|
In ons zonnestelsel zijn
tal van hemellichamen.
De kleinsten zijn asteroïden en
meteoroïden.
Astereroïden zijn kleine stukken rots die aan elkaar zijn geklit
tot grotere ‘mini-planeten’. De
meeste asteroïden zweven in de enorme ruimte tussen Mars en
Jupiter, een gebied dat de ‘asteroïdengordel’
worden genoemd. Enkele asteroïden zijn in andere, meestal
langwerpige elliptische banen beland. Sommige van deze kunnen
dichtbij de Aarde komen. De grootste asteroïde,
Ceres, is het eerst ontdekt. Hij
heeft een doorsnee van 975 km.
De meesten zijn veel kleiner (de kleinste asteroïden meten nog
geen km in doorsnee).
|