Print This Page

Pop Art in Engeland



Allen Jones: Neither forget youre legs, 1965 SMAK

Independent Group

De Britse Pop Art is veel poŽtischer (sentimenteler en filosofischer) dan het Amerikaanse ‘New Realism’ en wortelt veel meer in de traditie van het oude Europa. De Britse Pop Art ontstond reeds midden jaren vijftig, onafhankelijk van Amerikaanse voorbeelden. Francis Bacon gebruikte in het deze tijd elementen uit foto’s en filmstills die hij als opgeblazen close-ups van verhevigde emoties in zijn schilderijen vastlegde. Bacons werkwijze maakte grote indruk op jonge Engelse schilders. Hun doel was het tonen van de werkelijkheid en tevens een identificatie met die realiteit op gang te brengen. Al in 1953 waren er verschillende kunstenaars die Bacon navolgden in het verwerken van fotografische beelden Tot hen behoorden de allereerste Pop Art-kunstenaars, zoals Richard Hamilton [1a] en Eduardo Paolozzi. Zij sloten zich op grond van hun ideeŽn aaneen in de zogenoemde 'Independent Group'. Meer dan de Amerikaanse pop-kunstenaars, die de consumptiewereld waarin ze leefden bij voorkeur direct in hun kunst wilden opnemen, werkten de Britten vanuit een theoretische motivatie. Zij streefden naar een persoonlijke weergave van het besef dat de samenleving onder invloed van de eigentijdse stedelijke cultuur ingrijpend was veranderd. Ze hadden belangstelling voor stadscultuur, zoals die tot uitdrukking kwam in advertenties en de reclame en voor science fiction. Overal in het stadbeeld waren fascinerende tekens, signalen en kleuren zichtbaar.
Het eerste echte Pop Art-kunstwerk van Engelse origine is, zoals algemeen wordt aangenomen, Richard Hamiltons collage ‘Just What is it that Makes Today’s Home so Different, so Appealing?’ Dit werk werd gemaakt voor een tentoonstelling, getiteld ‘This is Tomorrow’, die werd gehouden in 1956 in de Whitechapel Art Gallery. Dit kunstwerk is niet alleen belangrijk omdat het woord ‘Pop’ (op het racket van de bodybuilder) erop voorkomt, maar ook omdat hier de belangstelling van de popkunstenaar tot uitdrukking komt: de moderne grootsteedse, gecommercialiseerde samenleving. Stripverhalen, televisie, reclame, reclameborden en merknamen dagen, samen met het absurd geÔdealiseerde paar, de kijker uit om zich los te maken van zijn vooroordelen. De eerste confrontatie met Pop Art die grote indruk maakte op het Engelse publiek was de in 1961 gehouden tentoonstelling ‘Young Contemporaries’, waar werken te zien waren van David Hockney, Derek Boshier, Allen Jones [1], Laing, Peter Philips [2], R.B. Kitaj en Richard Smiths. Jones wordt overigens ook wel tot de Europese realisten gerekend. In hetzelfde jaar hield Peter Blake [3] zijn eerste tentoonstelling in het Institute of Contemporary Arts. Sommige leden van de ‘Independent Group’ verbonden aan hun toekomstverwachtingen de hoop dat een betere samenleving zou worden bereikt door verregaande mechanisering en motorisering. Eduardo Paolozzi is een van de eersten geweest die in de jaren vijftig beeldmateriaal uit de wereld van de massamedia en de moderne techniek in de beeldende kunst heeft geÔntroduceerd. Hij wist bovendien als geen ander in zijn werk science fiction aan techniek te koppelen [4].

Afzonderlijke kunstenaars

Ronald Kitaj is waarschijnlijk de meest literaire schilder die de naoorlogse periode heeft voortgebracht. Kitaj oefende een belangrijke invloed uit op de Engelse kunstenaars als Hockney, Hamilton, Tilson, Blake, Anthony Green [5], Jones en Phillips, met wie hij in contact kwam op het Royal College of Art. Het College zelf speelde een belangrijke rol in de vorming van de Engelse Pop Art stijl. Het grote verschil tussen Kitaj en zijn collega’s is zijn intellectuele hang naar ‘inhoud’ en ‘complexiteit’; vergeleken met de reguliere Pop Art moet het hermetisch werk van de mysterieuze Kitaj gelezen, soms haast ontcijferd worden. Het werk London by night [6] geeft een gewelddadige scŤne weer uit de onderwereld. Kitaj vertaalde een burgerlijk tafereeltje uit een negentiende-eeuws Duits kinderboek (Struwwelpeter) in een scŤne vol dreiging, wrede figuren, misvormde koppen, drank en wapens. Kitaj wil de vrijheid hebben om een schilderij te verbinden met bijvoorbeeld een gebeurtenis, een boek of een idee, en hij probeert zulke verbindingen een duidelijke vorm te geven. Kitaj wil in zijn schilderijen een beeldende parallel geven van de literatuur om de complexiteit van onze cultuur in beeld te brengen zoals een romancier, dichter of een essayist dat doet. De werken doen aan collages en stripverhalen denken. Dikwijls schildert hij teksten en woorden in zijn schilderijen. Kitaj wordt geÔnspireerd tot de collagevorm door Walter Benjamins beschrijving van het stadsleven (Arcades (after Walter Benjamin), 1972/1974). De keuze van zijn onderwerpen geven blijk van belangstelling voor Marxisme en kapitalisme, antropologie, kunsthistorie en poŽzie; met name de gedichten van Ezra Pound en andere Amerikanen. Veel van het beeldmateriaal uit de jaren twintig, dertig en veertig dat met deze onderwerpen verband houdt, verwerkte hij in schilderijen, zoals in The Baby Tramp [7] en Vredige dagen [8]. In het eerste schilderij is er verband met het boek 'The tramp' van Frank Gray.

David Hockney kreeg al vroeg erkenning. Hij was al beroemd, zij het binnen een kleine maar invloedrijke kring, toen hij nog student was aan het Royal College of Art. Hockney werd aanvankelijk beÔnvloed door het Abstract Expressionisme. Met Man Stood in Front of His House with Rain Descending (The Idiot) [9] toonde Hockney niet alleen zijn interesse voor de (autobiografische) figuratie voor het alledaagse van de populaire cultuur en voor het weerspiegelen van literaire bronnen, maar tevens voor allerhande romantische en grafische elementen (kindertekeningen, primitieve schilderkunst en graffiti), die ook de vorige kunstenaarsgeneratie in de ban hielden. Hockney vond zijn levensvervulling uiteindelijk in de Verenigde Staten, waar hij zich vestigde toen hij in CaliforniŽ een wereld aantrof die volgens hem bevrijdend, visueel en sensueel stimulerend was. Wat kenmerkend is voor Hockney, is dat elk Amerikaans accent in zijn werk nadrukkelijk ontbreekt, ondanks het feit dat zijn Amerikaanse ervaringen (een soort wonderwereld met pin-ups en flipperkasten) van belang waren voor zijn persoonlijke ontwikkeling [10]. Verder is de invloed van Dubuffet duidelijk merkbaar in zijn schilderijen. Het was kennelijk Dubuffet, die voor het eerst bij Hockney interesse voor kindertekeningen wekte. In de late jaren zestig wordt Hockney’s schilderstijl onder invloed van schilders als Hopper en Magritte realistischer, vaak met een verhalend element in zijn kenmerkende, ogenschijnlijk kinderlijke stijl. Hockney stelt met de serie A Hollywood Collection [10a] een kant en klare collectie samen voor de typische Hollywood-kunstverzamelaar, onkundig en onverzadigbaar. Verschillende genres en stijlen uit de kunstgeschiedenis zijn in deze reeks vertegenwoordigd. Met gevoel voor ironie zegt Hockney over de serie: 'It's a kind of joke thing, a kind of home-made art collection with bits of everything in it, a nude, an abstract, a landscape and so on.' De fraai uitgewerkte lijsten versterken de suggestie als zou het gaan om zeer exclusieve kunstwerken. Verder gebruikt hij het leven van rijke mensen als onderwerp; een luilekkerland [11] met palmen, zwembaden en moderne gebouwen met veel glas. Toch vindt Hockney zelf dat hij geen Pop Art maakte. Zijn schilderijen zijn weliswaar gemakkelijk te begrijpen, maar toch blijft het de vraag of zijn werken wel echte pop-artschilderijen zijn; ze verwijzen immers niet naar de conventies van de massacultuur en maken evenmin gebruik van specifieke Pop-artmaterialen.

Joe Tilson was erg beÔnvloed door Kitaj en Paolozzi. Tilson was geboeid door reclame en slogans. Het lineaire houtreliëf met een vast maatsysteem is Tilsons kenmerkende eigen bijdrage aan de Engelse Pop Art. Hij maakte reliŽfcomposities uit beschilderd hout, waarbij hij de collagetechniek gebruikte die hij presenteerde in een strenge, emblematische vorm en die hij zelf de ‘ambigue beelden van de grote stad’ noemt [12]. Opmerkelijk is ook zijn interesse voor het afbeelden van reeksen. De reeksen van Tilson zijn zogenaamde ‘pages’, vooral gebaseerd op actuele gebeurtenissen, en zijn ‘transparencies’: met acrylverf op hout geschilderde vergrotingen van dia’s, die een detail van het menselijke lichaam: een mond [13] (zie afbeelding links: Transparency: taste, 1969 BvB) een oog [14], een oor [15], een vinger [16] en een neus [17] laten zien. De soms monumentale assemblages bouwde Tilson op uit letters [18], cijfers, dobbelstenen en andere objecten [19]. De geordende houtconstructie vormt een dankbaar kader voor de omzetting van dergelijke seriebegrippen in samenhangende beeldfragmenten.
Van een mystisch-cerebrale inslag, voelt Tilson zich sedert 1970 aangetrokken door mythe en legende, de kringloop van de natuur en de vier elementen. Ideeën uit het Sjamanisme, het Tantrisch Boeddhisme, de Chinese filosofie zowel uit de alchemie en de kabalistiek inspireren hem tot series zoals Alfabetladder (1971), Danteladder (1971), Het Efi (1971) en Ziggurat (1972). Het rechthoekige reliëf 'Labyrint Ecbatan' (nog in te voegen als voetnoot: z.d. KMSKA) ontleent zijn naam aan de vroegere hoofdstad van het Rijk der Meden, het huidige Hamadan.
Vanaf het midden van de jaren zeventig vervaardigt hij series grootformaat kleurenetsen, waarbij de voorstelling is onderverdeeld in verticale stroken, waarin telkens twintig maal hetzelfde woord staat afgebeeld (nog in te voegen als voetnoot: aquarel: SEED, 1975 MhV (prototype)). Voor de kunstenaar zijn het mantra's, heilige spreuken waaraan een bovennatuurlijke kracht wordt toegekend.



[1] Neither Forget your Legs, 1965 SMAK; Shoe Wheel, 1965-1966 MMKB; My Hastings – Four Years After, 1965-1966 SMA; Black enchantress, 1967 BvB; Legs, August 1967, 1967 MUHKA en High style, 1970 BvB
[1a] A critic laughs, 1968 vA (kleurenfoto/collage); Portrait of the artist Bacon, 1970-1971 vA (kleurenfoto/acryl) en sculptuur: Guggenheimpainted grey, 1972-1975 BvB
[2] Lions Versus Eagles, 1962 SMAK
[3] Post Card, 1961-1962 BvB
[4] Herspiro, 1966 KM; Neo-Saxeiraz, 1966 SMA en 10-delig zeefdruk: Universal electronic vacuum, 1968 KM
[5] Our dear friends-Martin and Jean awkins, 1970 BvB
[6] 1964 SMA
[7] 1963-1964 HGM
[8] 1964 BvB
[9] 1962 SMAK
[10] prent: The marriage, 1962 BvB; ets: De hypnotiseur, 1963 SMA; tekening: American landscape Pie, 1965 MMKB en Zonnebader, 1966 SMA
[10a] Picture of a landscape in an Elaborate Gold Frame, 1965 MhV; Picture of a portrait in a Silver Frame, 1965 MhV; Picture of Melrose Avenue in an old Ornate Gold Frame, 1965 MhV; Picture of a Simple Framed Traditional Nude Drawing, 1965 MhV; Picture of a Pointless Abstraction Framed under Glass, 1965 MhV en Picture of a still life which has an elaborate silver frame, 1965 MhV
[11] Two deck chairs, Calvi, 1972 BvB
[12] Twin cut out, 1962 BvB en Spiral box, 1963 BvB
[13] Transparency: taste, 1969 BvB
[14] Transparency: eye, 1969 BvB
[15] Transparency: ear, 1969 BvB
[16] Transparency: finger, 1969 BvB
[17] Transparency: nose, 1969 BvB
[18] Measurement alphabet, 1976 BvB
[19] Alcheringa ladder, 1972 MhV; Labyrinth 'Julians Bower', 1973 BvB en Alcheringa (1970-'73), 1974 MhV


© http://members.home.nl/kunstna1945