| |
Op 11 november 1918
was de wapenstilstand
gesloten.
Maar het zou nog ruim 7 maanden duren voordat écht de vrede was
vastgelegd.
|
|

De oorlog is voorbij... |
Op 18 januari 1919 stonden er veel mensen in Parijs bij het
Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze waren uitgelopen om de leiders
van de landen te zien die gingen deelnemen aan de vredesvergadering
(= vredesconferentie).
In de vredesonderhandelingen vonden de Geallieerden (en met name
Frankrijk) dat Duitsland 'als een citroen moest worden uitgeperst'.
Zeker Frankrijk had genoeg van de Duitse agressiviteit (vanaf
1870).
De Duitsers kregen geen stem in het vredesoverleg: ze mochten niet
deelnemen aan deze vergadering.
Op 28
juni 1919, precies 5 jaar na de moord op Franz Ferdinand in Sarajewo,
wordt het vredesverdrag in Versailles ondertekend.
|
|

De laatste bladzijde van het 'verdrag
van Versailles'.
De handtekeningen van de leiders staan erop.
(• Dit is een kopie van het origineel, omdat de
oorspronkelijke versie uit de
Franse archieven is verdwenen tijdens de Duitse bezetting van
1940-1945) |
| |
Het verdrag werd door de Duitse
bevolking als een straf ervaren. De Duitse leiders hadden geen
inbreng bij de vredesonderhandelingen, zij moesten overal mee
akkoord gaan. Daarom werd er in Duitsland ook wel gesproken van een
'opgelegde vrede'.
|
|
De bepalingen
van het Vredesverdrag
1/ Duitsland (gebieden)
Zij moesten de volgende gebieden afstaan: |
|
•a
|
In het westen 'Elzas-Lotharingen'
aan Frankrijk. Bovendien werd de linkerover van de Rijn door de
geallieerden bezet (de laatste Franse troepen zouden pas in 1930
vertrekken) |
|
•a |
In het noorden 'Noord-Sleeswijk'
aan Denemarken |
|
•a |
In het oosten een
groot gebied aan het nieuwe Polen.
Dit land kreeg een haven aan de Oostzee (Gdansk, in het Duits Danzig).
|
|
•a |
Alle koloniën (ook
wel 'mandaten' genoemd) kwamen onder toezicht van de Volkenbond.
De Volkenbond was een organisatie waarin landen samenwerkten om
problemen in de wereld op een vreedzame manier op te lossen. Het was
een 'uitvinding' van de Amerikaanse President Wilson.
|
2/ Oostenrijk-Hongarije (gebieden)
Dit land viel uit elkaar in 3 republieken:
Oostenrijk, Hongarije en Tsjecho-Slowakije.
Drie andere landen kregen grondgebied dat daarvoor bij
Oostenrijk-Hongarije had gehoord:
Italië, Roemenië en Servië (dat zich vanaf toen Joego-Slavië ging
noemen.
3/ Turkije [het Osmaanse Rijk, het Ottomaanse Rijk, het
Turkse Rijk] (gebieden)
Zij moesten Syrië, Irak, Palestina, Jordanië en Libanon afstaan
als mandaatgebieden (koloniën) aan Frankrijk en Engeland.
4/ Duitsland (vergoeding)
Duitsland kreeg de schuld voor het
uitbreken van de oorlog. Het moest een ontzettend groot bedrag als
schadeloosstelling betalen.
Dat bedrag was 296 miljoen goudmark groot. Ze moesten dat 42 jaar
betalen. Elk jaar een deel van het bedrag.
|
|
|

14 juli 1919
De generaals Foch (links) en Joffre openen in Parijs
op de Champs Elysées 'het defilé van de Overwinning'
(op de achtergrond de 'Arc de Triomph').
Het vredesverdrag had voor Duitsland veel
harde en soms vernederende bepalingen.
Het was voor velen de vraag of Duitsland de herstelbetalingen zou
kunnen nakomen.
Maar even belangrijk was de vraag of er in Duitsland, door de harde
behandeling, geen wraakgevoelens zouden kunnen ontstaan.
Nadat Ferdinand Foch (generaal
van het Franse leger) het vredesverdrag had doorgelezen
zei hij:
'Dat is geen vrede, dat is een wapenstilstand voor
twintig jaar!'
(Hoe waar konden zijn woorden worden...) |

De oorlog telde 9 - 11 miljoen
gesneuvelden
De
gevolgen van de oorlog
|
|
•a |
Er ontstonden
nieuwe landen. |
|
•a |
De oprichting van
de Volkenbond.
Het moest een organisatie worden waar alle landen lid van waren. Het
doel was om de vrede te bewaren en ruzies tussen landen bij te
leggen. |
|
•a |
Andere landen (bijv. Rusland en Duitsland) kregen nieuwe grenzen. |
|
•a |
Europa was zijn leidende rol kwijtgeraakt. Op economisch gebied had
de Verenigde Staten de leiding over genomen. |
|
•a |
Er
moest veel worden hersteld en opgebouwd in de gebieden waar de
oorlog veel had verwoest (bijv. in Noord-Frankrijk en België). |
|
•a |
Het
Europese gezag in de koloniën was ernstig verzwakt. De landen daar
wilden onafhankelijk zijn.
|