|
Kort
historisch overzicht...
De eerste
grote Griekse beschaving ontstond ongeveer 2000 v. Chr. op het
eiland
Kreta:
de Minoïsche
samenleving (naar
koning Minos genoemd). De samenleving duurde tot rond 1450 v.
Chr. toen de Myceners
Kreta binnenvielen en verovereden.
Rond 1100 v. Chr. vestigden de
Doriërs,
een soldatenvolk, zich in de omgeving van Sparta.
De kunstzinnige
Ioniërs vestigden zich
in Attica, de streek rondom Athene.
Van de
oorspronkelijke bevolking van Griekenland vluchtte een deel naar
de kust van Noord-Afrika. De rest vermengde zich met de nieuwe
volken. De oorspronkelijke bevolking en de nieuwe volken
beschouwden zich meer en meer als één volk.
Ze noemden zich
de
Hellenen.
De Romeinen noemden hen pas later
de Grieken.
Vanaf de 8e
eeuw v. Chr. vestigden de Hellenen koloniën in een groot deel
van het Middellandse zeegebied, met name op Sicilië en langs de
kusten van Zuid-Italië, zoals Neapolis (Napels) en Marsiglia (Marseille).
Hierdoor was de Griekse bouwkunst van belangrijke invloed op die
van de Romeinen.
Tussen 1100
en 700 v. Chr. ontstond de Griekse stad, de
polis.
De steden werden de centra van kunst en cultuur.
Geleidelijk maakte het stelsel van vorstendommen plaats voor
nieuwe politieke stelsels, waaronder de
democratie,
die rond 500 v. Chr. in Athene ontstond.
Tijdens de
periode van de grootste bloei van de Griekse kunst en cultuur
vonden echter vanaf 500 v. Chr. ook de
Perzische oorlogen
plaats, en daarbij nog eens de interne strijd tussen de
stadstaten en oude rivalen
Athene
en Sparta.
Dankzij steun van de Perzen kon Sparta overwinnen, waarna een
periode van achteruitgang begon (vanaf ca. 400 v. Chr.).
In Macedonië
(in het Noorden van Griekenland) ontstond echter een nieuwe
sterke macht. De Macedonische koning
Alexander de Grote
wist zelfs in 333 v. Chr. het Perzische leger te verslaan en
kreeg daarmee de macht over het hele Perzische Rijk.
Er ontstond een nieuwe politieke orde,
het Hellenisme.
Griekenland werd toen een tweederangs macht.
In 146 v.
Chr. werd Griekenland ingelijfd bij de Romeinse provincie
Macedonia.
Ruim een eeuw was
Griekenland een deel van de Romeinse provincie Macedonia, maar
in 27 v. Chr. verhief keizer Augustus het tot de zelfstandige
provincie Achaea (Achaia in het Grieks).
Er ontstond een nieuwe periode van vrede.
Athene en Sparta bleven nog enige tijd zelfstandig.
Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in het West-Romeinse
Rijk en het Oost-Romeinse Rijk, werd Griekenland in 395 n. Chr. ingelijfd bij het Oost-Romeinse
Rijk. |