![]() |
![]() |
![]() |
|
3 De baarmoeder3.1 Opbouw van de baarmoeder 3.2 Carcinoma van de baarmoeder 3.2.1 Carcinoma van de cervix 3.2.2 Carcinoma van het endometrium 3.2.3 Carcinoma van het myometrium 3.1 Opbouw van de baarmoeder De baarmoeder kun je verdelen in een baarmoederhals (cervix) en een baarmoederlichaam (corpus). De baarmoederhals bestaat uit cilinderepitheel(endocervix) en plaveiselepitheel(ectocervix). Het cilinderepitheel is de één cellaag dikke bekleding van het baarmoederhalskanaal.
Het plaveiselepitheel bestaat uit meerdere cellagen en is de bekleding van de vaginawand. Het wordt elke vier tot vijf dagen geheel vervangen door nieuwe cellen. Het vrouwelijke hormoon oestrogeen stimuleert de proliferatie, de maturatie en de desquamatie van het epitheel. Progesteron inhibeert juist de maturatie van het epitheel. Het plaveiselepitheel bestaat uit: de basale of germinale laag (verantwoordelijk voor de constante epitheel vernieuwing), de middenzone of stratum spinosum (het grootste deel van het epitheel) en de oppervlakkige zone (gemaakt van het oudste /meest volwassen celpopulatie). Tussen deze twee epitheellagen zit geen duidelijke afscheiding. De epitheellagen gaan geleidelijk in elkaar over. Dit heet de transformatie- of overgangszone. De overgang van baarmoederhals naar baarmoederlichaam is wel heel duidelijk te zien (fig. 3.1). De wand van de baarmoeder is opgebouwd uit drie lagen: het endometrium, het myometrium en het perimetrium. Het endometrium grenst aan het lumen van de baarmoeder en is opgebouwd uit enkelvoudig cilindrisch epitheel en uit een bindweefsellaag, waarin zich buisvormige klieren en veel bloedvaten bevinden. Deze laag is de laag die zich maandelijks opbouwt en weer afbreekt. In deze laag vind dus heel veel celdeling plaats. Dit gebeurt onder invloed van oestrogeen. De bindweefsellaag lijkt op mesenchym (embryonaal bindweefsel). Het myometrium bestaat uit bundels gladde spieren. Deze spieren worden tijdens de zwangerschap veel dikker, doordat het aantal spiercellen sterk toeneemt. De volgende lagen kunnen in het myometrium worden onderscheiden: het stratum submucosum (direct onder het endometrium), dat zijn vooral langwerpige cellen, het stratum vasculare (de dikste laag), deze laag bevat veel grote bloedvaten, het stratum supravasculare, dat zijn vooral langwerpige en cirkelvormige cellen en de diepste laag is het stratum subserosum, dat is een dunne laag van langwerpige spiercellen. Het perimetrium is een serosalaagje, dat de baarmoeder aan de buitenzijde omgeeft. Het bevat vooral sympathische ganglia.
3.2 Carcinoma van de baarmoeder 3.2.1 Carcinoma van de cervix Carcinoma in situ is een carcinoom in het plaveiselepitheel (fig. 3.2). Het plaveiselcarcinoom ontstaat uit ongeremde celgroei van de plaveisel epitheelcellen. Tussen de 80% en de 90% van baarmoederhalskanker is plaveiselcel carcinoom. Er vindt een verandering plaats in het oppervlak van de epitheelcellen. Er ontstaan namelijk cellen met afwijkende kernen. Deze vorm van kanker is vaak (nog) niet metastaserend en invasief. Het plaveisel celcarcinoom is onder te verdelen in 3 soorten: carcinoma met relatief lange, gekeratiniseerde cellen, carcinoma met relatief lange, niet gekeratiniseerde cellen en carcinoma met relatief kleine cellen. De carcinoma met de relatief kleine cellen zijn het meest agressief. Bij adenocarcinoom in het cilinderepitheel zijn de normale endocervicale kliercellen vervangen door lange, onregelmatige kolomachtige cellen met abnormaal gekleurde celkernen en verhoogde mitotische activiteit. Epidermoid carcinoom metastaseert niet snel en er worden wijde kolommen van afwijkende cellen geproduceerd. Er bestaat ook nog een mix van het epidermoid carcinoom en het adenocarcinoom. In de baarmoederhals komen ook wel sarcoma voor (o.a. leiomyosarcoma), maar die zijn heel zeldzaam.
Kwaadaardige gezwellen kunnen ontstaan doordat de epitheelcellen teveel gaan delen. Delen is altijd een gevaarlijke bezigheid voor cellen, zoals u hebt kunnen lezen in het vorige hoofdstuk. Aangezien het endometrium (fig. 3.3) heel veel deelt om de baarmoeder weer op te bouwen na een periode van afbraak (menstruatie) is de kans groot dat tijdens die delingen iets mis gaat. Het opbouwen van het endometrium gebeurt onder invloed van oestrogenen. Oestrogenen zorgen er dus voor dat cellen in het endometrium veel gaan delen. Een overschot aan oestrogenen is dan ook gevaarlijk. In het endometrium kan ook carcinoma in situ voorkomen. Hierbij zijn de epitheelcellen vergroot en er is veel cytoplasma aanwezig. De kernen zijn hyperchromatisch en zijn afwijkend van vorm. De baarmoederwand en andere externe structuren worden niet aangetast. Bij adenocarcinoom
Bij een leiomyosarcoma zijn de cellen groter dan normaal en zijn de kernen donkerder en groter (fig. 3.5). Er is een variatie in grootte en dichtheid van de kernen. Er zijn veel mitotische figuren te zien en die zijn vaak abnormaal. Hemangiopericytoma is een tumor die zelden voorkomt in het myometrium. Het ontstaat in het verbindingsweefsel. De cellen zijn vergroot en de kernen zijn uniform en ovaal. Hier zijn weinig mitotische figuren te vinden. |