|
● De
luchtoorlog
De geschiedenis van de luchtvaart was pas nauwelijks 10 jaar oud
toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak.
De eerste oorlogsvliegtuigen waren niet meer dan
verkenningsvliegtuigen. Ze bekeken vijandelijke linies en
artilleriebeschietingen.
Al snel maakten beide partijen gespecialiseerde gevechtsvliegtuigen.
Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog was de rol van militaire
vliegtuigen veranderd van die van 'hulpje' voor de
grondstrijdkrachten in die van een belangrijke zelfstandige
strijdmacht.

Een zelfstandige
strijdmacht |

Een open cockpit |
Piloten zaten in een 'open' cockpit en droegen
zachte, leren jassen, met schapenbont gevoerde laarzen en
handschoenen om de kou te weren.
De eerste bommen werden letterlijk over boord gegooid door de
piloot.
Later werd er een vizier aangebracht op de bommenwerpers, en werden
er bommenrekken en afwerpsystemen voor de bommen onder aan de romp
gemonteerd. Die werden door de
piloot of een ander lid van de bemanning bediend.

De eerste bommen werden met de hand
gegooid.
De beste piloten werden 'azen' genoemd.
Om aas genoemd te worden moest men minstens 10 vijandelijke
vliegtuigen neerhalen.
De best scorende aas uit de Eerste
Wereldoorlog was ongetwijfeld de Duitse graaf 'Manfred Von
Richthofen'. Hij haalde maar liefst 80 geallieerde vliegtuigen neer
voor hij zelf werd neergehaald.
Von Richthofen werd ook wel 'De Rode Baron'
genoemd, omdat hij altijd in een rood vliegtuig vloog.

Manfred Von Richthofen (midden)
|

Het vliegtuig van 'De Rode
Baron'
|

Franse soldaten zoeken 's nachts de
lucht
af naar vijandelijke vliegtuigen.
|

Neergestort vliegtuig |
|