|

| |
| |
Een ster zal niet altijd
schijnen: hij heeft maar een beperkte voorraad energie
(brandstof). Wanneer de waterstof begint op te raken, loopt het
leven van een ster ten einde.
Sommige sterren sterven met een spectaculaire explosie, terwijl
andere geleidelijk verdwijnen.
De slotfase in het leven van een ster hangt af van haar massa
(de hoeveelheid materie van de ster).
In alle sterren
zijn de krachten pecies in evenwicht. De zwaartekracht
probeert de ster samen te trekken, maar zolang de ster
in haar centrum energie produceert, dat naar buiten
stroomt, zijn deze krachten precies in evenwicht.
Maar... als de waterstof op is van de zon (ster), vindt
er een proces plaats waarbij de ster vele malen groter
wordt. Hierdoor koelt hij af. De ster is nu een
rode reus.
|
|
 |
De rode reus Betelgeuze,
gefotografeerd door de
ruimte-telescoop Hubble.
|
Wanneer de rode reus
geen brandstof meer heeft, is haar einde nabij. De kern kan
geen energie meer produceren en stort in. De buitenste lagen
van de rode reus verliest hij in de ruimte, en de resten van
het centrum worden een kleine, vage witte
dwerg.
Na miljarden jaren verdwijnt de witte dwerg geleidelijk en
wordt een zwarte dwerg.
Zo gaat het ooit ook met onze zon.
|
Een ster met 5 of meer
keer de massa van onze zon heeft, en dus vele malen groter
is, sterft veel indrukwekkender met een
supernova.
Nadat hij uitgezet is als een rode reus, krimpt hij plots
ineen, en spat vervolgens met een gigantische explosie uit
elkaar. Gedurende die ontploffieng schijnt hij zo helder als
miljarden sterren bij elkaar. In deze uitbarsting worden
ijzer, zilver en goud gevormd en door de ruimte verspreid.
Dus als je iets van goud of zilver in je handen hebt, dan
weet je dat dit metaal is ontstaan in een supernova.
Na deze supernova wordt de ster een kleine witte stip, een
neutronenster.
|

Gedurende
enkele dagen kan
een supernova feller schijnen dan
een sterrenstelsel met honderden miljarden sterren.
|

Daarna
wordt ze een klein puntje, zoals het pijltje aanduidt. Een
neutronenster.
|
|