Print This Page

Ecole de Paris: het begin van een nieuw tijdperk



Jean Bazaine: Espagne II, 1954 SMA
Jean Bazaine: Espagne II, 1954 SMA


Ook in de beeldende kunst betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog het begin van een nieuw tijdperk, dat van de abstracte kunst. Veel nieuwe stromingen die zich in deze tijd in Europa manifesteren, kunnen direct of indirect gezien worden in het licht van de oorlog. Ze ademen een hang naar vrijheid en ongebondenheid. Dat geldt met name voor de niet-geometrische abstracte kunst. In de periode na de Tweede Wereldoorlog werd binnen de verschillende richtingen in de niet-geometrische abstracte kunst (Ecole de Paris en de Informele Kunst, Abstract Expressionisme, Art Informel, Materieschilderkunst, Cobra) grote waarde toegekend aan het gevoel, de spontaniteit en het onderbewuste als uitgangspunt voor het kunstwerk. Voor Europa was Parijs het centrum van de abstracte schilderkunst.
In Nederland was het Stedelijk Museum Amsterdam de belangrijkste initiatiefnemer in het leggen van  verbindingen met het buitenland. Het museum ging bovendien op zoek naar jong talent in eigen land. De toenmalige directeur van het Stedelijk, Willem Sandberg, ontpopte zich als een belangrijk coördinator. In 1946 vonden in het Stedelijk Museum twee groepstentoonstellingen plaats die van belang zouden zijn voor de gebeurtenissen in Nederland in de daarop volgende jaren. De ene tentoonstelling kreeg de titel '10 Jonge schilders'. Hier waren onder andere vier kunstenaars vertegenwoordigd (Appel, Brands, Corneille en Rooskens) die in 1948 mede de Nederlandse Experimentele Groep zouden vormen die een paar maanden later aan de wieg van Cobra stond. De andere tentoonstelling heette '12 schilders' (zie 'Vrij Beelden en Cobra'). Hier was werk te zien van kunstenaars die invloeden uit Parijs vertoonden, zowel oudere (Picasso, Matisse, Braque) als jonge Franse kunstenaars (Jean Bazaine, Maurice Estève [1] en Charles Lapicque). Deze laatste schilders hadden zich het meest op de abstractie gericht en vormden rond Bissière een groep van verwante kunstenaars, die 'Ecole de Paris' werd genoemd. De Geometrische Abstractie en het Kubisme evolueerden naar een kenmerkende stijl, waarbij niet het proces, maar het eindresultaat gold als de vrije abstracte vorm en de daad van het schilderen. Daarbij werd gestreefd naar een sterke relatie met de werkelijkheid. Alhoewel het vlakmatige van het Kubisme gehandhaafd bleef, was de opbouw van de werken uit de Ecole de Paris toch veel minder strak en scherpomlijnd en veel speelser. Sandberg merkte op dat van de kant van de Nederlandse kunstenaars zeer veel belangstelling was voor de stijl van de Ecole de Paris. Men signaleerde bij de drie exposerende Fransen invloeden van Georg Braque, Pablo Picasso, de Fauves en de kubisten. Een veel grotere waarde moet echter worden gehecht aan de invloed van bepaalde vooroorlogse abstracte kunstenaars en bewegingen. Met name het Surrealisme (Max Ernst, Roberto Matta en André Breton), de lyrische-abstracte kunst van Wassily Kandinsky en het werk van Paul Klee zijn van bijzondere betekenis geweest. De jonge Fransen waren veel meer esthetisch ingesteld dan de meer emotioneel werkende kunstenaars van bijvoorbeeld de Informele Kunst, bij wie de schildershandeling belangrijker is dan het eindresultaat. Naast de bovengenoemde Franse kunstenaars worden gewoonlijk ook Roger Bissière [2], André Lanskoy
[2a], Alfred Manessier [3], Serge Poliakoff, Gustave Singier [4] en de Belg Nicolas de Staël [5] tot de Ecole de Paris gerekend. De Nederlander Bram van Velde [6] rekent men doorgaans ook tot deze groep, hoewel zijn werk meer verwantschap vertoont met de Lyrische Abstractie. Ook wordt hij wel tot de Existentiële Kunst gerekend, omdat zijn kunstwerken niet aan een bepaalde stijl ontleend zijn, maar aan de sfeer en de gedachten die ze oproepen.

Enkele kunstenaars van de Ecole de Paris

Jean Bazaine was één van de voornaamste vertegenwoordigers van de Ecole de Paris; hij was tevens de theoreticus van de groep. Terwijl hij opnieuw aandacht gaf aan de chromatische waarden zoals die het eerst in het Kubisme en bij de fauves tot uitdrukking waren gekomen, zocht hij naar de essentie van vorm, uitgedrukt in kleur en elementaire structuren. Het ging hem er om de structurele eenheid van de mens en zijn omgeving uit te beelden. Het schilderij moest het wezen van het universum belichamen. De schilder moest zich er rekenschap van geven dat hij niet alleen met zijn ogen ziet maar met zijn hele lichaam. Het basisprincipe in zijn werk omschreef hij zelf in zijn boek 'Notes sur la peinture d'aujourd'hui', waarin hij duidelijk stelde dat het de taak van de beeldende kunst is 'de structurele eenheid tussen de mens en zijn omgeving uit te beelden'. Het gaat er niet om in hoeverre een kunstwerk abstract is, maar om de vraag of het iets van het wezen van de wereld voorstelt. De buitenwereld systematisch ontkennen, betekent zichzelf ontkennen. Bazaine onderscheidt zich van andere abstracte schilders doordat de natuur een grote rol speelt in zijn werk. Bazaine schilderde weliswaar uitsluitend in zijn atelier, maar hij tekende veel naar de natuur [7]. Zijn tekeningen waren geen studies die hij later tot schilderijen verwerkte, omvormde of stileerde, maar hij legde er zijn indrukken in vast van de ruimte, het licht en de kleurtoetsen, in hun onderlinge verhoudingen. Om die verhoudingen is het hem te doen, om het beleven van de ondeelbare eenheid van de natuur. Een natuur die bezig is te ontstaan en nog juist niet (voor ons) herkenbaar is geworden. DaaSerge Poliakoff: Composition, 1956 vArom zien we op Bazaine's schilderijen [8] niet de ons vertrouwde rotsen, lucht, wolken en bomen, maar wel dringt zich het beeld aan ons op van de organische processen die aan deze elementen ten grondslag liggen. In de woorden van Bazaine: 'Mijn opgave is om in de vormen het geheim en de toverkracht van het omgevormde, het onuitgesproken terug te vinden'.

De Russische schilder Serge Poliakoff (genaturaliseerd tot Fransman) legde zich in zijn voortdurende onderzoek naar vlakverdeling en kleurharmonie onder invloed van Kandinsky en Robert Delaunay volledig op het non-figuratieve toe. Hierbij creëerde hij uit gesloten elementaire vormen en puur tonale ritmes een veld van kleur en licht, dat uitnodigt tot meditatie en ruimtelijkheid  oproept, in de traditie van de iconen van zijn geboorteland; Poliakoffs kleurengamma toont verwantschap net het kleurenschema zoals we dat vinden bij Russische iconen. Zijn vlakke schilderijen [9] ademen een natuurlijke rust (zie afbeelding rechts: Composition, 1956 vA).


[1] L’écholier de Petrus, 1949 MAM
[2] Wandtapijt: Wandtapijt, 1945 SMA; Hommage à Fra Angelico, 1949 SMA; werk op papier: Argonauten, 1949 SMA; Blauw, 1951 SMA; Zwart en oker en groen, 1952 SMA; Rood en geel (croix du Sud), 1952 HGM; Compositie op witte ondergrond, 1953 vA; Compositie, 1954 vA; 11 kleurhoutsneden: Zonnelied van St. Franciscus, 1954 vA; Souvenir de Ville-d’Avray (Compositie nr. 263), 1955 BvB; Composition, 1955 vA; Compositie, 1957 GH; Compositie 407, 1959 SMA; Schilderij nr. 434, 1960 vA; Un nuage de soleil, 1960 BvB en Compositie, z.j. (ca. 1960) GH
[2a] Le poids d'un cartonage, 1962 GH
[3] David, 1948 SMA; Les ponts de Bruges, 1949 GH; Les oiseaux passent sur la campagne, 1949 MMKB; Port Nocturne, 1950 BvB; Barabbas, 1952 vA; Offrande du soir, 1954 BvB; Heer zullen wij het zwaard trekken?, 1954 MMKB en Nuit d'été, 1956 vA
[4] Intérieur bleu, 1951 MAM en Hulde aan Vermeer Delft, 1961 MMKB
[5] Compositie, 1942 MAM; Compositie, z.j. (1950) GH en Les bouteilles, 1952 BvB
[6] Peinture, ca. 1950 SMA; Compositie, ca. 1950 HGM; Zonder titel, z.j. (1956) SMA; gouache: Zonder titel, 1961 vA; gouache: Compositie, z.j. GH; Compositie, z.j. (1959) SMA; Sans titre 17096, 1961 MAM en Zonder titel, z.j. (1961) SMA
[7] Écorce de chêne-liège, 1949, vA
[8]Grand arbre au paysage d’hiver, 1948 BvB; Winter, 1951 vA; L'orage au jardin, 1952 vA; Espagne II, 1954 SMA; De grote rots (Spanje III), 1954 vA; Onweer, 1957 vA en Nuages et rochers, 1960 vA
[9] Toile grise, 1950 MMKB; Compositie in rood, z.j. (1952) SMA; Trait orange, 1952 GME; Toile bleue, 1953 MMKB; Grijs doek, ca. 1953 MMKB; Petrouchka, 1954 SMAK; Compositie, 1954 vA; Gris et rouge pour Guy Perrier, 1955 MMKB; Composition, 1956, vA; Compositie met zwarte en gele vlek, 1958 BvB; Orange monochrome avec trait, 1961 MMKB en Espace orange, z.d. MAM


© http://members.home.nl/kunstna1945