Coronary Care

» Coronairen
» Geleidingsysteem
» het ECG
» Myocardinfarct
» Ritmestoornissen

Intensive Care

╗ Acuut Respiratoir Falen
» Bronchiaal Toilet

Geleidingssyteem hart

 

Het geleidingssysteem

Als men de zenuwen van het hart be´nvloedt, blijkt het hart zijn vermogen tot samentrekken geenszins te hebben verloren. Zelfs als het hart wordt ge´soleerd en buiten het lichaam onder gunstige omstandigheden (temperatuur, voeding) wordt gebracht, blijft het doorkloppen, zij het met een hogere frequentie.

Kennelijk maakt het hart de prikkels die nodig zijn voor deze contracties zelf; een vermogen dat aangeduid wordt met de term automatie. Omdat de frequentie van het hart stijgt bij het doorsnijden van de aanvoerende zenuwen, blijkt tevens dat het hart wel be´nvloedbaar is door het zenuwstelsel (autonome zenuwstelsel). Het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel versnelt de hartactie, terwijl het parasympathische deel de hartactie vertraagt. De plaats waar deze prikkels worden gemaakt, ligt in de wand van de rechter boezem, bij de inmonding van de grote vene. In deze wand ligt de sinusknoop.

 

De impuls ontstaat in de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker van het hart. Elke hartspiercel kan in principe als pacemaker fungeren, in een normaal werkend hart ontstaan de impulsen echter in de sinusknoop. Valt deze uit dan kan een ander deel van het geleidingssysteem de taak van pacemaker overnemen.

De impulsen worden voortgeleid over de twee atria door de spiercellen tot aan de atrioventriculaire knoop gelegen op de verbinding tussen het linker en het rechter hart, net aan de samenkomst van atria en ventrikels ook wel genoemd de kleppenbasis (annulus fibrosus).

De prikkel zal niet voortgeleid worden op de kamerwand omdat het bindweefsel de prikkels niet voortgeleid. Om de kamers te ontladen is een gespecialiseerd geleidingssysteem aanwezig dat zijn oorsprong vindt in de atrioventriculaire knoop.

Deze knoop die boven de annulus fibrosus ligt, is het begin van de zgn. bundel van His, die de prikkel door de annulus fibrosus naar de kamer voert. Hier verloopt hij in de tussenwand, het septum en splitst zich in twee zgn. bundeltakken naar de punt van linker en rechter kamer. De uiteinden van deze bundeltakken lopen uit in de vezels van Purkinje, die de prikkel naar de spiervezels van de kamers vervoert. De ontlading van de kamers begint dus bij dit punt. Dit is met het oog op de plaats van de uittredende slagaders aan de kleppen basis van bijzondere betekenis.

De stroom door het hart is kleiner dan ÚÚn miljoenste van een AmpŔre doch sterk genoeg om invloed te hebben op de hartspier.

 

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie

» CCU startpagina
» IC startpagina
» beademing startpagina