heelal  dinosaurus  prehistorie  grieken  mijn tijdmachine  romeinen  vikingen  wereldoorlog I  wereldoorlog II
naar andere tijden

Prehistorie (-3000 v. Chr.) Oudheid: Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.) vroege Middeleeuwen (500-1000) hoge en late Middeleeuwen (1000-1500) ontdekkers en hervormers (1500-1600) regenten en vorsten (1600-1700) pruiken en revoluties (1700-1800) burgers en stoommachines (1800-1900) Eerste en Tweede Wereldoorlog (1900-1950) televisie en computer (vanaf 1950)

Contact Gastenboek


Tijdmachine

 

Wereldoorlog  II

 

 

Annexeren
Een gebied of land al dan niet met militair geweld bij het eigen grondgebied inlijven.
Anti-semitisme
De haat jegens en de vervolging van Joden. Bepaalde vorm van racisme.
Arisch
De door de Nazi's veel gebruikte term voor: blank en niet-Joods.
De Duitsers beschouwden blanken met blauwe ogen en blond haar als een soort 'Ubermenschen'.
As-mogendheden
De acht landen die samen tegen de geallieerden vochten. De voornaamste As-mogenheden waren Duitsland en Italië.
Blitzkrieg (‘bliksemoorlog’)
Een nazi-aanvalsmethode, bedoeld om vijanden snel en krachtig te overweldigen. Meestal beginnend met de dropping van parachutisten en luchtbombardementen, gevolgd door tank- en infanteriedivisies.

Capitulatie
Overgave (na het verlies van de oorlog).
Collaborateur
Iemand die vrijwillig samenwerkt met de vijand.
Concentratiekampen
Kampen waar grote aantallen mensen gevangen worden gehouden en vaak ook vermoord.
Derde Rijk
De nazi’s geloofden van 1933 tot 1945 dat hun rijk het derde Duitse Rijk was, omdat het volgde op het Heilige Roomse Rijk in de middeleeuwen en het tweede rijk van 1871 tot 1918.
Deportatie
Gedwongen wegvoeren van groepen mensen naar concentratiekampen.
Endlösung
Beslissing van de Nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog om alle Europese joden naar vernietigingskampen te brengen en daar te vermoorden.
Facisme
Een politieke overtuiging gekenmerkt door extreem nationalisme, sterk leiderschap en verzet tegen zowel democratie als communisme.
Front
Het voorste deel van de gevechtszone waar vijandige troepen direct tegenover elkaar komen te staan en vechten.
Führer (‘leider’)
De titel die Adolf Hitler zichzelf gaf in 1934.
Geallieerden
De 49 landen die samen vochten tegen de As-mogendheden. De voornaamste geallieerden waren Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS en de USSR (Rusland).
Genocide
Volkerenmoord - een woord dat werd bedacht om te beschrijven wat de nazi's met de Joden hadden proberen te doen.
Gestapo
De geheime politie van de nazi’s, opgericht in 1933. De naam is een afkorting van ‘Geheimes Staatspolizeiamt'.
Getto’s
De afgesloten wijken in Europese steden waarin Joden onder dwang van de nazi’s moesten wonen.
Grüne Polizei
Hitlers geheime politie in uniform.
Hakenkruis
(Swastika)
Het symbool van de nazi-partij.
Herstelbetalingen

Vergoeding, met name de schadevergoedingen voor de Eerste Wereldoorlog die in het Verdrag van Versailles van Duitsland werd geëist.
Holocaust
(letterlijk: 'verbrande offergave')
De massamoord op ongeveer 6 miljoen Joden door de Nazi’s.
Invasie
Massale vijandelijke aanval.
Kanselier
Het hoofd van de Duitse regering.
Kristallnacht
De nacht van 9 op 10 november 1938 waarin de nazi’s in Duitsland en Oostenrijk winkels, godshuizen en woningen van Joden plunderden.
Lebensraum
(=leefruimte)
De term waarmee Hitler de door hem bezette gebieden beschreef. Hij zei dat deze gebieden de ruimte verschaften die nodig was om het Duitse volk tot bloei te laten komen.

Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Mein Kampf
Het boek van Adolf Hitler over zijn ideeën betreffende de maatschappij en zijn aanpak van de problemen die híj daarin zag.
In dit boek schreef hij, dat hij 'de Joden' beschouwde als parasieten (profiteurs; mensen die ten koste van anderen leven) en verraders van het Duitse volk, en dat zij volledig uit Duitsland gebannen moesten worden.
Mobiliseren
Het verzamelen van troepen en voorbereiding daarvan op militaire actie.
Nazi
Verkorte naam voor een lid van de NSDAP, geleid door Hitler.
Nazi-partij
De Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij. ‘Nazi’ is een verkorte vorm van de Duitse woorden voor ‘nationaal-socialistisch’.
Oostfront
De gebieden van Oost-Europa waar vijandige legers elkaar tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog bevochten.
Rode Leger
Het leger van de USSR. Zo genoemd omdat het onder de rode vlag van het Russische leger streed.
SA
De 'stormtroepen' of bruinhemden.
De oorspronkelijke nazi-strijdkracht, herkenbaar aan het bruine hemd van hun uniform.
SS
Een nazi-ordestrijdkracht. De elite-afdeling van de SA. De naam is een afkorting van het Duitse woord ‘Schutzstaffel’, wat ‘beschermingsbrigade’ betekent.
Ze waren te herkennen aan het zwarte hemd van hun uniform.

Staatsgreep
Het gewelddadig omverwerpen van een regering.
U-boot
Duitse onderzeeër.
Untermenschen
Duits voor ‘ondermensen’ (minderwaardige mensen). Nazi’s gebruikten het woord als verwijzing naar volken en mensen die ze als minderwaardig beschouwden, zoals de Joden, de zigeuners, etc…
USSR
'Unie van Socialistische Sovjet-Republieken'. Ook wel de Sovjet-Unie genoemd (ofwel Rusland).
Weimar-Republiek
De republiek in Duitsland gedurende de periode 1919-1933. Hij werd zo genoemd omdat de regering voor het eerst samenkwam in de stad Weimar.
Westfront
De gebieden van West-Europa waar vijandige legers elkaar tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog bevochten.
Zuivering
Het onschadelijk maken van politieke en andere tegenstanders, vaak door middel van moord.
Zyklon-B
Is een gifgas dat door de SS werd gebruikt om op grote schaal mensen te kunnen vergassen in de gaskamers van de vernietigingskampen.

 

Hoe het begon Adolf Hitler De aanval De Joden Concentratiekampen Auschwitz Het verzet Anne Frank De bevrijding De herdenking Tijdlijn 1939-1945 Tijdlijn Hitler Timberwolves Begrippenlijst Internet / Media

 


Build / 2002-2013 / Cebor  |  Disclaimer  |  E-mail