Eigenheid en
individualiteit komen tot uitdrukking in een persoonlijke beeldtaal, waarbij het gebruik van vreemd materiaal in zijn schilderijen opvalt. Doordat Laurens jute, latex maskers, purschuim, hout, zand en andere materialen op de drager plakt, ontstaat er een aparte huid met textuur, die vaak erg plastisch wordt. Ondanks het gebruik van zo’n divers materiaal, blijft de compositie erg hecht en evenwichtig.  Vanuit het schaakspel ontwikkelde zich in de jaren zeventig en tachtig een beeldtaal, gevoed door Keltische en Afrikaanse motieven. Een wereld vol spanning, stemmingen en aloude aardse gevoelens. Dit gevoel bespeurt men ook tegenwoordig nog in zijn werk, ondanks dat het schaakspel niet meer als zodanig te herkennen is. Soms lijkt het werk abstract, maar dit is het nooit. Altijd is er een aanleiding. Meestal herkent men deze nog.      
 

Regelmatig maakt hij ook de laatste jaren portretten. Zoals portretten van “beroemde” collega’s, dubbelportretten in “hun” stijl, maar toch duidelijk een schilderij van Laurens. Ook zien we portretten van mensen om hem heen, of van mensen die hij ontmoet. Hierbij gaat het Laurens niet om de uiterlijke herkenbaarheid, maar om datgene weer te geven, wat hij bij die ontmoetingen voelde. Een verbeelden van wat het karakter van die persoon kan zijn of welke persoonlijkheden deze vertegenwoordigt. Zo zien we ook portretachtige vormen of onderdelen van portretten welke spontaan tijdens het schilderend bezig zijn ontstaan. Zij zijn de beeldende middelen van waaruit of waaromheen het schilderij wordt gemaakt. Wat opvalt is dat zo’n portret meestal bestaat uit meerdere hoofden ineen, soms vanuit diverse standpunten gezien, zoals we reeds bij de kubisten tegenkwamen, maar toch ook weer anders. 


Werkte Laurens vroeger vanuit thema’s, welke hij soms over jaren heen onderzocht op hun beeldende mogelijkheden; tegenwoordig is dit veel minder stringent. Het gaat Laurens nu veel meer om het schilderen zelf. Gewoon lekker schilderend bezig zijn! De onderwerpen van zijn schilderijen staan nu ook veel dichter bij zijn persoonlijke belevingswereld. Het geringste voorval of “beeld” kan al aanleiding zijn tot menige hevige schildersessie. Hierbij is in  zijn expressionistische schilderwijze duidelijk een verwantschap voelbaar met “die Rheinischen Expressionisten” als August Macke of Heinrich Campendonck evenals de Nieuwe Wilden, die zich vanaf de jaren tachtig manifesteerden zoals A.R. Penck, Georg Baselitz en Markus Lüpertz. Zelf voelt Laurens zich in zijn schilderdrift het beste thuis tussen de trans-avant-gardistische  Italiaanse vertegenwoordigers van deze Nieuwe Wilden zoals: Sandro Chia, Enzo Cucchi en Francesco Clemente.



Voor meer gegevens, verwijs ik naar de "Buun 2004", het cultuur-historisch jaarboek voor Venlo, Blerick en Tegelen waarin een een artikel over Laurens verscheen van de hand van Adri Gorissen. Een keramisch beeld van Laurens staat op de voorpagina afgedrukt. (ISBN 90-76758-05-0).