|

| |
De
Romeinen geloofden in verschillende goden en
godinnen. De goden hadden allemaal hun eigen taak:
zo was er een god van de oorlog, een god van de
landbouw, enz...
De belangrijkste god
bij de Romeinen was Jupiter.
Hij was hun
oppergod. Later is daar één van
onze planeten naar deze god vernoemd.

Jupiter
|
De Romeinen geloofden in een
leven na de dood.
Je ging dan naar
de
Onderwereld, net zoals de Grieken dat óók
geloofden.
Maar dat was geen paradijs. In de grote, donkere
ruimte ergens diep onder de wereld was het saai
en troosteloos. De schimmen van de overlevenden
doolden er treurig rond in een rijk waar Pluto
de heerser was. Het was geen plek om angst voor
te hebben, geen hel, maar ook geen oord waar je
echt gelukkig was.
Via een nare tocht over de rivier de 'Archeron' werd
elke overledene door een veerman met zijn pontje
overgezet naar die Onderwereld.

De rivier de
Archeron
(op weg naar de Onderwereld)
|
Elke
god was verantwoordelijk voor een bepaald deel
van het leven:
de oogst, de geboorte, de handel, de wijn, de
oorlog, de jacht, de liefde, de zee, enz...
|
 
Enkele Romeinse goden
(vlnr
Jupiter, Juno, Mercurius, Minerva, Bacchus,
Neptunus en Venus).
|
Enkele belangrijke goden: |
|
Jupiter |
De oppergod |
|
Venus |
Godin van de
liefde |
|
Cupido, Amor |
God van de
liefde |
|
Mercurius |
God van de
handel |
|
Mars |
God van de
oorlog |
|
Neptunus |
God van de zee |
|
Apollo, Sol |
God van de zon |
|
Bacchus |
God van de
wijn |
|
Pluto |
God van de
dood |
|
Diana |
Godin van de
jacht |
|
Vulcanus |
God van het
vuur |
|
Minerva |
Godin van de
wijsheid |

Romeinse tempel
Romeinen
bouwden
tempels
voor alle goden en geloofden dat de goden daar
echt in leefden. In die tempels werden de goden
geëerd.
Ze mochten vaak zelf niet in de tempel.
In de tempel stond een beeld, maar de Romeinen
geloofden dat de god in het namaakbeeld zat.
Jupiter was de god van de donder, de bliksem en
de Romeinse staat en van alle mensen.
Bij belangrijke (politieke) beslissingen ging
men eerst naar de tempel van Jupiter om raad te
vragen. Vaak werden
er
offers
gebracht. Offers zijn een soort cadeaus voor de
goden, om ze te vriend te houden of blij te
maken.
Dieren
werden vaak geslacht als geschenk aan de goden.
|
Een beroemde tempel in
Rome was het Pantheon.
(Pan = geheel, alles;
The(i)os
= godheid)
|

Het Pantheon (Rome, juli
2006) |

Het Pantheon (Rome, juli
2006) |
|
|
Deze tempel werd gebouwd tussen 118 en 125 na
Christus.
De naam betekent: 'gewijd aan alle goden'.
Een andere mogelijke vertaling is: 'geheel
goddelijk'.
De lichtbundel die van bovenaf de koepel binnenvalt is
prachtig!
Wil je een virtueel overzicht bekijken binnen in het Pantheon, klik dan
hier.
Of voor een ander zicht op het Pantheon, ga dan
hier
naar
toe!
In veel Romeinse
huizen stond een
huisaltaar.
De 'pater familias' (vader van de familie) bracht
regelmatig offers aan het altaar. Zo had ieder huis zijn
eigen beschermgod(in).

Een huisaltaar
Als iemand overleed werd het lichaam meestal op een
brandstapel verbrand (gecremeerd) en de as werd in
een urn (een soort pot) in het familiegraf bijgezet
of begraven. Voedsel en soms wat spullen van de
dode, zoals sieraden, werden samen met de as
begraven.
Later ging met er steeds meer toe over het lichaam
direct te begraven, zonder crematie.
De Romeinse wet bepaalde dat doden buiten de
stadsmuren moesten worden begraven.
Dus elke stad werd omringd door enorme
begraafplaatsen.
Een graf werd vaak aangegeven met een grafmonument
met opschriften in het Latijn.
De monumenten op de graven van de rijken werden
overdadig met marmer versierd. Zij hadden vaak
prachtig bewerkte, stenen doodskisten, de
sarcofagen.
Een arme Romein kreeg waarschijnlijk alleen een
houten grafteken op zijn graf. |
|