijft er dan over om het tij te keren om ontoelaatbare ontwikkelingen te voorkomen?
De eigen ingebouwde grenzen zullen wellicht hun werk doen. Wie onsterfelijk geworden is, zal zich onsterfelijk vervelen en er een eind aan maken.

 

In de driehoek

Eén op de vijf mannen en één op de tien vrouwen gaan vreemd. “Wat drijft hen in de fuik van de driehoeksverhouding”. Dat is de vraag voor Carolien Roodvoets, relatietherapeute en seksuologe in haar boek Duivelsdriehoek.
Veel mensen storten zich in een buitenechtelijke relatie zonder perspectief. Het zijn niet altijd slechte huwelijken waarin dat gebeurt.
De sleur slaat toe, de passie luwt en het contact verwatert als er niet wordt geďnvesteerd in een relatie.
Je ziet een droomwereld waarin romances opbloeien en waar liefde en waardering gewichtloos uit de hemel vallen.
Als het klimaat in het huwelijk wat koeler geworden is, worden de illusies daarbuiten verleidelijker.
Je bent altijd in watten gelegd. Waarom zou er op het pad van de liefde niet meer kunnen?

Trouw aan jezelf

Zeventig procent van de alleenstaande vrouwen heeft wel eens een verhouding gehad met een man die al gebonden was aan een partner.
Dat zijn 300.000 minnaressen die meer verwachten van een romance dan van een vaste relatie.
De meest voorkomende driehoeksverhouding is een gebonden man en een ongebonden maîtresse.
Mannen zijn in staat om zichzelf en hun partner veel wijs te maken.
Dubbelhartigheid in je levenshouding en onvoldoende trouw aan je zelf ondermijnt het geloof in je zelf.
De minnares zal vaak intimiteit en bevestiging zoeken waaraan ze in haar jeugd te weinig toekwam. Een gelijkwaardige relatie veronderstelt een echte binding.

 

Vergrijzing
 

De samenstelling van onze bevolking verandert sterk. Minder jongeren (ontgroening), veel meer ouderen (vergrijzing) en een groter deel van de bevolking is van allochtone afkomst (verkleuring).
Een andere bevolking betekent een andere samenleving. Deze verandering heeft verstrekkende gevolgen voor het functioneren van onze samenleving.
Werkgelegenheid, zorg, gezondheid, onderwijs, huisvesting, ruimtelijke ordening, vervoer en recreatie zullen nogal anders georganiseerd worden.
Veranderingen in de bevolking roepen onherroepelijk wezenlijke vernieuwingen op. Het is de kunst om deze vernieuwingen op het juiste tijdstip en op de juiste wijze in te voeren.

Leeftijd heeft een nieuwe betekenis

Oud en afgeschreven op je 65e behoort definitief tot het verleden. Straks bestaat er een voorkeur voor ouderen op allerlei posities in de samenleving.
Pensioen op je 65e is een idee van de vorige eeuw toen men gemiddeld niet ouder werd dan 70 jaar. 65 jaar van toen is vergelijkbaar met 75 jaar nu.
Meetellen als je jong en dynamisch bent, is over twintig verdwenen. De jonge generatie is dan immers erg klein. Hun invloed neemt sterk af ten gunste van de veel grotere inbreng van ouderen.
Categorieën van leeftijden, nominaties en politieke stromingen, groepen met sociaal economische status verdwijnen meer en meer.
Zij verlaten hun geďsoleerde hokjes en delen elkaars leefwereld. Zij vormen een mix. Dat zie je nu al op internet. Jongeren van nu, de ouderen van straks, weten daarmee om te gaan.

Denkend lichaam
 

De handen van een pianist slaan de toetsen aan zonder eerst na te denken. Als hij eerst moest nadenken, zou hij niet kunnen spelen

“Het lichaam is een bron van kennis en ervaring die we vaak over het hoofd zien”, zegt de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908 – 1961). Hij concludeert dat het lichaam zelf denkt. Het onderhoudt een relatie met de wereld, voordat het bewustzijn eraan te pas komt.

In zijn proefschrift Fenomenologie van de waarneming analyseert Merelau-Ponty het menselijke lichaam zoals wij dat ervaren. De fysiologie en de psychologie beschouwde in die tijd het lichaam als een object (een ding) onder andere objecten.“Geef jezelf een hand”. Je hand is tegelijkertijd subject (voelt de andere hand) en object (wordt gevoeld). Het gaat om het eigen lichaam, de strikte scheiding tussen subject en object valt weg. Je hebt niet alleen een lichaam, je bent ook een lichaam. Het lichaam is een subject-object geheel, “een geďncarneerd subject”. zegt Merleau-Ponty. De pianist denkt met zijn vingers. De ervaren chauffeur voelt de manuvreermogelijkheden in een enge steeg. Hun lichamelijke mogelijkheden breiden zich uit door ervaring.

Herhaling en oefening.

Je kunt pas pianospelen of autorijden, wanneer je daarvoor genoeg hebt geoefend. Je lichaam moet zich dat voldoende eigen maken. Je lichaam slaat de bewegingen die tijdens het autorijden maakt in zich op. Je krijgt het autorijden “onder de knie”, het pianospelen “in de vingers”. De herhaalde bewegingen worden een gewoonte en na verloop gaan ze deel uitmaken van wat Merleau-Ponty het habituele lichaam noemt. Hetzelfde geldt voor gebaren die je maakt, de manier waarop je loopt, kijkt, eet en denkt, je houding en de indruk die je wekt. Dit habituele lichaam onderscheidt hij van het actuele lichaam.


K(n)udde


Iedereen zal zich in deze tijden van ongewisheid over onze welvaart, wel eens afvragen: “hoe komt dat toch allemaal?”.

Ook mensen die daar serieus voor geleerd hebben, vragen zich dat af. Als ze wisten hoe het precies werkt, zouden ze wellicht maatregelen kunnen nemen om er voor te zorgen dat het gunstig voor ons uitpakt. Er zijn ernstige fouten gemaakt in de financiële wereld. Enorm hoge staatsschulden gemaakt, op de pof geleefd met creditkaarten, valse hypotheken verstrekt en verhandeld, onterecht winsten en bonussen beloofd. Economen stellen dat vast, maar ze kunnen niet uitrekenen wat je er precies aan moet doen om terug te keren naar een gezonde economische situatie. Dat is namelijk erg afhankelijk van hoe de mensen reageren. Mensen reageren als een kudde. Hun gedrag is irrationeel en onvoorspelbaar. Als iedereen zijn geld van de bank haalt, gaat die bank failliet al is ze nog zo gezond. Als iedereen vandaag zijn aandelen verkoopt, zijn ze morgen niets meer waard, al zijn de bedrijven nog zo gezond.

Kuddegedrag

De idee dat financiële markten functioneren op basis van economische wetmatigheden, kun je bij het vuilnis zetten. Ons verstand laat ons dingen doen omdat anderen het doen, daar vinden we vervolgens beweegredenen bij. Als er brand geroepen wordt vluchten we meedogenloos en in paniek de tent uit. Kuddegedrag is zou oud als de mensheid en levensgevaarlijk. In onze informatiemaatschappij komt de hele wereld met al zijn trends en paniek bij iedereen binnen. Hoe vinden wij een evenwichtig oordeel om rationeel te handelen. Dat geldt niet alleen voor onze economie, maar voor alle aspecten van bewoonbaarheid en leefbaarheid van onze aarde.


 

Modern denken
 

We kunnen niet anders zijn dan modern.

Moderniteit is volgens Canadese filosoof Charles Taylor (1931) het onontkoombare gevolg van onze geschiedenis. De oude wereld heeft zich bewezen, was vertrouwd en klassiek, maar lijdt zoals alles aan verandering en veroudering. Onze wereld verandert voortdurend. Moderniteit is ons onontkoombaar lot.
In 1989 beschreef Charles Taylor het ontstaan van de moderne persoonlijke identiteit in  Bronnen van het zelf. Dit boek is klassiek en blijft actueel bij steeds verder gaande modernisering.

Terwijl Taylor bij Bronnen van het zelf inzet met een beschouwing over de menselijke gerichtheid op het goede, begint hij bij zijn nieuwe boek Een seculier tijdperk met een overdenking over de volheid van het leven. “Kan dat”, vraagt hij zich af “zonder oriëntatie op iets dat onze wereld overstijgt”.

Seculariteit

 Taylor vindt dat seculariteit een situatie schept waarin zowel geloof als ongeloof optioneel zijn. Vijfhonderd jaar geleden was het onmogelijk om niet te geloven. Er zijn allerlei mogelijkheden tussen orthodox en atheďsme. Ook geloven is een keuze geworden in plaats van een vanzelfsprekendheid. Taylor verwerpt de simplistisch opvatting dat wetenschap het geloof onmogelijk heeft gemaakt. Juist de christelijke scheiding tussen natuur en bovennatuur, die bedoeld was en het heilige te benadrukken, kon leiden tot een opvatting waarin alleen het natuurlijke overbleef. De persoonlijke kosmos in een kil universum. Seculariteit is in hoge mate een christelijke erfenis. Iedereen heeft een referentiekader en leeft binnen een beperkte mentale horizon, waar moeilijk overheen te kijken is. Hoe je tegen de wereld aankijkt en hoe je de werkelijkheid beleeft, is vooral afhankelijk van je geschiedenis en ontwikkeling. Je houding in de wereld wordt vooral ingegeven door de veranderende wereld, waarin je bestaat en je realiseert.

 

Mededogen


Karin Armstrong heeft indrukwekkende boeken geschreven over religie.

Om er een paar te noemen: Een geschiedenis van God, De strijd om God, Islam en De grote transformatie. Haar nieuwe boek De kwestie God met als ondertitel De toekomst van religie is weer een bestseller. Het Westen is in de 17e eeuw met Newton en de opkomst van de moderne wetenschap zijn gevoel voor mythe en symboliek kwijtgeraakt. Godsdienst is een intellectuele aangelegenheid geworden, het kritiekloos aanvaarden van geloofswaarheden. Wij pakken het letterlijk en rationeel op. De oude kerkvaders en Thomas van Aquino zouden onze manier van religieus denken uitermate primitief vinden. In alle wereldgodsdiensten wordt werkelijke spiritualiteit uitgedrukt in een consistent in praktijk gebracht mededogen, het vermogen om met de ander mee te voelen.

Meevoelen

Karin Armstrong heeft het initiatief genomen voor het Charter for Compassion. Het is een kort document dat uitgaat van de gulden regel Behandel de ander zoals je zelf behandelt wilt worden. Het is een oproep tot mededogen aan mensen onderling, maar ook aan groepen en naties. Het is wel de weg die wij moeten gaan als we toekomst willen hebben.

 


Geest en lichaam


Onbewoond

Verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer (62 jaar) was schrijver op locatie op de afdeling Hersenchirurgie van het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Zijn boek Onbewoond verklaard met de ondertitel Het wonderlijke domein van de hersenen is er het resultaat van. “Je kunt thuis zitten studeren over lichaam en geest, ziel, persoonlijkheid en bewustzijn. Maar als je kijkt naar wat er gebeurt als de hersenchirurg aan het werk is, is dat een totaal andere ervaring. Schadelijke weefsels worden weggenomen, maar met welke gevolgen. De chirurg snijdt in de hersenen, maar hij snijdt ook in het brein, in de ziel en de persoonlijkheid?

Je bent meer brein dan dat je het hebt

Het boek van Pim van Lommel werd gretig gelezen, want de ziel (het bewustzijn) leek bij bijna-dood-ervaringen uit het brein te kunnen treden. Of het geestelijke zich echt uit het lichamelijke kan losmaken, blijft de vraag. Je zit anders aan je brein vast dan aan een ander lichaamsdeel. Je bent meer je brein dan dat je het hebt. Bij een hersenoperatie moet voorkomen worden dat de ziel, het bewustzijn, de persoon beschadigd wordt. De chirurg kan zo nodig praten met zijn patiënt tijdens de operatie. Hersens zijn gevoelloos, immers het pijngevoel gaat daar heen. Een klein foutje kan funest zijn voor de persoon.


 


Celkern


Alle organismen zijn opgebouwd uit levende cellen

Ons lichaam heeft meer dan 20 biljoen cellen met miljarden reacties per cel. De cel is de kleinste eenheid binnen een organisme. Zij wordt aangestuurd door de celkern. De celkern is een bolletje met een doorsnede van een paar micrometer (een duizendste millimeter). In dat bolletje ligt het complete erfelijke materiaal van het organisme opgevouwen in een DNA-streng die de levensprocessen stuurt. Uitgevouwen heeft die streng een lengte van 2 meter.

Het DNA is zodanig opgevouwen in een dubbelwandig membraan met duizenden poriën dat moleculen van binnen naar buiten en omgekeerd gecontroleerd toegang hebben.

In de celkern bevindt zich chromatine.

In dit eiwitcomplex zijn chromosomen zodanig verpakt dat speciale eiwitten het DNA kunnen manoeuvreren en laten aflezen. Duizenden genen en eiwitten werken op elkaar in. De werking van de celkern is enorm ingewikkeld. Onbegrijpelijk, hoe het functioneert. “Een kwestie van zelforganisatie”, zegt Frank Grosfeld, hoogleraar celbiologie aan Erasmus MC. “De doelgerichtheid komt voort uit grote aantallen. Het is een systeem dat ontstaat door blind toeval”. Mij gaat het ver boven mijn pet, maar ik heb een diepe bewondering voor de kern van mijn bestaan.


Cultuur


Waarom cultuur belangrijk is

De Brit Roger Scruton (1944), filosoof, schrijver en docent in Washington en Oxford wordt beschouwd als een van de belangrijkste conservatieve denkers van onze tijd. Hij heeft een nieuw boek geschreven Culture counts, in het Nederlands vertaald als Waarom cultuur belangrijk is. “Cultuur leert je wat je moet doen en voelen”, zegt hij. Het nuttigheidsdenken is instrumenteel. Deze dominante manier van denken laat ons alles doen om iets anders, zoals hard werken om te verdienen. Maar waar gaat het nu eigenlijk om? “Daar geeft de religie een antwoord op”, zegt Scruton. “En uit dit religieuze antwoord is de cultuur voortgekomen”. Op dit fundament worden samenlevingen opgebouwd. Het gaat daarbij op lotsverbondenheid en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Kunst en cultuur hebben volgens Scruton iets van hun bron, iets dat moet worden doorgegeven via opvoeding en onderwijs. En daarin ligt het probleem.

Leren moet leuk zijn

Het onderwijs is in de ban van het instrumentele denken. Het gaat om het nut voor het kind, het kind staat centraal. “Maar”, zegt Scruton, “het kind is er voor het onderwijs en niet andersom”.  Als leren bovendien leuk is, is dat mooi meegenomen, maar het doel en de kwaliteit van onderwijs wordt bepaald doordat je echt iets leert. Je moet je kwalificeren om goed mee te doen in je samenleving. Het reken- en taalniveau van scholieren daalt meetbaar ondanks alle investeringen. Goed onderwijs vraagt om inspanning, verdieping en concentratie. Zappen voor de TV belemmert je concentratie. De beeldcultuur kan je wel de illusie geven dat je weet hebt van alles en nog wat, maar de vervlakking is overheersend. Vooral gemakkelijk verkoopbare stompzinnigheden (kijkcijfers) spelen de hoofdrol. Onderwijs is een middel om kennis over te dragen. Dat iedereen daarin goede kansen moet krijgen ligt voor de hand.


 


Voor jezelf zorgen

 
De kabinetsplannen Rutte / Samson maken mij vooral duidelijk dat het einde van de verzorgingsstaat definitief is. Als je ziet wat er op je afkomt: het afbouwen van de AWBZ, een nieuwe participatiewet om oplossingen te vinden voor werken naar vermogen. Gigantische operaties zonder dat er geld voor is.

De kabinetsplannen lijken mij onmogelijk in een verzorgingsstaat. We hebben lang gedacht dat de staat voor zijn burgers kon zorgen. Dat leek heel lang een groot ideaal.  Je kon rechten opbouwen en je was onbeperkt verzekerd van voldoende inkomen, zorg, welzijn, gezondheid en participatie. Ik vrees dat uiteindelijk het omgekeerde het geval is. De burgers moeten een overheid vormen die in staat is ervoor te zorgen dat de burgers zo goed mogelijk voor zichzelf zorgen. Dat is een totaal ander concept. Daarvoor moet je de boel echt helemaal op zijn kop zetten.

Vanouds redeneerden wij van boven naar onderen. Een sterke en zorgzame staat die voor zijn burgers kon zorgen. Daarbij vergaten we dat een zorgzame staat op de eerste plaats voor zichzelf zorgt (een uitspraak van de filosoof Michel de Foucault) en op de tweede plaats voor zijn burgers. Dat gebeurt met de beste bedoelingen maar het kan nauwelijks anders, het zit ingebakken in het systeem. Dat betekent kort door de bocht: Zorg van de staat is duurder en minder efficiënt dan de zelfzorg van burger in eigen regie.

Voor de best mogelijke zorg zul je van onder naar boven moeten redeneren. Uitgaan van de zaak waar het om gaat, de burger die voor zichzelf zorgt. Dan kun je ook uitgaan van de mogelijkheden die de burger nog wel heeft in plaats van zijn onmogelijkheden (beperkingen). Voorwaarde is wel dat je het echt doet. De burger die het nodig  heeft krijgt de middelen in handen om voor zichzelf te zorgen en in eigen regie. Hoe je dat precies doet is niet minder ingewikkeld dan in een verzorgingsstaat, maar het biedt meer toekomst.