Oud worden

doe je later

In de regel elke woensdag een nieuwe column


Reacties:
e-mail /tel. 0412-623026

 

Solidariteit

“Ja, dat was nog in die goede oude tijd
toen er nog sprake was van solidariteit”
Dat hoor je soms nog wel zeggen
Maar is het ook nog uit te leggen
Of is het al volkomen verleden tijd
de dode resten van een verloren strijd

Werd je vroeger ziek of arbeidsongeschikt
werkloos of kwam je met de baas in een conflict
Dan zat je in de puree en zonder poen
en niemand die daar wat aan kon doen
Je kon je hand ophouden of gaan bedelen
bij het gemeenteloket of bij de notabelen

Zo werden toen problemen opgelost:
sterven kon je, van honger of van dorst
Armoezaaiers hebben zich toen onverdroten
verenigd, “samen sterk” zich aaneengesloten
Werklozen kregen een overbrugging gegarandeerd
Arbeidsongeschikten kregen een loon weer uitgekeerd
Wie te oud was om te werken, kreeg een pensioen
Zieken en gehandicapten kregen geld om mee te doen
De dagelijkse kost werd op eigen initiatief
voordelig ingekocht in het eigen coöperatief
De zorgzame samenleving leek wel een paradijs
voor jong, gehandicapt, ziek en ook voor grijs
Ieder betaalde premie en moest daar een veer voor laten
zodat anderen niet aan hun lot werden overgelaten

Ieder moet nu weer voor zichzelf gaan zorgen
Hoe dat mis loopt zien we op de dag van morgen
Voor wie het minder heeft getroffen in dit land
zijn de druiven zuur. Zij vallen over de rand.

19/09/18

***

Brood en spelen

Je wordt op deze wereld geworpen als een blind dier. Als je aan je lot was overgeleverd had je geen schijn van kans om te overleven. Je werd verwekt en je groeit op in een sociaal verband. Die verbondenheid bepaalt in hoge mate wat er van jou en je leven terecht komt. De dierlijke ernst van je sociale bestaan is onbevattelijk, speelt je parten en wordt doorzichtig in de religieuze beleving van de spelende mens.

Leven en overleven is strijden voor een goed bestaan. Dat klinkt even onmogelijk als ondragelijk en noodlottig. Zo beleven veel mensen dat. En terecht. “Als het in het leven niet gaat zoals het moet, dan moet het maar gaan zoals het kan”, zei Jan de Koning. Het moet leefbaar en beleefbaar zijn. Zonder perspectief blijven we nergens.
We voeren oorlog omdat we er op andere manier niet uitkomen. Een oorlog zonder verbondenheid is een verloren strijd. Iedere oorlog heeft zijn eigen God, die zijn volk de overwinning garandeert.

Bij de WK voetballen, vraagt men zich af, hoe de “grote gekte” te verklaren. Speelt het gebrek aan verbondenheid ons parten en voelen we ons eenzaam en verloren. Hebben we ons contact met God verloren en zijn we onze oriëntatie kwijt. Is het religieuze besef uitgeblust en neemt de sport de functie van religie over. Daar lees je veel beschouwingen over.
Het ritueel en het belevingsgevoel van religie en de spelen passen uitstekend bij elkaar. Wij willen graag bij de onoverwinnelijken, bij de overlevers en onsterfelijken behoren.

De reclame waarop onze consumptiemaatschap overleeft, speelt daar voortreffelijk en met succes op in. “Voetbal is oorlog”, zei Rinus Michels. De spelen bieden een uitgelezen mogelijkheid om de consumptieomzet te vergroten. Klanten gelukkig, kapitaal gelukkig. Iedereen gelukkig. Wat wil je meer? Vandaar de sportgekte, zou ik zeggen, maar pas op, ik ben een leek en van de koude grond. Opgaan in de vereenzelviging en verbondenheid met de sporthelden geeft een illusie van onnoemelijke gelukzaligheid. Wat is daar tegen.

12/09/18

***

Kansen benutten

“Gisteren” (ik schreef toen dit stukje op 14 juni 2014) speelde Oranje op het WK in Brazilië zijn eerste wedstrijd tegen oud-wereldkampioen Spanje. Meester van Gaal had zijn zegeningen geteld , de eigen kracht terdege voorbereid en zijn kansen goed ingeschat. Meesterlijk! Wat niemand durfde hopen, gebeurde echt. Kampioen Spanje werd van de kaart geveegd.

Ik wist niet hoe deze wereldkampioenschappen zouden verlopen maar het zag er plotseling veelbelovend uit. Intussen zijn de kampioenschappen 2018 alweer voorbij. Dat geeft hoop en hoop doet leven. Daar denk ik aan bij de discussies over het benutten van eigen kracht in onze participatiesamenleving. Goed voetballen is het ontwikkelen van doelrijpe kansen, teamvorming, samenspel en slim spel, de tegenstander in de luren leggen en het nakijken geven. Dat gebeurt niet vanzelf. Dat is vakwerk.

Goed burgerschap komt niet uit de blauwe hemel vallen. Daar moet hard aan gewerkt worden. Kansen moeten worden geschapen om ze te kunnen benutten. Dat buren zo maar voor elkaar gaan zorgen is een sprookje net zo goed als dat kinderen zo maar voor hun ouders kunnen zorgen.
Samenleven heeft alles van een spel. Actief burgerschap is allerminst een gezelschapspelletje. Het is eerder een juiste manier om te overleven. Bloed, zweet en tranen. Ondanks alles de moed er in houden. Kansen scheppen en benutten, teamgeest ontwikkelen. Opbouwen. Inleven in een nieuwe houding en er de nodige tijd voor nemen. De participatiesamenleving is niet de tegenstelling van de verzorgingstaat. Ze ligt in het verlengde van dezelfde geschiedenis. Het blijft een nieuwe manier van zorgen voor elkaar. Echt zorgen voor elkaar.

05/09/18

***

Initiatief

Wij hangen maatschappelijk aan de laatste mem. Ik bedoel hiermee grote groepen van ouderen, werklozen, gehandicapten, zieken, geďsoleerde burgers en onbemiddelden. Zij worden niet gezien in hun samenleving. Zij doen er te weinig toe in de wereld van de bovenlaag die ons maatschappelijk aanstuurt. Lijden, medelijden, wanhopen, klagen en smeken helpt niet. Doe iets. Ga er niet onderdoor, maar sluit je aaneen. Verhef je stem en gebruik je stemkracht.

Het lijkt om hopeloos van te worden zoals de samenleving ons behandeld. Toch is het van alle tijden. Het perspectief voor de onderliggende partijen is in de geschiedenis altijd dichterbij gehaald door op te staan en zelf het heft in handen te nemen. Mensen die bijna niets konden en bijna niets hadden ontdekten eigen kracht, kwamen tot zichzelf, kwamen sociaal meer aan bod en tot participatie. Voor onze sociale voorzieningen, zoals onderwijs, gezondheid, welzijn en participatie hebben onze voorouders strijd gevoerd. Nu ze tot “maatschappelijk onbetaalbaar en oninteressant” bestempeld worden, zullen we onze strijd voor gelijkwaardigheid moeten voortzetten. Dat zal niet groots en meeslepend gebeuren, ideologisch, flitsend of conform een meesterlijke opzet. Dat gebeurt eerder “uit nood, elkaar vasthouden en vinden, strijd, gebrek aan beter en toeval”.  Zo gebeurde het vroeger ook.

Voor een voorbeeld kijk ik in de ontstaansgeschiedenis van de ANBO:
De heer G.L. Jansen, een journalist die onder de naam Perio schreef, ontketende samen met zijn vriend Hesselink te Oosterbeek een actie. Daardoor werd op 9 september 1900 de Bond voor Staatspensionering opgericht. Als je 18 jaar was kon je lid worden. De Bond voor Staatspensionering en de Algemene Bond van Bejaarden voor 55-plussers, opgericht in 1945, streden voor sociale zekerheid van ouderen die van hun kinderen afhankelijk waren. In 1947 leidde dat tot de Noodwet Ouderdomsvoorzieningen en in 1957 tot de AOW, een premievrij en welvaartsvast pensioen voor alle 65-plussers. Niet niks.
Maar toch: als we er alleen maar van genieten gaat het op de duur te loor. Het fossileert en commercialiseert. Strijd is geboden.

29/08/18

***

Een oude bok

Een oude wat vergrijsde bok
kwam nog zelden uit zijn hok
Alle familieleden waren dood
de kinderen aten veraf hun brood
“Een geval van sociaal isolement”
zo dacht de gemeente consulent.

Hij moet anderen gaan ontmoeten
om niet in eenzaamheid te boeten
Hij moet veel meer participeren
En van anderen nog wat leren

Een keer heeft hij mee gekiend
met een inleg zuurverdiend
Omgeroepen werd een negen
Hij verstond het cijfer zeven
Enthousiast riep hij: “ik heb kien”
Dat betekend ongeveer: “gezien”

Aan alles deed hij mee
Eenzaam en gedwee
Hij dacht het niet te durven
Tot hij echt op internet ging surfen
De wereld ging voor hem open
Iedereen kwam bij hem binnen lopen
Daarvan kreeg hij vierkante ogen

Lamlendig en minder opgetogen
ging hij weer naar de soos
Ook al was er niet veel loos
Zijn apparaatje zette hij uit bij gezever
Hij wachtte tot het over was en hij bleef er
Zo had hij jaren nog zijn simpel plezier
al zeiden ze: “hij had er nauwelijks zijn vertier”

22/08/18

***

Grijze muis

Wie wil er nou een echte grijze muis zijn? Ooit gehoord van een wedstrijd: “wie zijn de supergrijze muizen van het jaar”. Welnee. Alles lijkt te wijzen op het tegendeel. De trend in onze huidige consumptiemaatschappij speelt scherp in op: “grijze muizen doen er niet toe. Het zijn verliezers ”. Inderdaad aan hen verdient onze weggooisamenleving bitter weinig. En dat is de norm, de maat.

Wij leven in een uitputtend tijdperk van de menselijke geschiedenis. We verbruiken de grond, het milieu en onze grondstoffen. Op den duur verdwijnt alle grond onder onze voeten. We vervuilen ons klimaat, de moeder van ons bestaan. We verbruiken onze planeet. We consumeren onze toekomst. Dat doen we met een onvoorwaardelijke inzet. Alle middelen lijken geoorloofd.

Alle neuzen moeten dezelfde kant op. Dat lukt het beste langs de weg van de verborgen verleiding. Je moet de mensen - we zijn tenslotte grijze muizen - op het goede been zetten om te consumeren. Je moet hen de indruk geven dat ze er echt toe doen, dat ze allesbehalve grijze muizen zijn. Je kunt van alles zeggen over grijze muizen behalve dat ze grijze muizen zijn. Dat demotiveert. Het profiel “grijze muis” spreekt niet aan. De betiteling “grijze muis” verandert hen in eigenzinnige idioten.
Als je bier wilt verkopen, zeg je: “Als je veel bier drinkt, laat je zien dat je er bij hoort, dat je van betekenis bent. Je moet er wel wat voor over hebben want het gaat ten koste van je gezondheid en welzijn. Maar wat doet het er toe. Beter een kort en heftig leven dan een “grijze muizen leven”.

Als je tabak wilt verkopen laat je de consument onderdompelen in een schijnwereld van cowboyvrijheid en de glamour van de filmsterrenwereld. En inderdaad  je vertelt erbij dat zo’n leven een verslavende en dodelijke afloop kan hebben. Je moet er wat voor over hebben om betekenis te krijgen en om er bij horen. Dat is pas uitdagend leven.
Mijn reactie zou zijn:”Liever een grijze muis die er toe doet dan een consumptieslaaf die alleen maar moet”.

15/08/18

***

Archief

(Selectie uit eerder geplaatste columns)