heelal  dinosaurus  prehistorie  grieken  mijn tijdmachine  romeinen  vikingen  wereldoorlog I  wereldoorlog II
naar andere tijden

Prehistorie (-3000 v. Chr.) Oudheid: Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.) vroege Middeleeuwen (500-1000) hoge en late Middeleeuwen (1000-1500) ontdekkers en hervormers (1500-1600) regenten en vorsten (1600-1700) pruiken en revoluties (1700-1800) burgers en stoommachines (1800-1900) Eerste en Tweede Wereldoorlog (1900-1950) televisie en computer (vanaf 1950)

Contact Gastenboek


Tijdmachine

 

Wereldoorlog I

 



 


De loopgravenoorlog
Na de overwinning van de Geallieerden bij de Slag aan de Marne dachten de Fransen en de Engelsen dat de oorlog met Kerstmis wel voorbij zou zijn. Helaas lukte dat niet, en omdat men niet kon overleven in het open veld moesten de legers zich ingraven.
De
loopgravenoorlog was begonnen.
Oprukken kon niet, dus begonnen beide partijen zich zijwaarts te bewegen. Al snel breidden de loopgraven zich uit van de Belgische kust tot Zwitserland.
Ongeveer drie jaar zou het front niet meer van plaats veranderen.
Zie kaartje hieronder.

 


Situatie december 1914
 

Door de 'pat'stelling (= men veroverde geen terrein en men verloor geen terrein) kwam de nachtmerrie van het Duitse strategisch denken uit: een 'twee-frontenoorlog'. Snel Frankrijk veroveren lukte dus namelijk niet, en Rusland kon daardoor op tijd een leger op de been brengen tegen Duitsland aan de andere kant (het oostfront).


...moesten de legers zich 'ingraven'

De loopgraven
Een loopgraaf was opgebouwd uit 3 loopgraaflinies (= loopgraaflijnen):
1/  De voorste, de '
hoofdweerstandslijn', lag op een afstand van 45 tot 1600 meter van de vijandelijke stellingen.
2/  Vanuit deze linie drongen kleinere loopgraven, de zgn. '
sappen', door tot in het niemandsland.
Het niemandsland is het land tussen de twee loopgraven van de vijandelijke legers.
Deze 'sappen' leidden naar waarnemingsposten, mitrailleursnesten en granaatposities.
3/  Verder naar voren, buiten het bereik van handgranaten, lag
prikkeldraad. Aanvankelijk slechts enkele rollen, maar later groeiden deze uit tot een dicht woud.


Franse loopgraaf

Alle loopgraven waren met elkaar verbonden door verbindingsloopgraven. Vaak liepen deze door tot in een stad of dorp.
Elke loopgraaf was minstens 2 meter diep.
De Duitsers hadden soms loopgraven van 9 meter diep, compleet met aparte kamers voor soldaten waar ze even konden uitrusten.
De eerste loopgraven werden in oktober 1914 aangelegd, in de herfst dus, als er veel regen valt. Het grondwaterpeil steeg dan, waardoor er elke dag modder en water in de loopgraven lag. Een groot gevaar van leven in de loopgraven was dat door het grote gewicht van het water in de grond de wanden in konden stortten. Daarom werden later de loopgraven aan de zijkanten van planken voorzien.

Duitse en Engelse loopgraven
Duitse loopgraven waren veel beter voorzien en gebouwd dan de Britse loopgraven.
De Britten hadden simpele, ondiepe en slecht voorziende loopgraven.
De Duitsers daarentegen hadden een soort stad waar de loopgraven voorzien waren van pompen die het water eruit wegpompten.
Ondergrondse kamers hadden deurbellen, watertanks met kranen, spiegels en kasten.
Officiersonderkomens hadden elektrisch licht en zelfs iets wat op meubilair lijkt.


Duitse loopgraaf

Een van de grootste gevaren van het leven in loopgraven was de mogelijkheid dat je levens werd begraven als de wanden instortten.
Daarom waren de Duitsers in 1915 begonnen met het aftimmeren van hun wanden, vloeren en plafonds, en was er een werkend afvoersysteem.
De Britten en Fransen legden maar simpele loopgraven aan, omdat ze dachten dat ze maar korte tijd zouden blijven, omdat er weer snel opgetrokken zou worden om nieuw land te heroveren op de Duitsers.

Graafgereedschap
Elke soldaat had een zogenaamde pioniersschop.
Daarmee kon hij een greppel graven (een eenvoudige loopgraaf) als hij op open veld door vijandelijke vuur werd overvallen.
Hij kon hem ook gebruiken om een loopgraaf die door vijandelijk vuur (granaten, explosies, e.d.) was beschadigd, te herstellen en te verbeteren.


pioniersschop

Naambord
Elke loopgraaf kreeg een naambord, om te zorgen dat niemand 'verdwaalde' tijdens een aanval.
Op naamborden werden vaak bijnamen gebruikt.


bijnaam van een loopgraaf

 

Het leven in de loopgraven
Een dag in de loopgraven bestond afwisselend uit korte tijd van doodsangst, en langere tijd van verveling.
Het meeste werk werd 's nachts gedaan:
1/  Patrouilles werden op pad gestuurd om vijandelijke loopgraven te onderzoeken (= observeren) en te overvallen.
2/  Verdedigingswerken werden hersteld.
3/  Vanuit de achterhoede werden hout, zandzakken, geteerd zeil, golfplaten, pompen, etc. naar de loopgraven gesleept.


Het water in de loopgraven moest regelmatig weggepompt worden.

Het kwam wel eens voor dat 2 soldaten van beide partijen elkaar tegenkwamen tijdens het verkennen of patrouilleren. Meestal gingen ze dan gewoon verder met waar ze mee bezig waren om een extra gewonde of overledene te voorkomen.
In dat soort gevallen kwam het vaker voor dat ze sigaretten uitwisselden, dan dat ze op elkaar gingen schieten.


Tijdens de ochtendschemering en avondschemering was de kans op een aanval het grootst.
Alle manschappen waren dan '
paraat': ze stonden klaar.
Overdag was het meestal rustig.
De frontsoldaten probeerden dan slaap in te halen, terwijl wachtposten de vijandelijke loopgraven in de gaten hielden.


slaap inhalen...

De soldaten bleven een week in de frontlinie. Daarna werden ze naar de 'reserve-linies' (inval-linies) overgeplaatst, en tenslotte verder weg in een gebied in het achterland om uit te rusten.
Hier kregen ze een bad en schone kleren..., voordat ze weer terugmoesten naar de loopgraven, waar dan weer geplaagd werden door luizen, vlooien en ratten, soms ter grootte van een kat.
 


Ongedierte in de loopgraven
wo
 



● De strijd
De meeste actie vond plaats als de soldaten uit de loopgraven kwamen om met elkaar te vechten op open terrein: het
niemandsland
(= het lege stuk grond tussen de loopgraven van de beide vijandelijke frontlinies).

In het echt kwamen deze gevechten in 'niemandsland' veel minder voor dan de voortdurende strijd tussen soldaten in hun tegenover elkaar liggende loopgraven.


Een gasaanval

Vanuit de loopgraven werd iedereen die zich aan de vijand vertoonde beschoten. Zelfs soldaten die probeerden hun gewonde kameraden in het 'niemandsland' te redden, of lichamen die in de rollen prikkeldraad waren blijven hangen en werden teruggehaald. Ook die werden als doelwit gezien.
Ook waren er aanvallen van de ene frontlinie op de andere.
Deze harde uitputtingsoorlog hield elke soldaat voordurend paraat. De vijandelijke linies moesten namelijk elk uur van de dag in de gaten worden gehouden.

 
Gered door een boek
De soldaat die dít boek bij zich had, had erg veel geluk!
Tegen de tijd dat de kogel door het boek heen was gedrongen, was de snelheid zover afgenomen dat hij maar matige schade kon aanrichten.



 

● Soldaten waren ook maar gewone 'mensen'

'De Duitser die ik heb doodgeschoten was een aardig uitziende man...
Ik vond het jammer, maar het was zijn leven of het mijne.'

Brits soldaat Jack Sweeney, 16 november 1916



In de loopgraaf
 


● De waanzin van de oorlog...

 

De bekendste verbroedering tussen soldaten van beide vijandelijke kanten is het zogenaamde Kerstbestand in 1914.
Tegen Kerstmis 1914 waren de soldaten in Frankrijk uitgeput en geschokt door de zware verliezen.
Op kerstavond daalde de temperatuur tot beneden het vriespunt, en op sommige plaatsen sneeuwde het.
De soldaten werden droevig en dachten aan thuis waar hun familie waarschijnlijk in een warme woonkamer met een kerstboom gezellig aan het haardvuur zat om cadeautjes uit te pakken.
Vanuit de Britse loopgraven konden de soldaten een Duits mannenkoor kerstliederen horen zingen. Elders zagen militairen in de voorste loopgraaf ongebruikelijke lichtjes aan Duitse zijde.
Volgens enkele officieren waren de Duitsers een aanval aan het voorbereiden. Maar al snel riep een stem vanuit de Duitse linies: "Hé Engelsen, Gelukkig Kerstfeest! Waar zijn jullie kerstbomen?".
Even later liet een Duits orkest het Engelse en Duitse volkslied horen, en daarna 'Stille Nacht, Heilige Nacht'.


Kerstmis 1914
Vijandelijke soldaten wensen elkaar 'Gelukkig Kerstfeest'.

In het 'niemandsland' verzamelden Duitse en Britse soldaten zich, waar zij gezamenlijk zongen en sigaretten uitdeelden. Soldaten zeiden tegen elkaar dat ze het verschrikkelijk vonden om aan te vallen. Er werden afspraken gemaakt: als werd bevolen om aan te vallen, zou men eerst fluiten of een steen met een berichtje naar de vijand gooien om te zeggen dat er binnenkort aangevallen zou worden.

Het Kerstbestand was niet het enige voorbeeld van contacten tussen de twee vijanden.
Ook is er een verhaal bekend van een Britse soldaat die enkele malen aan Duitse zijde heeft gegeten uit protest tegen het slechte Britse voedsel.

De soldaten aan beide kanten begonnen in te zien dat het de officieren waren die vijandig gezind waren, en níet de soldaten die aan het front vochten.

Kerstbestand 1914
 

De oorlog zou over zijn met Kerstmis, volgens de legerleiding!

(Maar men zei er niet bij in welk jaar...)

 



Een kaartje van de Britse en Duitse linies op Kerstdag 1914.
Een Britse soldaat tekende deze kaart en gaf er ook zijn positie op aan.

 
 


Kerstbestand in 1914
wo
 

 
 
● Ziektes in de loopgraven
Tijdens de lange aanwezigheid in de loopgraven ontstonden er behalve de vele ongemakken van ongedierte (luizen, vlooien en ratten) ook diverse ziektes.

Behalve de bekende ziektes in onverzorgde situaties (zoals cholera, tyfus, tuberculose, schurft), kwamen met name loopgravenkoorts, loopgravenvoet (trench foot) en shellshock voor.
ê Loopgravenkoorts
De loopgravenkoorts is een verschijnsel wat zich alleen tijdens de oorlog voor deed. Daarna verdween deze epidemie weer heel snel.
Het was een vorm van tyfus, en kwam erg vaak voor bij soldaten.
Het is een besmettelijke ziekte die koorts en pijn in de gewrichten, botten en spieren veroorzaakte.
Het werd veroorzaakt doordat een bacil op de lichaamsluis bij een beet in het bloed terecht kwam. De koorts liep vaak erg hoog op, tot 39 graden.
Soms stierven soldaten hier ook aan.
ê Loopgravenvoet
De loopgravenvoet kwam ook al in de tijd van Napoleon voor.
De oorzaken waren koude en natte omstandigheden.
De soldaten stonden vaak en lang in natte en koude omstandigheden in de loopgraven. Vaak tot hun knieën in modder of water.
Door die kou en nattigheid zwollen de voeten eerst op en werden vervolgens rood en gevoelloos. Op de voet ontstonden bloedblaren. Naarmate de zwelling weer afnam werd de pijn steeds heviger. Tenslotte werden de zenuwen van de voet aangetast.


Een loopgravenvoet

Warmte en droogte hielp de voet weer verbeteren. Maar dat kon in dergelijke omstandigheden moeilijk.
Amputatie van de voet was in het uiterste geval soms nodig.
ê Shellshock
Shellshock was een naam die stond voor: emotionele geschoktheid, hersenschudding, zenuwuitputtingen en andere dergelijke aandoeningen.
Dit kwam vooral door de gruwelijkheid van de oorlog die de soldaten meemaakten.

In de Eerste Wereldoorlog zijn veel soldaten veroordeeld als lafaards en geëxecuteerd.
Sommige bleken achteraf echter te hebben geleden aan ‘shellshock' maar deze vorm van ‘mental disorder' werd destijds nog niet herkend. Dit betekent dat voor de mannen die aan shellshock hebben geleden en als lafaard werden geëxecuteerd in feite groot onrecht is aangedaan.
Het is pas zeer recent dat de Britse regering tracht dit onrecht alsnog te herstellen door het indienen van een wet die voor deze in de oorlog geëxecuteerde soldaten eerherstel beoogt. De wet is zeer controversieel omdat het wel zeker is dat een aantal van de geëxecuteerden inderdaad het predikaat ‘lafaard' verdienden, althans volgens de normen van die tijd.


 


 
De aanleiding De oorlog De loopgraven Op het slagveld Ieper Verdun De luchtoorlog De oorlog op zee Het jaar 1918 Nederland en WO I De vrede Tijdlijn 1914-1918 Literatuur / DVD Internet


 


Build / 2002-2012 / Cebor  |  Disclaimer  |  E-mail