|

| |
|

|
● Wie waren de Vikingen eigenlijk?
De Vikingen waren
vooral boeren
en
landbouwers.
Het land waar ze woonden, was echter niet geschikt om te
bewerken.
Noorwegen was heel heuvelachtig, Zweden was helemaal bebost
en in Denemarken was veel zandgrond en heide. Toen de
bevolking toenam, was er niet genoeg land voor iedereen.
Daarom gingen sommige Vikingen tegen het einde van de 8ste
eeuw op zoek naar andere manieren om aan de kost te komen.
De Vikingen maakten
bijna alles van hout, omdat hun land erg
bosrijk was:
1/ Boten
2/ Huizen
3/ Gereedschap
4/ Handvaten voor gereedschap
5/ Schilden
|

Bootgereedschap
|
|
● Hun huizen
In hun land waren
dorpen en steden. De huizen (vooral op platteland en in de dorpen) hadden een speciale
bouw. Ze waren langwerpig van vorm. Ze werden dan ook wel 'langhuizen'
genoemd.
De constructie was van hout, en daaroverheen (dak, maar
soms ook muren) werd turf met grasbegroeiing gelegd.
Veel Vikinghuizen bestonden uit één enkele kamer met een
haardvuur in het midden.
De vlammen van het vuur gaven niet alleen warmte, maar zorgden
ook voor wat licht in de kamer, die wel lampen maar geen ramen
had. Om deze reden speelden alle huishoudelijke activiteiten
zich zo dicht mogelijk bij het vuur af: voedsel klaarmaken,
koken, wol spinnen, stof weven, kleren maken, eten en slapen.
Een huis kon soms erg vol zijn als generaties van één familie
een huis deelden (kinderen, ouders en grootouders; en dan soms
óók nog ongetrouwde ooms en tantes).

De typische huizen met hun
dakbegroeiing
● Hun werkzaamheden
De
meeste Vikingen brachten een deel van hun tijd werkend op het
land door. Ze verbouwden genoeg voedsel (granen, groente en
fruit) om zichzelf en hun gezinnen van eten te kunnen voorzien.
Veel Vikingen hielden ook vee (koeien, schapen, geiten, varkens
en kippen).
Voor boeren die dichtbij fjorden en rivieren woonden was ook
vissen belangrijk. De vissen konden ook langere tijd bewaard
worden door ze te roken, te drogen of te zouten.
In
de winter gingen de Vikingmannen er niet op uit. Dan waren ze
thuis, en gebruikten ze de spullen die ze de vorige zomer hadden
geplunderd of verhandeld.
Als de Vikingen thuis waren dan maakten ze vaak boten. Dat
konden ze erg goed! Hierboven zie je boot-gereedschap.
Ze gingen ook in de wintertijd op 'pelsjacht'. Die pelzen konden
ze goed gebruiken tegen de kou. Maar ook namen ze pelzen mee op
hun handelsreizen naar andere streken.
|
De
rijke families bij de Vikingen hadden slaven die het werk
deden.
Toch deden de rijke families ook veel zelf, want er
was veel te doen.
Veel Vikingen waren niet alleen boeren
maar ook strijders.
● Het eten en drinken van de
Vikingen
De Vikingen kenden 2 maaltijden per dag.
De eerste was 's ochtends rond een uur of acht, de tweede 's
avonds tegen zeven uur.
De Vikingen aten niet alleen vlees van de varkens, schapen
en runderen die ze op de boerderij hielden. Oók aten ze het
vlees van de wilde dieren waar ze op jaagden (wilde zwijnen
en herten.
Daarnaast aten ze de eieren van kippen, ganzen en eenden, en
plukten ze wilde bessen, frambozen, aardbeien, waterkers,
mosterd en hazelnoten.
De meeste Vikingen dronken bier of karnemelk bij het eten.
Bij speciale gelegenheden hadden ze wijn.

Bier werd uit een
hoorn gedronken.
Omdat deze niet op tafel kon staan,
werd hij doorgegeven totdat hij leeg was.
Zuivelproducten namen een belangrijke plaats in bij het
dagelijkse voedsel van de Vikingen.
Omdat de meeste Vikingen aan de kust woonden, was vis ook
een belangrijk voedselonderdeel..
Vikingvrouwen waren een groot deel van de tijd bezig met het
bakken van brood (van rogge of gerst), en het klaar maken
van vlees, vis en groenten.
● De kleding van de
Vikingen
Kleding was voor ouderen en kinderen gelijk.
Mannen droegen een strakke wollen broek en een linnen blouse
met lange mouw. Daarover een wollen shirt met korte mouw die
halverwege het bovenbeen viel.
In de winter droegen ze een wollen vest en een grote ruwe
mantel die vaak werd vastgespeld met een broche.
Schoenen werden gemaakt van dierenhuiden.
De vrouwen droegen een lange linnen jurk met daarover een
schort.
Hun lange haar droegen ze onder een hoofddoek.
Zowel de mannen als vrouwen droegen veel sieraden, kinderen
niet.
De feestkleding was hetzelfde alleen van beter materiaal en
in mooiere kleuren.
● Hoe verliep het dagelijkse leven van de
Vikingen?
Het eerste karwei 's morgens was te
controleren of het vuur niet is uitgegaan.
Vervolgens moesten de dieren gevoederd
worden en de stallen schoon gemaakt.
Tijdens de maaltijd aten de slaven aan het
uiteinde van de tafel.
Een slaaf sliep waar hij maar kon: op de
grond of bij de dieren.

Een Vikinghuis van binnen.
Dit huis is gereconstrueerd (nagebouwd).
Een familie woonde altijd bij elkaar.
Niet in hetzelfde huis, maar meestal wel in hetzelfde dorp.
Viking-vrouwen waren onafhankelijk. Terwijl
de mannen op de zee waren, beheerden de vrouw huishouden en
hoeven. Een vrouw kon haar eigen echtgenoot kiezen en kon
een scheiding eisen wanneer hij haar sloeg of ontrouw was.
Op herdenkingsstenen worden vrouwen
geprezen om hun goede huishouding.
Kleding maken voor het hele gezin was de
grootste verantwoording voor de Viking-vrouw.
Viking-kinderen gingen niet naar school,
maar hielpen bij het koken, weven, spinnen enz..
Soms had een kind speelgoed: een speer van
hout, een klein stukje leer, een zwaard of dolk.
Kinderen hadden ook houten paartjes en bootjes. Verder
speelden ze met bordspellen en maakten ze muziek met kleine
fluitjes.
Het scheen dat de Viking-kinderen - als ze
tiener werden - al wapentraining kregen. Soms begonnen ze al
op hun zestiende met hun eerste strooptocht. |
| |
●
De wetgeving bij de
Vikingen
Vikingen hadden veel respect voor de wet. Hield je je hier
niet aan dan werd je verbannen of vogelvrij verklaard wat
betekend dat iedereen je mag doden. Twee keer per jaar werd
een
Volksvergadering
gehouden:THING.
Hier werden besluiten genomen, nieuwe wetten bekend gemaakt
en er werden rechtszaken behandeld. Thing was een
belangrijke gebeurtenis waar iedereen kwam. Er werd veel
gefeest, Thing duurde ongeveer een week.
De rechtbank bestond uit 36 hoofdmannen en een voorzitter:
de wetspreker. Deze moest de wetten in het openbaar opzeggen
zodat iedereen op de hoogte was.
De Vikingen kenden
verschillende
klassen:
Thrall: slaaf die gebruikt werd voor het
werk op de boerderij.
Karl: vrije boer, had eigen grond of
werkte voor zijn meester.
Jarl: plaatselijk leider. Hij
regeerde over een bepaald gebied.
De Jarl’s hadden
vaak gevechten om een bepaald gebied erbij te veroveren.
De Koning van de
Vikingen moest een dapper krijgsman zijn om het land te
besturen.
De koning had altijd een Hird bij zich: geleerde mensen die
hem hielpen.
Ook een Skald was vaak bij de koning. Een skald stond in
hoog aanzien, hij was een dichter en verhalenverteller en
wist de avonden gezellig te maken. |
|
|
|

Vikingen en sagen |
|
|
|
|
|
|