heelal  dinosaurus  prehistorie  grieken  mijn tijdmachine  romeinen  vikingen  wereldoorlog I  wereldoorlog II
naar andere tijden

Prehistorie (-3000 v. Chr.) Oudheid: Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.) vroege Middeleeuwen (500-1000) hoge en late Middeleeuwen (1000-1500) ontdekkers en hervormers (1500-1600) regenten en vorsten (1600-1700) pruiken en revoluties (1700-1800) burgers en stoommachines (1800-1900) Eerste en Tweede Wereldoorlog (1900-1950) televisie en computer (vanaf 1950)

Contact Gastenboek


Tijdmachine

 

Heelal

 


 

De maan, de naaste buur van de aarde in het heelal, is het enige andere door mensen bezochte hemellichaam.
Als je door een telescoop naar de maan kijkt zie je een nieuwe wereld.
Er zijn grote verschillen tussen de aarde en de maan.
De maan heeft geen lucht, geen water en geen leven.
Het landschap slijt niet uit door wind en regen, en blijft daarom miljoenen jaren hetzelfde.
Er zijn zelfs geen grote, actieve vulkanen die nieuwe landschappen vormen, doordat de maan van binnen vaster is dan de aarde.
Maar er zijn tekenen dat het oppervlak ooit heftig in beweging was. Er zijn enorme kraters en verharde lavastromen.
 


 

In tegenstelling tot de aarde, waar veel gebergten erg ‘jong’ zijn (pas gemaakt), vormen de bergen op de maan het oudste deel van het oppervlak.
Na de vorming van de bergen werd de maan bestookt door meteorieten en asteroïden. Warme lava stroomde over de lagere delen van het maanoppervlak. Sterrenkundigen noemden deze lavalagen maria of zeeën. Aan het vulkanisme op de maan kwam ongeveer 3 miljard jaar geleden een einde. De maan is afgekoeld en van binnen bijna helemaal massief (hard).
Alle kraters die we vanaf de aarde op de maan zien zijn inslagkraters (inslagen door meteorieten en asteroÏden). Deze kunnen een doorsnee hebben van 1 tot 295 kilometer.
 


 

Over het ontstaan van de maan bestaat veel meningsverschil.
De beste theorie vandaag houdt het op een botsing, kort na het ontstaan van de aarde. Die veroorzaakte een wolk van brokstukken, die een baan om de aarde vormde. Het puin klitte samen tot grote stukken die daarbij opwarmden. Het resultaat was een groter lichaam dat afkoelde en de maan werd.
 
De getijden op onze aarde (eb en vloed) worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht die vooral de maan (en in mindere mate ook de zon) hebben op de oceanen van de aarde.
 


 

Nadat het ruimteschip ‘Apollo 11’ in 1969 op de maan was geland, maakten de astronauten zich op om naar buiten te gaan. Als eerste zette Neil Amstrong voet op de maan.
Zijn eerste woorden waren: “It’s a small step for a man, but a big step for mankind”.
Daarna zijn nog verschillende uitstapjes naar de maan gemaakt. De missie van Apollo 17 was de laatste.
 

 
Toen Neil Amstrong als eerste astronaut voet op de maan zette, was die afdruk wel voor eeuwig.
Omdat er geen lucht is op de maan, zal zijn voetafdruk miljoenen jaren blijven staan.
Uiteindelijk zullen kleine meteorietinslagen de afdruk doen vervagen.
 

Nieuwe maan en volle maan
 

 

Maansverduistering
 

 

De oerknal Lichtjaren Sterrenstelsels Het melkwegstelsel Ons zonnestelsel De zon De planeten De binnenplaneten De buitenplaneten Mercurius Venus De aarde De maan Mars Jupiter Saturnus Uranus Neptunus Pluto Asteroïden Meteoroïden Kometen Geboorte van sterren Sterven van sterren Levenscyclus ster Zwarte gat Hubble Feiten


 


Build / 2002-2012 / Cebor  |  Disclaimer  |  E-mail