heelal dinosaurus
prehistorie griekenmijn
tijdmachine
romeinen vikingen
wereldoorlog I wereldoorlog II
naar
andere tijden
●
De loopgravenoorlog
Na de overwinning van de Geallieerden bij de Slag aan de Marne
dachten de Fransen en de Engelsen dat de oorlog met Kerstmis wel
voorbij zou zijn.
Helaas lukte dat niet, en omdat men niet kon overleven in het
open veld moesten de legers zich ingraven.
De loopgravenoorlog
was begonnen.
Oprukken kon niet, dus begonnen beide partijen zich zijwaarts te
bewegen. Al snel breidden de loopgraven zich uit van de
Belgische kust tot Zwitserland.
Ongeveer drie jaar zou het front niet meer van plaats
veranderen.
Zie kaartje hieronder.
Situatie december 1914
Door de 'pat'stelling
(= men veroverde geen terrein en men verloor geen terrein)
kwam de nachtmerrie van het Duitse
strategisch denken uit: een 'twee-frontenoorlog'. Snel Frankrijk
veroveren lukte dus namelijk niet, en Rusland kon daardoor op tijd
een leger op de been brengen tegen Duitsland aan de andere kant (het
oostfront).
...moesten de legers zich 'ingraven'
● De loopgraven
Een loopgraaf was opgebouwd uit 3 loopgraaflinies
(= loopgraaflijnen): 1/ De voorste, de 'hoofdweerstandslijn',
lag op een afstand van 45 tot 1600 meter van de vijandelijke
stellingen. 2/ Vanuit deze linie drongen kleinere loopgraven,
de zgn. 'sappen', door tot in het
niemandsland.
Het niemandsland is het land tussen de twee loopgraven van de
vijandelijke legers.
Deze 'sappen' leidden naar waarnemingsposten, mitrailleursnesten
en granaatposities. 3/ Verder naar voren, buiten het bereik van
handgranaten, lag prikkeldraad.
Aanvankelijk slechts enkele rollen, maar later groeiden deze uit
tot een dicht woud.
Franse loopgraaf
Alle loopgraven waren met elkaar verbonden door
verbindingsloopgraven. Vaak liepen deze door tot in een stad of
dorp.
Elke loopgraaf was minstens 2 meter diep.
De Duitsers hadden soms loopgraven van 9 meter diep, compleet
met aparte kamers voor soldaten waar ze even konden uitrusten.
De eerste loopgraven werden in oktober 1914 aangelegd, in de
herfst dus, als er veel regen valt. Het grondwaterpeil steeg
dan, waardoor er elke dag modder en water in de loopgraven lag.
Een groot gevaar van leven in de loopgraven was dat door het
grote gewicht van het water in de grond de wanden in konden
stortten. Daarom werden later de loopgraven aan de zijkanten van
planken voorzien.
● Duitse en Engelse loopgraven
Duitse loopgraven waren veel beter voorzien en gebouwd dan de
Britse loopgraven.
De Britten hadden simpele, ondiepe en slecht voorziende
loopgraven.
De Duitsers daarentegen hadden een soort stad waar de loopgraven
voorzien waren van pompen die het water eruit wegpompten.
Ondergrondse kamers hadden deurbellen, watertanks met kranen,
spiegels en kasten.
Officiersonderkomens hadden elektrisch licht en zelfs iets wat
op meubilair lijkt.
Duitse loopgraaf
Een van de grootste gevaren van het leven in loopgraven was de
mogelijkheid dat je levens werd begraven als de wanden
instortten.
Daarom waren de Duitsers in 1915 begonnen met het aftimmeren van
hun wanden, vloeren en plafonds, en was er een werkend
afvoersysteem.
De Britten en Fransen legden maar simpele loopgraven aan, omdat
ze dachten dat ze maar korte tijd zouden blijven, omdat er weer snel
opgetrokken zou worden om nieuw land te heroveren op de Duitsers.
● Graafgereedschap
Elke soldaat had een zogenaamde
pioniersschop.
Daarmee kon hij een greppel graven (een eenvoudige loopgraaf)
als hij op open veld door vijandelijke vuur werd overvallen.
Hij kon hem ook gebruiken om een loopgraaf die door vijandelijk
vuur (granaten, explosies, e.d.) was beschadigd, te herstellen
en te verbeteren.
pioniersschop
● Naambord
Elke loopgraaf kreeg een naambord, om te zorgen dat niemand
'verdwaalde' tijdens een aanval.
Op naamborden werden vaak bijnamen gebruikt.
bijnaam van een loopgraaf
● Het leven in de
loopgraven
Een dag in de loopgraven bestond afwisselend uit korte tijd van
doodsangst, en langere tijd van verveling.
Het meeste werk werd 's nachts gedaan: 1/ Patrouilles werden op pad gestuurd om vijandelijke
loopgraven te onderzoeken (= observeren) en te overvallen. 2/ Verdedigingswerken werden hersteld. 3/ Vanuit de achterhoede werden hout, zandzakken,
geteerd zeil, golfplaten, pompen, etc. naar de loopgraven gesleept.
Het water in de loopgraven moest
regelmatig weggepompt worden.
Het kwam wel eens voor dat 2 soldaten van beide partijen elkaar
tegenkwamen tijdens het verkennen of patrouilleren. Meestal gingen
ze dan gewoon verder met waar ze mee bezig waren om een extra
gewonde of overledene te voorkomen.
In dat soort gevallen kwam het vaker voor dat ze sigaretten
uitwisselden, dan dat ze op elkaar gingen schieten.
Tijdens de ochtendschemering en avondschemering was de kans op een
aanval het grootst.
Alle manschappen waren dan 'paraat':
ze stonden klaar.
Overdag was het meestal rustig.
De frontsoldaten probeerden dan slaap in te halen, terwijl
wachtposten de vijandelijke loopgraven in de gaten hielden.
slaap inhalen...
De soldaten bleven een week in de frontlinie. Daarna werden ze naar
de 'reserve-linies' (inval-linies) overgeplaatst, en tenslotte
verder weg in een gebied in het achterland om uit te rusten.
Hier kregen ze een bad en schone kleren..., voordat ze weer
terugmoesten naar de loopgraven, waar dan weer geplaagd werden door
luizen, vlooien en ratten, soms ter grootte van een kat.
● De strijd
De meeste actie vond plaats als de soldaten uit de loopgraven kwamen
om met elkaar te vechten op open terrein: het
niemandsland
(= het lege stuk grond tussen de loopgraven
van de beide vijandelijke frontlinies).
In het echt kwamen deze gevechten in 'niemandsland' veel minder voor
dan de voortdurende strijd tussen soldaten in hun tegenover elkaar
liggende loopgraven.
Een gasaanval
Vanuit de loopgraven werd iedereen die zich aan de vijand vertoonde
beschoten. Zelfs soldaten die probeerden hun gewonde kameraden in
het 'niemandsland' te redden, of lichamen die in de rollen
prikkeldraad waren blijven hangen en werden teruggehaald. Ook die
werden als doelwit gezien.
Ook waren er aanvallen van de ene frontlinie op de andere.
Deze harde uitputtingsoorlog hield elke soldaat voordurend paraat.
De vijandelijke linies moesten namelijk elk uur van de dag in de
gaten worden gehouden.
● Gered door een boek
De soldaat die dít boek bij zich had, had erg veel geluk!
Tegen de tijd dat de kogel door het boek heen was gedrongen, was de
snelheid zover afgenomen dat hij maar matige schade kon aanrichten.
● Soldaten
waren ook maar gewone 'mensen'
'De Duitser die ik heb
doodgeschoten was een aardig uitziende man...
Ik vond
het jammer, maar het was zijn leven of het mijne.'
Brits soldaat Jack Sweeney, 16
november 1916
In de loopgraaf
● De waanzin van de
oorlog...
De bekendste verbroedering
tussen soldaten van beide vijandelijke kanten is het zogenaamde
Kerstbestand in 1914.
Tegen Kerstmis 1914 waren de soldaten in Frankrijk uitgeput en geschokt door de zware
verliezen.
Op kerstavond daalde de temperatuur tot beneden het vriespunt, en op
sommige plaatsen sneeuwde het.
De soldaten werden
droevig en dachten aan thuis waar hun familie
waarschijnlijk in een warme woonkamer met een
kerstboom gezellig aan het haardvuur zat om cadeautjes uit
te pakken.
Vanuit de Britse loopgraven konden de
soldaten een Duits mannenkoor kerstliederen horen
zingen. Elders zagen militairen in de voorste
loopgraaf ongebruikelijke lichtjes aan Duitse zijde.
Volgens enkele officieren waren de Duitsers een
aanval aan het voorbereiden. Maar al snel riep een
stem vanuit de Duitse linies: "Hé Engelsen,
Gelukkig Kerstfeest! Waar zijn jullie kerstbomen?".
Even later liet een Duits orkest het Engelse en
Duitse volkslied horen, en daarna 'Stille Nacht, Heilige Nacht'.
Kerstmis 1914
Vijandelijke soldaten wensen elkaar 'Gelukkig
Kerstfeest'.
In het 'niemandsland' verzamelden Duitse en
Britse soldaten zich, waar zij gezamenlijk zongen en
sigaretten uitdeelden. Soldaten zeiden tegen elkaar
dat ze het verschrikkelijk vonden om aan te vallen. Er werden afspraken gemaakt: als
werd bevolen om aan te vallen, zou men eerst fluiten
of een steen met een berichtje naar de vijand gooien
om te zeggen dat er binnenkort aangevallen zou
worden.
Het Kerstbestand was niet het enige voorbeeld van
contacten tussen de twee vijanden.
Ook is er een
verhaal bekend van een Britse soldaat die enkele
malen aan Duitse zijde heeft gegeten uit protest
tegen het slechte Britse voedsel.
De soldaten aan beide kanten begonnen in
te zien dat het de officieren waren die vijandig
gezind waren, en níet de soldaten die aan het front vochten.
Kerstbestand 1914
De
oorlog zou over zijn met Kerstmis, volgens de
legerleiding!
(Maar men zei er niet bij in welk jaar...)
Een kaartje van de Britse en Duitse
linies op Kerstdag 1914.
Een Britse soldaat tekende deze kaart en gaf er ook zijn positie op
aan.
● Ziektes in de loopgraven Tijdens de lange
aanwezigheid in de loopgraven ontstonden er behalve de vele
ongemakken van ongedierte (luizen, vlooien en ratten) ook diverse ziektes.
Behalve de bekende ziektes in onverzorgde situaties (zoals cholera,
tyfus, tuberculose, schurft), kwamen met name
loopgravenkoorts,
loopgravenvoet (trench
foot) en shellshock
voor. êLoopgravenkoorts De loopgravenkoorts is
een verschijnsel wat zich alleen tijdens de oorlog voor deed. Daarna
verdween deze epidemie weer heel snel.
Het was een vorm van tyfus, en kwam erg vaak voor bij soldaten.
Het is een besmettelijke ziekte die koorts
en pijn in de gewrichten, botten en spieren veroorzaakte.
Het werd veroorzaakt doordat een bacil op de lichaamsluis bij een
beet in het bloed terecht kwam. De koorts liep vaak erg hoog op, tot
39 graden.
Soms stierven soldaten hier ook aan. ê
Loopgravenvoet De loopgravenvoet kwam
ook al in de tijd van Napoleon voor.
De oorzaken waren koude en natte omstandigheden.
De soldaten stonden vaak en lang in natte en koude omstandigheden in de
loopgraven. Vaak tot hun knieën in modder of water.
Door die kou en nattigheid zwollen de voeten eerst op en werden
vervolgens rood en gevoelloos. Op de
voet ontstonden bloedblaren. Naarmate de zwelling weer afnam werd de pijn
steeds heviger.
Tenslotte werden de zenuwen van de voet aangetast.
Een loopgravenvoet
Warmte en droogte hielp de voet weer verbeteren. Maar dat kon in
dergelijke omstandigheden moeilijk.
Amputatie van de voet was in het uiterste geval soms nodig. ê
Shellshock Shellshock was een
naam die stond voor: emotionele geschoktheid, hersenschudding,
zenuwuitputtingen en andere dergelijke aandoeningen.
Dit kwam vooral door de gruwelijkheid van de oorlog die de soldaten
meemaakten.
In de Eerste Wereldoorlog zijn veel soldaten veroordeeld
als lafaards en geëxecuteerd.
Sommige bleken achteraf echter te hebben geleden aan
‘shellshock' maar deze vorm van ‘mental disorder' werd
destijds nog niet herkend. Dit betekent dat voor de
mannen die aan shellshock hebben geleden en als lafaard
werden geëxecuteerd in feite groot onrecht is aangedaan.
Het is pas zeer recent dat de Britse regering tracht dit
onrecht alsnog te herstellen door het indienen van een
wet die voor deze in de oorlog geëxecuteerde soldaten
eerherstel beoogt. De wet is zeer controversieel omdat
het wel zeker is dat een aantal van de geëxecuteerden
inderdaad het predikaat ‘lafaard' verdienden, althans
volgens de normen van die tijd.
De
verschrikkingen van de oorlog (de
beelden kunnen schokkend zijn)