Wegfietsen of weggefietst worden ?
Een nieuwe traditie is dit jaar op 18 september ingezet bij TWC Altijd Omhoog, namelijk het zogenaamde straampn skuurn met een kluppie zwagers oet ut noordn. De Limburgse organisatiekwaliteiten nog niet helemaal vertrouwende overheersten twee gedachten bij de zwaogers oet ut noordn:
1. wat du boer nie ken, dat etie nie, en
2. eerst zeen, dan geleuve.
Kortom, de animo voor deze eerste editie was niet zo hoog. Dat kan natuurlijk ook aan de onheilspellende naam van deze toertocht te wijten zijn, want om nu eerst 270 km. in de auto te zitten om vervolgens in het Limburgse je kruis (straampn) eens lekker te gaan schuren (skuurn), is natuurlijk ook al zoiets.
Alleen Sjraar Lummn (van TC de Peddelaars uit Hoogeveen, het kluppie van onze nationaal welbekende tempobeul Erik Dekker) en Johan Hams (van n van de vergane glorie-teams van de Rabobank ploeg), aangevuld met teamleidster Jos Lummn (ja inderdaad, familie van .) durfden de uitdaging aan. De eer van TWC Altijd Omhoog werd zoals altijd omhoog gehouden door Erik Poedermelk en durLei Bontempo. Gezien het vlakke Twentse landschap en de diversiteit in rijstijlen van de noorderlingen werd het mogelijk geacht om onze eigen @rno Benniebang en Jos Undurain een weekndje vrijaf toe te staan. Dit ondanks de medische adviezen van de teamarts, die aangaf dat de lichaamsinspanning van de tour door de Vogezen toch wel snel gevolgd moest worden door een langzame afbouw.
Omdat de tocht zich door het Nederlandse en een deel van het Belgische hooggebergte voltrok, werd door Sjraar en Johan bedacht de tocht naar het zuiden een dag eerder te maken, zodat hun longen aan de ijle lucht konden wennen en zo de zuurstofmachine thuis kon worden gelaten. Een pragmatische edoch ook theoretische benadering van dit Straampn skuurn. Een extra culinaire activiteit moest daardoor op zaterdagavond ingelast worden om het koolhydraatgehaalte in het bloed van Sjraar en Johan alsnog op peil te brengen.
Na een koude nacht werd zondagmorgen zonder auspicin van teamleidster Jos de startplaats in St. Geertruid gezocht, waar werkelijk het hele dorp vol stond met autos van deelnemers aan de Heuvellandtweedaagse (www.mh2d.nl). Na 3 kwartier oponthoud kon om 10.45 uur gestart worden, bij een door de boordcomputer aangegeven onbehaaglijke temperatuur van 15 oC, zowaar een temperatuur waarbij TWC Altijd Omhoog normaliter niet pleegt uit te varen. Aangezien de weersvoorspellingen gunstig waren en zonneschijn werd beloofd, werd deze tocht maar niet afgelast.
In een korte aanloop, waarin de benen lekker los gemaakt konden worden, werd koers gezet naar de eerste col, de Cote La Heid, nabij Warsage. Voor Sjraar zou dit de vuurdoop betekenen wat cols betreft. In Hoogeveen is hij nooit verder gekomen dan de brug over de snelweg, die hij naar eigen zeggen herhaaldelijk met de grote plaat voor neemt. Tijdens deze eerste beklimming dacht Bontempo even te moeten laten zien hoe de krachtsverhoudingen deze dag zouden liggen onder het motto: de eerste klap is een daalder waard. Met enig machtsvertoon sleurde hij met een geweldige krachtsinspanning van kop af naar boven, waarbij hij boven 1 fietslengte voorsprong bleek te hebben op Poedermelk en 3 fietslengten op Lummn en Hams. Dit bleek voor Bontempo meteen de n na laatste keer te zijn dat hij op kop had gefietst. Mentaal aangeslagen en bang voor een jaar lang commentaar in Vasse wilde hij deze tocht alleen nog maar gewoon uitbollen. Sjraar begon het klimmen amusant te vinden en Johan merkte dat zijn klimervaringen in Alpe dHuez vooralsnog meer voordeel opleverden dan de cols in de Vogezen. Er werd koers gezet naar St. Pietersvoeren, dat bereikt werd via een mooie afdaling. En aangezien afdalen niet de specialiteit van Bontempo is, werd die hier uit het wiel gereden door de rest en duurde het kilometers voordat deze schade ingehaald was. Voor Johan werkten de twee haarspeldbochten in Cote Crindaal als een rode lap en weg was hij. Sjraar en Poedermelk hadden de juiste kandans gevonden en klommen eendrachtig naar boven richting De Planck. De lange rechte afdaling naar Teuven zorgde er voor dat Bontempo zijn lichaamsgewicht kon misbruiken, waardoor hij in de afdaling weer aansluiting kreeg met de rest. A la Ullrich beklom hij vervolgens de Schweiberg, waardoor hij niet mee kreeg wat er zich vooraan in het groepje allemaal afspeelde. Toen hij boven kapot aankwam, vielen hem wel de nog frisse gelaatsuitdrukkingen van de andere 3 op. Het werd dus pijn lijden die dag. Richting Gulpen leek het er op dat Sjraar veelvuldig samen getraind had met clubgenoot Erik Dekker, want in een moordend tempo trok hij iedereen op de grote plaat mee naar de voet van de Gulpenerberg. Deze kuitenbijter was zelfs voor de renners van TWC Altijd Omhoog nog onbekend. De vieze eerste honderd meter werden nog verzwaard door de omvang van het peloton en de autos die ons tegeoet kwamen en achter ons aanjoegen. Hierdoor opgejaagd verdiende Hams de meeste punten voor het bergklassement, gevolgd door Poedermelk, die met een nieuw zadel als herboren talent deze lastige passage overwon. Bontempo snakte gewoon weer naar adem en Sjraar bleek nu pas zijn triple voor te missen. Dat dat gemis van korte duur was bleek weer in de volgende passage naar de voet van de dode man, waar hij samen met Hams als tempobeulen de rest van de groep een straf tempo oplegde richting de Dode Man. Hier bleek eindelijk toch het thuisvoordeel te gaan spelen. In de beklimming van deze vieze pukkel kreeg Bontempo een deja vu met een jaar geleden. Hij en Poedermelk kennen de moeilijke passages in deze pukkel maar al te goed. Deze kennis werd dan ook misbruikt om Sjraar en Hams te pijnigen. Het had lang geduurd, maar pas nu leken de noorderlingen in deze tocht ook conditionele schade te hebben opgelopen. Gesterkt door dit feit werd koers gezet naar het laatste grote obstakel. De Bronckweg van De Heeg naar Cadier en Keer. Bontempo leek zijn krachten hervonden te hebben en fietste hier met de grote plaat het vals plat in. Het steile vervolg hierop brak hem echter bijna op, maar meer op karakter dan op techniek werd toch Cadier en Keer bereikt. Het einde was in zicht. Sjraar, die niet kapot te krijgen leek, koerste vol in de wind richting aankomstplaats St. Geertruid, alwaar de laatste helling in Moerslag wachtte. Bontempo, de sluwe vos die deze dag kopwerk geschuwd had, bleek hier de slimste en sprintte naar boven, om als eerste in het zicht van de toegesnelde cameras boven te komen. Hier bleek weer dat je als renner je momenten moet kiezen, want op de enige foto die in de koers werd gemaakt, leek hij de sterkste. Dat dit in werkelijkheid niet zo was, werd hem door de overige drie renners tijdens de evaluatie onder het genot van drank en vrouwen ettelijke malen nog eens haarfijn duidelijk gemaakt. Tijdens deze evaluatie bleek ook dat dit Straampn skuurn een mooie gelegenheid kon worden om de verschillende fietsculturen (vlakke landrijders en klimgeiten) onderling hun krachten met elkaar te laten meten. Een vervolg waardig dus.





