|
 |
|
● De veroveringen van de
Vikingen
De Vikingen waren enorm felle
vechters. Met hun voortreffelijke schepen konden ze bijna overal
komen (de boten waren erg wendbaar en niet te groot, en de Vikingen
bezaten over goede stuurmanskunsten). Hun moed en
behendigheid in de strijd dwong bij hun vijanden respect af. |
De Vikingen kwamen in
vele landen:
Groenland, New Foundland (Amerika), Frankrijk. Engeland, Ierland.
De Vikingen kwamen ook in Nederland: in het plaatsje
Dorestad. Dat lag toen in de provincie
Utrecht. Het heet nu Wijk-bij-Duurstede.
Dat ontdekken van
andere landen ging meestal samen met veroveringen en
plunderingen!
Hun tactiek bestond er in dikwijls en
onverhoeds aan
te vallen, meestal in kleine benden.
Alles wat ze
op hun weg tegen kwamen vernielden ze
en doodden ze. En
vervolgens namen ze alle belangrijke schatten en bezittingen
mee.

|

 |
De Vikingen namen
niet het hele land in beslag, maar slechts een klein stukje:
meestal het stuk land aan de kust, omdat ze daar aan land
kwamen.
Er waren diverse redenen waarom de Vikingen op rooftochten
gingen.
• Sommige zeerovers gingen op strooptocht omdat ze uit hun eigen
land waren verbannen (ze mochten hun eigen land niet meer in
omdat ze iets ergs hadden gedaan).
• Daarnaast werden veel Vikingen gedwongen door het tekort aan
landbouwgrond hun fortuin elders te zoeken (de rijke landen van
Europa bijvoorbeeld).
• Soms ook werden hoofdmannen ingehuurd om tegen andere
Vikingbendes te vechten.
|
|
|

Een
Vikingkrijger droeg niet altijd een helm.
Dat was meer voor rijke soldaten.
De meeste krijgers droegen alleen een leren kap
en een felgekleurd schild als bescherming. |

Vikingschilden waren ronde, houten
platen met in het midden een ronde,
ijzeren knop die de hand moest
beschermen. |
|
Na de eerste brute, wilde aanvallen veranderde
het patroon van de strooptochten.
De invallen namen in aantal toe en werden beter georganiseerd.
Bovendien bleek dat veel Vikingen niet meer alleen voor de buit
kwamen.
Sommigen vestigden zich op de vruchtbare grond aan de kust en langs
de rivieren. Ze bewerkten het land en trouwden met meisjes uit de
buurt. |
|

'De Noormannen in Dorestad'
(schoolplaat van J. Isings)
Hoewel de stad door de Noormannen volledig is verwoest,
heeft men er in Nederland géén spoor van teruggevonden! |
In de 9de eeuw namen de rooftochten in Europa af,
omdat de mensen zich beter tegen de Vikingen gingen verdedigen.
Zo rond het jaar 1000 waren bijna alle Vikingen
Christen geworden.
Daarom gingen ze minder vaak op plundertocht, want ze wilden niet
hun mede-Christenen aanvallen.
Verder hadden de Vikingen zich rond het jaar 1000 verdeeld in vele
verschillende groepen. Die groepen gingen nu elkaar te lijf! Ze
plunderden elkaars dorpen en staken die in brand. Ze waren nu geen
bedreiging meer voor andere volken. Zo kwam er een einde aan het
tijdperk van de Vikingen.
De gruwelverhalen over de strooptochten van de Vikingen zijn de loop
van de tijd een eigen leven gaan leiden en hebben de Vikingen een
slechte naam gegeven.
De meeste Vikingen gingen echter op reis als vreedzame handelaars en
kolonisten. |
|

|