Concrete Kunst


Richard Paul Lohse:
Vier gleiche asymmetrische Gruppen innerhalb eines regelmšssigen Systems, 1962-1963 vA

Inleiding

Het concept van abstracte kunst, zoals dat werd samengevat in het manifest 'Base de la peinture concrète' (1930) van Theo van Doesburg, Nederlands kunstenaar en theoreticus en basislegger van De Stijl en het Elementarisme, over de basis van Concrete Kunst (ook wel Systematische Kunst genoemd), was het belangrijkste uitgangspunt voor tal van kunstenaars in de jaren dertig tot vijftig die hun werk 'concreet' noemden. Doesburg wilde binnen het grote gebied van de non-figuratieve kunst een onderscheid maken tussen abstracte kunst en concrete kunst. In zijn manifest stelt hij dat het concrete kunstwerk volledig in de geest is uitgedacht voordat het uitgevoerd wordt, terwijl daarentegen de abstracte kunst gevoelsmatig of door abstrahering van de natuur ontstaat.
De wortels van Concrete Kunst lagen in het Suprematisme, het Constructivisme, De Stijl en het Elementarisme. Met Concrete Kunst wordt na de Tweede Wereldoorlog ook wel de mathematisch-geometrische kunst van de Zwitserse Beeldhouwer Max Bill [1] bedoeld (zie afbeelding rechts: Eindeloze kronkel, 1953-1956 OMA). Bill ontwikkelde vooral na 1945 een vorm van abstractie die aansloot bij het manifest van Theo Doesburg. Hij wilde kleur, ruimte, licht en beweging herleiden tot middelen om zuiver geestelijke creatieve concepties te concretiseren en te visualiseren; kunst is vorm geworden gedachte en vermits het hedendaagse denken veelal mathematisch is geworden, moet dit ookvernieuwend werken op de kunst. Het doel ervan was om universeel duidelijk te zijn en het product te zijn, niet van de irrationele geest, zoals de surrealisten betoogden, maar van de bewuste, rationele geest van een kunstenaar, zonder illusionisme of symbolisme.
In de praktijk werd de term Concrete Kunst synoniem aan geometrische abstractie, zowel in de schilderkunst als in de beeldhouwkunst. In de kunstwerken is er een nadruk op echte materialen en echte ruimte, en een voorliefde voor rasters, geometrische vormen en gladde oppervlakken. De kunstenaars werden vaak geÔnspireerd door wetenschappelijke concepten of wiskundige formules. Het 'spazialismo' van Fontana bijvoorbeeld verbond Concrete Kunstopvattingen met dada-technieken.
Om begripsverwarring te voorkomen zou het de voorkeur verdienen de aanduiding Concrete kunst te beperken tot het werk van de pioniers (vroege Bill, Van Doesburg, Georges Vantongerloo). De op wetmatigheden gebaseerde kunst, die rechtstreeks hieruit voortkomt en die vooral in Europa te vinden is, zou het beste Systematische kunst genoemd kunnen worden.

Concrete Kunstenaars na 1945

Parijs leek weer het centrum te worden van de geometrische abstracte kunst, die met voortvarenheid en geloof in de toekomst haar plaats ging bepalen: de galerij Denise René in 1945 met de hulp van een reeks van kunstenaars opgericht werd er het middelpunt van; Léon Degand, criticus en filosoof werd er de vurige en scherpzinnige verdediger van en de 'Salon des Réalités Nouvelles' het jaarlijkse forum. Kunstenaars uit alle landen namen aan deze opbouwende activiteit deel: de oude generatie met de Fransman Auguste Herbin [2], (zie afbeelding links: Étoile, 1948 MMKB), Leon Gischia [2a], de Duitser Friedrich Vordemberge-Gildewart [3], de Franse beeldhouwer Morice Lipsi [3a], Victor Vasarely [4] (zie ook Op Art), de Deen Mortensen en de Zwitserse schilder Richard Paul Lohse [5] en zijn landgenoten, de beeldhouwers Hans Aeschbacher [5a] en Ödön Koch [5b].
Aan het eind van de jaren veertig en in de jaren vijftig kreeg Concrete Kunst internationaal steeds meer aanhangers en werden in ArgentiniŽ met Thomas Maldonado, BraziliŽ, ItaliŽ met Alberto Magnelli [6], Nederland met André Volten (zie Het Nieuwe Beeldhouwen) en Zweden met Olle Baertling [7] groepen geformeerd. Nieuwe beoefenaars van geometrische abstractie in andere landen waren onder andere Victor Pasmore [8] en Ben Nicholson [9] in Engeland, Jo Delahaut[10], Gaston Bertrand (zie ook Informele Kunst) en Luc Peire (zie ook Informele Kunst) uit BelgiŽ, de Fransman Jean Dewasne [11], de Poolse kunstenaar Henryk Stazewski [12] (lid van de constructivistische groep 'BLOK'), de Deen Robert Jacobsen (zie Kinetische Kunst), de Pool Shamai Haber (nog in te voegen als voetnoot: steen: Compositie voor een tuin, z.j. (1959) SMA; steen: De grote poort, z.j. (ca. 1960) SMA; steen: Compositie, z.j. (1961) SMA), de Italiaan Berto Lardera (zie Kinetische Kunst) en Kenneth Snelson (zie Kinetische Kunst) in de Verenigde Staten.
Naoorlogse discussies over abstracte kunst waren gericht op de relatieve verdiensten van 'koude' (geometrische) en 'warme' (dynamische) abstractie (Abstract Expressionisme en Informele Kunst). Opnieuw ging Concrete Kunst tegen de heersende stroming in en werd het utopische erfgoed van de geometrische abstractie hoog gehouden. Het bleef koel, onpersoonlijk en nauwkeurig. Vanuit deze situatie ontstond een nieuwe generatie concrete kunstenaars, die de mogelijkheden bleven uitbreiden in werk dat na verloop van tijd tot Post Painterly Abstraction, Minimalisme en Op Art leidde.


[1] Eindeloze kronkel, 1953-1956 OMA
[2] Blť, 1947 MAM; …toile, 1948 MMKB; Non, 1951 BvB
[2a] Compositie op rood, 1950 SMA
[3] Komposition no. 163, 1947 vA en Komposition no. 176, 1949 vA
[3a] Marbre blanc, 1957-1958 OMA
[4] Bhopal, 1949 MAM; Akka II, 1949-1952 GME; wandkleed: Karim, 1950 SMA; Orom, 1950-1953 BvB; Silur, 1952 vA; Akka, 1958 GME en Taymir+, 1958-1959 BvB
[5] Progressiv gestufte Gruppen mit gleicher Farbzahl, z.j. (1955) SMA; Vier degressief geordende kleurgroepen met gereduceerd centrum, 1956-1965 HGM; Bewegung von Gelb Łber GrŁn und Blau zu Violett, 1958-1973 vA en Vier gleiche asymmetrische Gruppen innerhalb eines regelmšssigen Systems, 1962-1963 vA
[5a] Figuur I, Otterloo, 1961 KM en Figuur III, 1967 KM
[5b] Figuur I, 1958 KM
[6] Sans Crainte, 1945 MAM; collage: Collage au papier quadrillť, 1948 MAM en Lichtende reis, 1950 MMKB
[7] Agria, 1959 SMA en Ardekyra, 1964 MMKB
[8] Lineair motief in zwart en wit, 1960 KM; Constructie en reliŽf, in wit, zwart en oker, 1960-1961 KM; Vooruitspringend reliŽf in wit, zwart en bruin, 1962 BvB en Brown development no. 1, 1964-1965 BvB
[9] Halfrond ovaal, 1950 KMSKA; Parakeet, 1953 MAM en Capraia (P. 764 A), 1965 BvB
[10] Vrede, 1954 MMKB; Inca-Ritmen, 1954 MMKB; Geruchten, 1956 GME; Oneindig nr. 1, 1960 MMKB; Ritme nr. 6, 1962 MMKB; Eenvoudige orde nr. 3, 1964 MMKB; Eenvoudige orde nr. 4, 1964 MMKB; Kleur-vorm, 1967 KMSKA; Opening nr. 2, 1973 MMKB; Ritme nr. 5, 1973 MMKB en Archetypen nr. 2, 1980 MMKB
[11] Badia, 1951 MAM; La Toison d'Or, 1955 MAM; L'instant vorace, 1959 GME; Europe clash, 1975 BvB; Prométhée, z.j. MMKB; Labyrinthe, z.j. MMKB en Stella, z.j. GME
[12] ReliŽf Nr. 16-1964, 1964 SMA; ReliŽf nr. 20, 1967 KM; ReliŽf nr. 9, 1968 KM en ReliŽf nr. 37, z.d. BvB

© http://members.home.nl/kunstna1945