Aan de nachthemel
lijkt Mars bijna zo rood als
gloeiende kolen. Hij wordt daarom wel ‘de rode planeet’
genoemd.
In veel opzichten lijkt Mars het meest op de aarde, al is
hij maar half zo groot. In zijn dunne atmosfeer hangen
wolkenslierten en mistflarden.
Boven zijn woestijnachtige landschap blaast de wind
stofmassa’s op.
Door dezelfde kanteling als de aarde kent Mars
vergelijkbare, maar langere seizoenen. Een Marsdag duurt
iets meer dan 24 uur.
De polen zijn voortdurend met
ijskappen bedekt. Zij groeien ‘s winters aan en slinken in
de zomer.
Mars heeft geen zeeën en rivieren.
Omdat Mars verder van de zon staat, is haar oppervlak koud:
de temperatuur is meestal ver onder het vriespunt (de
temperaturen variëren van 21° C tot –133° C).
Door de zeer
lage temperatuur en dunne atmosfeer kan er geen vloeibaar
water voorkomen.