|

| |
| |
Neptunus is de kleinste van de 4 gasplaneten.
In 1845 had
de astronoom Adams (Engeland) mogelijk de positie van een nieuwe
planeet berekend. Hij werd Neptunus genoemd.
Neptunus staat meer dan 1600 miljoen km verder van de zon dan Uranus.
Op een afstand van 4500 miljoen kilometer van de zon.
Uranus is de vierde grootste planeet in ons zonnestelsel.
Om één omwenteling om de zon doet Neptunus 165 aarde-jaren!
|
|
|
|
Deze diepblauwe planeet is een onherbergzame, winderige
plek. Giftige wolken van bevroren methaankristallen wervelen
er omheen.
De samenstelling van Neptunus is vrijwel gelijk aan die van Uranus.
De atmosfeer bestaat voornamelijk uit watersof en helium, met een
beetje menthaan. Net als bij Uranus maakt menthaan de atmosfeer
blauwachtig.
Onder de atmosfeer bevindt zich een warme oceaan die bestaat uit een
mengsel van water, menthaan en ammonia.
In het centrum van de planeet zit een stenige kern, die iets groter
is dan de aarde,
wordt omgeven door een bevroren laag water en ammoniak. |
Toen de 'Voyager 2' langs Neptunus vloog, ontdekte
hij dat deze planeet óók ringen heeft.
Dit betekent dat alle gasreuzen (Jupiter, Saturnus, Uranus
en Neptunus) ringen hebben.
Maar alleen de ringen van Saturnus zijn vanaf de aarde te
zien.
|
|

Triton
|
Door hun telescopen
kunnen astronomen op aarde slechts twee manen zien die om Neptunus
cirkelen: Triton en Nereïde.
De 'Voyager
2' nam nóg zes andere manen waar.
De grootste maan, Triton,
is bedekt met ijs en heeft raadselachtige kenmerken, zoals
donkere vegen. Misschien zijn die te wijten aan stikstof dat
door vulkanen wordt uitgebraakt en vloeibaar wordt in het
uiterst koude klimaat van Triton.
|
|