De Engelenjongens

Klk hier om de pdf versie (401KB) te downloaden: DOWNLOAD

De Engelen Jongens (voorheen Dossier 14)

Introductie

Iedere morgen zat broeder Alphonsus tijdens de mis, de eucharastie viering, broeders te tellen. Waren ze er nog allemaal? Was weer een broeder overgeplaatst? Niemand sprak erover maar het moge duidelijk zijn, vaak was een broeder plotseling verdwenen. Rond 1960 woonden en werkten ruim twintig Franciscaner broeders op internaat St. Maria ter Engelen klooster te Bleijerheide. Meer dan zeventig jongens bevolkten de bedden en schoolbankjes van de vijfde, zesde en voorbereidende klas, de lagere school met broeder Servatius als prefect. Onder zijn leiding hebben we veel gedoucht, blote jongens waren we!

De M.U.L.O telde nog meer leerlingen, flinke knapen die bij elkaar hingen op het schoolplein en waar de jongens van de lagere school niet bij mochten staan. Taalerupties over geslachtsdelen met pikante verwijzingen waren taboe voor de kleintjes. Communicatie liep geheel volgens andere wegen, daardoor leerde je te observeren. Het hoofd van de MULO was een streng heerschap, broeder Leonardus. Zijn loopstijl was uniek, als hij over het plein draafde kreeg je het gevoel dat een chique razia zou plaatsvinden. Zijn autoriteit kende geen tegenspraak. Er waren veel kleurrijke broeders op internaat zoals Bulletje de ziekenbroeder, alias de portier. Bijna ieder jongetje wist dat hij ieder schaafwondje van boven tot beneden observeerde en onderzocht. Je moest altijd terugkomen ter controle, het genezingsproces moest in de gaten worden gehouden...ach kom laten we ter zake komen....jaren later.

1)

Bij zieke broeder, het losmaken van de voorhuid van mijn piemel, moest vaak terugkomen ter controle Koorts metingen bij de rode hond die erg lang duurde. Een lap met ether voor mijn mond ( weet ech niet hoe ik hier bij kom. Kan er mijn vinger niet op leggen wat er is gebeurd maar ik moet huilen. Op de zesde klas was er een broeder die voor ons zorgde en heel lief was. Vaker op schoot gezeten, hij was lief en gaf de aai die ik nodig had bij mijn verdriet van heimee. Toch was het dubbel en ik weet niet meer waarom maar ik huil. Mijn leven is nooit goed op de rails geweest, ik ben depressief, destructief en verloochen me zelf. Het is allemaal mijn schuld en ik moet niet zo zielig doen. Wat betreft broeder Eimaar, ik bewonderde hem vanwege zijn pianospel en ik hate hem om zijn woedeuitbarstingen als we op weg waren naar de slaapzaal. Heb hem later ontmoet toe hij werkzaam was op het internaat in Venry. Weet van een incident van een groepsleider Jan Woppereis in venray die vervolgd is geweest voor misbruik. Eimaar moet dit ook weten. Verder mag ik hem wel.

2)

Hallo Bert, Alhoewel ik geen bewijs heb stonden bij ons op de zwarte lijst de volgende broeders en pater. Broeder Servatius - Hoofd lagere school Broeder Otto - Wasserij en fotograaf. Broeder Bulletje (echte naam weet ik mij niet te herinneren) zieken broeder. En de laatste was een Broeder uit Amsterdam die in de bakkerij, keuken stond. Verder niet te vergeten, Pater Landrik.

3)

Geachte.hr.Smeets Op de foto van 7 mrt. van ---schoolbank--met de vijf broeders uit Bleijerheide herken ik de tweede van links br.mansuetis, hij was in mijn tijd de prefect ( hoofd ) van de school mulo opleiding. Hij deed ongewenste handelingen met je waarvoor hij je onder narcose bracht zogenaamd. Dit gebeurde in de jaren 1942-1946 toen ik in het internaat vebleef. Als beloning mocht je naderhand de gesensureerde post uitdelen. Vriendelijke groeten

4)

Beste Bert, Ik sluit me aan bij je actie tot die megaclaim. Ik heb in de jaren 60/70 zes jaar op kostschool gezeten in het pensionaat 'Maria ter Engelen' van de broeders Franciscanen in Bleijerheide. Wellicht kennen we elkaar uit dat grijze verleden? Ik heb daar de 5de en 6de klas van de lagere school en de gehele mavo-tijd intern doorgebracht. In die periode ben ik 2x aangerand door een van de broeders (Br. Monulphis, de portier/ziekenbroeder) en ben ik tot 2x toe zeer ongewenst intiem lastig gevallen door Pater Landric O.F.M. die toen de priester in het internaat was. De overrompeling en ook angst voor (lijf)straffen van Br. Servatius hebben er voor gezorgd dat ik daar indertijd niet over sprak. Ik durfde het niet te melden. Ook niet aan mijn ouders. Wie zou me trouwens geloven? Vrome broeders doen dat toch niet. By the way, ik zag op tv je confrontatie met Br. Alphons en zijn ten toon gestelde emotionele onwetendheid. Ik heb er zo mijn twijfels over. Hij was indertijd mijn slaapzaalbroeder en met enige regelmaat heb ik, nadat de lichten uit waren, gezien hoe een van de jongens (elke keer dezelfde en ik pieker mij suf over zijn naam) stilletjes in pyjama bij hem zijn kamertje inging en daar geruime tijd bleef. Heb ooit eens met mijn oor tegen de ruit van zijn kamertje geluisterd wat daar binnen toch gebeurde. Stilte. Ik vraag mij weer opnieuw sterk af wat een broeder, op zo een tijdstip in zijn privé-vertrek, doet met puber in pyjama? Bidden, of toch...? Enfin, ik hoop van je te vernemen hoe verder.

Ik mis lucas in je rijtje (dat was een ongelooflijke beul, met eigen ogen gezien hoe hij een kind met een wandelstok afrosde omdat zijn nagelrandjes niet schoon genoeg waren of omdat zijn kleren niet op de milimeter strak in zijn kastje lagen).

5)

Servatius was een viespeuk en een sadist.Ikheb hem jongens af zien ranselen om niets,mijzelf inbegrepen.Hij had ook de gewoonte om als het licht uit ging op de slaapzaal langs de bedden te lopen om te kijken of er iemand niet in slaap was en ging dan op de rand van zijn bed zitten,en dan ging zijn hand soms onder de dekens. Bij mij heeft hij dat nooit gedaan,Ik deed altijd net of ik sliep zodra het licht uit ging.Wel had hij de gewoonte om tegen je aan te rijden bij elke gelegenheid die zich voordeed. Je hoefde maar iets verkeerd te doen of hij werd kwaad,gooide met kopjes,of iets wat er voor handen lag.Ook kwam hij vaak de douche in om te kijken ,rug schoon,voeten schoon, en oortjes moeten glimmen,en dit (en dan tikte hij op je plasser)ook schoon maken.Als je pech had kwam hij later terug om te kijken of ALLES inderdaad schoon was. Deze gefrustreede kindermisbruiker hoort thuis in het rijtje waar Benno.L ook onder valt. Hij was een pure sadist. Ik ben blij dat hij niet meer de kans krijgt om zich te vergrijpen aan kinderen die zich uit angst voor tegenmaatregelen zich maar stil moesten houden en dit voor de rest van hun leven met zich mee moeten dragen.Servatius heeft mij een paar maal betast,een maal tijdens het omkleden voor de gymles,en nog twee maal onder de douche.Maar vaker nog stond hij tegen je aan te wrijven en te rijden.

6)

Verhaal verwijderd.

7)

Ik zat 4 jaar op het pensionaat in Blijerheide, van mijn 12de tot mijn 16de (1972-1976). Ik reageer naar aanleiding van de uitzending Pauw en Witteman, en met name omdat ik broeder Eimar op tv zag. Hij waste zijn handen in onschuld maar hij gaat ook niet helemaal vrijuit. Ik moest een keer bij Eimar (bijnaam 'Dino') op zijn kamer komen omdat ik iets gedaan had wat niet mocht (ik weet niet meer wat). Ik was 12 jaar. Ik moest op zijn schoot komen liggen en hij wilde mij met een handveger op mijn kont slaan als straf omdat ik dat verdiend had. Ik wilde voorkomen dat ik met mijn kruis op zijn schoot terecht kwam door met mij ellebogen op zijn knie te steunen. Maar hij dwong mij om met mijn kruis op zijn schoot (misschien ook wel op zijn kruis) te liggen. Daarna kreeg ik enkele klappen (niet hard overigens) met de handveger op mijn kont. Het is 38 jaar geleden maar ik weet nog goed dat het voor hem een seksuele betekenis had, ik vond het eng, vies, vernederend en voelde me erg onveilig. Ik was blij dat hij het daarbij heeft gelaten en dat ik weg mocht gaan. Een enge man die broeder Eimar. En mijn ouders hadden zoveel vertrouwen in hem dat ik thuis bijles geschiedenis van hem kreeg. Broeder Valentinus ('Lange Tinus') vond het nodig om midden in de nacht tijdens zijn rondes over de slaapzaal op mijn bed te gaan zitten (ik was 12 of 13). Van te voren had hij al wat lopen drentelen voor mijn bed. Toen hij op mijn bed zat begon hij zwaar te ademen. Ik dacht dat hij moe was maar achteraf denk ik dat hij gewoon geil was. Hij begon aan mijn been te friemelen en ik trok mijn been terug. Ik voelde me ook in deze situatie onveilig. Gelukkig is hij niet verder gegaan. Ik weet niet meer hoe de ziekenbroeder heet, maar wij noemden hem 'Bulletje'. Hij maakte er altijd een heel ritueel van om de thermometer in je kont te steken. Dat mocht je vooral niet zelf doen. Het lijken misschien kleine dingen, maar omdat ik het nog zo goed weet en het toen erg naar vond, klopt dat gedrag van Bulletje gewoon niet. Trouwens, broeder Valentinus maakte zich ook schuldig aan zeer ernstige fysieke mishandeling, dat mag nu ook wel eens gezegd worden. Ik ben zelf door hem wel eens in elkaar geschopt op de wc nadat hij me daar betrapte op stiekem roken, ik was 12 of 13. Maar ik heb hem eens de jongen die naast mij op de slaapzaal lag (ik weet zijn voor- en achternaam nog precies) zo ernstig in elkaar zien slaan dat die jongen de hele nacht heeft liggen jammeren van de pijn. De hele slaapzaal heeft het gehoord en ik heb het ook gezien. Valentinus beukte met zijn rechterhand zo hard hij kon, zeker 15 keer op de jongen in. De hele nacht lag iedereen doodstil in zijn bed en hoorde je het gejammer van de jongen. De volgende dag liep Valentinus met zijn rechterarm in een mitella, en 's avonds op de slaapzaal waarschuwde hij ons: "Ik heb ook nog een linkerhand".

8)

was daar van 1959 tot 1960, en zat hoe dat hete de VK. Bij broeder stevanie,aan de over kant van de straat. Niemand thuis wist waarom ik met alle geweld weg wilde daar!!! Ja juist DAAROM natuurlijk. Na een kapelaan in meerssen te hebben gehad die het zelfde deed was het daar weer raak. Het grote probleem van mij is niemand weet dit van mij .ook niet mijn vrouw waar ik 42 jaar mee gehuwd ben. Ik begrijp als ik dit wil door zetten dit moet openbaar komen. Door mijn Naams bekendheid in deze omgeving lijkt me niet zo prettig ook voor dochters niet die hier in de buurt wonen en ook zeer bekend zijn. Wat ik wel kwijt wil is dat we problemen in de fam hebben,broer en zus, en dit is zeker te wijten aan de problemen van toen. Eerst de kapelaan in meerssen en toen daar in blijerheide. Ik dacht dat dit dus normaal was schijnbaar, dat dit gebeurde overal.

9)

ik heb je jaartallen die ik doorgebracht heb ik Bleijerheide kunnen herleiden aan de RAF aanslag op douaniers die de dood vonden aan de Nieuwstraat in Kerkrade. Dit was 1978 heb ik opgezocht op google,ik zat toen bij broeder Stephanus in de klas, een helikopter wilde landen op het voetbalterrein van het internaat dat ook werd gebruikt door KVC oranje, echter broeder Philippus die stond te zwaaien onder de helikopter dat zijn gras kapot ging. Stuk voor stuk waren die broeders geen van allen normaal. Ik herinner mee steeds meer details ook dat broeder Servatius een aantal bescherm leerlingen om zich heen had (klikspanen waren dit) vriendjes van hem. Deze zorgde ook voor ontgroening nieuwe leerlingen.

10)

nav de diverse berichtgevingen en de vermelding tijdens de L1 uitzending van heden donderdag 11 maart 2010 wil ik het volgende vermelden. Ook ik was op het jongenspensionaat te Bleijerhiede Kerkrade nu ongeveer 50 jaar geleden. Ik was er vanaf de 4e klas LO tot en met de 3e klas ULO. Ook ik heb de seksuele vergrijpen van de diverse broeders en paters meebeleefd. Ook tijdens een zg retraite weekend in Spaubeek werd ik seksueel betast door de paters die ons de goede weg op wilden sturen! Met name de broeders Crispinus en Leonardus heb ik zich vergrijpen aan anderes jongens en mijzelf. Dag vertrouwen in de mensen. De basis van mijn relatieproblemen en familiaire onrust is gelegd door het ongepast sexueel gedrag van onze zg hoeders en opvoeders in die jaren.

11)

Eerste verhaal

Jongenspensionaat Sint Maria ter Engelen te Bleijerheide. Ik was in dat internaat geplaatst tussen 1952 en 1959 (kan mogelijk een jaartje verschillen) aldus als jongetje van 8 / 9 jaar tot ca. 15 jaar oud. De destijds geheten Mulo opleiding heb ik uiteindelijk daar in het internaat niet kunnen afmaken, vanwege het voortdurende regelmatige sexuele misbruik, waardoor ik mij op allerlei mogelijke manieren, als stil protest, meer en meer "obstinaat" ging gedragen, hetgeen er uiteindelijk toe geleid heeft, dat ik van het internaat werd verwijderd. Dit, toendertijd, overigens tot mijn grote vreugde. Ik wil hierbij reeds melding maken van de namen van de twee broeders Fransiscanen welke in al die jaren de ontucht / het misbruik regelmatig met mij pleegden. Dit waren broeder Leonardus en broeder Jacobus. Er waren een aantal anderen die een aantal keren iets probeerden, maar mij uiteindelijk met rust lieten, vanwege mijn nogal fanatieke tegenstribbelingen. Leonardus en Jacobus waren echter, in mijn omstandigheden, voor mijn gevoel een paar "halfgoden", die je konden maken en breken. Omtrent de aard en de details van het sexuele misbruik kan ik u in een later stadium op de hoogte stellen. Een en ander heeft bij mij wel geleid tot een aantal nogal grote en zware kompleksen, waarmee ik in mijn verdere leven tientallen jaren heb "geworsteld". Destijds, rond 1961 / 1962 heb ik mijn moeder en stiefvader van een en ander op de hoogte gebracht. Ik werd NIET geloofd (mijn moeder was nogal zeer fanatiek katholiek), maar er volgde vrijwel onmiddellijk een auto-rit van Maastricht naar Bleijerheide voor een langdurig gesprek met de (nieuwe) "overste" van het internaat (ik meen met te herinneren dat dat broeder Dagobert was, een "goeie", waarvan ik nooit problemen heb ondervonden. Ik moest langdurig op de parkeerplaats in de auto blijven wachten en als het nodig zou zijn dan zouden ze mij wel roepen. Na afloop van het gesprek werd mij door mijn moeder o.a. het volgende verteld: a. de overste had toegegeven dat hij op de hoogte was van het feit dat er een enkele keer sprake was van "licht" sexueel misbruik b. als er een officeel onderzoek zou gaan plaatsvinden (en dat wilde IK) dan zouden naar alle waarschijnlijkheid de betreffende broeders worden overgeplaatst naar een plaats waar geen jongens waren, ze zouden dan bijvoorbeeld op het land moeten werken en voor de rest van hun leven "met een kruis boven hun hoofd rondlopen". c. met name DEZE uitspraak heeft mijn moeder en stiefvader er uiteindelijk toe gebracht van iedere verdere aktie af te zien. Men kan in Bleijerheide, of wie of waar dan ook, niet de stelling blijven innemen, dat niemand ergens van op de hoogte was of iets heeft gemerkt. De overste van Bleijerheide was reeds in 1961 / 1962 wel degelijk op de hoogte van wat er zich binnen het internaat allemaal afspeelde.

Tweede verhaal

Ik ging bij de jongens lange tijd door als "het lievelingetje", want ik was "uitgekozen" om dagelijks de krant te mogen brengen van het kantoor van het "hoofd van de Lagere School" naar het "hoofd van de Mulo". Broeder Leonardus was eerst het Hoofd van de Lagere School en werd op een bepaald moment Hoofd van de Mulo. Maar ik mocht de krant blijven halen en brengen naar zijn kantoor. Onder het mom dat ik mij nooit goed "aankleedde", zogenaamd mijn overhemd niet goed in mijn broek zat, ging "Leonardus" over om mij "goed aan te kleden". Ik moest dan naar hem toekomen, hij bleef in zijn bureau-stoel zitten en dan begon het gefriemel etc. etc. met mijn "pikkie en ballen en geaai over mijn billen". Ook al zorgde ik er iedere keer voor dat mijn overhemd perfekt in mijn broek zat dan nog was het naar zijn smaak verkeerd. Herhaalde pogingen van Leonardus om hem te betasten mislukten steeds, omdat ik mij behoorlijk verzette, alhoewel ik alles op die leeftijd niet begreep, maar "van nature" voelde ik een ontzettende afkeer van dit alles. Met Leonardus is dit soort dingen jaren doorgegaan, soms met aangename lange rustperiodes, begrijpelijk, want dan was Leonardus wellicht gefocused op nieuwe slachtoffertjes. Dan was er broeder Jacobus, welke regelmatig het toezicht had over de slaapzaal. Deze kwam mij zeer regelmatig in zijn pyama, midden in de nacht, wakker maken en begon steeds met flauwekul verhaaltjes, zoals: "Bennie, je was vanmiddag op de speelplaats weer aardig bezig de andere jongens te pesten met voetballen" etc. etc. Uiteindelijk moest ik dan mee naar het waslokaal achterin de slaapzaal, daar moest mijn pyama-broek uit. Jacobus zette zijn rechterbeen dan op een stoel, ik moest dan over zijn been gaan liggen, billen naar boven, en ik kreeg dan "een pak slaag op mijn blote billen". In feite, het slaan stelde totaal niets voor, het was meer geaai over mijn billen, zijn vingers streelden mijn anus en ballen, zijn vingers drukten dikwijls vaak zacht op mijn anus en af en toe kreeg ik een klap. Dan plotseling drukte hij mij stevig tegen zich aan en begon te "trillen". Jaren later begreep ik, dat hij dan iedere keer gewoon klaarkwam. Wie zal het zeggen .... misschien had ik wel een aantrekkelijk lekker jongens- kontje. De man, Jacobus, moet toch wel een aardige afwijking hebben gehad.

Derde verhaal

Ik moet ongeveer 12 jaar zijn geweest en was nogal fanatiek in het beoefenen van allerlei sporten in het internaat. Ik brak een keer bij het "verspringen" in de verspringbak mijn linkerarm. Veel pijn, grote paniek, naar de ziekenboeg, van daaruit met de ziekenbroeder met de bus naar het ziekenhuis. Daar, onder narcose, werd mijn arm weer "gezet" en ging in het gips. Voordien, tijdens het wachten, was ik nogal in paniek en bang. De ziekenbroeder probeerde me gerust te stellen, alles zou weer goed komen, ik moest flink en dapper zijn. De volgende dag moest ik me melden in de ziekenboeg "voor kontrole". Deur ging op slot en ik moest me helemaal naakt uitkleden, uiteraard daarbij geholpen (had maar EEN arm) en moest op de "onderzoeks-tafel" gaan liggen. Daar werd eerst geweldig lang gedaan over het opmeten van mijn temperatuur met een thermometer, vele keren in en uit mijn achterste. Kontgaatje weer opengetrokken en de meter er weer in. Ik kon namelijk koorts hebben na het "zetten" van mijn arm, werd mij gezegd. Daarna zou ik, net zoals in het ziekenhuis, even in slaap worden gebracht, want dat was beter voor het gehele verdere onderzoek. Aldus geschiedde met ether-lappen. Wat er toen precies met mij allemaal uitgespookt is, weet ik niet, kan mij alleen herinneren, dat ik na afloop nogal jeuk had en last had van mijn anus, maar ik dacht toen, dat dat van dat thermometer-gedoe was. Kan daarom ook totaal niets bewijzen. Een dergelijke (kont)role heeft daarna nog een keer plaatsgevonden. Ik ging na de tweede keer protesteren tegen "de narcose" en zei dat ik daar dagenlang misselijk en ziek van werd, en zowaar ..... de onderzoeken bleven verder uit !! Mogelijk dacht de ziekenbroeder, dat hij tijdens het toedienen van de narcose wel eens behoorlijk in de fout kon gaan en staakte (met mij) zijn spelletjes. Het was bekend bij de leerlingen, dat je uiteindelijk beter (nergens voor) naar de ziekenboeg moest gaan, want al ging je alleen maar voor een asperientje, je stond onmiddellijk helemaal naakt en werd "medisch betast" etc. etc. Ik ben de naam van deze broeder kwijt, weet die niet meer, maar de "ziekenbroeders" wisselden elkaar trouwens soms af. Ik herken overigens al de verhalen uit "Dossier 14", ik heb er tenslotte zeven jaren door "mogen" brengen. De broeders Fransiscanen probeerden hun slachtoffertjes toch wel zorgvuldig uit te zoeken en concentreerden zich vrijwel altijd op jongens "met zeer slechte huiselijke omstandigheden, jongens afkomstig uit arme en gebroken gezinnen".

12)

De broeder die mij pianoles gaf en mij dan met zijn herte ogen zat aan te staren terwijl hij mijn hand streelde vond ik een aardige man. Regelmatig pakte hij ook mijn hand en stopte die dan in zijn kruis, ik vond dat wel raar. Ik hoefde nooit te laten horen wat ik die week had geleerd op de piano, hij was op een andere manier met mij bezig. Van die man heb ik nooit nachtmerries gehad. Van 2 anderen had ik dat wel. Er was de broeder die altijd wilde controleren of wij ons wel goed gedoucht hadden, die controleerde dan mijn penis en rook er zelfs aan. Soms was ik bang dat hij er dan in wilde bijten. Toen ik volwassen was had ik het vermoeden dat hij net deed alsof hij felatio wilde doen. Bij de douches was een wachtruimte waar je moest wachten op een doucheplek. Je wachte daar met alleen een onderbroekje aan. Daar was veelal een broeder die mij dan met mijn hoofd in zijn kruis stopte, mijn lijf dan omhoog tilde en dan met zijn stoppelbaard in mijn kruis schuurde. Zijn ademhaling voelde ik dan tegen mijn piemeltje aankomen. Ik vond dat verschrikkelijk. Later was die broeder plotseling overleden. Hij lag geloof ik in de aula opgebaard. Wij moesten in de rij staan en dan afscheid nemen. Dan was er nog de broeder die les gaf op school en voor zeer kleine vergrijpen zulke pijnlijke straffen uitdeelde. Ik weet echt niet meer of anderen dat ook kregen. Ik kreeg het in ieder geval wel. Ik had een keer een spotprentje gemaakt en doorgegeven aan de klas. Iedereen lachen, omdat ik de maker was. mocht ik voor de klas komen staan en moest mijn enkels vast houden. Die man gaf mij een aantal stokslagen met een grote stok. Hij sloeg zoals een een honkballer een bal probeert te raken. Daarna had ik veel problemen met zitten. Doordat ik het niet kon laten om af en toe tekeningetjes rond te sturen is dit meerdere keren gebeurd. Wat postief was dat ik er wel prachtig heb leren figuurzagen. Ik hoop dat er veel mensen reageren zodat er een compleet beeld kan worden gevormd van wat daar allemaal is misgegaan. Succes met de actie Mea Culpa.

13)

Ook ik was destijds een 'speeltje' van een broeder. Evenals Luc heb ik van 1961 tot 1964 hier mogen vertoeven. Wij waren wel jaargenoten maar geen klasgenoten en hadden derhalve een andere 'beschermengel'. Dii van mij was broeder Crispinus en ook ineens overgeplaatst naar Gemmenich of zoals broeder Alphons zo leuk opmerkte dat er plotseling weer een stoel leeg was in de eetzaal. Via zoektochten op internet en vele telefoongesprekken, heb ik de naam en adres van broeder Crispinus kunnen achterhalen. Met behulp van een pater van de Stichting 'Hulp en (On)Recht' en een psychotherapeut van het Altrecht in Utrecht, ben ik een confrontatie met die man aangegaan. Al de mij bekende feiten heb ik toen opgenoemd. Na afloop wist hij alleen te zeggen dat hij mij niet kende en niets af wist wat ik opsomde. Dat was dus einde verhaal en we gingen uitelkaar. Wat was die pater (Jezuiet) van Hulp&Recht opgelucht.... Stel je voor hij moest zijn eigen nest bevuilen. In 2002, toen ik die confrontatie had met broeder Crispinus, had ik een lang verhaal op papier gezet en dat toen aan hem voorgelezen. Hierin stonden allerlei feiten over hem in wat hij natuurlijk allemaal ontkende. Behalve dat zijn moeder uit Klazienaveen kwam en dat hij plotseling was overgeplaatst. Jammer dat ik toen niet wist wat de reden van overplaatsing was. Helaas is dat verhaal door een 'crash' van de harddisk verloren gegaan. Donderdag heb ik daarom een schriftelijk verzoek ingediend bij het Altrecht Utrecht om alles wat in mijn dossier staat, te mogen copiëren. Zodra ik dat binnen heb, kan ik het wel toesturen. Ook de burgerlijke naam en huidig adres van Crispinus liggen in dit dossier plus de naam van die 'behulpzame' pater van Stichting 'Hulp & Recht". Inderdaad kan de financiële genoegdoening aan een goed doel gegeven worden want persoonlijk heb er geen moeite mee om de Katholieke Kerk tot op het bot uit te kleden. Want naast dat ik, na bekendmaking van die schandalen in Amerika, totaal in een depressie ben geschoten en langdurig in therapie ben geweest, heeft mijn 'beschermengel' me destijds zo'n harde klap met zijn vlakke hand tegen mijn gezicht/oor gegeven dat ik daar jarenlang last van heb gehad en ten slotte in 1977 geopereerd ben aan dat oor omdat er een gaatje in mijn trommelvlies zat. Hetgeen 1 week ziekenhuisopname betekende en daarna 3 weken niet kunnen werken. Maar al de sexuele vernederingen en zijn sadistische uitspattingen, stellen in verhouding weinig voor in vergelijking met die jarenlange geestelijke angsten. En bovenal ook nog eens om door je medeklasgenoten uitgemaakt te worden als "Het kindje van de broeder". Alsof dat zo'n pretje was.

14)

De heer --, deed op 19 mei 1955 communie en zou daarna (onder nummer 234) 2 jaar op Bleijerheide verblijven (oa als misdienaar). Hij is toen bijna 2 jaar lang misbruikt door pater Crispinus (of Crispines), wat inhield dat hij 3 of 4 keer per week door die pater werd afgetrokken. (Hij is niet verkracht) En hij heeft datzelfde misbruik ook bij vele anderen gezien, met name in de wasruimte (waar de douches waren). Dan moest er zgn. gecontroleerd worden of men zich wel goed had gewassen Vlak voor een kerstvakantie werd het dhr. -- te veel en luchtte hij zijn hart over het misbruik bij prefect Manswetus (of Manswetes, moest een kleine, dikke man zijn). De vakantie werd onmiddellijk ingetrokken (terwijl men maar 3 x 2 weken per jaar naar huis mocht), de prefect misbruikte hem vervolgens ook (op dezelfde manier als Crispinus) en heeft hem tijdens die vakantie meerdere malen mishandeld en vernederd. Er was überhaupt sprake van veel fysiek geweld en vernedering. Vaak vonden straffen in de refter plaats, tijdens het middageten. Dat is de heer ….. ook overkomen. De broek moest af en er volgden 10 stokslagen (met een kastiebalplank). Als er geslagen werd, moest het slachtoffer ook wel eens zingen. (Bleijerheide had een eigen lied van 3 coupletten). Dhr. ….. wist bijv. nog dat hij moest zingen

"mooie tijd daar doorgebracht hoe vaak heb ik al gedacht aan die mooie tijd der jeugd die mij schonk zovele vreugd"

De heer --heeft veel last gehad van wat er gebeurde in deze periode. Het heeft zijn leven getekend. Hij kreeg last van depressies of juist agressieve buien, totdat eea zo´n vorm aannam dat hij afgekeurd is en op 40-jarige leeftijd moest stoppen met werken. Daarbij is het een van de belangrijkste redenen dat ik hem (wekelijks) begeleid vanuit mijn functie als psychosociaal therapeut. De berichten rond Bleijerheide maken hem thans extra overstuur, hij slaapt en eet slecht. Desondanks wil hij graag aangifte doen.

15)

Waar wil je dat ik begin, wat wil je dat ik je vertel wat je niet al weet.. Namen noemen?? Broeder Funs, Broeder Leo, Ziekenbroeder, die wij Bulletje noemde.? Ik kwam in 1966 op internaat/kostschool in Blijerheide, en heb daar 2 jaar gezeten. alles dat ik je kan vertellen was, dat ik vanaf dag 1 enorme heimwee heb gehad, en dat ik ontzettend bang was voor Funs. Deze man moet zo enorm gefrustreerd zijn geweest, dat hij maar een weg zag om zijn lusten bot te vieren, en dat was op ons. Jee man, wat had deze broeder de handen, en voeten los zitten. Een keer staat me dermate helder voor ogen, dat ik er nu nog schrik van krijg. Een van de leerlingen had zijn bord niet leeg gegeten, en dat beviel Funs die corvee dienst had, helemaal niet. Hij maande de knaap door te eten, maar deze weigerde, waarna Funs hem letterlijk door de hele eetzaal heen sloeg en schopte. Ik heb daarna nooit meer overwogen mijn bord niet leeg te eten......... Of de enge Broeder Leo, hoofd van Mulo, waarbij je als je straf had op zijn kamertje moest komen, en hij je dan over zijn schoot legde.....Je kunt je voorstellen, wat zich in zijn broek afspeelde op het moment dat je een pak billenkoek met de liniaal kreeg..........zeer pijnlijke ervaring. Hoofdpijn? Haal maar een aspirientje bij de ziekenbroeder. Je kwam voor hoofd pijn, maar je lies werd gecontroleerd op een breuk. Broek uit, en op de achterkant van je hand blazen, waarbij Bulletje eens lekker aan je ballen ging voelen. Kan je vertellen dat ik daarna nog maar zelden hoofdpijn of wat dan ook heb gehad . En het gebeurde bij alle jongens, zonder uitzondering. Maar, de vraag of ik er last van heb gehad, moet ik met nee beantwoorden. Ik heb er altijd zeer vrij over gesproken, zelfs nu met mijn kinderen heb ik dit verhaal altijd zonder enige schaamte verteld. Als jij dus de vraag zou stellen of ik me misbruikt voel, zal ik daar wel even over moeten nadenken, maar ik ben geneigd nee te zeggen.

16)

Broeder Jacobus heeft ooit een grote sleutelbos tegen mijn hoofd gegooid,omdat ik in de eetzaal praate, zodat ik wel 10 bulten op mijn hoofd had. Op de slaapzaal bij broeder Servatius kreeg ik ontiegelijk veel slaag, herinner mij nog goed dat hij een bamboe wandelstok op mijn kont kapot sloeg, alleen omdat ik savonds in bed onder de dekens een boek aan het lezen was bij licht van zaklampje. Ik moest dan krom gaan staan met mijn armen gestrekt naar voren want als je met je handen de stok tegen wilden houden zou je je pols wel eens kunnen breken als hij die dan raakte. Ik heb het hier over bamboe wandelstok van ongv. 3 cm doorsnede en sloeg net zo lang tot stok kapot was. Weken later kon je de striemen nog zien. Herinner mij wel dat er jongens bang waren van verschillende broeders, jaren later begreep ik wel waarom. Van 1962 tot 1964 heb op internaat gezeten in Ossendrecht, dit was een verademing voor mij, dit werd niet gerund door broeders maar was meer prive school, hier zaten ook veel externe leerlingen op shool en er was ook geen omheining en kon je regelmatig dorp in om boodschappen of dergelijke te doen. Want in Bleijerheide kwam je echt niet over de muur heen, in de Bijlmerbajes ontsnappen meer gevangenen dan jongens in Bleijerheide. Zelf heb ik almeer dan 40 jaar helemaal niks meer met Katholiek geloof, mijn moeder van 90 jaar is nu ook nog zeer gelovig maar heeft al jaren veel spijt dat ze toegestaan heeft dat ik naar kostschool "moest" Ik zeg wel eens dat als je alle slaag die ik in 2 jaar van de broeders gekregen heb in twee weken krijg overleef je het niet. Hoop wel dat er eens een soort reunie komt om eens met oud klasgenoten bij te praten. Als jullie veel reacties krijgen zou ik wel op de hoogte gehouden willen worden, wat ik hier geschreven heb mag wat mij betreft verspreid worden met mijn naam erbij want ik heb niks verkeerd gedaan, probeer alleen eerlijk te zijn. En als broeder Antonius zegt dat hij niks van mishandelingen gemerkt heeft liegt hij dat het barst, het kan niet zo zijn dat hij nooit gezien heeft dat ik openlijk pak slaag kreeg. MvGr Toon van der Heijden

17)

Hallo, Bij deze wil ik mezelf aanmelden bij jullie actie groep. Mij is iets soortgelijks overkomen in de jaren 1947-1951. Mijn verhaal gaat als volgt (in het kort): Wat jou overkomen is in de jaren 50 is mij overkomen in 1947/49 (br. Otto, de fotograaf had het op mij voorzien)! Ik zat hier op kostschool van 1947 t/m 1951! Ik ben van 1940 en was dus 7 (!!) jaar toen ik daar op kostschool kwam en ik moest de tweede klas nog doen en deed dat buiten de deur op een gewone lagere school in Bleijerheide die tegenover de ingang van het Internaat stond (Hoofd ene men. Offermans oid). Men heeft mij toen de 3de klas over laten slaan om mij binnen de poorten te houden.

18)

"Gerrie Schobben weet van enkele collega's over seksueel misbruik van jongeren op het jongenspensionaat Blijerheide. Gerrie Schobben (alias broeder Alphons) heeft mij vier jaren lang een zeer onveilig gevoel gegeven doordat hij extreem geweldadig iemand kon afrossen: dit alles onder de noemer corrigerende tik. Zijn reacties waren zo onverwachts en buitenproportioneel dat hij op dat moment leek gedreven door opgekropte seksuele frustraties. Ik weet dat ik destijds daar zo al over dacht. Een voorbeeld: in de studiezaal werd een behoorlijk grote stoffer klaar gelegd om, wanneer iemand betrapt werd op praten, hem hier mee af te rossen. Dit gebeurde onder een traag opvoerend toneelstukje voor het oog van een ieder, dat dan als voorbeeld moest dienen. Het kwam meer dan eens voor dat de stoffer stuk geslagen werd. Het meest dramatische moment dat ik mij nog kan herinneren. In de eetzaal roept broeder Alphons de naam van een leerling die zich godzijdank met zijn gezicht de verkeerde kant opdraait. Want op het moment dat hij zich omdraait is een sleutelbos met ongeveer 15 sleutels, over een afstand van 20 meter,onderweg richting zijn hoofd en mist hem op een haar na. De man had dood kunnen zijn en broeder Alphons in het gevang. Deze geweldadigheden waarin ik mij vier jaren heb moeten handhaven hebben mij een onveilig basisgevoel gegeven waar ik tot op de dag van vandaag nog last van heb. Deze geestelijke mishandeling is naar mijn mening qua ernst vergelijkbaar met het nu genoemde seksueel misbruik. Dus broeder Alphons, als U een splinter ziet in andermans ogen vergeet dan vooral niet te kijken naar de balk in Uw eigen ogen.....!"

19)

Ikzelf ben tijdens mijn bijna 8-jarig verblijf in Bleijerheide nimmer door welke broeder dan ook sexueel misbruikt of benadert. Wel heb ik de geestelijke terreur en lichamelijke mishandeling als minder prettig ervaren, maar heb hier gelukkig verder geen latere (ernstige) nadelige gevolgen van overgehouden. Ik heb wel gezien dat de diverse broeders perfect wisten hoe ze hun "zwakke broeders" selecteerden en uitzochten. Schijnbaar, maar gelukkig voor mij, leende ik mij hiervoor slecht. W.M.

Beste Bert,

Vandaag do. 30 sept.2010 las ik vanuit mijn verblijf aan de Duitse Ostsee de digitale versie van het LD en kwam het artikel m.b.t. de Broeders Franciscanen Bleijerheide tegen.

Na het lezen hiervan kwam ik in tweestrijd met mezelf en weet niet goed hoe hiermee om te gaan. Ik heb zeven jaar (vanaf 1959) op Bleijerheide gezeten (5e en 6e klas L.S., 1e,2e,3e(2x)MULO en MULO B.

Ik kan me herinneren dat een bezoek aan broeder Monulphus alias Bulletje de ziekenbroeder wel eens vragen bij me opriep. Een klacht over aambeien werd extra zorgvuldig onderzocht. Of op je arm blazen om te kijken of beneden nog alles goed functioneerde was wel vaker een onderdeel van het onderzoek. Ik heb hier verder nooit bij stilgestaan en ging er als jongetje van 12,13,14 jaar vanuit dat dit normaal gebruikelijk was en heb me dus hiertegen niet verzet. Een ander aspect was het zgn. vleien of vlijen, een begrip dat je tegenwoordig nog nauwelijks tegenkomt. Als je een pak slaag kreeg en de broeder je lichaam voelbaar in zijn kruis duwde. Dit kan ik me zeker nog goed herinneren. Crispinus was hier een held in, maar ook anderen. We hebben het steeds over sexuele mishandeling, maar de geestelijke en lichamelijke mishandeling mogen we zeker ook niet vergeten. Deze hebben dikwijls nog grotere sporen achtergelaten.

Bedankt en vriendelijke groeten vanuit de Duiste Ostsee.

W M

20)

Via mijn zus in nederland ben ik op de hoogte gebracht van jullie actie tegen het jongenspensionaat Sint Maria ter Engelen in bleyerheide. Ik heb daar opgesloten gezeten tussen 1969 en 1972 en von het er verschrikkelijk. Met name de ziekenbroeder die aan je lijf zat, maar je kon er niets tegen doen. Uiteindelijk zart je daar opgesloten en zonder je ouders. Vaak heb ik gehuild, en heb dan broeders arm ver mijn schouders gehad, maar ook op veel andere plaatsen, misbruik makende van hun positie, want uiteindelijk was je daar aan de broeders overgeleverd. Betreffende een claim, dat is voor mij niet het belangrijkste, maar wraak te nemen tegen een stelletje wijwaterzijkers en verziekte klootzakken, daarmee komt mijn geest tot rust.

21)

Ik ben op Bleijerheide niet seksueel misbruikt, tenminste, het is nooit zover gekomen. Misschien heb ik wel erg veel geluk gehad, denk ik nu. Na jouw en andermans verhalen. Wel heeft Bulletje een keer een poging gewaagd. Waarom dat toen niet gelukt is, weet ik nu niet meer. Wat ik in ieder geval wel wist, was, dat het op de ziekenzaal niet pluis was. Dat je met alle moeite die het kostte, probeerde, om je broekspijpen over je knieën te trekken omdat je anders na een valpartij met kapotte knieën, steevast je broek moest uittrekken. En dat je er, als je ziek was, niet moest komen te liggen. Het was daar niet ok, bij Bulletje. Wat ik me zeer zeker nog levendig kan herinneren is de constante dreiging die er hing. Dat je klappen kon krijgen van een van die lekkere broeders. En dat kon ook zomaar, als je niets gedaan had. Want het "klassikaal straffen" was daar tot een kunst verheven, kun je wel zeggen. "Ga je maar melden, anders ga je over het muurtje" is een term die me altijd is bijgebleven. Meerdere keren heb ik erbij moeten staan als een van mijn klasgenoten een ongelooflijk pak rammel kreeg en 2 keer heb ik het zelf aan den lijve mogen ondervinden. Broeder Leonardus was toen de boosdoener. Ik zag in een van de uitzendingen op tv een foto van hem en mij liepen weer de kriebels over m'n rug. Ik ben goddomme inmiddels 58, zou hem zo bij z'n lurven kunnen pakken als hij nog een vinger naar mij of iemand anders uit zou steken, en toch. Die mensen hebben inderdaad een onvergetelijke indruk op ons allemaal gemaakt.

22)

Vrijwel in het begin van het eerste jaar (1961) dat ik op St.Maria ter engelen te Bleijerheide terecht kwam werd ik door een pater op zijn kamertje geroepen. Dit op uitdrukkelijk verzoek van broeder Servatius. Toen ik zijn kamer binnenkwam zwaaide hij naar me of ik dichter bij wilde komen. 'Je hebt liefde nodig', zei hij doorvorsend. Ik schrok omdat ik dit inderdaad erg miste, weg van huis, verlaten op een grote zaal met allemaal vreemde jongens. 'Kom dichterbij' en verzocht of ik op zijn schootje wilde zitten. De pater trok me op zijn schoot en begon met strelen en ging steeds verder, ging met zijn hand in mijn korte broek en klemde me vast waarna ik uit alle macht probeerde los te komen. Na me los te hebben gerukt, rende ik naar Broeder Servatius en melde dit voorval. Ik kreeg onmiddellijk straf en een harde oorvijg. Twee weken ex-communicatie. 'Niemand mag met je praten. Jij mag tegen niemand praten. Nergens aan deelnemen, met je bord in de gang, buiten de refter, niet sporten'. Deze straf heb ik meerdere malen ondervonden in drie jaren Bleijerheide. 1961-1964. Isolatie! 'Bertje je bent te onrustig met soep opscheppen', riep de broeder kwaad. Broeder Servatius nam de hete soep en schudde die over mijn hoofd, het keurige servet naast mijn bord viel op de grond, ik bukte me om het op te rapen en een enorme klap op mijn hoofd volgde. Op de gang. Isolatie! Twee weken. Ook stookte deze broeder jongens tegen je op en heb me vaak moeten verstoppen voor lynchpartijen waar hij uiteraard de andere kant uitkeek. Broeder Servatius gaf ook stokslagen op je blote billetjes. 10 stokslagen per keer of meer! Aan alle geweld kleefde een randje, een seksueel randje. Je rook hun bruine zweet en maakte dat je wegkwam wanneer ze op zoek waren. Ik mocht nooit te lang bij broeder Lebuinus blijven daar ik hem wel eens ging opzoeken in de bakkerij of hij voor me wilde zingen. Broeder Lebuinus stem had een prachtig warm greorgiaanse geluid waarmee hij gepassioneerd omging. Ik heb enkele dagen met hoge koorts in de ziekenboeg gelegen, en verkeerde vaak buiten bewustzijn. Ik herinner me dat zowel broeder Monulphus, bulletje, als Servatius aan mijn bedje stonden te kijken. Het verhaal gaat dat deze broeder jongetjes verdoofde. Ik heb een zeer unheimliches gevoel over deze zware ziekteperiode. Uit angst voor broeder Servatius ben ik ooit bijna vanaf de tweede verdieping gesprongen. Ik werd betrapt in de leeszaal terwijl ik daar op dat moment niet mocht komen. Het was lekker warm weer en het raam stond open. Toen Servatius binnenkwam spurte ik naar het raam om eruit te springen. Broeder Servatius wist me te kalmeren en drukte me voor een moment tegen zijn zweterig lijf, schuurend tegen zijn bruine pij. De hele sfeer tijdens overplaatsingen van broeders zorgden voor een onveilig gevoel. Er waren de dagelijkse schoonheidscontrole van broeder Jacobus bij het wassen. Broeder Jacobus was een uitermate manipulatieve man. Voor het slapen gaan friemelde hij aan alle jongetjes door ze op een kistje te tillen. Hij contoleerde dan zgn je oren, je nek, je handen. Soms moest je terug om je oren nog eens te wassen. Dan tilde hij je weer op, keek uitermate lang en zorgvuldig in je oor en dwarrelden zijn handen langs je lichaam, steeds zocht hij grenzen op. Broeders kwamen aan je bed zitten en dan hield je je adem in. Broeder Lebuinus heeft mij in de tachtigerjaren bevestigd van zijn overmatige dwang tot masturberen. Ik heb deze broeder bezocht naar aanleiding van de LP 'Pop Against Pope' die we in een ondergronds kelder opnamen tijdens het bezoek van de toenmalige Paus Johannes/ Paulus de tweede. Ik wilde toen een confrontatie aangaan met enkele broeders. Broeder Lebuinus was de enige die met me wilde spreken. Broeder Lebuinus wist mijn slaaphouding nog exact te beschrijven, in foetushouding lag je met je pyama broekje naar benden, je billetjes bloot en toen heb ik me afgetrokken. Broeder Lebuinus (de heilige; de spion) masturbeerde minstens drie maal per dag, bekende hij tot mijn verbazing, deze broeder bakker die het brood nog kneedde met zijn handen. Ik heb hem tijdens mijn ontmoeting in de tachtigerjaren gevraagd of hij hulp had gevraagd voor zijn dwangmatig gedrag. De Franciscaner broederschap beloven elkaar immers in noden en behoeftes te steunen. Hij beaamde dat hij er met anderen over had gesproken, en natuurlijk in de biecht in de biecht kwam het iedere keer ter sprake. Hij erkende toen, vijfentwintig jaar later, dat hij op hoge leeftijd nog steeds worstelde met dit probleem, dwamgmatig te masturberen. Broeder Alphons (de Funs) kon meppen als geen ander, een ware Wimbledon kampioen in het neerslaan van jongetjes. Wat als een schaduw blijft hangen zijn de machtspelletjes en onderdrukking die alle vergrijp en aanverwante misbruik door de broeders werden gerechtvaardigd en gecontroleerd. Ze maakten zich weinig zorgen over het probleem seksualiteit in relatie tot het celibaat en de machtspositie die zij hadden verworven. Bert Smeets

23)

Geachte Bert Smeets, deze brief heb ik vanmiddag naar Hulp en recht gestuurd. Vorige week heb ik voor het eerst contact gehad met Hulp en Recht mede naar aanleiding van verschillende publicaties inzake seksueel misbruik door de katholieke kerk. Ik heb van 1975 tot 1980 intern op het Jongenspensionaat te Bleijerheide, Kerkrade gezeten. Dit kwam mede doordat mij ouders een bedrijf hadden en door de week weinig tijd hadden. Hier heb ik de vierde, vijfde en zesde klas van de basisschool gedaan, waarvan de vierde klas op de basis school in het centrum van Bleijerheide. Na de basisschool heb ik nog een jaar Mavo gedaan en toen was ik er klaar mee. Zoals ik mij kan herinneren behoorde de vijfde klas aan broeder Stephanus, en de zesde klas had het toezicht broeder Lucas, deze laatste gooide regelmatig met een eikenhouten blok naar leerlingen. Broeder Stephanus was in het echt een broer van broeder Eligius en hij was een soort begeleider, hij gaf dus geen les. Deze laatst heeft hooguit een keer met een mattenklopper of met zijn slipper geslagen en een andere straf van broeder Eligius betrof het opsluiten op zolder dat ik als vreselijk heb ervaren. Met deze broeder bracht je de hele dag door van school, tot het eten en slapen gaan op de slaapzaal waar ieder zijn eigen chambrette had. Deze broeder Eligius had zijn nukken maar in het algemeen was hij lief en begripvol. Zijn broer Stephanus was een hele aparte man met heel veel stemmingswisselingen. Broeder Lucas van de zesde klas had in mijn ogen een seksuele afwijking waar ik zelf overigens geen last van heb gehad. Hij sprak vaak over zijn moeder die hem seksuele voorlichting gaf door zich helemaal uit de kleden, en de punten aanwees en wreef waar een vrouw van opgewonden raakt. Waar ik wel veel last van heb gehad was de ziekenbroeder ofwel broeder Monulphus die Bulletje als bijnaam van de interne leerlingen kreeg en de Pater Landric die niet van de leerlingen kon afblijven. In die tijd had ik veel last van blaren aan mijn lippen, virus herpes genaamd, en deze ziekenbroeder behandelde dit met speciale zalf en dan moest je op zijn schoot gaan zitten, zodoende heb ik hier vaak anderen leerlingen gezien die een wondje of ziek waren. Nu realiseer ik mij dat dit te maken had met allerlei betastingen en wrijvingen van zo'n vies dik mannetje die Bulletje als bijnaam droeg. Bij deze ziekenbroeder was het zo dat als je een schaafwond had aan je knie, dat je geheel van kleding moest ontdoen inclusief de onderbroek, dit zou volgens hem genezing bespoedigen. Flauwekul natuurlijk maar we wisten niet beter en vooral dat je geen problemen moest maken anders kreeg je geen eten. Ook broeder kok was niet helemaal lekker, kon de ene keer heel agressief zijn en daarna weer heel poeslief. Bij deze laatste pater Landric (duidelijk in beeld) ben ik misdienaar geweest en bij omkleden konden we nooit onze kleren aanhouden, maar we dienden ons tot op de onderbroek uit te kleden en dan deed hij ons de misdienaars gewaden aan met het nodige voelen aan onze lijven. Verder moest ik ook wel eens op gesprek komen op zijn kamer deze lag boven de eetzaal, ook dan wilde hij je betasten. Toen ik in de zesde klas zat is er een nieuwe broeder bijgekomen, deze betaald zelfs geld als je de broek liet zakken en voor naakt poseren stond in deze periode f 25,-. Hier is toen ook aangifte van gedaan en er is politie bij geweest en de ouders zijn hierover ook ingelicht.

24)

Beste Bert, Ik heb zelf op het pensionaat op de 5e klas gezeten in 1963/1964. Jij zat toen een klas hoger. Ik kan me herinneren, dat Broeder Servatius is een keer bij me in de douche is gekomen, zogenaamd om te controleren of ik mijn rug wel goed had gewassen. Dat was niet het geval, dus heeft hij het maar eens over gedaan. Mijn broer heeft van 1961 tot 1963 de vijfde klas en de VK gevolgd op het pensionaat. Hij is door broeder Servatius misbruikt, toen hij de kamer van Servatius voor straf moest opruimen. Mijn broer heeft het me ooit toevertrouwd. Hij kan het helaas zelf niet meer navertellen, omdat hij op 29 jarige leeftijd zelfmoord heeft gepleegd.

25)

Ik ken je persoonlijk niet, maar ook ik heb in Bleijerheide op internaat gezeten. Mijn naam is --.. ik ben eind jaren 50, vermoedelijk 57, in de 5e klas begonnen en ben tot en met de 3e klas Ulo daar geweest, vermoedelijk 1963. Ik ben in het bezit van diverse "Bleijerheide Klanken" en een video van een reunie 1962/1963 van 9 april 1994. Wat betreft die Blijerheide Klanken wordt het even zoeken.... de video heb ik onder handbereik. Ook ik, ja jammer, heb zo mijn ervaringen gehad met Leonardus. Ben 'n keer in elkaar geslagen door Crispinus, terwijl ik in de rij stond om naar studie te gaan. Ben een keer weggelopen, maar mijn vader geloofde me niet. Toen ik vertelde dat Chrispinus me geslagen had heeft mijn vader zich bij Adelbertus gemeld. Volgens mij was die toen overste. Daarna ben ik nooit meer lastig gevallen, ook door Leonardus niet. Volgens mij is die Adelbertus ergens in de jaren 70 veroordeeld door de rechtbank te Maastricht voor dubieuse praktijken..... Mijn vader zei toen tegen mij dat ik wel eens gelijk zou kunnen hebben gehad. Voor mij was de zaak toen rond. Ik heb er geen nare of vervelende herinneringen aan over gehouden, voor mij ben ik er klaar mee. Toen ik echter te horen kreeg, Wir haben es nicht gewust, was ook voor mij de maat vol. Ik wil wel meedoen aan een mogelijk onderzoek e.d. Vertrouwende dat mijn melding als confidentieel wordt behandeld, mijn kinderen weten van niets, wens ik je veel succes. Als het nodig is treed ik wel in de openbaarheid hiermee, maar liever niet.

26)

ik laat niet aan me komen !!!

maar mijn moeder dacht ,dat dit een pak rammel betekende. en dat hoorde er in die tijd toch een beetje bij. vandaar dat ze daar niet op gereageerd heeft. dus denk ik dat ze (de broeders)wel iets geprobeerd hebben maar dat ik me daar erg tegen verzet heb. mijn school punten gingen toen,ik denk lopende het tweede jaar,achteruit. wat heel vreemd was,want in het eerste jaar ging het buitengewoon goed, en daar bij kwam dat ik na een weekend zeer erg in elkaar geslagen ben door alphons. ik ben toen snachts naar huis gelopen (in Stein).dit had nooit mogen gebeuren natuurlijk,weglopen uit hun pensionaat. smorgens ben ik weer teruggebracht door mijn ouders er is toen een geprek geweest smorgens met leonardus en de dir (naam ben ik even kwijt) van het pensionaat, en alfons natuurlijk. alfons heeft toen in de eetzaal zijn excuses aan mij aan moeten bieden. want hij had me echt goed doorgelaten,in een hoek geslagen. daar na had ik dus helemaal geen leven meer. er is toen verzocht aan mijn ouders om maar een andere school te zoeken. want als hun( die broeders) mij van school zouden sturen ik waarschijnlijk nergens meer op een school terecht zou kunnen komen. ik heb in 1969 1970 daar gezeten dus ze ( die broeders) hebben geen grip op mij gekregen en alles gedaan om mij kwijt te raken en dan natuurlijk op eigen initiatief dan hoefden hun ( die broeders) geen verantwoording af te leggen. ik ben ook bij die pater op zijn kamer geweest. daar werden we gehypnotiseerd' waarom dat we dat lieten doen weet ik eigenlijk niet,ik denk een afwisseling in de kostschool sleur ik heb ook een keer een pak rammel gehad,van eimaar,niet de enige keer. bij de trapjes van de gymzaal bij de aula (hoe het er precies uitzag weet ik niet meer). waarom weet ik ook niet meer.het was sávond en donker.mss wel omdat ik niet aan me heb willen laten komen. Het allerergste vind ik dat mijn moeder een schuldgevoel heeft zij heeft toen in die tijd gedacht op die school is mijn zoon veilig kan hij studeren en het geloof ,ook heel belangrijk in die tijd en nu krijgt ze op haar 88 jaar te horen via media wat zich daar allemaal heeft afgespeeld. ik heb zelfs de bijnaam broeder gehad.

27)

Hallo beste Bert

Ik heb van 1968 tot 1972 op het jongenspensionaat van Bleijerheide gezeten. Nu bij het schrijven naar jou krijg ik kippenvel van kop tot teen. Ik ben jarenlang dagelijks geslagen door broeder Servatius, ik ben maanden niet naar huis mogen gaan en moest dan het hele weekend in de hoek staan. Op het grote plein waar je naar de kerk ging links in de hoek voor de ingang.Regen of zonneschijn dat maakte niks uit. Omdat ik nooit het vlees at, zat ik vaker nog uren in de eetzaal en tenslotte werd ik op de gang gezet tot ik het op at, om de zoveel tijd kreeg ik dan weer een pak slaag om me tot eten te dwingen. Gemiddeld 3x per week moest ik het s`ochtends 5 a 10 rondjes op de sintelbaan rennen(6.00 moest ik dan uit mijn bed), servatius reed dan met zijn fiets en zijn poedeltje naast me. Ik moest altijd een kort broekje en een halterhemdje dragen of het nu regende of de zon scheen dat maakte niets uit. Deze man heeft me jarenlang mishandeld van kop tot teen, weet zeker dat het zeer persoonlijk was. Ik kan nog 2 velletjes volschrijven van wat hij met me gedaan heeft, maar wil me hier nu niet verder over uit laten. Ik weet zeker dat het kwam door mijn rebelse gedrag tegenover de broeders, ik heb altijd van mij afgebeten. Hierdoor verloor hij zijn sexuele interresse voor mij, wat oversloeg in heftige afranselingen. De ziekenbroeder bolletje heeft ook zijn handen vies gemaakt aan mij. Toen ik ziek was en koorts had stak hij in plaats van de termometer een vinger in mijn anus, ben toen helemaal ontploft. Onmiddelijk verscheen broeder Servatius, die me helemaal verrot sloeg. Ook tijdens de sportkeuring stonden we met 5 jongens op een rijtje en moesten we allemaal de broek naar beneden doen en dan voelden ze aan onze teelballen. Ik heb thuis hierover gesproken, maar ze geloofde me niet. Ze zeiden dan je zit niet voor niets op de kostschool. Beste Bert ik kan nog uren schrijven maar ik moet er nu mee ophouden want er komt me teveel boven waar ik nog nooit over gesproken heb en wat ik al die jaren uit mijn herinneringen heb verdringt.

Groeten…..

Heb zonet flink gehuild en nog de moed bij elkaar geraapt om nog het volgende te schrijven Met 12 jaar ben ik weer naar huis gegaan. Ik heb van mijn 12 tot mijn 34 levensjaar als een monster door het leven gegaan. Heb me altijd met iedereen geslagen om niks, in het dossier van mij huisarts staat dat ik licht explosief ben. Daarbij ga ik al mijn hele leven gebukt onder zware hoofdpijnen ik mag tot 4 paracetamol 1000 mg per dag nemen. Deze periode op het pensionaat hebben mijn leven zwaar beinvloed. Ik weet zeker dat ik een beter mens was geweest en een heel ander leven had gehad als ik niet op het jongenspensionaat had gezeten. Gelukkig ben ik 30 jaar samen met dezelde vrouw en geloof me die is met mij door de hel gegaan.

28)

Betreft: Mogelijk seksueel misbruik dan wel betrokkenheid aangedaan aan mijn broer Frans P. geboren 22 maart 1940 te Schaesberg.

V, 12 april 2010

Geachte Bert,

Naar aanleiding van alle nare berichtgevingen omtrent seksueel misbruik binnen de katholieke kerk en dan met name het Pensionaat te Bleijerheide heb ik het volgende mede te delen.

Wij komen uit een gezin van vier kinderen, twee meisjes twee jongens, waarvan ondergetekende zes jaar als nakomeling in 1948 is geboren. Hiervan zijn alleen de oudste en jongste nog onder de levenden. Wij woonden in de Pstraat te S. Onze vader was mijnpolitie op de .....steenkolenmijnen te E. Er heersten zéér strenge regels binnen het gezin. Datgene wat ik neerschrijf heb ik voor wat betreft de jeugd periode van mijn broer Frans, na overleg met m 'n oudste zus. Frans moet volgens haar, mogelijk in het jaar 1954-1955, na een periode van hooguit twee jaar op de mulo op S, geplaatst zijn op het Pensionaat te Bleyerheide. Mijn zus (2 jaar ouder dan mijn broer) weet zich nog te herinneren dat zij regelmatig op de fiets met een koffertje met schone kleren voor Frans naar Bleijerheide moest. Daar moest ze dan in de hal wachten en ondanks herhaaldelijke vragen van haar mocht ze haar broer nooit ontmoeten. Hoe lang hij daar gezeten heeft is ons niet bekend. Wat ik mij persoonlijk nog kan herinneren is, dat ik samen met mijn vader Frans ben gaan ophalen uit het jongenspensionaat St Jozef in Maastricht. Ik kan mij dat nog zeer goed herinneren. Ik zat toen achter in de kattenbak van een geleende Volkswagen Kever (met gespleten achterruit). Wij werden binnen gelaten onder de trappen van de hoofdingang en daar moest ik wachten in een donkere ruimte waar, naar ik mij meen te herinneren, veel gereedschap hing. Hoogstwaarschijnlijk was dit een werkplaats. Ik zie Frans nog met een koffertje in zijn hand aan komen lopen. Als ik hier dieper over nadenk bekruipt me nu een gevoel van onbehagen. Je komt je zoon toch niet afhalen via een achterdeurtje van het pensionaat. Het was in ieder geval laat in de avond. Ik moet toen 'n jaar op 7 zijn geweest. Dat was dan mogelijk 1956/1957. Waarom hij daar dan werd opgehaald weet ik niet. Daarna is hij op de technische vakschool voor bankwerker op de Julia gaan werken.

Niets schokkends aan…..! zult u zeggen. Neen, zo op het eerste gezicht niet. Gelet op het strenge regiem thuis, de plaatsing uit huis van zo'n gevoelige sociale jongen en het daarna aan de drank geraken, zetten aan tot nadenken over wat ook hem mogelijk kan zijn gebeurd in één dan wel beide pensionaten. En zeker gelet op latere door Frans gemaakte opmerkingen in die richting. Meermaals heeft hij naar mijn vrouw, waarin hij vertrouwen koesterde, gebeld met de mededeling dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Gelukkig heeft hij dit nooit gedaan. Hij zat in ieder geval geestelijk behoorlijk in de knoei.

Voordat het seksuele misbruik, binnen met name Bleyerheide, naar buiten kwam hadden mijn echtgenote en ik al een vaag vermoeden van ongeregeldheden van dien aard die mijn broer vermoedelijk waren overkomen. Kort voor het overlijden van mijn vader in 1994 heeft Frans een gesprek met hem gehad, hetgeen Frans kort daarna aangegeven heeft bij mijn oudste zus. Op de dag na de begrafenis van zijn vader vroeg hij haar toen ook of zij nog de naam wist van "die" broeder uit Bleijerheide, die toen werd overgeplaatst naar Utrecht. Daar waren rare dingen mee gebeurd. Althans woorden van die strekking. Dit was dan de eerste keer dat hij daarover met zijn vader een goed gesprek heeft gehad. Hij zou haar daar later wel eens over vertellen.

Dat later is er nooit van gekomen want een week na de dood van mijn vader overleed Frans aan een acute hartstilstand. Met zijn eigen kinderen heeft hij nooit over de internaatperiode willen vertellen!

Ik heb vele gebeurtenissen aangaande de seksschandalen gelezen en kan mij heel goed voorstellen, dat Frans 'n ideaal slachtoffer zou kunnen zijn geweest. Ik schrijf dit neer om het voor het onderzoekers mogelijk te maken om andere - nog in leven zijnde – beschadigden / slachtoffers te kunnen helpen om genoegdoening en vrede te kunnen krijgen.

Ik dacht dat ik dit verplicht was ten aanzien van mijn overleden broer.

Hoogachtend K. P

29)

Hi Bert, Ik kan nog steeds niet goed de moed opbrengen om te schrijven wat er allemaal in me omgaat van die jaren dat ik in Bleijerheide op het Pensionaat was, edoch, ik probeer het. Mijn broer en ik werden er geplaatst door mijn ouders omdat de gezinssituatie niet goed was thuis. Ineens hoorden we dat we naar een pensionaat moesten. Dat zou goed voor ons zijn! Ja, dat klopt dus, niet, ik word er al mijn hele leven aan herinnerd, aan alle leed, wrok jegens het geloof en ellende. We kregen een nummer toebedeeld, dat moest in alle kleren en eigendomsstukken genaaid worden. Ik had 157 en mijn broer 223. Toen we er waren kreeg ik al te horen dat ik geen kontakt mocht opnemen c.q mocht praten met mijn broer, die was 3 jaar ouder dan ik en zat op de MULO. Ik werd geplaatst in de 5e klas. Ik spreek hier over de jaren 1958 - 59 en 1960. Als ik probeerde met mijn broer te praten volgde daar meteen een reactie op van de pater die dienst deed op het schoolplein. De 5e klas is goed verlopen, qua leren. Ik haalde goede cijfers en behaalde er menige Erekaart, dat was een extra vermelding voor het beste rapport.Het 2e jaar op Bleijerheide zat ik in klas 6 VK bij broeder Stephanus. Over hem geen kwaad woord. Het enigste wat hij mij flikte, was, nadat ik een reactie had gegeven na een onterechte beschuldiging, hij dat meteen op het rapport vermeldde!! "Harry moet meer eerbied voor het gezag hebben en op zijn woorden letten." Dus dat was thuis weer ;uitleggen, wat staat daar? Dat die reactie's kwamen van opgekropte gevoelens en woede. dat hadden mijn ouders niet door. Als ik er over wilde praten werd mij meteen de mond gesnoerd. Hoe durf je zoiets te zeggen, dat doen geestelijken niet. En nu je mond houden!!! Ook stond vaker op de rekening die mijn ouders kregen dingen vermeld die helemaal niet klopten. Bijv. extra feestmaaltijden? Bezoeken aan iets ? Bijna iedere keer kapotte ramen(door een van ons met voetballen ingetrapt) enz. Van dat alles klopte niets. Maar mijn vader geloofde dat niet. Dus de boel belazeren deden ze ook, als ze dat bij meerderen deden dan komt de kassa wel vol! Dit is mijn gedeelte van het verhaal. als mijn broer dat wil, moet hij zelf maar reageren. Ik weet wel dat hij ontiegelijk veel slaag heeft gekregen van br. Wiro en br. Wenceslaus.

Een keer per maand hadden we ouderbezoek en een keer mochten we een weekend naar huis. Tijdens de bezoeken van mijn ouders werd er altijd door hun met de paters gesproken. Ik merkte dat meteen s'avonds, dan moest ik op het matje komen. Wat heb jij gezegd tegen je vader? Zo kom maar eens hier en dan begon het spelletje weer. Op de schoot bij broeder Jacobus en zgn klappen krijgen. Die vuile viezerik, steeds met zijn handen aan je piemeltje voelen, dat was het enigste wat hij deed. Tegen je aanrijden als een geile beer. Ik kan het bijna niet opschrijven. Hij (Jacobus) was meestal mijn zaalboeder, samen met br Nicolaas, maar bij Jacobus had ik het altijd gedaan. Hij snuffelde heel vaak in mijn kastje en vond ook nog meestal wat. In mijn jeugdige overmoed trapte ik er meestal in. Hij vond dan weer eens pin up foto's , dan weer eens een padvindersmes en ga zo maar door. Die spullen kreeg ik dan nooit meer terug. Wat ik wel terug kreeg was het ritueeel; voorover op zijn knieën en hup, het herhaalde zich weer. Als ik tegenstribbelde werd ik vastgegrepen en ging hij gewoon verder. Alsof hij het nog leuker vond als ik tegenstribbelde. Als hij dienst had op de slaapzaal kwam hij altijd als een dief stiekum aangeslopen tussen de rijen met bedden, ik rook hem als het ware aankomen in zijn donkere pij. Die vieze geur die ik moest opsnuiven als ik weer eens voorover op zijn knieën moest liggen. Ik hield me altijd slapende, want ik wist dat hij meestal een jongen mee nam naar zijn chambrette. Ik heb dat vaker gezien.Ook tijdens het douchen was hij er altijd bij, de gluurder. Inspectie uitvoeren, of je je piemeltje wel goed gewassen had! Ik ben ook een keer weggelopen, nou dat heb ik geweten! Boven aan de grens hadden ze me al te pakken. Slaag als een jonge hond viel je dan ten deel. Je deed het dan niet gauw een tweede keer.Wat betreft de psychische mishandeling kan ik zeggen dat de orde en tucht die in de refter gehanteerd werd, niet normaal was. Broeder Johannes Vianny (bijnaam Buikje) zat er bijna altijd met een kastieplank tussen zijn benen geklemd te wachten of iemand in de fout ging, zodat hij kon meppen. Ik kan je vertellen, die plank kwam hard aan op je achterste. Tijdens het eten werd ook de post uitgedeeld. Hoe vaak mijn post niet was opengemaakt, ik weet het niet meer, maar ze lazen heel vaak mijn brieven. Ook de brieven die ik verstuurde waren vaak eerst gelezen en dan pas doorgestuurd. Ik hoorde dat achteraf dan. Die broeder buikje heeft er voor gezorgd dat ik na die tijd en nu nog sommige dingen niet kan eten. Als hij zag dat je bijv. iets niet lustte, omdat je te weinig ervan op je bord had, was hij het die je met een lachend gezicht en de opmerking "Oh, heb jij dat zo graag? een volle kom, van die blinkende ijzeren hotelkommen, op je bord mieterde. Hij bleef dan staan tot je kokhalzend alles op had. Ik zie de smerige glibberige speklappen nog voor me. Onbeschrijfelijk. Je moest ook gaan biechten.

Ik kan me herinneren dat ik in de biechtstoel te horen kreeg dat ik 's avonds naar de kamer van de frater moest komen na het eten. Daar werd je verteld in een toon van , was dat lekker als je dat doet? En hoe vaak doe je dat? Uitvragen tot aan het bot. Onder de noemer seksuele voorlichting. Ik zie hem nog zitten met een slot en een sleutel in zijn handen. Symbolisch voor de man en de vrouw. Het enigste wat ze wilden was praten over hoe je iets deed enz. Tot nu toe heb ik dit niet mijn kinderen besproken. Ik ga het wel doen. Ze hebben het recht om dit te weten. Mijn vrouw weet het wel, zij heeft er veel moeite mee. Zij is erg katholiek opgevoed en ook zo ingesteld. Ik hoop dat ik de herinnering aan die voor mij slechte jaren meegemaakt daar in Bleijerheide nog eens kan wegpoetsen uit mijn herinnering. Nu nog niet, ik denk er bijna iedere dag aan, soms met haat, dan weer met een gevoel van; WAAROM. Ik was nog zo jong, 11 jaar. Het hele gedoe heeft een onuitwisbare indruk bij mij achtergelaten. Ik doe er enkele foto's bij van uit die tijd. De namen van de jongens en de broeders erop heb ik er ook bij als je die wil hebben. Met vriendelijke groet H. W

30)

Hoi Bert,

ik volg het nieuws rondom jou en luc nu alweer een tijdje. Sommige zaken zijn wel herkenbaar. Ik heb ook op pensionaat Bleijerheide gezeten en wel tussen 1974 en 1977. Vanavond zag ik je bij broeder Alphonse en terug op de pannesheidestraat 55. Er is niet veel van over. Ik zag het raampje waar ik toen achter sliep. Veel herrinneringen. Mijn eerste 6 maanden daar waren een hel. Niet perse vanwege misbruik maar gewoon angst. Ik heb menig nacht op de kleine wc ruimtes geslapen want daar kon ik de deur op slot doen. Het heeft mij wel gevormd of eigenlijk misvormd. De broeder die ik nooit zal vergeten was broeder Valentinus. Hij had ook losse handjes maar gebruikte ze om klappen mee uit te delen. Omdat ik van joodse afkomst was was ik zijn favoriete slachtoffer. In mijn tijd was het broeder Monulphus, de ziekenbroeder die bekend stond om zijn handtastelijkheid. Het was een vast grapje onder de jongens als iemand naar de ziekenboeg was geweest om te vragen wat er was gebeurd.

31)

Hallo, Bij deze wil ik mezelf aanmelden bij jullie actie groep. Mij is iets soortgelijks overkomen in de jaren 1947-1951. Mijn verhaal gaat als volgt (in het kort): Wat jou overkomen is in de jaren 50 is mij overkomen in 1947/49 (br. Otto, de fotograaf had het op mij voorzien)! Ik zat hier op kostschool van 1947 t/m 1951! Ik ben van 1940 en was dus 7 (!!) jaar toen ik daar op kostschool kwam en ik moest de tweede klas nog doen en deed dat buiten de deur op een gewone lagere school in Bleijerheide die tegenover de ingang van het Internaat stond (Hoofd ene men. Offermans oid). Men heeft mij toen de 3de klas over laten slaan om mij binnen de poorten te houden. Heb ik ook jarenlang last van gehad omdat ik een deel van het onderwijs dat gegeven werd in klas 3 gemist heb (breuken bijv.). Met vriendelijke groet/kind regards

Fons Dols

32)

Beste Bert,

Bij deze mijn verhaal, wat helaas echt gebeurd is, over de kostschool Bleijerheide waar ik in de jaren 1952-1953 verbleef ( heb nog foto's ) , in het kort, want moest ik alles vertellen had ik dagen nodig. Mijn moeder had zich door enkele goede kennissen om laten praten om mij daar naar toe te brengen : het was een goede katholieke school waar ze van mij een keurige jongen zouden maken, en al wou ik niet , ik moest en werd er door mijn moeder en oom en tante naartoe gebracht ! Wij werden ontvangen en naar de slaapzaal gebracht om er de kleren in de kastjes te doen, daarna werd er besproken hoe alles zou verlopen, allemaal keurig leek het. Er gingen maanden voorbij van heimwee , slecht eten ( het eten was niet te eten ) en veel straf en daarna kreeg ik er een groot probleem bij, want was ik , voordat ik er kwam zindelijk, vanaf die tijd plaste ik elke nacht in bed. Ik moest vroeg op, voordat de andere jongens wakker werden om alles te verschonen en me te wassen, waarmee het ergste begon want de broeder hielp mij met wassen en kwam altijd tussen mijn benen terecht, begon mij dan te strelen en moest ik toezien hoe hij zichzelf daarna aftrok. Na enige tijd moest ik hem dan onder zijn rok voelen hoe zijn lid stijf werd en vertelde hij mij dat ik zo een man zou worden en een erectie zou krijgen, wil er verder niet op ingaan , maar het heeft mijn verdere leven, al duurde dit "maar" 2 jaar wel helemaal verpest ! Ik kreeg ook vaak en veel sraf , dan moest ik 'savonds op het kamertje van de broeder komen die mij dan de keus gaf : of strafregels schrijven of slaag en ik koos altijd het laatste omdat ik daar het eerste vanaf was, al deed het verschrikkelijk pijn want hij gebruikte een ( honkbal ) knuppel en sloeg hard ! In het tweede jaar ben ik er even tussenuit geweest : schopte de bal over de muur en vroeg of ik hem mocht halen, en toen dat mocht schopte ik hem terug over de muur en zette het op een rennen, had het geld van mijn moeder nog in mijn zak ( nog niet ingeleverd ) en liep naar Kerkrade, nam daarna de bus naar Heerlen, toen met de trein naar Sittard waarna ik overstapte naar Roermond , hoe ik thuis ben gekomen weet ik niet precies meer, maar het is mij gelukt op twaalfjarige leeftijd.....alleen, ik werd de volgende dag weer teruggebracht, kon mijn verhaal niet bij mijn ouders kwijt, ze geloofden je niet, zo was dat vroeger in een christelijk gezin...en alles waarvoor ik weggelopen was begon weer opnieuw !

In mijn verdere leven heb ik het moeilijk gehad , al liet ik dit aan de buitenkant niet blijken. Mijn militaire diensttijd verliep alles behalve normaal en ook met mijn relatie's met meisjes had ik problemen en de vernederingen en slaag die ik in die 2 jaren van mijn leven had moeten ondergaan bracht ik later zelf over op mijn vrouw en kinderen, waardoor het hele gezin er onder heeft geleden ! en dat allemaal door Bleijerheide, wat Blijerheide had moeten zijn....

Jaren geleden ben ik er eens naar teruggegaan, maar de ergste van allemaal was dood, en dacht toen nog : mocht hij nu voor mij staan dan knoopte ik hem op aan/met zijn eigen koord ! Beste Bert, ik heb lang gewacht voordat ik contact met je zocht, maar ben nu blij dit toch te hebben gedaan, want al kan niets die tijd en het gevolg ervan meer goedmaken, geloven doe ik allang niet meer...

Wil je bedanken voor de actie die jij en Luc samen voeren en hoop dat jullie bereiken wat wij allemaal willen : opheldering en genoegdoening voor alles wat die schijn-heiligen ons hebben aangedaan !

33)

Beste Bert,

Ik heb vanaf mijn 11e tot mijn 16e jaar op het internaat Bleijerheide gezeten. Tot voor kort heb ik mijn ervaringen daar alleen met mijn vrouw en een beetje met mijn kinderen kunnen delen.

Een tijd geleden heb ik een journalist A H benaderd. Een week later heeft W D terug gebeld en in een gesprek van ongeveer een uur heb ik mijn verhaal gedaan. Hij heeft mij ook verteld dat ik niet de enige was en dat ik de krant en de televisie maar in de gaten moest houden.

Hij heeft mijn verhaal en dat van nog 2 lotgenoten gepubliceerd op Zaterdag 13 maart j.l. in zowel De Limburger , De Gelderlander, etc. Hij heeft mijn Huub Reumkes genoemd. In dit artikel staat ook hoe groot de invloed van de kerk op mijn ouders was. Ze weigerde mij te geloven want Franciscanen deden zoiets niet. Mijn vader heeft zich 23 jaar geleden bij mij verontschuldigd en die heb ik geaccepteerd. Mijn moeder weigert tot heden te geloven wat ik heb meegemaakt. Zelfs niet met de krant en het nieuws van jullie verhaal.

In de periode dat ik daar was 1967 t/m 1972 heb ik ( bekend onder nummer 167) diverse zeer onprettige dingen meegemaakt, maar het aller ergste was nog dat als ik thuis mijn verhaal deed dat, zowel mijn vader alsook mijn moeder reageerde met de opmerking: zwijg nu maar want zoiets doen Franciscanen niet. Ik ben, vooral de eerste 2 jaar, zowel Sexueel alsook fysiek misbruikt. Regelmatig Sexueel door de ziekenbroeder ( zijn naam is mij ontschoten omdat hij toen ik 13 was er opeens niet meer was) alsook door broeders Otto. Stephanus. en Jacobus. Fysiek was het gebruikelijk dat er lijfstraffen gegeven werden, dit was ik van thuis helemaal niet gewend want mijn vader sloeg nooit. En voor een kind van 11 jaar oud die zijn naam verliest en nummer 167 wordt en daarbij gestraft wordt onder een natte douche vaker met het koord dan met de hand is dit onvoorstelbaar.

Op mijn 12e ben ik een nacht van de ziekenzaal gevlucht naar het Wormdal, omdat de ziekenbroeder minstens een uur met mijn geslachtsdeel speelde. Ik ben 2 dagen en nachten, in de winter in het Wormdal geweest. Door kou en honger ben ik van daar naar Brunssum gelopen. Toen ik thuis aankwam werd mij gezegd dat de politie mij overal aan het zoeken was. Na een warme douche en een beker melk heeft mijn vader de auto uit de garage gehaald en mij naar het internaat teruggebracht. Mijn ouders weigerde mij te geloven.

Deze 5 (jeugd) jaren zijn mij ontnomen, ik heb dingen moeten ervaren die ik mijn ergste vijand niet gun. Mijn geloof heb ik niet verloren maar wel in die god die mij uit mijn jeugd bijstaat en waar mij als klein kind wonderlijke dingen over verteld werden.

Ik weet dat de meeste van de daders gestorven zijn en ik hoop dat ze nog eens terug gedacht hebben aan al hun, zeer jonge naïeve, slachtoffers wiens jeugd ze geknakt hebben toen die net begon.

Ik heb de krant van vandaag gelezen en ik denk dat ik in jouw visie mee moet gaan "dossier 14" i.p.v. een mega claim. Ook ben ik jou en Luc er dankbaar voor dat je de deksel van een 40 jaar verstopte beerput afgetrokken hebt. Die voor mij zowel tranen alsook opluchting alsook begrip, bijvoorbeeld van mijn zusjes opgeleverd heeft. Alleen nu alles weer naar bovenkomt vind ik dat er op een of andere mannier, die er toe doet, recht gedaan moet worden aan een ieder van ons die deze erbarmelijke toestanden heeft moeten ondergaan. Met vriendelijke groet,

Hub Peters

34)

Poging tot doodslag. Dit betreft broeder Lucas. Een Bleijerheide leerling schreef aan MeaCulpa: Broeder Lucas 6e klas had in mijn ogen een seksuele afwijking waar ik zelf overigens geen last van heb gehad. Hij sprak vaak over zijn moeder en dat die seksuele voorlichting gaf door zich helemaal uit de kleden, en de punten aanwees en wreef waar een vrouw van opgewonden raakt. Verder is een goede schoolvriend Cor Claessen uit Maasband Stein overleden met hem ben ik samen misdienaar geweest bij Pater Landrio, die heeft naar dat ik weet enorm veel last gehad o.a. van broeder Lucas. Cor werd ook regelmatig met een grote eikenhouten blok bekogeld, hij was een hard werkende boeren zoon. Ongeveer tien jaar gelden heeft hij zichzelf van het leven beroofd, dit was niet voor niets, hij heeft buiten het seksuele misbruik ook een keer een voltreffer tegen zijn hoofd gehad van de eikenhouten blok van broeder Lucas. Na deze daad heeft hij nooit meer goed kunnen functioneren en is later in de Pepijn in Echt beland, en op weekend verlof heeft hij er een einde aan gemaakt.

35)

Beste Bert,

Jij kent mij niet maar ik heb het gevoel alsof we samen vier jaren op pensionaat hebben gezeten. Al jouw verhalen die ik via de diverse media hoor konden mijn verhalen zijn. Ik weet zelf niet zo goed wat verder te doen. Ik volg jouw oproep voorlopig maar om niet mee te doen aan het onderzoek van Deetman. Ik heb mij dus ook nog niet aangemeld bij "Hulp en Recht" of moet ik dat juist wel doen? Zowel mijn broer als ik hebben verschrikkelijk geleden onder het pensionaat regime. Ik denk dat jij een van ons tweeën moet hebben meegemaakt. Ik was er van 1962 – 1966 (lichting Jos Slangen) Mijn broer, was vier jaren voor mij op het pensionaat. Mijn seksueel misbruik vond plaats bij de broeder verpleger (ik weet zijn naam niet meer). Onnodig en veelvuldig betasten en bekijken. Ik heb overigens de herinnering aan een dokter die van extern kwam die daar aan mee deed. Onderstaand stukje van jouw hand is precies mijn verhaal!

"Meerdere broeders maakten misbruik van jonge jongens, weet Smeets. Ze dwaalden 's nachts door de slaapzalen; sommige broeders stonden naast de bedden te masturberen. Als er werd gedoucht, waren daar "op de een of andere manier" altijd heel veel broeders te vinden. "Bezeerde je je knie bij het voetballen, dan moest je naar de ziekenboeg. Daar moest je je altijd helemaal uitkleden. Altijd, al had je pijn aan je pink. Er werd gevoeld en gekeken, 'per ongeluk' gestreeld, ze kwamen heel dicht bij je staan of raakten jou eventjes met hun geslachtsdeel. Je liep continu gevaar." Lijfstraffen waren ook aan de orde van de dag. Stokslagen op de blote billen, forse meppen met de hand: het was dagelijks gebruik."

Al de verhalen die boven komen over de fysieke mishandeling grijpen mij tot op heden zeer aan. Naar aanleiding van jullie bezoek aan Br. Alphons voelde ik de drang om een ingezonden stuk in de Limburger te plaatsen (zie bijlage) Hieronder het niet ingekorte stuk:

"Gerrie Schobben weet van enkele collega's over seksueel misbruik van jongeren op het jongenspensionaat Blijerheide. Gerrie Schobben (alias broeder Alphons) heeft mij vier jaren lang een zeer onveilig gevoel gegeven doordat hij extreem geweldadig iemand kon afrossen: dit alles onder de noemer corrigerende tik. Zijn reacties waren zo onverwachts en buitenproportioneel dat hij op dat moment leek gedreven door opgekropte seksuele frustraties. Ik weet dat ik destijds daar zo al over dacht. Een voorbeeld: in de studiezaal werd een behoorlijk grote stoffer klaar gelegd om, wanneer iemand betrapt werd op praten, hem hier mee af te rossen. Dit gebeurde onder een traag opvoerend toneelstukje voor het oog van een ieder, dat dan als voorbeeld moest dienen. Het kwam meer dan eens voor dat de stoffer stuk geslagen werd. Het meest dramatische moment dat ik mij nog kan herinneren. In de eetzaal roept broeder Alphons de naam van een leerling die zich godzijdank met zijn gezicht de verkeerde kant opdraait. Want op het moment dat hij zich omdraait is een sleutelbos met ongeveer 15 sleutels, over een afstand van 20 meter,onderweg richting zijn hoofd en mist hem op een haar na. De man had dood kunnen zijn en broeder Alphons in het gevang.

Deze geweldadigheden waarin ik mij vier jaren heb moeten handhaven hebben mij een onveilig basisgevoel gegeven waar ik tot op de dag van vandaag nog last van heb. Deze geestelijke mishandeling is naar mijn mening qua ernst vergelijkbaar met het nu genoemde seksueel misbruik. Dus broeder Alphons, als U een splinter ziet in andermans ogen vergeet dan vooral niet te kijken naar de balk in Uw eigen ogen.....!"

Helaas hebben ze het voorbeeld van de sleutelbos en de stoffer eruit gelaten. Ook ik ben door Broeder S (ik neem aan dat je Servatius bedoeld) achterna gezeten met een bamboestokje dat hij voor deze gelegenheid boven op zijn chambrette had liggen. De aanleiding was dat ik 's ochtens bij mijn kledingkastje mijn kuiten stond te masseren met een kledingborstel zoals de leraar ons de dag ervoor had aangeraden op school. Servatius vond dit belachelijk en omdat ik dat ontkende ging hij op zoek naar zijn bamboestokje boven op zijn chambrette. Hijgend is hij een kwartier achter mij aangehold iedereen bezwerend dat zij mij moesten tegenhouden. Dit tafereel eindigde bij de wasbakken waar ik mij tegen de spiegelwand aandrukte, Servatius lag met uitpuilende rooddoorlopen ogen half over de wasbakken en het bamboestokje zwiepte rakelings langs mijn pyjamajasje. Vanuit zijn frustratie heeft hij een straf opgelegd dat ik nergens meer aan mee mocht doen en iedereen mij vier weken totaal moest negeren. (sociaal isolement) Een straf die jou bekent voor moet komen.

36)

Hallo Bert

Volg je blog sinds een paar dagen,door interesse in het internaat van St Maria ter Engelen, te Bleijerheide, Zal een en ander uitleggen,mijn man Ronnie Heijer zat in dit internaat,was hier geplaats door zijn vader vanuit Curacao,ongetwijfeld is dit jongetje opgevallen op deze school ondat hij gekleurd was en volgens zijn zus uitgescholden werd als pinda pinda lekke lekka.Helaas is Ron overleden in juni 2004.Hij zat in de lichting van ongeveer 1960 en weet niet precies wanneer hij dit internaat verlaten heeft.Wilde hier nooit over spreken.ook de vakantie die wij vaak doorbrachten in Limburg en op mij verzoek eens een bezoek te brengen aan dit internaat,hij wilde er nooit over wetern.Later begreep ik natuurlijk wel dat dit zo n grote inpact heeft gehad op zijn verdere leven,onze kinderen mochten niet uit logeren gaan,kon ze niet missen zei hij dan,Toen hij ziek werd , en tijden deze ziekteperiode weer heel veelboven kwam ook omdat zijn zus,die in ander internaat in Limburg zat,hem hieraan herinnerde doordat er foto s ter tafel kwamen.En hij ook wel onder invloed van morfine waarschijnlijk dingen boven kwamen.

Ik weet alleen dat hij versneld van dit internaat afgegaan is .i.vm. heimwee,hoorde ik pas tijdens ziekte.Het was een taboe waar niet over gesproken werd. Of en daadwerkelijk sprake is geweest van misbruik weet ik niet en kan ik ook niet meer vragen,maar het houd me wel ontzettend bezig,het zou voor mij veel verklaren. Ga door met je strijd tegen dit onrecht wat vele kinderen is aangedaan,iclusief jullie,tegen dit schijnheilige genootschap wat kerk heet,Ongetwijfeld zullen de broeders ,St.Bernardus en nog vele andere,die ik niet kon ontcijferen,niet allemaal meer leven,zodat ze niet meer in spanning konden leven of het uitzou komen,net als wat deze kinderen hebben doorgeleefd of niet meer kunnen uitspreken.

Met vriendelijke groeten van Joke

37)

Geachte heer,

Via de media heb ik de problemen rond het pensionaat vernomen.Ook ik heb 5 jaar in het pensionaat gewoond. Ik kan mee praten over uw problemen alleen niet zo erg als u.Echter, misschien de moeit waard om eens aan elkaar te vertellen. Als u daar behoefte aan hebt laat u het maar weten. Groeten en de kop op!!! G oet U

38)

Beste Bert

Naar aanleiding van het stuk in de telegraaf ben ik een dag behoorlijk van de kaart geweest. Ik heb 4 jaar op deze kostschool gezeten en heb daar tot op de dag van vandaag (62 jaar) nog last van.( en mijn omgeving ook); ik kan er een boek over schrijven Het positieve van het stuk in de krant was dat ik eindelijk kon lezen dat ik niet de enige of een van de weinige was met dit soort ervaringen in Bleijerheide. Ik zou (graag) de documentaire willen zien "tussen Kathmandu en Bleijerheide" maar hoe?

Dank voor je openheid.

Hai Bert,

Het is niet gemakkelijk de "last" geheel te omschrijven, maar een groot gedeelte bestaat toch uit problemen op sexueel gebied en niet te kunnen omschrijven/ontdekken wat er precies dan aan de hand is. Mijn hele huwelijk is sexueel een mislukking en ik kan mijn vrouw niet uitleggen wat er aan de hand is met alle gevolgen van dien. Ik ben al eens in therapie geweest bij een psycholoog die ,buiten de dingen die ik me kan herinneren zoals de diverse handtastelijkheden al of niet onder bedreiging, dacht dat ik verkracht was en dat verdrongen had. Ik zelf kan me niet voorstellen dat ik zo iets zou kunnen vergeten. Dit is maar even een korte impressie van de ellende, maar ik krijg het benauwd als ik er over nadenk. Ik kan en wil er ook met niemand over praten maar door zo'n stuk in de krant komt het hele zooitje weer (ik hoop even) weer boven.

Groet.

39)

hallo,

ik heb van 1958 tot 1961 in bleijerheide gezeten samen met mijn broer . deze paar jaar heeft een enorme impact op mijn verdere leven gehad (ruim 6 jaar bij het riagg gelopen). ik wil mij daarom bij u aanmelden.

t v h

c v h

40)

Geachte heer Smeets,

Op de eerste plaats wil ik mijn diepe waardering uitspreken voor uw moed om een tegenonderzoek te starten. Ik wens u veel kracht toe en hoop voor u en vele anderen dat de misdadigers zich moeten verantwoorden.

Ik ben een vrouw van 56 jaar en schrijf dit bericht niet voor mezelf. Mag me gelukkig prijzen dat ik nooit slachtoffer ben geweest van dergelijke praktijken.

Ik ken echter iemand die in de jaren 60 op het internaat in Bleijerheide heeft gezeten en slachtoffer is geweest van sexueel misbruik door de broeders. Graag zou ik deze persoon die nu in het buitenland woont, op de actie (Mea Culpa) van u willen wijzen.

Wat kan ik hem het beste adviseren? Kan hij u een bericht sturen via info@bertsmeets.nl ?

met dank en vriendelijke groet, M. A. Maastricht

41)

Hallo Bert,

Ik ben ook leerling geweest op het jongenspensionaat "Bleijerheide" van 1968 - 1972. En ja ook ik heb mee mogen maken dat ik als klein menneke van 13, 14 jaar mocht kennis maken met de pater.Pater Landric. Ik stotterde nogal behoorlijk, waar hij wel wat aan kon doen. Hij vroeg mij in de avond langs te komen samen met nog een jongetje, R.G. Hij had zijn bed neergeklapt en ik moest erop gaan liggen. Hij deed het gordijn dicht. "Rustig ademhalen, dan gaat het wel over." Hij wreef over mijn onderbuik en fluisterde in mijn oor dat ik rustig moest doorgaan met adem halen. Ook zoende hij mij op mijn wang. Was dit sexueel misbruik? Ja, kan ik nu zeggen. Hij had met zijn vingers van mij af moeten blijven. Ik heb nu geen boodschap aan verklaringen over het celibaat. Hij had dit nooit mogen doen. Op een reünie in 2000 van ons examenjaar kwam dit ter sprake. Een van de oud leerlingen had iedereen gevraagd zijn herinneringen op te schrijven en heeft dit gebundeld. Ik was de enige die hier iets over had opgeschreven. "God vergeve de pater zijn pedofiele handelingen." J S, toen pastoor in Noord -Holland reageerde met de woorden dat hij dit nooit had gehoord en waarom ik niet naar hem toe was gekomen? Wat een naïeve gedachte van deze man. Wat had ik moeten doen? Een tijdje geleden zag ik diezelfde J S in Rondeom 10 Daar zei hij, wie moet ik erop aan spreken? Al mijn medebroeders zijn dood. Alphons nog niet, lees ik later op internet. Nu weer herhaalde hij dat hij nergens iets van heeft geweten. Dat kan, alhoewel andere verhalen hier het tegendeel doen vermoeden. Wat ik onverteerbaar vind, is dat hij tegelijkertijd zijn woorden van spijt over al wat er in het verleden gebeurd is, ontkrachtte door te zeggen dat hij ook veel reacties had gehad van leerlingen die het erg naar hun zin hadden gehad. Actiegroep Mea Culpa is een goed initiatief. Wat ervan moet worden? Geen idee. Groet, R de L

42)

Hoi Bert,

vanavond een en ander te horen gekomen ,ook ik heb op die kut kostschool gezeten!!! Ik wil ook mijn steentje bijdragen ,wat ik daar heb meegemaakt. Groetjes E E D 1963

43)

Geachte Bert Smeets

Met grote interesse volg ik alles rondom Bleijerheide. Dit omdat mijn (helaas sinds 2007 overleden) vader F Kl met geboorteplaats Geverik (Beek)ook in die periode op het pensionaat verbleef. (hij zat in groep II van het examenjaar 1963) Uit zijn eigen verhalen weet ik dat hij het daar geen pretje vond, ook in zijn agenda's vind ik dergelijke uitingen terug. Helaas heb ik het vermoeden het vermoeden dat hem ook deze verschrikkelijke ervaringen ten deel zijn gevallen. Dit zou namelijk een heleboel dingen die in zijn leven zijn gebeurd verklaren. (scheiding, depressies, niet met relaties om kunnen gaan, en nog een aantal andere zaken) Mijn vader streed altijd voor zijn recht. Helaas kan hij (als hem dit daadwerkelijk is overkomen) niet meer achter zijn recht aangaan. Graag zou ik willen vragen dat als er iemand verhalen/ervaringen heeft met misbruik t.o.v. mijn vader dat ik dit misschien zou mogen weten. Ik ben niet uit op namen van andere slachtoffers maar ik zou voor mijn eigen verwerkingsproces/"begrijpen van mijn vader proces" graag willen weten of zijn naam voorkomt in andermans verhalen. Mijn paps en ik waren 4 handen op een buik en ik weet zeker dat hij het goed vind dat ik evt op welke manier dan ook voor hem verder strijd! Als ik op een of andere manier van dienst kan zijn in de zaak tegen het misbruik, vraag het me gerust. Indien u liever geen info geeft heb ik daar alle begrip voor. Met vriendelijke groet, D G-K

44)

Deze broeder (V.) heb ik zelf mee te maken gehad ,en hier heb ik een slecht gevoel bij . Hij is nog in leven, alleen meestal aan de andere kant van de wereld "bezig met kinderen". Ik heb zelf in de periode 1969 t/m 1976 twee maal op het jongenspensionaat in bleyerheide gezeten,en ging aan de overkant naar de lagere school st.Jozef.

Hallo Bert

Ik wil eigenlijk met niemand hier over praten, heb gezin met kinderen die er niets mee opschieten en heb het zelf een plaats gegeven, daar het al zolang geleden is en merk dat sinds dit alles in de openbaarheid is, ik geen prettiger-gelukkiger persoon ben geworden. En persoonlijk geloof ik niet in wrok-haat gevoelens,die maken je alleen maar ongelukkiger en ziek. Ook brengt het me in verwarring daar ik met broeder S een goede band had en hij in mijn herinneringen een "goede"was. Ik hou het bij de goede herinneringen die er zeker ook zijn . Het is voor mij de gemakelijke weg, daar de feiten toch niet terug gedraaid kunnen worden. Ook heb ik weinig vertrouwen in de hele wereld ,die alleen maar slechter en slechter word i.p.v. wat ik 30 jaar geleden dacht(overtuigd van was ) dat we steeds iets vooruit zouden gaan. MANY RULES, mensen of gevoelens tellen niet ,en daar moet ik me in die paar jaar dat ik hier nog rond hobbel mee afvinden. Ik hoop dat jij begrip voor mijn standpunt kunt opbrengen , wens je sterkte toe bij het verwerken van jouw ervaringen ,en hoop dat jij je haat en wrokgevoelens kunt omvormen naar tevredenheid over je leven. gr, B S

45)

Ik was 14, 3 maanden ziek geweest, toen mijn moeder op het idee kwam me naar Bleijerheide te sturen, zodat ik het schooljaar zou halen ! Na 3 maanden moest ik met een broeder in een kamer waar hij mij de piano zou laten zien ! Hij friemelde over mijn armen naar mijn nek, waarna ik ben weggelopen, ik wist niet wat hij deed maar voelde me heel vies. Ik zou de volgende dag straf krijgen voor dat weglopen. Ik ben dezelfde nacht te voet naar Vaals gelopen, niet over de straat, want in mijn hoofd waren die broeder en de politie achter me aan! Me morgens thuis in de tuin verstopt want ik was bang dat mijn moeder me weer daar terug zou brengen ! Mijn geluk was dat mijn broer thuis was die zorgde dat ik daar niet terug hoefde ! Die was bij de marine ! Ook werd toen de politie geroepen omdat mijn broer naar die broeder wilde en hem in elkaar wilde slaan, ik snapte er niks van ! De afgelopen jaren kwam ik erachter dat ik veel geluk gehad heb ! Wat ik nooit begrijp is dat de goeie in de kerk, noem ze effe zo, lid van die kerk blijven ! En dat sommige vaders en moeders vroeger trots waren dat de geestelijke toch maar even hun zoon of dochter had uitgezocht snap ik ook nooit. Ik ben hier groot geworden en weet nog precies hoe dat katholieke kontrollesysteem werkte. Ik heb geluk gehad Bert. Zou me interesseren of er ergens een piano broeder voorkomt in de zaken die jij kent !

Respect hoe je het aanpakt, ga zo door, groet,

J V

46)

Hoi bert,

Mijn vriend heeft ook op dat internaat gezeten, 1 1/2 jaar,maar hij was gelukkig al bijna 17 jaar en kon zich de pater van t lijf houden.hij heeft mij echter genoeg verteld wat er op dat internaat sowieso niet koosjer was.hij zelf wil t er niet meer over hebben en zegt dat t erge is dat er overal zo'n misbruik plaats vond.en ik weet nu ook niet of t een broeder was(volgens mij zei hij altijd pater),of een pater, maar in ieder geval : m'n vriend en hij waren alleen op de kamer van de pater, die zei:ga maar zitten, en legde een opengeslagen foto album voor hem,kwam achter m staan, schuurde z'n stoppelbaard langs de wang van mijn vriend, en zei bevalt t je wat je ziet?mijn vriend had de gruwels te pakken en zei,hier heb ik geen zin in en was weg.de deur was op slot gedaan!de foto's in t album waren foto's uit de missie.wat stond erop?dat weet hij niet meer.jammer. er zijn meer verhalen over gore sfeertjes,en onmacht en eenzaamheid,ongelukkig zijn en ellende en afhanklijkheid,maar zoals ik zei gelukkig was mijn vriend al bijna oud genoeg ,en geen 'kind' meer.

Hij was daar rond 1970.en de namen van die pater en van 1 broeder heb ik ergens, maar niet nu bij de hand.heb je denk ik ook niet veel aan.in ieder geval als er een einde komt aan dat soort praktijken zal dat heel goed zijn.maar ook de rest erom heen, t machtsmisbruik op zich, bah,alles van dat:weg ermee.bedankt voor jou begin van opruimen! succes!

groeten, m n

Ik heb gevraagd naar specifieke namen,maar die zijn er niet van broeders/paters die niet deugden.wel van anderen. er was leonardus, die hem aangenomen heeft op school, en alfons op t internaat. het is 1971,1972,en een beetje 1973.er was broeder bruno die heel aardig was en goed voor m'n vriend zorgde toen die nachtenlang wakker lag met kiespijn. er waren 'misselijke,vervelende''broeders zoals valentinus en iemand die waarschijnlijk een hoofdfunctie vervulde en die de beer genoemd werd.als die binnenkwam werd het altijd stil in de eetzaal..

Diegene waar het om gaat.daarvan weet hij echt de naam niet.(meer??)ok, weer het verhaal zoals het vandaag kwam.weer erbij gezegd dat m'n vriend geen 10 was maar 16,17, en zich niets gevallen liet.maar als ditzelfde zich bij jongere jongens voorgedaan heeft, dan is het al helemaal niet onschuldig...goed. het gaat duidelijk wel om een pater of pastoor ofzo die de mis deed op zondag en die godsdienstles gaf, en volgens mijn vriend was er toen maar 1 pater/pastoor die dat deed. op een dag heeft die man gevraagd of mijn vriend bij hem op de kamer wilde komen.die kamer schijnt 1 etage hoger te zijn geweest dan de slaapzaal.mijn vriend ging daar naar binnen, de pater heeft toen blijkbaar de deur op slot gedaan.mijn vriend kreeg een cognac!en te horen, ga maar even zitten, en ondertussen werd een fotoalbum met foto's van blote mensen in de missie(afrika) voor hem gelegd.kijk maar even..vind je het leuk wat je ziet?en een wang schuurde langs mijn vriend's gezicht, waarop die opstond en zei:hier heb ik geen zin in,en vertrok,en toen merkte dat de deur op slot zat! nu nog zegt mijn vriend dat hij wraak genomen heeft in de godsdienstles.want toen de pater vroeg zijn er nog vragen,vroeg mijn vriend, hoe komt u dan klaar? daarmee was voor hem de zaak rechtgezet. vervelend op t internaat was de algemene sfeer van in het gareel lopen, en vooral de onderlinge strijd om de hierarchie van de jongens.lichamelijk geweld ook.tot bewusteloos slaan aan toe.en dat daar de broeders dus niets aan deden of niets van meekregen wat net zo erg is.waar is die opvoedkunde?

het is jammer, maar hij heeft er echt over nagedacht, maar een naam kwam niet boven water.gelukkig wel van jongens die toch wel leuk waren,en over kreidlers versa yamaha's. mij lijkt dat er in een archief te achterhalen moet zijn wie de mis daar deed. ikzelf vind t ernstiger dan mijn vriend. nogmaals als die man ook aan jongere kinderen cognac gaf,alvorens met dat album te beginnen is dat niet zo koosjer.en t kan wel zijn dat bij iedereen de hormonen door t lijf gierden, maar dan was een uitstapje samen met de meisjesmavo meer op zijn plaats geweest!

succes!

m n

47)

Mijn broer, H N, was 2 a 3 jaar ik geloof van 1959 tot 1961 (exacte dat zijn natuurlijk na te trekken) intern te Bleijerheide. Tijdens dit verblijf is hij geruime tijd sexueel misbruikt. Dit heeft ertoe geleid dat hij zijn verdere korte leven nimmer "op de rails" heeft gekregen. Ook in relationeel opzicht, b.v. het aangaan van een duurzame relatie, ondervond hij problemen. Over zijn ervaringen in Bleijerheide was hij erg gesloten. Ik heb (als enige) de mogelijkheid gehad met hem over deze intens trieste ervaringen te praten. Pas dan wordt de ernst en de intenseit van deze misdragingen voor een deel zichtbaar! Als (gepensioneerd) maatschappelijk werker heb ik geprobeerd hem in kontkat te brengen met proffesionele hulpverleners, helaas zonder resultaat.Begin jaren negentig heeft hij ervoor gekozen zijn leven te beeindigen.Ik kan natuurlijk niet met zekerheid stellen dat er een causaal verband bestaat tussen zijn daad en het verblijf in het pensionaat, maar dat het meespeelt staat voor mij als een paal boven water. Uit respect voor mijn broer en het gevoel toch nog iets voor hem te kunnen doen ben ik uiteraard bereid meer informatie te verstrekken.

Zoals toegezegd mail ik bij deze de ervaringen van mijn broer H, zoals deze mij door hem verteld zijn. Buiten mij heeft hij over dit onderwerp met niemand verder kontakt gehad. Wat hem was aangedaan zat zo diep dat hierover spreken niet mogelijk was. Ik kan je verzekeren dat onze gesprekken hierover gepaard gingen met grote emoties. De werkelijke schade hem aangedaan door de broeders franciscanen is hem m.i. in zijn korte verdere leven niet duidelijk geworden. Wat overheerste tijdens deze gesprekken was een een intens gevoel van woede, angst,verdriet, schaamte, vernedering, machteloosheid.

H was 11 toen hij naar het internaat in Bleijerheide ging. Wanneer het sexuele misbruik een aanvang nam is mij bekend en evenmin van belang.Met H was niets mis voor zijn vertrek. Graag ging hij niet en waarom hij wel en ik niet moest gaan is mij onduidelijk. Overigens heeft mijn oudste broer jaren daarvoor ook enkele jaren op hetzelfde internaat gezeten. Of hem iets is overkomen is mij niet bekend en is thans ook niet meer te achterhalen omdat deze broer inmiddels overleden is. Wat ik met nog herinneren kan is dat H, na een weekend thuis, niet graag terug wilde. Hieraan werd verder geen aandacht besteed, want welke jongen of meisje gaat nu graag zijn vertrouwde stek voor 14 dagen verlaten?

Het sexuele misdrijf vond plaats in een uitbouw/nis van de kerk of het klooster. In ieder geval was de plek "goed" gekozen, want hij viel uit het zicht en als derden in aantocht waren, was er voldoende tijd om het misdrijf te staken. H moest op de schoot van de broeder gaan zitten, werd omklemd, zat dus vast en kon niet meer weg. De broeder streelde H over zijn hoofd, armen, benen en vervolgens ging zijn hand in zijn broek. Deze praktijken hebben zich tijdens zijn verblijf in het pensionaat meerdere malen herhaald. Ik weet niet of dit misdrijf werd gepleegd door een en dezelfde broeder of door meerdere.

H, en natuurlijk ook de andere slachtoffers, voelden zich bedreigd in een omgeving die in onder andere voor veiligheid diende te zorgen. Als kind kon hij de criminele handelingen van de broeder(s) niet plaatsen. Evenmin was er voor hem geen enkele mogelijkheid om met derden hierover te praten. Wat je zag was dat jongens onder elkaar stelltjes gingen vormen. Zo had H ook een vaste vriend, een zekere S uit Elsloo. Niet dat er gesproken werd over het misbruik, maar het gaf een gevoel van saamhorigheid, een beetje veiligheid en (zelf)bescherming. Het hebben van een vriend was enorm belangrijk om je enigzins te wapenen. Deze vriendschap ging zelfs zover dat op den duur wederzijdse strelingen plaatsvonden.

Zoals gezegd heeft H met niemand over zijn ervaringen in het pensionaat willen/kunnen en durven praten. De impact van de Bleijerheidse ervaringen zijn van dien aard geweest dat hij in zijn verdere verdere leven nimmer die nodige evenwichtigheid alsmede standvastigheid heeft mogen ervaren welke zo van belang zijn voor de ontplooing van ieders persoon. Het zijn die ervaringen geweest die hem verhinderd hebben een normaal menselijk bestaan op te bouwen met al zijn wel en wee. H was niet in staat een duurzame relatie op te bouwen, intimiteiten beangstigden hem. Een fundamenteel vertrouwen in zijn medemens was niet aanwezig. Daarnaast speelde zijn hele leven lang de ongewisheid/onzekerheid over zijn sexuele geaardheid: hetero of homo? Duidelijk een direct gevolg van het zoeken naar en het hebben van een vast vriendje in het pensionaat.

H heeft steeds opnieuw geprobeerd zijn psychische problemen te overwinnen. Het was een komen en gaan van relaties en vrienden, hij deed zijn uiterste best en was iedere keer van overtuigd dat het "nu" gelukt was. Hij hunkerde als het ware naar geluk en dan steeds weer die teleurstelling. Het was geen kwestie van "niet willen", maar van "niet kunnen", pure onmacht. Diepe depressies volgenden.

In 1992 heeft hij de strijd opgegeven en zijn leven beeindigd. Hij was toen 44 jaar.

48)

Beste Bert,

het is fout om in mijn(A.G.teK 2-9-51.) situatie hier in blijerheide toe te geven dat ik ook sexueel misbruikt en mishandeld ben,ik heb een leuk zaakje en geniet nogal wat bekendheid in blijerheide en dus moet ik uitkijken.In de jaren 60 moest ik op internaat en dat kostte veel geld voor thuis, daarom kwam op jongensinternaat met een zeer goede naam en daar moest ik naar luisteren en gehoorzamen .Gebukt onder deze noemer moest ik mij gedragen want alles was goed wat hun zijden ,de rest vd buitenwereld telde nu niet meer.Als je je goed gedroeg mocht je een keer per maand naar huis en dat was meer dan heilig. overal was psychische druk alles wat je deed was fout ,alles wat je deed moest je vragen,waarom wist geen mens het was zo,je werd slaafs en in je kop lam gelegd(onder druk),op een keer wilde ik hieraan ontsnappen en ben op een zomerse avond weggelopen naar Heerlen(thuis) en het staat mij nu nog bij dat dit een heerlijke wandelnacht was , ik voelde de vrijheid om mijheen en overlegde wat ik mijn ouders wilde vertellen wat ik had meegemaakt in de laatse 7 maanden. Ze geloofden er niks van ,hoe ik het in mijn hooft haalde om de broeders te wantrouwen ze waren zowat heilig dus de allerbesten, ik werd de volgende dag teruggebracht en moest mijn excuus aanbieden aan Br,Servatius die was te vertrouwen. Zo gezegd zo gedaan, resultaat maand niet naar huis ,elke dag 250 broodjes smeren met hagelslag ,onder de trap slapen(tegenover kamertje v Servaas)om in het oog te houden 3weken,steen kout was dat. Nu de ergste dingen die mij nog bij staan en die ik kwijt wil omdat het nooit meer mag gebeuren in beknopt. BR.Servatius als LS.Perfect stond bekent als redelijk betrouwbaar had echter wel pedofiele nijgingen zoals ,even voelen onder de dekens of alles recht lag ,en dan ook nog eens even snacks voelen (geslachtsdelen) dat moest hij altijd soort controle. Leraar D die les gaf vond het normaal dat hij zich bevredigde voor de klas ,hij had daar geen moeite mee en als je dat wel had (zijn woorden dan kijk je maar voor je,( dan zie je het toch nog)een van de zwaarste geboden was ,als je ergens keek wat zij niet wilden (vergeet niet alles moest je vragen wat je deed)straf zitten na 4 uur tot 2uur na lestijd was zeer gevaarlijk je kreeg strafwerk bv 5x catechismus overschrijven(en dat haal je in een weekend niet)afkopen met 30 bamboe stokslagen waarbij we het hoofd in het klepbankje moesten zetten en dan de voeten onder de rugleuning met de billen bloot slaag kregen,spietska (95j) was hier een perfectionist in hij sloeg met de witte knopen touw op je billen ,tot bloedens toe,en owee als je buiten de klep keek,,, daar zat de grote donkere angst. Dan was je blij dat je alleen maar staan kon want zitten hoefde je niet aan te denken,servatius zij altijd....... dan heb je het bij mij toch beter he,en lachte. en dit tot vele malen toe kreeg je te horen , breng je moeder maar eens dan krijg je veen weekendje vrij.mijn moeder deed dat en ik heb dat gezien hoe zij op naaldhakken het kamertje inging en er huilend uitkwam, mijn eigen moeder leed hier zwaar onder en vader moest nog eens betalen daarvoor, ze hebben mij echter nooit verteld wat daar binnen gebeurt is, ik kan het me wel denken dan.

Een ander verhaal wat ik nooit begrepen(en toch kwijt wil) heb zijn dingen die je wel ziet of heb meemaakt waarbij je zelf niet betrokken was, bv je staat op de speelplaats hoort 200m verderop in het vk slapers afdeling kindergescheew die geslagen werd door Br.Leonadus (zwart type) bijnaam BR.Spijker omdat hij keihard was en anderen wel eens liet zien wat hij durfde, had zelfs een keer daarbij zij arm gebroken ,en liep in het gips daardoor, hij was er ape trots op. Ik vraag me nu nog steeds af hoe hard moet je kinderen slaan om ze over 200m gezamelijk te kunnen horen schreewen? Veel sterkte en succes met deze actie,mvr.gr A G te K

Hallo Bert,

De tijd slijt veel maar blijkbaar niet alles, zeker als het erin geslagen is. Ik heb bewust dit artikel opzijgezet om er niet aan te denken toch moet het eruit, al is mijn vrouw erop tegen en doe ik dit achter haar rug om. Ik merk dat het mij emotioneel flink belast (2 hartinfarkten gehad waarvan de laatste een licht inf.) mij is gewaarschuwd een 3 de is fataal en dat gun ik de broeders niet (betablokker remt veel). Ik heb hier een praktijk en doe dit met alle plezier vd wereld ,dat wil ik nog 10 jaar doen. Je vroeg welke jaargang dat ik daar gezeten heb, 1961 en dan bijna 3 jaar lang. Komen kun je altijd ,zeker als je in de buurt bent is dat gewoon leuk. Je begrijpt dat ik het emotioneel van mij af probeer te zetten maar ik moet toegeven dat ik dat niet helemaal in de hand heb ,daarvoor ben ik dan blij dat ik alleen ben. Overigens ik heb mijn moeder vandaag gesproken over dit onderwerp, ze heeft het er nog steeds moeilijk mee, ook wat jullie schrijven in de krant beseft ze nu pas de draagwijdte van dit onderwerp tot huilens toe, ik vraag je beleeft wat heeft daar gespeeld.

mvr.gr.A G

49)

Mijn eerste schooljaar

Het was ergens in augustus 1973 dat ik naar mijn nieuwe school ging. De eerste dag werden we ontvangen door de broeders en de jeugdleiders. De leerlingen uit de eerste klas hadden we mijnheer Berns, een jeugdleider die uit de omgeving van Eygelshoven kwam. We moesten op een slaapzaal slapen direct boven de school de slaapzaal was onderverdeeld in ruimtes waar vier bedden stonden, een kast en verder niets. Je mocht er nooit komen want je sliep er alleen maar. We hadden een gezamenlijke eetzaal en een eigen recreatie zaal, een zaal waar broeder Valetinus zijn Aquariums had staan, een grote bak waar heel veel vissen in rond zwommen Broeder Valetinus was de jeugdleider van de tweede klas, en had zijn eigen kamer met hem begon de ellende hij kwam elke avond als de jeugdleiders naar huis waren en zij geen slaapdienst hadden ons onderstoppen. Ik kan me nog herinneren dat hij me een keer kwam onderstoppen en mij een nachtkusje kwam geven en zijn hand op mijn kruis legde terwijl ik onder de deken had lag. Hij vertelde me dat hij wist van de situatie bij ons thuis, en als ik er over wilde praten ik altijd bij hem terecht kon. Toen dacht ik nog gelukkig iemand waar ik terecht kan als ik weer ergens mee zat, thuis durfde ik het niet. Die broeder maakte er een gewoonte van om 's avonds langs door de slaapzaal te lopen en zijn favorieten even "persoonlijke" aandacht te geven. Persoonlijke aandacht betekende dat hij je kwam onderstoppen en de handtastelijkheden bestonden om je even aan je billen te zitten of even aan je kruis te komen. Raar was dat hij je kwam controleren als je onder de douche stond of je wel aan het douchen was, en dat deed hij alleen als de jeugdleiders er niet waren. Ik dacht toen dat weten ze allemaal en dat moet zo.

Bijles van Leonardus

De eerste maand(en) was er niet veel aan de hand ik werd niet lastig gevallen, tot het moment dat ik mijn eerste rapport kreeg en ik een 3 had voor Engels. Ik vergeet het nooit mijn moeder had contact opgenomen met het pensionaat, het pensionaat dat wij al snel de bijnaam gaven van Colditz. Aangezien dat ik niet op de mavo zat, maar extern op de havo kon men niet overleggen mij de leraar Engels van de mavo. Broeder Leonardus die directeur was van de mavo gaf ook Engels aan de hoogste klassen. Hij kreeg te horen dat ik zo'n slecht punt had en bood aan dat hij me bijles zou gaan geven. Fijn iemand die je hielp. De eerste bijlessen waren in het kantoor van hem en later op zijn eigen kamer, wat later een martelkamer voor me zou zijn. In zijn kantoor, ik kan het me nog precies herinneren als je de school binnenkwam lag het links, een kamer waar zijn bureau links stond en daarvoor een grote tafel. De eerste lessen waren echt goed en mijn punt ging vooruit.

De lessen waren steeds tijdens de studielessen die van half 5 tot half 7 waren, en er was voor hem dus geen gelegenheid om zijn spelletjes te doen, dat gebeurde later toen ik op dinsdag en donderdag om half 8 op zijn eigen kamer moest komen. Als ik daar kwam gingen we op een bank zitten, en kwam hij heel dicht naast me zitten om mijn Engels huiswerk te bespreken. Hij vond dat mijn uitspraak niet in orde was. Zijn remedie was dat hij zijn hoof in mijn schoot legde om te luisteren naar de ademhaling in mijn buik, terwijl ik een tekst moest voorlezen. Later moest ik mijn broek uit trekken omdat hij mijn ademhaling niet goed kon horen, en ik dacht, het moet zo maar dacht wel waarom moet dat hier en vond het raar. Het laatste wat ik me kan herinneren was dat ik bij hem op schoot moest gaan zitten, en hij mijn geslachtsdelen ging betasten, ik raakte helemaal versteend en durfde niet te zeggen dat mag niet, bang dat ik weg gestuurd zou worden en mijn ouders nog meer verdriet zou doen. Toen hij merkte dat ik niet meer naar de bijlessen ging moest ik op een avond tijdens de studieles op zijn kantoor komen. Hij vroeg me waarom ik niet meer kwam en toen ik niets durfde te zeggen vroeg hij aan mij of ik de bijlessen niet fijn vond. Ik meen me nog goed te herinneren dat ik tegen hem gezegd dat ik nu alleen maar voldoendes had en dat mijn ouders vonden dat ik niet meer naar de bijles hoefde als ik dat niet wilde. Hij vertelde toen aan mij dat hij 's middags met mijn ouders gebeld had en dat zij de manier waarop hij les gaf een goede manier was en dat het resultaat gebracht had. In het weekend dat ik toen thuis was heb ik er met niemand over gesproken, en heb ik niet aan mijn moeder gevraagd of er contact geweest was met broeder Leonardus. Het volgende voorval wat ik me nog kan herinneren in dat jaar was met broeder Valentinus.

Valentinus en roken.

Ik was inmiddels beginnen te roken, en kocht sigaretten en rookte die stiekem op de tribune bij het voetbalveld recht tegen over de kleedruimtes en badlokaal. Open en dag zat ik te roken op de tribune toen broeder Valetinus recht voor me stond en aan mij vroeg wat ik aan het doen was. Hij pakte me de sigaretten af en vertelde me dat ik ´s avonds na het eten bij hem op de kamer moest komen. Ik ben toen met lood in mijn schoenen naar hem toegegaan heb toen aangeklopt, In de kamer moest ik op een stoel gaan zitten. Hij begon toen tegen me te praten over roken dat het niet goed was en wat boeide me dat allemaal in die tijd nu weet ik beter, maar nu is jaren laten. Toen hij merkte werd hij boos op me, en moest ik mijn broek naar beneden doen ben voor hem komen staan. Hij trok me over zijn knie heen en begon me toen te slaan eerste op mijn onderbroek en later op mijn blote billen. Tijdens het slaan merkte ik wel dat zijn adem versnelde, toen die weer normaal was pakte hij een pot niveau of zoiets en wreef mijn billen hiermee in. Het rook verhaal heb ik toen de volgende dag aan mijnheer Hanzen verteld hij was groepsleider van groep 2 en die vertelde me dat ik dit direct aan mijnheer Berns moest vertellen dat heb ik ook gedaan maar heb toen niet verteld dat ik bij Valetinus op de kamer moest komen. Waarom dat is me nu nog een raadsel, misschien was ik wel bang dat ik meer straf zou krijgen en dat wilde ik niet.Mijnheer Berns heeft toen nog met mijn ouders gebeld en die waren helemaal niet blij dat ik rookte, nu begrijpelijk en toen stom en onbegrijpelijk.

De tweede klas en wederom een rot jaar op Maria ter engelen.

Het tweede jaar was een jaar waar ik niet graag aan terug denk. Dit jaar kwam ik in de groep van broeder Valentinus, en mochten we in chambrettes slapen, kleine afgesloten ruimtes waar in een kast een bed en een stoel stond, en die werden door middel van een gordijn afgesloten. Ik leerde in dit jaar Valentinus kennen als een bruut die de handen los had zitten, je onderdruk zette en je heel vervelend vond als je probeerde een discussie aan te gaan met hem. Ik ging dat jaar met heel veel tegenzin naar de gevangenis zoals ik dat toen bedoelde, thuis liet ik er niets van merken. Mijn vader werkte in die tijd in Kerkrade aan diverse bouw projecten en was een veilig toevluchtsoord voor me om alles te ontvluchten en me even vrij te voelen. Waarom ik er thuis niets van zei had maar een reden er was heel veel spanning thuis, het drankprobleem, het streven van mij om een goede opleiding te gaan volgen, en de angst dat ik mijn ouders zou kwetsen. Ze hadden al zoveel aan hun hoofd, en dan ik nog met mijn verhalen, nee laat maar zitten. Ik mocht op vrijdag naar huis, maar moest op maandagmorgen weer terug. Dan was het weekendverlof voorbij en kwam de harde realiteit weer te voorschijn. Colditz riep weer!!!!! (een gevangenkamp in de tweede wereldoorlog waar officieren gemarteld werden door de Duitsers)

Waarom maken ze zo'n man groepsleider

Ik kwam bij Valentinus in de groep nadat de heer Kunst ziek geworden was en voor een langere tijd uitgeschakeld zou zijn, en een jaar was een schooljaar. Doordat die groepsleider weg viel werd de heer Hanzen groepsleider van groep 3 en nam broeder Valentinus groep 2 onder zijn hoede. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een dag van de havo aankwam en het plein opgefietst kwam naar de fietsenstalling om mijn fiets te pakeren. Wie had ik niet gezien dat was broeder Valentinus, ik kon hem net ontwijken maar hij haalde uit naar mij en raakte me, ik weet niet meer precies meer waar maar ik viel met mijn fiets op de grond en verstuikte mijn hand. 's Avonds bij het slapen gaan kwam hij in mijn chambret om me toch even te vertellen dat als dit weer eens zou gebeuren ik van hem een lesje zou krijgen dat ik nooit meer zou vergeten, en dat ik vooral niet moest denken dat ik omdat ik mijn hand verstuikt was ik kon rekenen op zijn medelijden. Ik verwachte dat ook niet. De volgende dag ben ik naar een van de jeugdleiders gegaan en heb toen aan hun verteld wat er gebeurd was. Ik ben nu er nog niet zeker van of Valentinus dit gezien had of dat hij hierop aangesproken is, maar wat wel zeker is, is dat ik toen de pispaal was en ik regelmatig voor de kleinste dingen ter verantwoording werd geroepen, ook al had ik er niets mee te maken. Kan me nog goed herinneren dat er brand was in de fietsenstalling waar ook de brommers stonden.

We kwamen terug van tv kijken en ik liep met nog iemand over het plein naar de slaapzaal toe die toen boven de MAVO lag op de zolder, waren de ruimtes voor de eerste en tweede jaar. Het was al donker en toen we op de hoogte van het bijveld liepen (zoals we dat noemde) zag ik brand in de schuur van de bromfietsenstalling ik ben toen naar binnen gerend, en heb daar op het brandalarm gedrukt, wat ik niet wist was dat er bij de brandweer in Kerkrade e.o. paniek uitbrak, want het brandalarm was in de school en men wist dat er ook kinderen in dat gebouw sliepen. Voordat we het in de gaten hadden stonden op het plein en op de Nieuwstraat 5 of 6 brandweerauto's, ziekenauto's en politieauto's. De brand was natuurlijk snel geblust, maar lange Tinus (bijnaam van Valentinus) stond er met zijn neus blij en vroeg zich af wie de brand gemeld had. Snel kwam mijn naam op de proppen, hij maakte snel een combinatie van buur en mij en melde de politie dat ik mogelijk de brand aangestoken had. Dus mocht ik met de politie gaan praten, aan hun heb ik toen verteld wat er gebeurd was en verder had dat geen gevolgen voor me, maar Valentinus bleef erbij dat ik de brand aangestoken had. Toen iedereen in bed lag en ik als laatste in het donker mijn bed gevonden had kwam hij op mijn bed zitten, om me te vertellen dat hij er van overtuigd was dat ik de brand had aangestoken, en dat hij me goed in de gaten zou houden want ik was een gevaar. Dat weekend dat ik thuis was heb ik dit besproken met mijn moeder en haar voor de eerste keer verteld wat er die week gebeurd was. Mijn ouders hebben toen contact opgenomen met de abt (weet zijn naam niet meer) en hem dit voorval gemeld. Dit was de omkeer in de "relatie" tussen Valentinus en mij. De bedreigingen en het geestelijke en fysieke geweld stopte toen tegen mij, en werd door jongens uit dezelfde groep overgenomen, jongens die ik goed aan kon, maar die duidelijk werden opgestookt door een broeder, en ik weet tot op de dag nog niet welke dat was. Wat ik wel weet is dat de gebroeders Warrens (Gerard en Marco uit Sittard) mij begonnen te mishandelen om niets. Vaak was het Gerard die zijn handen niet thuis kon houden, en mij sloeg als het niemand zag. Ik kwam toen in contact met pater Landerik, de enige pater onder al die broeders.

Pater Landerik

Pater Landerik was getuigen van een aframmeling door de gebroeders Warrens en is toen tussen ons ingesprongen en heeft er een eind aangemaakt. Pater Landerik was volgens de geruchten iemand die zijn handen niet thuis kon houden, ik wist er van en was alert op wat er gebeuren zou. Ik kwam regelmatig op zijn kamer, om te roken en aan hem kon ik mijn verhalen over thuis kwijt. Hij maakte altijd thee en kreeg een sigaar als ik dat wilde. We praten veel over het geloof en hadden het vaak over de zin van het leven. Ik kon altijd terecht bij hem en het enige was dat als je weg ging je de kans liep dat je een kus op je wang kreeg. Ik heb dit nooit als misbruik ervaren, maar meer als zorgen en bezorg zijn. En ik geloof zeker dat hij soms zijn handen niet thuis kon houden maar bij mij heeft hij nooit een poging gedaan, en ik kon bij hem altijd aankloppen als ik ergens mee zat, of het nu over school ging of als het over thuis ging zijn deur stond open.

Het derde en vierde jaar op Colditz

Het derde jaar en het vierde jaar waren mijn leukste jaren op het pensionaat. Jaren waarin ik als jeugdleider Hanzen en later in het vierde jaar broeder Alphons kreeg. Maar het is ook een jaar geweest waar ik broeder Monulphus leerde kennen als iemand die zijn handen niet thuis kon houden.

Broeder Monulphus

Het moet ergens in de winter geweest zijn toen ik met een flinke griep kwam te liggen op de ziekenboeg, een plaats waar je niet moest komen. Hanzen vond het beter dat ik naar de ziekenbroeder moest gaan omdat ik koorts had, en te ziek was om te blijven rondlopen. Op de ziekenboeg kreeg ik een bed waar ik mocht gaan liggen, de ziekenbroeder die ook de belangrijke rol had als portier en daarvoor steeds in zijn stofjas (ik meen grijs maar kan ook blauw geweest was) zwaaide de scepter daar. Als goed ziekenbroeder moest hij waken over zijn zieken, hij deed zijn best maar schoot in zijn zorgen wel veel te ver door. Ik meen dat ik daar toen drie dagen gelegen heb zeker weet ik het niet meer, maar in een van die dagen kwam hij de koorts opnemen, want hij wilde weten of ik nog temperatuur had. Ik moest mijn broek naar beneden doen en hij kwam met zijn thermometer, echter vond hij toen dat het niet soepel genoeg ging en probeerde mijn anus op te rekken met zijn vinger. Terwijl hij dat probeerde ging hij ook naar mijn geslachtsdeel en pakte dat ook vast. Ik was toen Fysiek veel sterker en heb hem toen een klap gegeven. Ziek als ik toen was ben ik van de ziekenzaal afgelopen met mijn pyjama aan en ben naar de heer Hanzen gegaan. Ik heb me toen aangekleed in de jeugdleiders kamer, hij is toen voor mij in het vuur gesprongen en ik mocht mijn ouders voor bellen. Die zijn mij toen komen halen en mocht ik thuis uitzieken. Maar ik vertelde alleen dat ik graag thuis was als ik ziek was, verder niets. Maar ik kom wel merken dat er argwaan was, bij mijn ouders en niet alleen bij hun ook op de havo bestond dat.

Broeder Alphons

Toen ik begin maart 2010 broeder Alphons op tv zag kwamen veel herinneringen bij me op. Ik heb hem altijd als een leuke broeder gekend, zeker toen ik bij hem in de groep zat. En als hij toezicht hield op de studiezaal, hij was streng en kon soms heel boos worden, maar had ook een heel goede kant aan zich, hij vond het leuk als je met hem naar het voetballen ging of naar andere sporten. En zoals ik niet op de mavo zat maar extern was en je fiets was kapot dan bracht en haalde hij je van school in zijn grijze fors transit busje. Zijn Mechelse herder en als ik me niet vergis was zijn naam Luc, maar dat weet ik niet meer zeker. Wat ik wel weet was dat de hond in een ren zat bij de wasserij en de drukkerij. Ik ben een keer gebeten door de hond maar dat was ik zelf schuld je mocht niet naar de hond maar ik deed het toch, en toen ik hem wilde aaien beet hij me. Deze broeder heeft me veel geholpen met van alles en nog wat, maar ik kan me ook nog herinneren dat ik een tik van hem gehad heb, maar ik ben er zeker van dat ik hem ook verdiend heb.

Het examenjaar en het vijfde jaar in Bleijerheide

Dit is het jaar geweest dat ik het minste last gehad heb van wat voor een vernedering dan ook. Reden was dat de jongens die op de mavo begonnen waren, waren bijna allemaal geslaagd of waren naar een andere school om verschillende redenen gegaan. Het aantal nieuwe interne was heel erg terug gelopen, en als opvulling werden er leerlingen geplaatst die tegenwoordig worden probleem jongeren genoemd worden. Maar ik had daar weinig mee te doen. Toen ik slaagde kreeg ik als mooiste herinnering dat ik vrij gelaten werd, en ik uit een tijd stapte van mijn leven waar ik heel veel meegemaakt heb. Een tijd die ik jarenlang verstopt heb. Een tijd waar ik nu pas over naar buiten kom, en dan alleen aan mensen die kunnen weten wat het was en waar je ervaringen kunt delen.

De jaren na Maria ter "Engelen" of was het Duivels

Nu ik bijna 50 ben en alles weer eens overdenk, komt bij mij de vraag op waarom vertel je het nu pas en waarom niet eerder. In mijn ogen een terechte vraag waar ik niet een twee drie een antwoord op heb. Mijn verhaal heb ik weggestopt diep in me maar de reactie op alles is heeft wel een uitwerking gehad. Ben volwassen geworden, maar de herinneringen hebben me hard en achterdochtig gemaakt. Ik kan mensen die het goed menen met me wantrouwen wat ze niet verdienen. Heb wel aan mensen verteld dat ik in Bleijerheide gezeten heb maar nooit aan iemand verteld hoe en wat het was en betekende. Ik vraag me nu nog af tot op de dag van vandaag of die groepsleiders die er waren het allemaal wisten en waarom hebben zij niet ingegrepen, zij hadden de macht en de mogelijkheid. Ze kregen genoeg signalen uit de groepen, maar ook van mij. Deed iemand wat in mijn beleving is het antwoord NEE!!!!!

Tot slot

Ik heb dit stuk geschreven van uit mijn herinnering, en zijn nog meer dingen die ik weet maar waar van ik niet zeker weet of het werkelijk zo was omdat ik ze zelf niet meegemaakt heb en dus. Niet alles was slecht of hoe ik het ook moet noemen, er waren ook leuke dingen en dat zijn de dingen waar ik aan denk als ik terug kijk naar die tijd. Nu heb ik de slechte herinneringen naar boven gehaald en een keer aan papier toe vertrouwd. Ik hoop dat dit gelezen wordt en begrepen wordt, en wat de toekomst brengt zie ik wel weer.

50)

Geachte Heer Smeets,

In aansluiting op ons telefonisch onderhoud het volgende: Ben als kind van ongeveer 13 jaar meerdere jaren misbruikt door een broeder van het jongenspensionaat te Bleijerheide. Het heeft plaatsgevonden in de jaren 1947-1948.Details over het misbruik geef ik voorlopig niet omdat ik dat zeer moeilijk vond en vind.De broeder die mij dit allemaal heeft aangedaan heette Mansuetis en was leraar duits of frans. Met vriendelijke groet,F.H

51)

Beste Bert.

Na het horen dat de Broeders Franciscanen worden aangepakt op hun daden ,wil ik je mijn verhaal vertellen . Ik heb op het internaat gezeten van 1968 tot 1972. Enkele klasgenoten waar ik bevriend mee was waren ,R K ,de broers uit H ,Rob K ,C H ,M H. Wij waren onder de hoede van broeder Servatius. Veel jongens hadden in die tijd problemen thuis ,en werden daar ook niet gehoord. Broeder Servatius riep mij regelmatig op zijn kamer ,en gaf op zijn manier aandacht . In eerste instantie was ik blij dat iemand naar mij luisterde . Maar hij was bezig vertrouwen te winnen om steeds dichterbij mij te kunnen komen . Uiteindelijk zette hij me achter in de slaapzaal waar slechts 4 jongens apart sliepen .Daar was ik een van . S'avonds als het licht uit ging kwam hij altijd even langs om mij te kussen ,en ging zijn hand al snel onder de dekens om me af te trekken . Dit gebeurde regelmatig ,en ik begon tegen te stribbelen . Ik vond het vies als hij me kuste ,en duwde hem weg . Ik dacht als ik het toe laat gaat hij steeds verder . Hij gaf echter niet op ,totdat hij zijn geduld verloor en met een stoffer op me in begon te slaan . Br Servatius wist dat hij me niet meer kon benaderen en begon met terreur . Altijd was hij op zoek naar me ,en dat wist ik . Hij wilde me constant straffen ,en dat deed hij ook . Ik werd onhandelbaar ,verstopte mij op de wc ,in het hertenkamp ,in het hertenhok bovenin ,in de boomgaard ,achter de kas . Maar hij was altijd op zoek naar me en vond me ,totdat ik achter in de boomgaard de muur over klom en middagen weg bleef . Uiteindelijk heb ik het zwaar moeten ontgelden ,want hij gooide zelfs stoelen naar me in de eetzaal als ik niet kaarsrecht zat ,of als ik geen antwoord gaf waar ik zat. Ik was bang voor hem ,en vertelde het me vader ,we woonde toen nog in Maastricht . Later is mijn vader naar Amsterdam terug verhuisd ,dat wide zeggen dat ik weekends niet naar huis kon ,en ook de grote vakanties niet. Dit paste net in het straatje van broeder Servatius ,en het spelletje begon weer van voor af aan Echter deze keer was ik alleen over ,ik was nu aan hem overgeleverd . Op gegeven moment heb ik toe moeten geven aan zijn handelingen ,pijpen ,aftrekken ,alleen kussen wilde ik niet ,ik keerde mijn hoofd altijd om . Toen nam de terreur ook tijdelijk af .Want als de vakanties voorbij waren durfde ik me weer van hem af te keren ,en dan begon hij me weer te straffen . Hij draaide alltijd flink aan mijn oren en sleurde me naar de slaapzaal ,en dan begon hij weer . Het was een verschrikkelijke tijd voor mij ,ik vertelde het thuis ,maar mijn vader werd nog eens kwaad op mij ,totdat ik het me oudere broer vertelde ,hij is toen met mijn vader gaan praten dat dit niet langer zo door kon gaan . Mijn oudere broer heeft mij toen accuut van school gehaald ,en ik mocht bij hem wonen in Amsterdam . Ik was door deze hel van 4 jaar vervreemd van de buitenwereld ,en heb mijn school ook niet kunnen afmaken omdat ik vluchtte in de drugs . Een jaar lang was ik aan de drugs tot ik iemand tegen kwam die me hielp . Tot de dag van vandaag ben ik er nog mee bezig ,momenteel loop ik bij de psychiater ,ik denk dat ik het verwerkt heb maar het trauma blijft en heeft mijn leven sterk beinvloed . De hel van Bleyerheide ..........................................Paul Breewel

52)

53)

Beste Bert.

Het feit dat ik nu pas reageer is omdat ik veel van deze periode helaas vergeten ben! Het blijft ook moeilijk om over deze herinneringen te praten. Ik zat in de 5e klas schooljaar 1962-1963. Klas 6a schooljaar 1963-1964 de rapporten heb ik nog! Een trimester op de U.L.O gezeten en daar waren de punten zo slecht ,ik wilde weg daar! De slaapzaal en sportkleedlokaal is reeds afgebroken. De broeder van mijn slaapzaal maakte mij s,nachts wakker om te plassen zodat ik daarna rustig kon slapen en niet meer op hoefde te staan, ik sliep zowat in het midden van de zaal. Zijn naam ben ik vergeten,hij bleef achter mij tegen mij aan staan tijdens het plassen en af en toe pakte hij mijn plasser vast zodat ik beter kon plassen. Nadat dit zich een aantal keren heeft herhaald kon ik opeens niet meer plassen als hij erbij stond want ik blokkeerde. De blokkade bleef daarna heeft hij mij niet meer wakker gemaakt . Als na het toilet ga moet ik altijd kijken of er niemand is want als iemand naast mij komt staan blokkeer ik en kan niet plassen. Dit is altijd zo gebleven het zit tussen de oren. Als ik s,nachts uit bed werd gehaald moeten volgens mij toch jongens gezien hebben. Ik weet niet meer of jij bij mij op de slaapkamer lag ,misschien weet jij het wel wie die broeder was ! Enkele jongens die ik mij kan herinneren zijn ,tweeling Eussen tweeling Salden uit Valkenburg, Schrijnenmakers,Toenbrekers En het zoontje van circus Boltini en een jongen uit Bemelen ben daar nog een week op vakantie geweest op de boerderij helaas zijn naam vergeten. Leon Zuijlen zat een klas hoger heb ik af en toe nog getroffen. Buiten het sporten waren het zware jaren, om heel snel te vergeten. Ben een keer even met je mee naar je moeder thuis geweest volgens mij was dat in Nieuwenhagen Als ik me niet vergis. Misschien kun je dat nog herinneren. Ik hoop hiermee een bijdrage te leveren aan je onderzoek.

Groetjes, P J.

54)

Ik zat op internaat te Bleijerheide van 1960-1963 op de zesde en VK plus nog een jaar ULO. Wat ik me nog kan herinneren is de bedwelmde sfeer, de ergste tijd van mijn leven. Het heeft mijn jeugd verpest en puberteit zeer beïnvloed . Om te beginnen broeder Vianney met zijn stokslagen die vanuit het raam je sommeerde om bij hem te komen. Daarna kreeg je met je broekje naar beneden de beloofde stokslagen. Alles ging in een bepaalde tempo om zijn sadistisch genoegen te bevredigen, en natuurlijk met accenten die stevig uitpakten. Seksueel ben ik nooit aangeraakt dit wijd ik aan het feit dat mijn moeder die in de buurt woonde vaker broeder Majella de portier bezocht. Ik kan me herinneren dat een jongetje Franssen die had twee mooie zussen die ook in de buurt woonde en Majella is moeten uit treden vanwege een relatie met een van die zussen. Broeder Majella zat achter in de aula bij een feestelijke gelegenheid, de plechtige communie, een van de zussen te kussen, nogal in het openbaar, wat voor mij betekende dat zij zich niet veel aantrokken van regels en celibataire geloften. Traags de muziekleraar, hij gaf trommelles, een man van Bleijerheide, die zich vergreep aan jongetjes en die moest ook vertrekken.

Het eten.

In de eetzaal speelden zich ook taferelen af, een hiervan is op een avond bij het avondeten zaten we in de refter met 6 jongens aan een tafel. We hadden die avond zoals gewoonlijk thee en brood en als extra haring in tomatensaus, en daar ik dit niet luste, en dit bij hun schijnbaar woede opwekte kwamen ze pontificaal naast je staan totdat je het door je strot had geduwd. Dat ging als volgt ik maakte van de haring 25 stukjes en wapende me met een volle kop thee en hup naar beneden. Dat ging na een tijdje niet goed en kotste de hele boel over de tafel, toen kreeg ik weer straf en kon aan de piano de rotzooi verder opeten.

Werd regelmatig betrapt met mastruberen op de slaapzaal en omdat medescholieren op de loer lagen en je dan verklapte bij de opzichtbroeder en dan kon je weer op het matje komen en kreeg je dan een gruwelijk verhaal te horen wat er allemaal mis kon als je dit deed, dus je zat dan weer met een frusratie meer opgscheept. Met deze angst probeerde ik dan hulp te zoeken bij mijn moeder waar ik geen gehoor kon vinden daar zij de boel nog wat aanscherpte met de bewoordingen van (als je zoiets doet dan vallen gaten in je gezicht en het is slecht voor je ruggemerg) en zijsowieso op een lijn zat als de broeders.

WL.

55)

Bleijerheide 1978/ 79

Lagere school vierde klas; ik zat met mijn jongere broer op het jongenspensionaat st maria ter Engelen bij de Franciscanen. We zaten intern maar we gingen naar een school in het dorp, iedere dag begeleidt door broeder Eligius, die ook op de slaapzaal toezicht had.

Toen wij de waren aangekomen, heb ik gelijk de eerste nacht in bed geplast, ‘s ochtends netjes willen verbergen omdat ik me schaamde voor de groep en niet geplaagd wilde worden. Eligius daartegen voelde aan lakens en merkte natuurlijk dat ik geplast had maar liet ook niks merken. Na schooltijd riep broeder Eligius me prive bij zich en vertelde dat hij het bed verschoond had en dat niemand van mijn bedplassen hoefde te weten..ik was zielsgelukkig dat niemand het van de groep vernam. Vanaf die nacht kwam hij me iedere keer wakker maken om te plassen wanneer ik dan al in bed geplast had moest ik me douchen. Prima hoe hij me opving en ik voelde me gesteund. Overdag spookte ik nogal eens wat uit en moest ik mij vaak bij Eligius melden zodat hij me wederom persoonlijk op de vingers tikte en apart nam. Daar was ik wederom zielsgelukkig om, blij dat ik niet in de groep gecorrigeerd hoefde te worden.

Vanaf de tweede / derde week ging Eligius als ik me aan het douchen was, het bed verschonen. Ook daar merkte niemand iets van, het was alsof hij doellbewust meewerkte om niemand wakker te maken tijdens dat verschonen. Ook ik kreeg geen reacties overdag zodat ik vrijelijk kon aannemen dat inderdaad niemand iets merkte; het leek of ik in een complot samen met de broeder steeds verder verwikkeld raakte.

In de douches begon hij mij te helpen en me te betasten, op de plek waar hij bleef wrijven voelde ik opwinding en het dubbele gevoel, het ontstond dat ik me vies voelde ondanks het douchen, begon een rol te spelen wanneer ik daar afgedroogd werd . Als ik niet in bed had geplast moets ik mee naar zijn kamer waar normal niemand mocht komen. De deur ging dicht en vervolgens moest ik met mijn rug naar hem toe liggen, hij probeerde me anaal te gebruiken maar toen dat niet ging duwde hij zijn penis tussen mijn benen met het verhaal dat ik dit later ook zou krijgen. Hij doelde op een zaadlozing die ook daadwerkelijk op mijn bovenbenen plaatsvond. De geur van zijn kussen, de pyama stof alle details maken me nog ziek als ik ook maar iets ruikt dat er op lijkt . Wassen doe ik veelvuldig, dwangmatig haast en heb zowel bij het Riagg als de doctor een dossier met klachten liggen.

Wat ik nog wilde toevoegen is dat ik mijn broer inmiddels gewaarschuwd had in bedekte termen om wakker te blijven om deze gebeurtenissen te stoppen. Deze pogingen leiden tot niets, net zoals mijn pogingen over van alles te vertellen over mijn probleem waar ik nooit geleerd heb om er persoonlijk over te praten; daar is de laatste tijd pas verandering is in gekomen.

Wie ben ik, bleef een vraag, een trotse hard werkende kerel en ben van de een op de andere dag in elkaar geklapt een jaar of 27 begon een soort van zwerversbestaan met gebruik van drugs.

P.D

56)

Mijn verhaal over Bleijerheide, jongenspensionaat Maria ter Engelen 1966-1969.

2e, 3e en 4e klas van de MULO

Ik ben in 1966 (ik was toen 14 jaar) naar het jongenspensionaat Maria ter Engelen in Bleijerheide gestuurd.

Mijn vader was het jaar daarvoor plotseling overleden en mijn moeder had, samen met de toeziend voogd, besloten, dat ik naar kostschool moest gaan.

Ze heeft me pas geleden verteld, dat mijn vader ooit tegen haar gezegd had, dat hij zijn kinderen nooit naar een kostschool zou sturen. (hij werkte op het parket van de Officier van Justitie in ………….en had daar klaarblijkelijk al de nodige zaken mbt. misbruik voorbij zien komen) Mijn moeder is toen, zoals ze me vertelde, om zeker te zijn, naar de een of andere geestelijke in …………… gegaan om te vragen of dat pensionaat wel veilig was voor mij. Die broeder had haar toen verzekerd, dat hij niets slechts gehoord had over Bleijerheide en toen heeft ze maar besloten om mij daar naartoe te sturen.

Ik was het daar toen niet mee eens en kan me herinneren, dat ik een poging heb gewaagd om weg te lopen maar omdat ik niet wist, waar naartoe, ben ik toen maar weer terug naar huis gegaan. Ik heb me toen nog een tijdje opgesloten in het schuurtje want de toeziend voogd zou komen. Uiteindelijk ben ik toen toch maar weer naar binnen gegaan en kreeg daar te horen, dat er besloeten was dat ik naar kostschool moest.

De dag daarna heeft m’n moeder me toen naar Bleijerheide gebracht. Maf detail was dat ik toen we daar voor de deur uit de bus stapten door een hond die daar stond, in m’n been werd gebeten. Slecht voorteken, vond ik dat toen.

Op de binnenplaats was op de muur van de kerk een goal getekend en in die goal stond een jongen. Een paar andere jongens waren met een voetbal op hem aan ’t schieten. We moesten in een kamertje wachten en toen kwam er een broeder die me met m’n tas mee naar een hele grote slaapzaal nam, boven in het gebouw. Heel veel bedden en kastjes. Ik kreeg een kastje in een hoek van de slaapzaal en daar moesten m’n spullen in. Ook wees de broeder me een bed aan, dat van mij was. Toen ik mijn spullen in de kast had gedaan, wilde ik terug naar beneden, naar mijn moeder. Die had gezegd, dat ze op me zou wachten tot ik terug was. De broeder zei toen, dat ze al naar huis was gegaan. Ik voelde me toen behoorlijk verlaten door alles en iedereen.

Later vertelde mijn moeder me, dat ze tegen haar hadden gezegd, dat het maar beter was, dat ze zo, zonder afscheid te nemen, weg moest gaan en dat heeft ze toen ook maar gedaan. Daar zat ik dan, op Bleijerheide.

Volgens mij werd ik na een paar dagen overgeplaatst naar een andere slaapzaal boven het schoolgebouw. De zaal waar ik in het begin sliep, was voor de kinderen van de lagere school. Op die slaapzaal boven de school bleef ik tot ik na 2 ½ jaar weer naar huis mocht.

Het was een hele grote slaapzaal die gescheiden werd door een wasruimte van een andere slaapzaal met allemaal kamertjes. De bovenkant van die kamertjes was open en er stond een bed in en daarnaast een kast. Voor het kamertje (chamberettes noemden we die) hing een gordijn. Ik ben die dingen later nog tegengekomen in mijn opleiding als verpleegkundige en ze bezorgden me toen bijna een onvoldoende voor mijn praktijk omdat ik het niet over m’n hart kon krijgen om ’s morgens die gordijnen open te trekken om de patiënten uit bed te trommelen. Ik kreeg dat gewoon niet klaar, vond dat geen manier om met mensen om te gaan. Maar dat moest daar wel zo gedaan worden, iedereen deed dat zo. Zelfs de patiënten klaagden over mij bij de leiding van die afdeling omdat ze vonden dat ik me aan de regels moest houden. Saillant detail: het waren broeders, die daar de leiding hadden in het ……………………….) Toezicht op de grote slaapzaal had de broeder die in een kamer sliep boven de slaapzaal. Als er teveel rumoer was op de slaapzaal, bonsde hij tegen de muur. Ging het rumoer dan nog door, dan kwam hij van zijn kamer af en dan waren de rapen gaar. Meestal kreeg dan de hele slaapzaal straf. (langer studeren, eerder opstaan, geen “vrij wandelen”, niet mogen praten onder het eten, strafwerk) Soms zei hij erbij, dat degenen, die hadden gekletst, zich moesten komen melden de volgende ochtend, anders kreeg iedereen straf. Als je wist, wie de boosdoeners waren geweest, werden die door de anderen onder druk gezet om zich te gaan melden. Soms ging dat onder druk zetten gepaard met lichamelijk geweld. (“je werd op de speelplaats over het muurtje gelegd”) een praktijk die, zoals ik er nu tegenaan kijk, getolereerd werd door de broeders. Ik ben zelf gelukkig nooit het slachtoffer geworden van het muurtje en maar ik heb wel met anderen zien gebeuren.

Dat klassikaal straffen was een van de meest onrechtvaardige zaken die ik daar heb meegemaakt. Er hing een constante dreiging dat je ergens straf voor kreeg, ook al deed je niets verkeerd. Het hele systeem was zo georganiseerd, denk ik nu. Soms kon je er onderuit komen als er zich iemand of een groepje zich ging(en) melden, maar lang niet altijd hoefde zich iemand te gaan melden. Dan kreeg je gewoon straf, soms wist ik niet eens, waarvoor, maar dan was er weer ergens iets gebeurd. Ik weet nu, dat ik me aan dat onrechtvaardige had gewend, je leefde ermee. Voorbeeld: er was een nieuwe jongen bij ons op school, een grote gast die uit Curaçao of zoiets kwam. …… heette hij. We moesten bij het schoolhoofd Leonardus op zijn kamer komen met een paar man. Weet nog niet eens meer, waarvoor, maar ik kan me wel nog herinneren dat we er niets mee te maken hadden. Ten minste, ik niet. We kregen allemaal straf opgelegd en …… protesteerde. Broeder ………. werd kwaad en ik dacht: “slik het nu maar, ……. want je kunt er toch niets aan doen”. Maar …… was pas net bij ons op kostschool en snapte de gang van zaken nog niet helemaal. Hij bleef zeggen, dat hij het oneerlijk vond, dat hij niets gedaan had en toen kreeg hij een pak slaag van Leonardus. Hij werd compleet de gang op geslagen. Die wapperde toog is iets, wat ik me nu nog goed kan herinneren, dat geluid toen Leonardus over hem heen vloog om hem te raken. Wij (ik) stonden erbij, moesten er naar kijken, en mochten, durfden hem niet te helpen. Vreselijk vond ik dat, want Herwig had gelijk. Het rare was, dat ik ook nog kwaad werd op ……, want hij maakte de zaak alleen maar erger. Tegenwoordig snap ik dat psychologische mechanisme wel, maar toen was het allemaal zeer verwarrend. Ik vind het nog steeds een van de meest ernstige zaken, die me daar zijn overkomen, moeten toekijken hoe vrienden in elkaar werden geslagen zonder dat je iets durfde te ondernemen.

Zelf heb ik van deze broeder 2 keer pak slaag gekregen. Waarvoor weet ik echt niet meer, maar het was wel heftig. De ene keer was het op zijn kamer en de andere keer was het op de gang, boven in de school. Ik kan me nog herinneren, dat het voor het natuurkundelokaal was. Dat was een speciaal ingericht lokaal waar wij als klas permanent zaten. Ik was de klas uitgestuurd door ……… en ik stond door het raampje naar binnen te kijken. Kreeg opeens een klap van achteren en toen nog een paar klappen en een schop. Hij sloeg hard en venijnig. Ik voelde me bij hem altijd heel akelig. Kon hem niet inschatten. Bij ………… was de agressie pure woede, bij ………….. wist ik het nooit. Zag laatst een foto van hem op de televisie en ik kreeg er weer de kriebels van. Te gek hoor, want ik zou hem tegenwoordig makkelijk in 2 stukjes kunnen breken als hij me zou willen slaan.

Als je op school iets gedaan wat niet mocht, kreeg je straf van de broeder. buiten de school was het ……… die je te pakken nam. Maar ik was helemaal niet een held in de klas. Eerder een bedeesd jongetje, dus waaraan ik dat pak slaag had verdiend, is me nog steeds een volledig raadsel. Misschien heb ik het ook wel gewoon weggedrukt als survival mechanisme. Dat van ………. was ik ook lange tijd vergeten maar is weer teruggekomen toen ik Bleijerheide teruggehaald heb uit mijn geheugen.

Dat klassikaal straffen zorgde ervoor (dat weet ik nu) dat ik me altijd schuldig liep te voelen. Want je kreeg straf, dus je moest wel iets verkeerd gedaan hebben. Om te beginnen was ik al niet ok, anders hadden ze me nooit naar kostschool gestuurd. Daarbij had ik in Bleijerheide continue het gevoel alsof er iets boven mijn hoofd hing, waar ik niets aan kon doen om het af te wenden. De zekerheid dat je ongeschonden uit de strijd kon komen als je maar je best deed, was daar niet aanwezig. Wat je ook deed, je kon er altijd op een negatieve manier de consequenties van moeten dragen.

Voorbeeld: ik ben een hele tijd de beste van de klas geweest. (voor mij een onbekende sensatie, want ik was daarvoor op alle scholen altijd de slechtste geweest.) Ik had rapporten waarop ik van de 13 vakken een zeven, een acht en voor de rest negens en tienen had. Maar ik had altijd, door alle jaren heen, een vijf voor “ijver in de studie”. En dat punt was belangrijk, want dat punt bepaalde, hoe laat je naar huis mocht met “vrij weekend”. Iedereen mocht dan, ik zal maar zeggen, om 3 uur naar huis, maar als je een vijf had, moest je een uur langer op de speelplaats wachten. Je zag dan, dat iedereen werd opgehaald of wegging naar het station, maar je mocht niet weg. Je moest je dan na een uur gaan melden bij ………… en dan pas mocht je gaan. Dat is me diverse keren overkomen en ik vond dat toen pure marteling.

Ik had soms het idee, dat het verkrijgen van straffen door de broeders uitgelokt werd.

Voorbeeld: vanaf de speelplaats werd iedereen afgemarcheerd naar de eetzaal. Je moest die eetzaal in stilte betreden (ongeveer 100 jongens) en aan je tafel gaan zitten. Op commando (nog steeds in stilte) moest degene, die keukendienst had, naar de keuken lopen en een pan soep ophalen. Iedereen schepte soep op en het toezicht (meestal …………. maar ook wel eens iemand anders) liep dan met zijn handen op de rug door de eetzaal. Kijken of je ook at. Eten moest. Dit alles in doodse stilte. Als hij zei: smakelijk eten, mocht je praten. Er barstte dan meteen een hels kabaal los. Soms zei hij extra niet: smakelijk eten. Dan moest het stil blijven, doodstil. Als er gekletst mocht worden, dan knipperde hij op een gegeven moment met het licht, en dan moest iedereen weer stil zijn. Meteen. Gebeurde dat niet, dan kreeg je weer straf, met de hele eetzaal. (geen speeltijd, langer naar de studie, geen vrij wandelen) Vreselijke stress was dat, die doodstille momenten, want ik (iedereen) wist, dat het verkeerd zou gaan. 100 Jongens kreeg je niet stil, ergens werd er altijd wel iets gefluisterd en dan hing je. Die stressmomenten werden opvallend vaak geënsceneerd op de woensdag, de dag dat we in de hogere klassen wel eens ’s middags 2 uurtjes alleen naar buiten mochten.(vrij wandelen) Ik kan me herinneren, dat we weken achter elkaar niet naar buiten mochten door die truc met het “stil zijn in de eetzaal”. Maar ook daar wen je aan. Ik denk, dat ik me gewoon nergens meer op ging verheugen, dan deed het ook niet zoveel pijn als je het weer kwijtraakte. Waar ik, in de jaren na mijn kostschooltijd, ook veel last van heb gehad is m’n eetpatroon. We kregen ’s morgens meestal 1 lapje kaas (soms 1 lapje vlees). Verder een soort van gekleurde hagelslag. (die bestaat nog steeds en ook nu nog lopen de rillingen over m’n rug als ik dat spul weer eens in een reclame op de televisie zie). Ik lustte toen geen kaas en die hagelslag vond ik verschrikkelijk vies. Dus ik at ’s morgens niets , alleen als we een lapje vlees hadden kon ik wat eten. Dat “s morgens niets eten heeft nog jarenlang gespeeld, ik kreeg ’s morgens geen hap door m’n keel, kon gewoon niets eten. Tot braakneigingen toe. Pas de laatste jaren (ik ben nu 58) heb ik het idee, dat ik er een beetje overheen ben gegroeid, kan ik ’s morgens weer een boterham door mijn keel krijgen. Vreemd.

Het gevoel, dat me overkwam, toen ik mijn eindexamen had gedaan en ik naar huis mocht, is me na al die jaren nog steeds bij gebleven. Ik zat op een muurtje op de speelplaats met m’n weekendtas, te wachten op m’n moeder, die me zou komen halen. De bel op de speelplaats ging en iedereen moest in de rij gaan staan voor afmars naar de eetzaal . Ik niet meer, ik bleef op dat muurtje zitten en hoefde niet meer. Iedereen was uiteindelijk naar binnen en ik zat daar nog alleen op dat muurtje. Blijdschap en eenzaamheid stonden toen naast elkaar in mijn hoofd.

Wat me ook nog er goed bijstaat, is de ziekenzaal van broeder ……….. (hoe hij echt heette, weet ik niet meer.)

Een dikke man, die zo dik was, dat het touw, dat om zijn middels zat, nog maar met een klein stukje naar beneden hing. De rest zat om hem heen. Hij beheerde de ziekenzaal en daar ging je naartoe als je ziek was. Of gevallen was of zoiets. Ik kan me herinneren dat ik een keer op de ziekenzaal heb gelegen. Hoe lang dat was, weet ik niet meer en in welke klas ik toen zat weet ik ook niet meer. Ik weet wel nog, dat ik me daar toen helemaal moest uitkleden en in mijn onderbroekje naast mijn bed moest staan. Waarom weet ik niet, maar ik voel me daar nog staan. Heel kwetsbaar was dat moment, dat voel ik nog steeds zo. En nadat ik de verhalen van anderen heb gehoord, kan ik alleen maar concluderen dat ik erg veel mazzel heb gehad dat er toen verder niets gebeurd is. Ten minste, ik kan me er niets van herinneren. Wij jongens wisten allemaal, dat het bij Bulletje niet pluis was. Ik kan me nog herinneren, dat een van ons was gevallen op de speelplaats en zijn knie flink geschaafd had. Hij moest naar broeder ……… en we wisten, dat hij dan zijn broek zou moeten uittrekken. Dat was de standaard bij de ziekenzaal. Dat we toen met een paar man, met behoorlijk wat “gepast geweld”, die broek met smalle pijpen over zijn knie hebben getrokken (dan hoefde hij niet uit) en dat we samen met hem naar de ziekenzaal zijn gegaan. Wij moesten buiten wachten, mochten niet mee naar binnen.

Het gevoel van eenzaamheid en isolatie werd volgens mij door de broeders nog eens extra aangedikt of uitgebuit. Ik kan me nog een dag herinneren, dat er iets te doen was op de kostschool en mijn moeder had beloofd dat ze ook zou komen. (Overigens de enige keer dat ze daar is geweest.) Ik had daar enorm naar uitgekeken. De meeste ouders waren er al en ik liep buiten op de speelplaats te zoeken of m’n moeder er al was. Ik kwam daar een broeder tegen (ik weet niet meer wie dat was) die me zei, dat ik terug moest gaan naar de aula. (Wij moesten nl. binnen blijven) Ik vertelde hem, dat ik op zoek was naar mijn moeder. “Die heeft opgebeld, dat ze niet kon komen”, zei hij. Dat was voor mij een hele shock, ik had me er heel erg op verheugd. Ik liep toen met die broeder terug naar de aula en daar stond mijn moeder. Ze had helemaal niet gebeld en was gewoon gekomen, zei het wat later omdat ze met de trein moest komen. De broeder was als sneeuw voor de zon verdwenen. Vreemd was dat, ik snapte het toen niet. En eigenlijk nog steeds niet.

Waar ik, als ik het na al die jaren van een afstandje bekijk, het meeste last van heb gehad (en nog steeds heb) is de constante dreiging, dat er steeds allerlei onheil over je heen kan komen. Dat heeft er voor gezorgd, dat ik nog steeds op m’n hoede ben en probeer om zoveel mogelijk alle eventualiteiten uit te bannen voordat ik ergens aan begin. Spontaniteit is in deze dan ook meestal ver te zoeken. Ook het basisgevoel, dat je weinig of geen invloed kunt uitoefenen om alle dingen die je overkomen, beperkt me behoorlijk bij het plezier in het leven.

Dat maakt het maken van keuzes in het leven er niet makkelijker op en dit item is ook een steeds terugkomend onderwerp bij de psychotherapie, waar ik op dit moment mee bezig ben. Het lijkt wel, alsof dit basisgevoel zo in mij verankerd is dat het in alles meespeelt en ik steeds weer opnieuw daar op moet letten, wil ik niet opnieuw verzeild raken ik het gevoel van: het maakt allemaal niets uit wat ik kies of doe, ik heb er toch geen invloed op.

Ik heb in dit verhaal een beetje proberen te schetsen, hoe het mij is vergaan in Bleijerheide. Als ik het zo doorlees, zie ik, dat ik steeds de neiging heb, om zaken, die me overkomen zijn, te minimaliseren of bagatelliseren. Zo van: maar de anderen hebben het nog veel zwaarder gehad, ik leef nog steeds, dus het is allemaal niet zo erg geweest enz enz. Opmerkelijk vind ik dat van mezelf.

Een kostschooljongen.

57)

58)

Dit is mijn weergave over de gebeurtenissen op het jongenspensionaat Maria ter Engelen in Bleijerheide. Ik heb daar gezeten vanaf ongeveer 1966 tot en met 1971.

Zoals ik al vertelde werd ik door de kinderrechter uit huis geplaatst omdat mijn moeder uit de ouderlijke macht werd gezet. De situatie thuis was verre van rooskleurig. Na het overlijden van mijn vader ontstond er chaos thuis. Moeder stal in winkels alles wat los en vast zat en zette ons, de kinderen, ook aan tot diefstal. Altijd was er de angst of ze na het boodschappen doen wel thuis zou komen. Regelmatig werd ze namelijk opgepakt en ze heeft zelfs enkele keren in de gevangenis gezeten.

Ik was een jaar of 12/13 toen ik in de voorbereidende klas (VK) kwam voor de Mulo. In die periode sliep ik op een slaapzaal volgens mij op de eerste of tweede verdieping van het klooster. Broeder Servatius (hij was volgens mij een zoon van een slager of hij had voordat hij broeder werd in een slagerij gewerkt, hij miste de helft van een vinger) had een kamertje op die slaapzaal. In de avond en nacht kwam hij controleren op de slaapzaal of alles wel rustig was. Volgens mij gingen om het weekend of eens in de drie weken de kinderen naar huis. Ik mocht en kon niet naar huis dus sliep ik in die weekenden vaak alleen op die slaapzaal. Ik was dan erg verdrietig en huilde. Hij kwam dan bij mijn bed, gaf me een aai over mijn bol en en passent ging hij met zijn handen onder de dekens en streelde mijn lichaam en daarna mijn penis. Ik hoorde dan aan zijn ademhaling dat hij sexueel opgewonden raakte. Ik ben daar enorm van geschrokken en durfde bijna niet meer naar bed. De keer daarop hield ik mij slapende zodra ik voetstappen hoorde. Maar dat hielp niet echt. Hij ging gewoon zijn gang. Bij het douchen controleerde hij of ik me wel goed waste. Ik stond dan naakt onder de douche. Hij pakte mijn penis, trok de voorhuid over de eikel om te controleren of ik wel schoon was. Daarna ging hij met de voorkant van zijn lichaam hijgend tegen mijn naakte lijf staan schuren. Ik was als de dood van die man want hij mishandelde mij ook. Met blote handen, met zijn vuist maar ook met een stok. Ik had de blauwe plekken op mijn lijf staan. Ik heb dat destijds tegen mijn voogd (die door de kinderechter was aangesteld als toeziend voogd) verteld. Die nam mij niet serieus, hij geloofde mij niet en voor wat betreft de lichamelijke mishandelingen zei hij dat ik het er wel naar gemaakt zou hebben. Het is gebeurd dat ik geen enkel contact mocht hebben met klasgenoten en zij niet met mij. Ik mocht alleen naar school maar mocht verder nergens aan deelnemen. Dat duurde wel enkele weken.

Daarna kwam Bulletje, bijnaam, de ziekenbroeder. Ik deed heel veel aan atletiek (Atletiek Vereniging Bleijderheide (AVB). Ik was erg fanatiek bezig met atletiek. Nadat ik ongeveer een jaar aan atletiek deed werd ik medisch gekeurd. Ik mocht een jaar niet meer sporten, dat was voor mij een enorme straf. Tot op de dag van vandaag is mij niet duidelijk waarom ik werd afgekeurd. Voor controle moest ik regelmatig bij Bulletje komen. Dan moest ik mij uitkleden tot op mijn onderbroek. Hij trok mijn onderbroek zonder te vragen naar beneden, ik moest dan op mijn hand blazen en hij controleerde in mijn liezen maar zat daarbij ook aan mijn penis en zaadballen. Hij streelde dan over mijn penis. Tijdens die onderzoeken controleerde hij of ik verhoging had. Omdat volgens hem het inbrengen van de thermometer gemakkelijker zou gaan stopte hij eerst een vinger in mijn anus. Het was zichtbaar en hoorbaar dat hij tijdens die handelingen sexueel opgewonden raakte.

Tijdens de televisie uitzending van Een Vandaag zag ik broeder Alphons. Toen hij zijn verhaal vertelde gingen mijn haren recht overeind staan. Ik heb ook geregaeerd via de site van dat programma. Zijn selectieve geheugen was huigelachtig lachwekkend. Toen ik op de slaapzaal sliep waar hij de supervisie had (volgens mij bovenste etage) werden door hem regelmatig kinderen wakker gemaakt en in pyama meegenomen naar zijn kamer. Er was een deur of een gordijn in zijn kamer. De geluiden uit die kamer spraken voor zich. Ik ben nooit door hem op die manier bejegend. Wel had hij losse handen en deelde rake klappen uit als iets hem niet beviel. Dat laatste heb ik meedere keren ervaren.

Nu Dino (bijnaam). Achter het klooster en voor het kerkhof stond een gebouw,onderin was een wasserij. Daarboven was nog een slaapzaaltje. Daar had Dino de supervisie over. Ik heb daar nooit op dat slaapzaaltje geslapen maar had daar een apart kamertje. In weekenden dat ik alleen op die etage sliep kwam hij in mijn kamer. Tijdens mijn slaap begon hij dan mijn penis te strelen. Ik werd dan wakker omdat hij mij aftrok.Ik had het maar toe te laten. Ook daar voelde ik mij uiterst onveilig. Hij was een vrij jonge, tengere/slanke, lange persoon. Volgens mij gaf hij muziekles.

Broeder Stephanus, volgens mij was hij hoofd van de Mulo. Van de een op de andere dag werd hij overgeplaatst. Hij kwam aardig over. Er werd door de kinderen veel over gepraat waarom hij werd overgeplaatst.

Broeder Leonardus, de Lange, Erkamp. Kwam zoals ik je in een eerdere mail al vertelde ook uit Alkmaar. Dat schepte een band. Tot ook hij mij sexueel betastte. Als ik straf kreeg dan moest ik naar hem toe. Voor hem een vrijbrief om aan mijn penis te komen. Met de grote vakanties moest ik met hem mee naar huis rijden in zijn auto. Met de ene hand hield hij het stuur vast en met de andere hand zat hij in de broekspijpen van mijn korte broek. Ook van hem was ik erg bang, het was een dictator. Ik had niks in te brengen en was aan hem overgeleverd.

Pater Landrik, een klein patertje, was verantwoordelijk voor de misdienaars. We moesten ons in zijn bijzijn uitkleden en hij kleedde ons dan aan in misdienaars kleding. Zelf moest ik een keer op zijn kamer komen omdat ik stotterde. Hij deed toen bepaalde ontspanningsoefeningen o.a. langs de binnenkant van mijn benen omhoog en daar genoot hij van. Moest ook op zijn schoot zitten en voelde dat hij een erectie kreeg. Voor alle duidelijkheid hij heeft nooit aan mijn geslachtdelen gezeten. Volgens mij deed hij ook aan hypnose. Er gingen wel veel geruchten over hem. Het is nu ongeveer 40 jaar geleden dat ik op dat pensionaat heb gezeten. Het heeft bij mij een litteken achter gelaten. Ik ben daar zowel lichamelijk als ook geestelijk mishandeld. Er was een extreem streng regime wat doet denken aan een militair oefenkamp. De activiteiten zoals atletiek, droppings, voetbal hielden mij op de been. Ik vertrouwde geen broeder, was bang voor hen, en totaal afhankelijk van hen.

Nadat ik tegen mijn voogd het e.e.a. had verteld en die mij niet geloofde durfde ik het tegen niemand meer te vertellen. Vraag me nog steeds af hoe een kinderrechter me in zo´n zootje kon plaatsen. Ik belandde letterlijk van de regen in de drup!! Heb er nog wel een keer met mensen uit Kerkrade in bedekte termen erover gesproken maar die aanbaden die broeders en deden net of ze me niet begrepen. Thuis erover praten was ook geen optie. Met mijn moeder had ik totaal geen band, zij vroeg ook nergens naar. Was waarschijnlijk al lang blij dat ik daar zat. Het voelde vaak aan als een strafkamp waar ik niet uit kon ontsnappen.

Ik heb er lang over nagedacht of ik wel contact met je op moest nemen. Ik had de gebeurtenissen in Bleijerheide een plekje gegeven en heb geprobeerd het af te sluiten. Ik denk dat iedereen die hiermee is geconfronteerd heeft getracht het een plekje te geven. Vandaar ook dat het zo lang heeft geduurd voordat het in de opernbaarheid is gekomen. Door alle aandacht de laatste tijd denk ik er goed aan te doen dit toch aan je door te geven. Ik hoop dat je wat hebt aan mijn weergave en wil me graag aanmelden voor jouw stichting. Ook wil ik dit aanmelden bij de commissie Deetman. Ik hoop dat het openbaar worden van al deze feiten zal meewerken aan het terugdringen van het misbruik van kinderen waar dan ook.

LB

59)

Mijn verblijf op het jongenspensionaat Maria ter Engelen te Bleyerheide

- een korte samenvatting -

Als ik het goed heb, dan werd ik eind augustus 1958, naar het jongenspensionaat Maria ter Engelen in Bleyerheide gestuurd voor de eerste klas U.L.O.. Ik was toen 10 jaar oud (geboren in september 1947). Op de kostschool kreeg ik nummer 102 toegedeelt en was aldaar in de athletiek vereniging en het jongenskoor. Van begin af aan, heb ik nogal tamelijk onder heimwee geleden. Door de franciskanen werd me al gauw duidelijk, dat je zoiets niet in het openbaar toonde. Integendeel, het was indirekt een van de vele redenen voor bestraffing. Als ik vandaag Bleyerheide revue laat passeren, dan stel ik vast, dat het me nog steeds moeilijk valt om de gebeurtenisse uit die tijd goed onder woorden te brengen. Het liefts zou ik willen vergeten er ooit geweest te zijn, of dat ooit lukt? De belevenissen op het jongenspensionaat zijn het insnijdenste uit mijn jeugd.

Ik herinner me aan de zeer frequente afranselingen door de broeders. Waarin zich vooral broeders als chrispinus, vianney, jacobus en wenceslaus negatitief voordeden en zich zodoende vast een plek in mijn geheugen veroverden. Wanneer ik bijvoorbeeld s avonds de schoenen niet goed genoeg gepoetst had, dan was dat reden voor dertig stokslagen, die ik kort voor het naar bed gaan op de slaapzaal in pyjama zonder onderbroek werd er uitdrukkelijk bij vermeld bij de broeder moest afhalen. Was jezelf niet aan de beurt, dan ging je slapen met het pijngegil van een andere jongen in je oren, die er op dat moment werd afgeranselt. Onder schoolkameraden heerste respekt voor diegene die de stokslagen zonder pijnkreten over zich liet gebeuren. Ik oefende me erin luidloos in mijn binnenste te schreeuwen. Chrispinus (net zoals vianney en de anderen) sloeg met een kastieplank of met de houten kant van een stoffer. En wel zo hard, dat je lichaamseigen morphinestoffen schijnbaar vrij gezet werden (ik heb me later vaak afgevraagd, waarom ik me op sommige momenten kompleet verdoofd voelde, zodoende). Ook tijdens de middagmaaltijden, kon ik vaak een pak slaag bij de betreffende broeder afhalen. Vooral als er de bijna wekelijks wederkerende kapucijners met spek op het eetplan stond, waarvan de toebereiding op een manier geschiedde, dat ik bij de reuk er regelmatig van moest kokhalzen. Een van de meer harmlosere oefenigen was, dat ik op de slaapzaal in pyama tussen de benen of op de schoot van een broeder genomen werd chrispinus om mijn oren te laten inspekteren. Hij hield me dan stevig tegen zich gedrukt en stak zijn vinger met zo een kracht in het oor, dat je nauwelijks merkte hoe hij zich tegen je aan wreef. De onaangename zuure geur van die bruine broeders-pei kan ik tot op heden voor mijn neus halen, vast ingebrand in mijn geheugen. In de loop van de tijd was dat alles min of meer onderdeel van je dagelijkse levensomstandigheden op het jongenspensionaat en je keek er niet meer groot van op. Je leefde eigenlijk voor de maandelijks wederkerende met uitzondering als je bestraft werd en het weekeind moest blijven, thuisbezoeken. Een keer hield ik het niet meer uit en ben ik tijdens de dagelijkse kerkdienst ervandoor gegaan en te voet naar huis terug gelopen naar Heerlerheide. Na thuis aangekomen te zijn, heeft mijn vader mij echter meteen weer terug gebracht. Vertellen kon ik hem immers niets, want hij was een overtuigde katholiek, de roomse kerk was een godsgelijk heiligdom in die tijd. Zo was ik van het eerste begin af bij de algebra leraar in ongenade gevallen, ik lachte iets te vrolijk naar zijn smaak. Een franciskanermens van de alleronaangenaamste soort ben zijn naam vergeten. Hij vergeleek me steeds met een aap in de dierentuinen en voorspelde met regelmaat, dat er later van mij niets terecht zou komen. Op een goeie ochtend had ik naar zijn mening onvoldoende opgelet. Ik moest als straf voor een maand lang tijdens zijn lesuren en tijdens speeltijd, in de kolenkelder verbrengen (kruiwagen met steenkolen vol scheppen en er de verwarmingsketel mee opvullen). Door het open kolenluik in de kelder kon ik tijdens speeltijd steeds de roepen van mijn schoolkameraden horen. Stom alleen, dat ik op een van die momenten mijn hand uit het kolenluik stak, ten teken dat ik er nog was. Boven stond namelijk een broeder, die me vroeg dat nog eens te doen. Ik strekte mijn hand dus nog eens uit het kolengat, waarop hij me met een kastieplank dusdanig hard op mijn duim sloeg, dat ik er een heuze bloeduitstorting met ontsteking onder de nagel van over hielt. Een paar dagen later was mijn duim kompleet zwart en moest de nagel eruit getrokken worden. Dat er in de ziekenboeg geen verdoving aan te pas kwam is bijna overbodig te vertellen. Ook behoorde het tot gang van zaken, dat je over het muurtje van het voetbalveld gelegt werd en de klasgenoten er zich voor in rij moesten opstellen om ieder op z’n beurt een slag met de kastieplank op je achterste te geven. Zo ook mij gebeurt. Op een andere dag stond er, ik kwam terug van atheletiek training, in de omkleedkamer een deur op een kiertje. Ik kon door de deurspleet zien dat erachter zich iets bewoog. Toen ik de deur verder opende stond ik voor een broeder, die zich zelf bevredigde. Ik ben hard weggelopen en kreeg dezelfde dag nog stokslagen op de slaapzaal. Jammergenoeg schiet zijn naam me niet meer te binnen.

Dit soort van ontmoetingen was op het pensionaat soms allgegenwartig. Geslagen worden was dagelijkse routine; gevoel voor rechtvaardigheid te uiten werd als opstand begrepen en met regelmaat neergeprugelt. Enkele weken voor het einde van het 2. Schooljaar, was ik op een zonnige vrije woensdagmiddag op het plein voor het hoofsgebouw onder de kastanjebomen aan het rolschaatsen, toen een pater van Rolduc op me toeliep. Hij zei, dat ik me over 5 minuten bij hem moest melden in de kamer op de eerste verdieping boven de hoofdingang. Als ik me goed herinner, was dat de kamer van de broederoverste.

Toen ik binnenkwam legde hij op vertrouwelijke manier zijn arm om me heen en voerde me tot voor een leunstoel, waarop hij plaats nam. Onder andere vroeg hij hoe oud ik was en wilde hij weten of ik al natte dromen had. Ik zei, dat ik niet begreep wat hij bedoelde en moest daarop mijn korte broek uittrekken. Ook mijn onderbroek moest uit. Hij omvatte met beide handen mijn bovenbeen en ging langzaam, zo alsof hij de omvang van mijn bovenbeen wilde meten, aftastend omhoog in richting van mijn geschlachtsdelen. Hij trok mij aan zich en ophetzelfde moment voelde ik z’n hand aan mijn testikels. Onwillekeurig heb me van hem afgeduwd met als gevolg, dat hij me op ijzige toon beval mijn broek weer aan te trekken en te gaan. Ik was geschokt, wist me geen raad. Ik voelde me op de een of andere manier besmet en eenzaam, ja zelfs schuldig. Zijn naam heb ik niet kunnen achterhalen. Vooral dit laatste voorval heb ik nooit gewaagd aan mijn ouders te vertellen. Overigens altijd gedacht, dat ik de enigste was, die dergelijke dingen op Bleyerheide meegemaakt heeft en dus een reden te meer er mijn mond over te houden. Het enige wat me achteraf na de zitting met de rolducpater opviel, was het feit, dat ik wel veel minder voor straffen en stokslagen uitgekozen werd. De laatste weken op internaat waren bijna aangenaam te noemen en ik begon me langzaam ermee te verzoenen. Korte tijd later op het einde tweede schooljaar werd ik dan van internaat gestuurd. Ze gaven me een brief mee waarin geschreven stond dat verder oponthoud op Maria ter Engelen ongewenst was. Sindsdien was ik in de ogen van mijn moeder en mijn oudere broers voor lange tijd het zwarte schaap van de familie. Het was pas toen ik met zeventien mijn eerste vriendin en liefde leerde kennen, dat ik de uitwerkingen van Bleyerheide eerstmalig als groot persoonlijk manko ondervonden heb. Ik was nooit helemaal in staat vrij en vrolijk voor mijn oprechte gevoelens uit te komen. Jammer voor die eerste vriendschap met Paula, die ik erg graag gehad heb. In mijn latere leven, zowel privé als in beroepszaken, heb ik me in kritische situaties nooit echt kunnen vrij maken van de diepe indrukken die het kostschoolleven bij me achtergelaten heeft. Het blijft bij je, je leven lang. Kort na afloop van mijn militaire dienstplicht heb ik er vaker aan gedacht de broeders op Bleyerheide voor het aangedane ter rede te stellen. Iets heeft me echter ervan teruggehouden. Misschien wel de angst voor de gevolgen van een nieuwe konfrontatie met de broeders van Bleyerheide. Aangezien de jongstleden berichten van andere scholieren uit die tijd (- Engelendossier -) was dat ook goed zo. Tot slot, wil ik me nog vriendelijk verontschuldigen voor mijn gebrekkig nederlands. Ik ben de laatste vijfendertig jaar uitsluitend in het buitenland geweest. Naar beste eer en geweten opgemaakt op een zondag in November 2010 en ondertekend door voormaals nummer 102

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Verhaal nr 60)

Hallo Bert,

Toevalligerwijs werd ik medio 2010 door mijn buren verwezen naar de aandacht in de media over dit pensionaat toen ik hen vertelde daar een deel van m'n jeugd te hebben doorgebracht. Aanvankelijk dacht ik ‘boeien! Leer mij Bleijerheide kennen! Voor mij een overduidelijk afgesloten ,bitter en schimmig hoofdstuk uit mijn jeugd, dat ik diep in mijn persoon had weggestopt. Bijna 40 jaar heb ik in eenzaamheid geleefd wat betreft mijn ervaringen met jongenspensionaat St.Maria ter Engelen te Bleijerheide begin jaren 70. Ik was toen 15/16 jaar oud en heb daar 2 jaar verbleven.

Toch nieuwsgierig geworden ben ik eens gaan neuzen op het internet en kwam al gauw uit bij Mea Culpa.Tijdens het lezen van alle verhalen van mensen die daar verbleven gebeurde er van alles met mij : transpireren, hartkloppingen, huilen, slapeloosheid, apathie, verslagenheid. Langzaam komt alles weer boven en word ik me steeds meer van bewust dat hetgeen ik daar heb mogen beleven uiteindelijk een grotere invloed heeft gehad op mijn persoonlijke ontwikkeling dan dat ik door harde en stoere houding daarover, had kunnen denken of verwachten en is mijn behoefte om daar over te praten nu groter dan ooit. In de media en door ex-bewoners wordt vooral aandacht geschonken aan seksuele misstanden, waar ik ook mijn portie van heb meegekregen en later nog op terugkom. Eerst wil ik het hebben het over het geweld en de constante dreiging daarmee,dat veel plaatsvond, zowel van hoger hand als van bewoners onderling.

Nadat ik was blijven zitten 3e klas MAVO te Ede , maakten mijn ouders mij duidelijk dat dit niet paste in de aandacht die ze mij konden bieden, immers ; zij moesten hun aandacht over 8 kinderen verdelen en blijven zitten was eigenlijk geen optie binnen dat patroon en sowieso not done binnen de maatschappelijke positie van mijn ouders. Dus is mijn moeder met mij naar het pensionaat gereden, in de vorm van een dagje uit, om mij te laten zien dat er een instituut bestond, waar ik alle aandacht kon krijgen die maar nodig was om mij mijn middelbare school naar behoren af te laten maken. Ik kreeg de school te zien, werd voorgesteld aan een de zeer vriendelijke, en begripsvolle directeur Br.Leonardus , de sport mogelijkheden, de gezellige eetzalen, ontspanningsruimtes met biljart en tafeltennis en tafelvoetbal, slaapzalen met chambrettes met meer privacy dan ik thuis gewend was, waar ik altijd mijn kamer moest delen, de theaterzaal annex bioscoop, joviale jeugdleiders die allerlei leuke activiteiten organiseerden. Al vlot was ik om en dacht dat dit echt dé oplossing was voor mij en zag er naar uit om geplaatst te worden...foutje!

Op de dag van aankomst al werd ik uitgedaagd door een klasgenoot, die mij moest helpen mijn koffers naar de slaapzaal te brengen, want ik praatte anders, als een van boven de rivieren en was ook mijn blonde haar een uitzondering, hetgeen me al vlot de bijnaam de Witte opleverde. Na wat gesar en fysieke uitdaging liet ik deze knaap weten niet iemand te zijn die zich laat pesten en dat mijn grens bereikt was ; voor dat moment bond hij even in. De gevolgen bleven niet uit: even later stond ik op het plein tegenover een enkele jongens, waaronder de bewuste klasgenoot, die mij wel even de witte haren zouden kammen, om mij duidelijk te maken dat ik niet moest denken ook maar iets te vertellen te hebben. Het haren kammen hield in dat ik werd vastgegrepen door de groep voorovergedrukt en door hen net zo lang met een stalen haarborstel op mijn hoofdhuid werd bekrast dat het wondvocht langs mijn gezicht liep. Ik heb me hevig verzet en geprobeerd me los te rukken en trappen, waarbij ik zelf ook weer rake slagen en trappen kreeg, om hulp geroepen , wetende dat een van de jeugdleiders Hr. H die pleintoezicht hield, op nog geen 20 meter afstand was. Hij moet dit ook gezien hebben. Na deze gebeurtenis was hij echter niet meer op het plein, ik zag hem naar het schoolgebouw lopen,ben hem achterna gelopen om hulp te vragen. Zijn reactie was heel direct ik kan niks doen aan iets wat ik niet weet of niet gezien heb en je kan wel zoveel zeggen, en jij deed zeker niks, er kan van alles gebeurd zijn. Als er zo'n mishandeling onder de ogen van toezicht plaatsvindt en er niet wordt ingegrepen, kan je niet anders dan concluderen dat je in confrontaties dus geen hulp of correcties hoeft te verwachten en je volledig op jezelf bent aangewezen, dit werd steeds meer bevestigd. Later werd mij nog duidelijker hoe betrouwbaar Hr. H was. Tijdens een disco-avond mist groep drie een pick-up element. Hr. H tegen mij, pak maar even die van groep vier. Toen groep vier de volgende dag het element miste vertelde Hr. H volkomen de waarheid door hen te zeggen dat ik het element uit hun pick-up had gehaald ,maar verder wist hij van niets: het pak slaag van groep 4 kan ik me nog heugen. De andere jeugdleider Hr. B had ook losse handen. Hij moest 's nachts een keer invallen en was daar wellicht niet al te vrolijk over.Toen er 's nachts op de slaapzaal werd geklierd en mensen naar elkaars chambrette slopen,wat natuurlijk niet was toegestaan, kwam ik gewoon vanaf het toilet op de slaapzaal, waar deze jeugdleider mij voor een van de raddraaiers aanzag en mij met een vuistslag vol in mijn gezicht tegen de vlakte sloeg.Toen ik op de grond liggend hem duidelijk wilde maken dat ik alleen maar van het toilet kwam en verder niets had uitgespookt, kreeg ik een trap na met de opmerking niet te moeten liegen, anders was dit nog maar het begin... De volgende dag werd er door de groep onder grote hilariteit aan mij gevraagd of ik lekker geslapen had.Later heb ik dit nog bij leidinggevenden aangekaart met als reactie dat ik het er zelf wel naar gemaakt zou hebben en daar was het eigenlijk mee afgedaan. De rangorde binnen de schoolgenoten was mij duidelijk: Er waren een stuk of 6 fikse knapen die fysiek de dienst uitmaakten en die ieder weer een aantal meeloopvriendjes hadden die hun bescherming genoten ; ook om de groep groter te maken waarbinnen men veilig was. Van die knapen kon ik misschien nog wel enkelen de baas maar van de groep won je nooit. Op zich was het niet zo verwonderlijk wanneer er iemand met een blauw oog of ander zichtbaar letsel rondliep, want dat kon altijd worden afgedaan als een sport of stoeiongelukje, waar je niet kinderachtig over moest zeuren en namen noemen was sowieso niet verstandig,want dan liet de groep zich gelden en waren de daders weer anoniem.

Leidinggevende broeders gaven het voorbeeld wat fysieke tucht en vernedering betreft. Ook ik kan me de hard gesmeten en welgemikte sleutelbos en de idem houten schoolbordborstel van Br.Alphons tijdens de huiswerkklas nog herinneren en de vernedering die je te wachten stond bij het moeten terugbrengen daarvan. Binnen bereik van hem moest je helemaal uitkijken niet uit de toon te vallen, want anders waren een paar rake klappen het gevolg. De man hield zich dan niet in. Br.Valentinus min of meer van hetzelfde laken het pak, al had ik daar,wat zijn functie betreft,minder mee te maken. Door de groep werd ik al gauw als buitenbeentje ervaren , voor hen in negatieve zin ,met voor mij vervelende gevolgen. De groep vond het spannend mij uit te dagen,sarren,belachelijk te maken,de schuld te geven van streken.De groep vond het nodig mij 's nachts in mijn slaap een paar harde stompen te verkopen en dan snel wegwezen, voor ik wist wie of wat. Als dan Br.Otto (?), al opgefokt, want gestoord in zijn nachtrust,op het lawaai afkwam wist men van niets en had ik volgens hen een nachtmerrie ofzo.Waarop ik maar "moest ophouden met me aan te stellen en te gaan slapen",anders kon ik van hem nog een portie krijgen,waarvan ik inmiddels wist dat hij dat meende. Het is me nooit gelukt me daaraan te onttrekken door in de massa op te gaan,immers; ik sprak geen Limburgs,luisterde naar andere muziek, kleedde me anders, noodgedwongen uitgedragen kleding van mijn grotere zussen was nog goed genoeg voor mij, en meer van dat soort redenen tot pesterij. Ook begrepen en dus vertrouwden zij niet dat ik zo weinig zakgeld kreeg en niet altijd mee kon doen met rondjes of andere bestedingen, dat moest gierigheid zijn. Want de norm voor zakgeld lag nu eenmaal veel hoger dan hetgeen ik van thuis kreeg. Daar wist Hr. H wel een oplossing voor: Als ik nou eens in de maandelijkse weekends naar huis ging liften i.p.v. met de trein en het reisgeld voor mezelf hield, kon ik ook eens lekker met de jongens meedoen.Ik moest daar volgens hem wat handiger in zijn.Toen thuis uitkwam dat ik meer geld had dan me was toebedeeld en ik vertelde hoe ik daar aan kwam, wist Hr.H. bij navraag weer van niets en werd ik wederom voor dief aangezien, maar nu door mijn ouders, met als sanctie het stopzetten van het zakgeld en moest ik voortaan elke keer mijn treinkaartje laten controleren, zowel thuis als door Hr.H. De groep veroordeelde sindsdien nog meer het feit dat ik niet meer kon bijdragen aan gemeenschappelijke bestedingen en raakte ik nog meer in een isolement.

Al met al had dit grote invloed op mijn schoolprestaties. Ik was constant afgeleid door de harde woonomgeving, het geweld, het onrecht, het gelieg, het over mijn schouder moeten kijken. Ook gewoon door het geklier: niet elke leerkracht was in staat orde te houden over een groep waarbinnen zich zoveel afspeelt en ik moet zeggen dat was voor mij ook wel eens een kans om me toen gelden binnen de groep, hunkerend naar een beetje waardering. Tijdens de gesprekken over mijn schoolprestaties met Br.Leonardus bleek hoe ik me had vergist wat betreft zijn vriendelijkheid en begrip. Niet presteren hield uiteindelijk schorsing van lessen in en verder einde discussie.Ik heb wel eens geprobeerd aan te geven in wat voor een situatie ik me bevond, alhoewel je op dat moment misschien niet beter wist, maar er was geen enkel begrip. Sterker nog, bij die man had ik altijd het gevoel dat hij zelfs een narcistisch plezier had in de wijze waarop hij zich van iemands problemen wist te distantiëren.

En dan was er Pater Landric. De man deed de kerkdiensten, gaf godsdienstles, altijd snoepjes, bij hem mocht je tv kijken, een sigaartje roken, kreeg je lekkere kruidenthee met soms een scheutje, gaf meditatie, deed aan hypnose etc. Menig avond had ik bij hem doorgebracht een en al vriendelijkheid en rust. Zijn levensbeschouwing en ruimdenkendheid waren voor mij een autoriteit en machtig interessant! Hij werd mijn steun en toeverlaat. Ik bezocht hem een aantal avonden per week, soms waren er nog andere jongens bij en hadden we hele gezellige uurtjes,al vond ik hem nogal knuffelig. Regelmatig heeft hij met mij gemediteerd, waarna nog wat gesproken werd en ik bij het weggaan nog een kus kreeg, die zich naar mijn idee meer uitte als een zoen. ‘God is liefde’, zo waren dan zijn woorden. Ik zocht er niet zoveel achter en had het gevoel van wederzijds begrip en genoot van de rust die ik vond. Het was bij hem lekker op de bank.We waren het gewoon een arm van hem om de schouder te krijgen als je naast hem zat. Na verloop van tijd begon mij op te vallen dat hij regelmatig zijn hand vast op zijn kruis had en was ook wel eens overduidelijk dat hij gewoon een stevige erectie vasthad.Ik kon het niet laten daar eens een geintje over te maken,maar dat werd door de andere jongens niet gewaardeerd, ik mocht niet met de pater spotten, ik had immers die positie niet. Nou ja, zelf wetende dat je wel eens met een erectie zit, besteedde ik er verder niet zoveel aandacht meer aan. Misschien hadden ze wel gelijk, waarom zou ik met die aardige man spotten? Hij was zo hartelijk en gastvrij. We hadden het bij hem echt leuk. Dus weliswaar een beetje vreemd,maar hij viel je er verder niet mee lastig en zag ik er geen bedreiging in en als je alleen bij hem was leek hij ernstiger,kon je fijn met hem praten of mediteren.Echter een periode later, groep4, toen ik na zo,n avondje op de bank als enige achterbleef met de pater in erecte toestand naast me, zijn omarming wat steviger werd en ik middels ‘Godsbedoelde kusjes’ terechtkwam in een knuffelpartij, die hij ondanks zijn lichamelijke opwinding nog steeds als onschuldig wilde doen overkomen: ‘God vond mij een lieve jongen’. Hij werd opdringerig en zijn omarming dwingender, zijn hand had zijn broek om zijn erectie vast en ik zag hoe zijn lid bewreef en kneedde. Ik kon wel raden wat er stond te gebeuren en voor ik me er aan kon onttrekken merkte ik dat hij klaarkwam ,zich hijgend en met veel toneel, huilend aan mij vastklampte. Langzaam verslapte zijn greep, kwam ik los en stond hevig geschrokken naar hem te kijken. Nog nahijgend staarde hij afwezig voor zich uit en zei even later alsof er niets gebeurd was dat het voor hem bedtijd was en ik maar moest gaan. Ik voelde me er zeer ongemakkelijk over geschrokken en in de war ben ben ik toen gegaan. Ik ben niet meer bij hem op bezoek geweest. Ik was bang om met wie dan ook hierover te praten zelfs niet met een geintje uitbroberen. Ik stuitte dan direct op weerstand, men was vol lof over Pr. Landric alhoewel ik me altijd heb afgevraagd of in mijn periode ik dan enige was die zoiets had meegemaakt met de pater. Er waren wel vaker jongens alleen met hem op die bank achtergebleven, als anderen wat eerder weggingen.Het is me nooit gelukt dat besproken te krijgen. Bij leidinggevenden met zoiets aankomen was helemaal geen optie. Uit schaamte durfde ik dit ook niet met mijn ouders te bespreken en was ook bang dat ze zouden denken dat ik weer iets zou verzinnen, net als het reisgeldverhaal en mijn uitleg over de vermeende diefstal van het pick-up element en als ik uitte het daar helemaal niet naar mijn zin te hebben. In hun ogen allemaal smoesjes om de aandacht van mijn slechte schoolprestaties af te leiden en dat ik maar ondankbaar was en geen respect toonde voor de door hen geboden mogelijkheid om mijn middelbare school naar behoren af te maken. Tijdens de godsdienstlessen en nog ander contact met de pater merkte ik dat hij mij negeerde,sinds ik niet meer bij hem op bezoek kwam. Jongens uit de groep hebben mij nooit gevraagd waarom ik daar niet meer kwam.

Ik kan niet helemaal inschatten welke gebeurtenissen en wendingen nu de meeste invloed op mij hebben gehad; het geweld van een stel puberale haantjes,de extreme tucht van het instituut,de incapabele leerkrachten, zo was er een leraar Duits die naar willekeur iemand eruit stuurde als hij werd gestoord bij het invullen van zijn Lotto-formulieren lekker belangrijk bij het lesgeven Pr.Landric de fascistoïde jeugdleiders. Het meest vervloek ik de Hr.H. die mij regelmatig willens en wetens zo hard heeft laten barsten in situaties waarin ik ernstig afhankelijk was van zijn oprechtheid over zijn aandeel daarin, met de nodige gevolgen voor mij binnen de groep of voor mijn relatie met mijn ouders. Ook het plezier waarmee Br. Leonardus mijn verdriet en hulpeloosheid van de hand wees staat nog diep in mijn geheugen gegrift, je werd gewoon belachelijk gemaakt. Het meest heb ik last van de onrechtvaardigheid, het geweld van leidinggevenden, het gelieg, het ontkennen,de vernederingen. Ik ben uiterst gevoelig voor de intentie van mensen, functioneer nog steeds moeilijk binnen teams, ben erg gevoelig voor intrige en oneerlijkheid en zie dat vaak eerder dan wellicht nodig is en ben ik angstig voor doortrapte systemen en ambtelijke molens. Hetgeen mijn sociale en maatschappelijke ontwikkeling altijd erg in de weg heeft gestaan. Sinds mijn verblijf heb ik last van ernstige migraine, waarvan het voor mij ook de vraag is waar ik dat aan te danken heb, maar dat laat zich wellicht raden. Tot op heden had ik altijd de indruk dat als ik iemand ook maar iets hierover vertelde ik als zielepiet die over een moeilijke jeugd zeurt zou worden afgedaan. Vandaar dat ik altijd een nogal stoere of harde houding over mijn verblijf in Bleijerheide heb gehad. Zelfs verzon ik dingen omtrent mezelf over hoe kranig ik me had geweerd,om mijn angsten en wellicht lafheid in die periode te verbloemen. Ik pakte ze allemaal terug, in plaats van te vertellen hoe vaak ik bang en verward in mijn bed heb liggen te janken om de klappen die ik kreeg en de vernederingen die ik heb moeten doorstaan .Helaas heeft dit ook als resultaat gehad dat in mijn fantasie veel herinneringen zijn verdrongen, zo ben ik erg slecht in namen van broeders en leraren. Van mijn schoolgenoten zou ik enkele namen kunnen noemen, maar toch opvallend beperkt. Bovendien wil ik daar voorzichtig mee zijn.Van diegenen van wie ik slaag heb gehad stel ik niet hen, maar het instituut aansprakelijk vanwege het foute voorbeeldgedrag en het gedogen van de gevolgen daarvan. Mede door de extreme internaat tucht heerste er onder de internen een sociale structuur die je in een gevangenis zou kunnen verwachten, niet echt een gezonde bijdrage voor iemands persoonlijke ontwikkeling en welzijn, althans zeker niet voor die van mij. Terwijl het pensionaat de plicht had die kwaliteit te bieden Mijn grieven gaan dus ook enkel naar het instituut. We waren een jaar of 15 tenslotte, maar, het instituut was verantwoordelijk voor ons welzijn. Daarin is het ernstig tekort geschoten. Ik werd eind 4e klas MAVO in de tentamentijd ik stond er al slecht voor door de wiskundeleraar uit de klas gestuurd. Ik moest glimlachen om iemand die bijna struikelde Ik werd wegens wanprestatie van school gestuurd.

Uit schaamte en angst heb ik tijdens mijn verblijf mijn ervaringen en slechte schoolprestaties nooit uitvoerig met mijn ouders besproken. Bij een tipje van de sluier kreeg ik al snel, vooral van mijn vader te horen dat ik niet zo zielig moest doen dat het mijn laatste kansen waren en dat het allemaal al duur genoeg was en meer respect moest tonen voor het door hun gebodene. Eenmaal weer thuis wonend kon ik aan de ongeschoolde arbeid ,maar was mijn plek mij niet meer gegund.Ik had geen recht van spreken, ik was maar een ondankbare, onbetrouwbare arbeider,waar vooral mijn vader zich voor schaamde en liever niet mee aan tafel zat. Die constante vernedering zat zijnde ben ik op mijn 17e uit huis gegaan. Tussen mij en mijn vader is het eigenlijk nooit meer goed gekomen,waarvan ik weet dat hij daar minstens net zoveel verdriet van heeft gehad als ik. Ik geloof nog steeds dat mijn ouders mij met de beste bedoelingen naar het pensionaat hebben gestuurd, echter totaal niet in de gaten hadden, wat er met hun zoon gebeurde. Geen idee hadden hoe ik mijn verblijf als pure terreur heb ervaren.Op latere leeftijd,mijn vader is inmiddels overleden, heb ik mijn moeder nog wel eens verteld dat ik het niet zo,n handige zet van hen vond en dat ik daar niet gelukkig was. Ze was zeer verbaasd, ik wou het toch zelf? Ik had er gewoon met de pet naar gegooid en moest niet de fout bij hen of het pensionaat zoeken. Nog steeds overtuigd van haar beste bedoelingen heb ik het daar maar bij gelaten, ik zou haar onnodig kwetsen op haar oude dag. Ze moest eens weten hoe zeer zij zich vergist hadden in het door hen gestelde vertrouwen in het instituut omtrent de zorg en het welzijn van hun zoon. Een en ander heeft er toe geleid dat ik allergisch ben voor de beste bedoelingen.Zelfs als die nog zo oprecht blijken ben ik zeer wantrouwend. Dit maakte het erg moeilijk om me door de maatschappij te laten omarmen en heeft me tot een depressieve einzelganger gevormd,zelfs binnen mijn nu tweede huwelijk en gezin.

Beste Bert, ik wil dit graag aan je kwijt,omdat ik ten eerste hoop,dat Mea Culpa een platform is waar ik mijn verhaal in volle omvang kwijt kan zonder weer te worden belemmerd door het gevoel een beetje te mekkeren over een moeilijke jeugd. Ik ben in mijn twintiger jaren via mijn werk al eens door een psycholoog gehoord. Die wist me al snel te vertellen wat er met mij aan de hand was ‘Ik was geen man’. Ook hoop ik hierin een instantie te hebben gevonden die pas werkelijk kan beoordelen welke schade ik heb geleden en of er nog sprake kan zijn van herstel na zo veel jaren. Zoals gezegd hebben er al eens onderzoeken plaatsgevonden, maar heb ik nooit het gevoel gehad , dat mijn relaas in volle omvang werd ontvangen en / of werd begrepen wat dit alles met een mens kan doen, ook omdat ik me daar nooit goed over heb kunnen uiten.

Voornoemde situaties zijn voor mij de duidelijkste herinneringen, er is nog veel meer, maar schimmig, over drankmisbruik, aanwezigheid van drugs hasj, speed, valse onkostendeclaraties door het instituut etc. Hopende een bijdrage te zijn in je dossier ter aansprakelijkheid stelling, wil ik graag eens contact met je opnemen,om te kunnen praten.

In afwachting, met vriendelijke groeten, A. d K, de Witte.

Telt u even mee?

17 broeders, 1 Pater

18 geestelijken die zich vergrepen hebben aan kinderen op een en hetzelfde internaat St Maria ter Engelen te Bleijerheide voor wat betreft seksueel misbruik en/of lichamelijke mishandeling

1 Broeder Monulphus (ziekenbroeder Bulletje)

2 Broeder Eymard (Dino)

3 Broeder Servatius (LS prefect)

4 Broeder Otho (wasserij/ fotograaf, de bonte hond)

5 Lebuinus (de heilige; bakkerij/ slaapzaal)

6 Pater Landric

7 Broeder Mansuetis

8 Broeder Vincent

9 Broeder Leonardus

10 Broeder Valentinus (lange Tinus)

11 Broeder Stephanus (VK)

12 Crispinus (overgeplaats Gemmenich, Belgie)

13 Broeder Jacobus (o.a slaapzaal toezicht)

14 Broeder Alphons (Funske, de Funs)

15) Broeder Lucas poging tot doodslag

16) Broeder Eligius

17) Broeder Wenceslaus

18) Broeder Philippus (Flipper)

Persoonlijke voetnoot!

Het is de kerk van mijn moeder en de kerk van mijn Oma. Mijn Oma een oprechte, overtuigd gelovige, ze was op haar mooist wanneer zij bad. Katholiek tot op het bot, en in haar oneindige liefdesziel vergeve mijn aanval op het huichelachtige bolwerk van de kerk. Maar dit lieve Oma is 'Het verwaarloosde verleden van de Engelen jongens'.

Bert Smeets


 •  HOME •  fabrique de silence •  bio bert smeets •  contact •  press •  multimedia •  dossiers •  contributions •  oproepen •  BLOG • 

eXTReMe Tracker