Print This Page


Neo Stijl: Neo Geo en Pittura Colta


Han Schuil: Zonder titel, 1988 SMAK

Neo Geo

In het ontlenen van stijlen aan de kunstgeschiedenis beperkt men zich niet uitsluitend tot het nabije verleden, zoals de 'Neo Geo' of ‘neo-abstractionisme’, in 1986 door de Amerikaanse kunstcriticus Donald Kuspit geÔntroduceerde term ter benaming van de abstracte kunst die sinds 1985 vooral in de Verenigde Staten is gemaakt en die gezien kan worden als een directe voortzetting van de Post Painterly Abstraction. In tegenstelling tot de traditionele opvatting van abstracte kunst is er in de Neo Geo geen sprake van een volstrekt unieke, pure vorm van schilderkunst. De abstracte vorm is vaak een letterlijk citaat van vroegere abstracte kunst van bijvoorbeeld de klassieke avant-garde (De Stijl, Constructivisme, Suprematisme). Maar ook de Op Art wordt geciteerd of geparafraseerd, echter zonder de traditioneel aan abstracte kunst toegekende autonome of spirituele waarde (zie ook Appropriation Art).
Binnen de Neo Geo is de abstracte vorm een teken met een actuele maatschappijkritische inhoud. Hij is ingepast in een referentiŽle structuur, die verwijst naar hedendaagse industriŽle processen, computersystemen en medianetwerken. De in harde kleuren geschilderde Neo Geo-schilderijen bieden kritiek op de depersonalisatie en systematisering van de westerse maatschappij. Bekende Neo Geo-kunstenaars zijn Peter Schuyff, John Armleder, Peter Halley [1], Philip Taaffe; Helmuth Federle [2], Christopher Wool [3]en de Nederlander Han Schuil [4].
Halley ontvouwt een beeldtaal die in zijn gevoelige palet en zijn nauwkeurige formele geometrie zowel aan Albers als aan Newman herinnert (zie afbeelding rechts: The extinction of Feeling (HAL 15/91), 1991 SMA). Halley probeert Constructivisme, Minimalisme en Color Field Painting tot hun essentie, hun ‘sociologische basis’, terug te brengen: het vierkant als symbool van de gevangeniscel en de kleur rood als een verwijzing naar de gevaren van de technologie. In schril contrast tot de benadering van Halley staan die van Taaffe en Wool, met hun toepassing van sjablonen en onleesbare letterreeksen. Kunstzinnige onderzoekingen kunnen zelf binnen het oeuvre van ťťn kunstenaar tot zeer uiteenlopende resultaten leiden, zoals blijkt uit de schilderijen
[5]van Ross Bleckner. Deze Amerikaanse kunstenaar vervaardigde vrijwel gelijktijdig composities van vibrerende, abstracte kleurbanen en surrealistische, universalistische visioenen.


Pittura Colta

Vooral in ItaliŽ treffen we nogal wat kunstenaars aan die zich juist richten op de kunst van vůůr het Modernisme, vooral op het neo-classistische academisme. In 1986 was in het Groninger Museum een tentoonstelling te zien van de Italiaanse kunstenaars Alberto Abate [6], Ubaldo Bertoloni, Carlo Bertocci, Bulzatti en Carlo Maria Mariani. Zij presenteerden zich vanaf 1980 onder de naam 'Pittura Colta'. Deze term kan vertaald worden als ‘geoogste schilderkunst’ en houdt in dat de kunstenaars naar believen gebruik maken van elementen uit bestaande kunst. De keuze van de onderwerpen en de manier waarop deze onderwerpen worden uitgewerkt, tonen sterke verwantschap met de neo-classicistische kunst uit de 18e eeuw van bijvoorbeeld Poussin, Watteau en Ingres. De wijze van schilderen is glad, zeer precies en fijn, haast onpersoonlijk en staat in tegenstelling tot de vrije, emotionele en expressieve manier waarop veel kunstenaars nu werken. Vanuit de visie dat deze kunst eigenlijk niet past in de huidige tijd, wordt zij gekarakteriseerd als ‘anachronistisch’. Er zijn wel parallellen getrokken tussen kunstbewegingen als ‘Pittura Colta’ in ItaliŽ en de ontwikkelingen in de bouwkunst. Omdat de postmoderne architectuur het classicisme vaak op een ontwrichtende, ondermijnende manier benadert, heeft men die tendens ook in bepaalde schilderstijlen aangewezen.
Het gebruik van citaten – citationisme (zie ook Rob Scholte)† – is niet gebonden aan een bepaalde kunstrichting, maar in de ‘Pittura Colta’ is het wezenlijk. Het vrije citeren berust op de overtuiging dat historische continuÔteit en lineaire geschiedopvatting voor de kunstenaars geen betekenis hebben. Zij oogsten als het ware datgene uit de kunst van het verleden wat zij voor hun eigen werk willen gebruiken; daarom kan men in het oeuvre van dezelfde kunstenaar geheel verschillende stijlen aantreffen.

De belangrijkste vertegenwoordiger van de ‘Pittura Colta’ is Carlo Maria Mariani. Hij imiteert en herinterpreteert kunst uit de Renaissance en uit de neo-classicistische periode, die beide gekenmerkt worden door het opnemen van antieke motieven. Mariani’s werk is gebaseerd op de ideeŽn van J.J. Winckelmann, de Duitse geleerde die met zijn onderzoek op het gebied van de Griekse kunst medeverantwoordelijk is geweest voor het ontstaan van de neo-classicistische beweging. In moderne termen kan het in de eerste plaats gezien worden als een vorm van Conceptuele Kunst.
Imitatie is het uitgangspunt van Mariani’s werk; hij probeert het originele kunstwerk technisch te evenaren, maar tegelijkertijd een geheel nieuw kunstwerk te scheppen. Het streven is erop gericht zich de zeggingskracht van de oude picturale grammatica volkomen toe te eigenen. Zo zou uiteindelijk een nieuw schilderij met een geheel eigen symboliek tot stand kunnen worden gebracht. Dat lukt alleen als de ‘waarde’ van de voorstelling wordt losgekoppeld van de kunst- en cultuurhistorische context van het nagebootste beeld.
Met haar citaten ontkracht ‘Pittura Colta’ de idee dat kunst voortgang zou vertonen. Vooruitgang is een schijngestalte. Kunst kan hoogstens in de vorm van imitatie en mimesis herinneren aan inmiddels allang verbleekte idealen. De ‘Pittura Colta’ stuit hiermee op het probleem van het einde van de kunstgeschiedenis als een toonbeeld van vervolmaking; het verwijst naar een fundamenteel onvermogen de wereld, de werkelijkheid of de geschiedenis een (metafysische) zin te geven. Het beroep van de ‘Pittura Colta’ op de herinnering is een postmoderne provocatie (Postmodernisme) van de moderne avant-garde, die zich uit alle macht had afgezet tegen neo-classicistische pretenties. De ‘tegentijdse’ herinnering aan dit verdrongen verleden moet ons behoeden voor het voortgangsgeloof dat de avant-garde ooit met haar verwerping heeft uitgedragen. Tegelijkertijd zegt die herinnering ons dat er voor dat geloof niets in de plaats komt. Deze zinledigheid verleent de ‘Pittura Colta’ een melancholiek aanzien.
Mariani’s doel is neo-classicistische idealen te bereiken als schoonheid, gratie en harmonie. Hij laat zich daarbij vooral inspireren door schilderijen, theoretische verhandelingen, kritieken en brieven van Duitstalige kunstenaars en theoretici zoals Mengs, Angelica Kauffmann, Winckelman en Goethe. Mariani’s werken zijn derhalve het resultaat van intensieve en serieuze studie. Mariani’s methode van werken blijkt duidelijk uit een van zijn belangrijkste schilderijen Autoritratto immaginario di Angelica Kaufmann [7] (Denbeeldig zelfportret Angelica Kaufmann) en de tekening Gorgone [8]. De Zwitserse schilderes Kaufmann (1741-1807), is afgebeeld met een grote hoed op haar hoofd en een schilderpalet in haar linkerhand, terwijl zij poseert in de natuur. De houding en de blik lijken te zijn ontleend aan het portret dat Joshua Reynolds in 1777 van haar heeft gemaakt. De grote hoed en de landschappelijke achtergrond verwijzen naar het beroemde portret dat Tischbein in 1787 van Goethe maakte. Mariani combineert verder elementen uit de vele zelfportretten van Kaufmann waardoor een geheel nieuw kunstwerk ontstaat. De combinatie verwijst onder meer naar de vriendschappelijke relatie die Kaufmann had met Reynolds, Tischbein en Goethe; de laatste twee leerde zij kennen in Rome. Het zou een zelfportret van Kaufmann geweest kunnen zijn, ware het niet dat Mariani er elementen aan toegevoegd heeft die betrekking hebben op haar leven en die Kaufmann zelf nooit gecombineerd zou kunnen hebben. Daardoor ontstaat er een nieuw kunstwerk, dubbelzinnig en rijk aan verwijzingen.



[1] The Extinction of Feeling (HAL 15/91), 1991 SMA
[2] Ypsilon, Du bedršngtes Zeichen des Alters und des Geheimnisses, 1986 HGM
[3] Untitled (P 78 Helter Helter), 1988 BvB; Untitled (S 29), 1988 BvB; Untitled (S 30), 1988 BvB; Untitled, 1989 BvB; Untitled (The show...), 1990 BvB; RIOT (P160), 1989-1992 BvB; Untitled, 1990; Untitled, 1991 BvB en AP II, 1991 BvB
[4] Zonder titel, 1983 BvB; Zonder titel, 1984 BvB; Zonder titel, 1985 SMA; Zonder titel, 1986 BvB en Zonder titel, 1987 BvB
[5] The Rumourous, 1980 BvB
[6] potlood, pastel: Zonder titel, 1983 GrM en potlood, kleurpotlood: Delphi, 1983 GrM
[7] 1976 GrM
[8] 1982 GrM


© http://members.home.nl/kunstna1945