VERENIGING TOT PLAATSELIJK NUT

Departement Hoogezand-Sappemeer
van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen


Vereniging voor cultuur en educatie sinds 1849


HISTORIE







De Vereniging tot Plaatselijk Nut werd opgericht op 3 december 1849.
Zij heeft een buitengewoon rijke historie, waarvan nog maar weinig te boek is gesteld.
Om u een indruk te geven van die rijke historie onderstaand een artikel, dat in mei 2000 verscheen in "Pluustergoud" nummer 11,
het blad van de Historische Vereniging Hoogezand-Sappemeer en Omstreken.



DE MAATSCHAPPIJ TOT NUT VAN 'T ALGEMEEN

IN HET BIJZONDER TE HOOGEZAND-SAPPEMEER




INLEIDING:

Op 3 december 1999 bestond de "Vereniging tot Plaatselijk Nut" te Hoogezand-Sappemeer 150 jaar. Dat jubileum mocht natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan en werd in besloten kring uitbundig gevierd. !50 jaar betekent een der oudste verenigingen in Hoogezand-Sappemeer, misschien wel de oudste. 150 jaar betekent een rijke historie. Er bestaat geen algehele geschiedschrijving over de vereniging, wel zijner enkele geschriften waarin delen der historie zijn belicht. Ergo: de geschiedenis van "het Nut" in Hoogezand-Sappemeer is nog een open onderwerp voor historisch onderzoek. Het onderhavige artikel geeft slechts een indruk over de historie van de vereniging. Het is bij lange na niet volledig. Het is bepaald niet uitputtend.

TIJDSBEELD:
De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen werd op 16 november 1784 te Edam opgericht door Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806), doopsgezind predikant te Monnikendam, samen met zijn zoon Martinus Nieuwenhuyzen (1759-1793), pedagoog-geneesheer-dichter-patriot-menist. Zoon Martinus werd de eerste secretaris van de Maatschappij. Het was het laatste kwart van de 18e eeuw, de tijd der Verlichting.


            

Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806)                                    Martinus Nieuwenhuyzen (1759-1793)


Deze tijd der Verlichting werd gekenmerkt door groot vertrouwen in de mens en het menselijk kunnen. De menselijke rede was dč stimulerende factor voor het menselijk handelen. Het was de tijd van grote veranderingen in de wereld, waarin men vol vertrouwen naar de toekomst keek. Op tal van gebieden waren er ingrijpende wijzigingen uitgaande van de menselijke rede. Grote filosofen verklaarden de wereld en het handelen van de mens vanuit het nieuwe begrip, de rede. In tegenstelling tot voorheen meende men, dat niet god of de koning bepaalde wat goed en slecht was, doch dat de mens dit onderscheid van nature had meegekregen, ieder mens, dus mocht ook ieder mens daarover meedenken en meepraten. Filosofieën, die in het recht leidden tot de natuurrechtsleer, het recht was van nature aan de mens gegeven, goed en kwaad waren door de natuur aan de mens ingegeven.

In het recht was het ook de tijd van de grote codificaties. Men vond dat men het recht in wetboeken bijeen moest brengen en niet zoals daarvoor al dan niet vastgelegd in ad hoc wetten en regelingen, afkomstig van de koning. In tegenstelling tot wat men vaak beweert is de codificatie van Napoleon, de Code Civil, zeker niet de eerste codificatie geweest. Het was een algemeen europees verschijnsel, dat zich al ver voor die codificatie van Napoleon voordeed. De eerste echte codificatie kwam reeds in 1756 tot stand in Beieren, "het Beiers Landrecht". In Amerika was er de "The Unanimous Declaration of thirteen United States of America" en "The Bill of Rights". Een tijd van voor velen nog altijd bekende namen als Jean Jacques Rousseau (totalitaire democratie, het referendum) en Montesquieu (scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht).

In Europa heerste een geest van vernieuwing. Uitgaande van de rede meende men, dat de mens zelf moest beslissen en dat men niet langer kritiekloos de bestaande wereld moest aanvaarden. Het gezag van de kerk werd niet langer zondermeer aanvaard. Op politiek terrein aanvaarde men niet langer het absolute gezag van de vorst, waarvan als bekendste voorbeeld kan worden genoemd de franse revolutie, in oorsprong een opstand van de burgerij tegen de macht van de absoluut regerende koning. Ook in micro-maatschappelijke zin deden zich die veranderingen voor.

De gegoede burgerij meende een bijdrage te moeten leveren aan een verbetering van de samenleving en op tal van terreinen werden verenigingen opgericht om die samenleving te verbeteren. Verenigingen, die in die tijd vooral genootschappen of maatschappijen werden genoemd. Als U heden ten dage verenigingen tegenkomt die in hun naam het woord "maatschappij" voeren, dan kunt U vrijwel zeker zijn, dat die verenigingen zijn opgericht rond 1800. Een paar voorbeelden uit onze eigen omgeving. De "Maatschappij tot Verbetering van Woningtoestanden", een woningbouwvereniging te Groningen, opgericht in 1780; de "Maatschappij voor Nijverheid en Handel", opgericht in 1777 en de "Maatschappij tot Nut van 't Algemeen", opgericht in 1784.

In die tijd bestond de samenleving nog grotendeels uit analfabeten en een klein handje vol mensen, die konden lezen en schrijven. En juist lezen en schrijven zo vonden enkele verlichte geesten was een voorwaarde voor de moderne mens om zich te ontwikkelen tot een redelijk wezen. Scholen, bibliotheken, gezondheidszorg waren allemaal onbekende zaken voor 90 % der bevolking; de verzorgingsstaat zoals wij die nu kennen was nog zeer ver weg. Ik denk, dat men Nederland in die tijd het best kan vergelijken met het Rusland van voor de revolutie in 1917 of met Albanië van 10 jaar geleden of nog recenter de situatie, zoals die thans bestaat onder de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. De primaire doelstelling van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen was volksontwikkeling, met een modern woord zou men dit streven thans aanduiden met "emancipatie".

DE MAATSCHAPPIJ TOT NUT VAN HET ALGEMEEN (landelijk):

Het Nut was in die dagen en eigenlijk nog tot de Tweede Wereldoorlog een vereniging, waarvan de leden voornamelijk voortkwamen uit de gegoede stand, die zich ten doel stelden het volk (de minvermogenden of de werkende klasse) te verheffen, het volk dat in die tijd nog meestal in zeer ellendige omstandigheden moest ploeteren om het dagelijks brood te verdienen. In de loop der tijd hebben de activiteiten van het Nut zich ontwikkeld in vele richtingen. Onderwijs, spaarbanken, verzekeringen voor het volk, bibliotheekwezen, de aanleg van volkstuinen, allemaal zaken om vooral het volk te ontwikkelen zodat zij een betere toekomst zouden hebben. Initiatieven, die later allemaal tot de "gewone" verzorgingsstaat zijn gaan behoren. Dat het Nut daarbij bepaald onzelfzuchtig kan worden genoemd blijkt uit het feit, dat de vereniging vanaf den beginne bij de overheid heeft aangedrongen om deze zaken vanuit de overheid te regelen. De lijst van initiatieven, die het Nut in de loop der jaren heeft ontwikkeld is zo gigantisch, dat men zich dat nu, nu al deze zaken gemeengoed zijn geworden, nog maar moeilijk kan voorstellen.




Een willekeurige bloemlezing:
· het Nut stimuleerde de invoering van het tientallig stelsel voor berekening van munten en maten,
· het Nut voerde als eerste actie tegen de wantoestanden in de gevangenissen,
· reeds in 1799 dringt het Nut aan op invoering van een vaste spelling van het Nederlands, in 1806 in de wet vastgelegd.
· de eerste spaarbank was een uitvinding van het Nut; men wilde de "kleine luiden" stimuleren tot sparen om zo geld opzij te leggen voor tijden van ziekte en honger (WW en Ziektewet bestonden nog niet),
· het bibliotheekwezen was een uitvinding van het Nut, eerst gestart als leeszalen later met de mogelijkheid om boeken te lenen.

Het Nut werd de grote voorvechter van algemeen onderwijs. Zo was bijvoorbeeld de eerste schoolwet van 1806 een product van het Nut. Het stichtte overal in den lande modelscholen voor lager onderwijs, onderwijzers en onderwijzeressen werden opgeleid en werd materiaal vervaardigd om onderwijs te geven, talloze schoolboeken werden door het Nut uitgegeven. Hoewel zulks in Noord Nederland minder bekend is, zijn er nog altijd tal van Nutsscholen in den lande, zo zijn er in Brabant en Limburg, waar het onderwijs vrijwel geheel katholiek is nog heden ten dage tal van Nutsscholen in handen van plaatselijke nutsverenigingen, eigenlijk het openbaar onderwijs. Als men niet katholiek is, gaat men daar naar een Nutsschool.
· De eerste bewaar- en kleuterscholen waren nutsscholen.
· De invoering van het gymnastiekonderwijs was een uitvinding van het Nut.
· Het eerste huishoudonderwijs (toen nog naai- en breischolen) werd verzorgd door het Nut.
· Het voortgezet onderwijs (toen nog herhalingsscholen genoemd) werd door plaatselijke nutsverenigingen gesticht.
· De Amsterdamse Toneelschool werd door het Departement Amsterdam opgericht.

En nog tot in deze tijd stimuleert het Nut de groei van het onderwijs. Na de Tweede Wereldoorlog, toen inmiddels het onderwijs van de kinderen door de overheid was overgenomen, is het Nut begonnen met de oprichting van de eerste vormingsinstituten voor volwassenen. In 1959 werd het eerste echte studieboek voor vormingswerk het "Handboek voor sociaal-cultureel vormingswerk met volwassenen" uitgegeven door het Nut. Nog is in vele plaatsen in Nederland het vormingswerk in handen van het Nut, hoewel in vele plaatsen het initiatief is overgenomen door afzonderlijke stichtingen voor vormingswerk, thans geheel gesubsidieerd door de overheid.

Aldus zou men nog vele pagina's kunnen beschrijven over de talloze zaken, die in de inmiddels 200 jaar door het Nut zijn geďnitieerd. Ik noemde nog niet de talloze boeken, die door het Nut zijn uitgegeven, de voorschot- en kredietbanken om de middenstand aan startkapitaal te helpen, de bijzonder leerstoel, die door het Nut in 1984 werd ingesteld aan de Universiteit te Utrecht, thans bezet door Prof.dr. N.L. Dodde, buitengewoon hoogleraar in de geschiedenis van het onderwijs.

DE VERENIGING TOT PLAATSELIJK NUT TE HOOGEZAND-SAPPEMEER:

Het midden van de 19e eeuw was een tijd van redelijke bloei en welvaart in de plaatsen Hoogezand en Sappemeer. Nijverheid en industrie, in het bijzonder de scheepsbouwindustrie en haar toeleveringsbedrijven (smederijen, touwslagerijen, zeilmakerijen) maakten een periode van grote bloei door. Die welvaart was betrekkelijk eenzijdig. De werknemers, toen nog arbeiders genoemd, deelden zeker niet in die welvaart; sociale voorzieningen bestonden al helemaal niet. Werd iemand ziek, invalide of kon hij door ouderdom niet meer werken, dan was hij en zijn gezin meestal verstoken van inkomsten. De arbeids- en leefomstandigheden waren wel van die tijd, maar bepaald niet rooskleurig.




Koningsgang te Foxham omstreeks het midden van de 19e eeuw


Tijdens een bijeenkomst van vooraanstaande lieden in Hoogezand en Sappemeer op 3 december 1849 werd een lezing gehouden over "De vloek der zonde en de zegen der liefde", waarin deze wantoestanden werden belicht vanuit een in die dagen onbekend gezichtspunt, wat wij nu solidariteit met de medemens zouden noemen. Min of meer spontaan werd door enige aanwezigen besloten de "Vereniging tot Plaatselijk Nut" op te richten "tot verbetering van den zedelijken en stoffelijken toestand der minvermogenden Volksklasse", zoals wij in de notulen van die vergadering lezen. Uit de vergaderring werd een bestuur gekozen, dat bestond uit:
- voor Hoogezand: S. Blaupot ten Cate (voorzitter), M.J. ter Haseborg (secretaris), ds. J. Marissen van Loon, Gordon Spandaw, J.W. Huisman, S. Meihuizen, A.P. Barends;
- voor Sappemeer: ds. J. Bakker, J.G. Klunder, T.S. Bakker, O. Oving (penningmeester), ds. P. Feenstra, S.J. van der Goot en D. Romkes.

Die vereniging bestaat nog steeds en is nog steeds actief, hoewel haar activiteiten thans van geheel andere aard zijn dan in het roemruchte verleden. De geschiedenis van de plaatselijk nutsvereniging loopt in grote lijnen synchroon met de landelijke ontwikkeling van het Nut. Ik kan die geschiedenis het best belichten door een beeld te geven van de instellingen, die door Het Plaatselijk Nut zijn opgericht en onderhouden.

Direct in 1849 werd een Fonds voor Ziekte en Ouderdom opgericht, de eerste ziekte- en ouderdomsverzekering. U weet, zaken die pas na de Tweede Wereldoorlog door de overheid in algemene sociale wetten werd georganiseerd. In 1850 begon de vereniging met de Nieuwjaarsbedeling om het in die dagen gebruikelijke "nieuwjaarslopen" te voorkomen. Er werden op grote schaal voedselpakketten uitgedeeld aan de allerarmsten van de bevolking. Een situatie, die pijnlijk doet denken aan de acties die enige jaren geleden werden gehouden voor hongerend Rusland. Deze nieuwjaarsbedeling is in 1917 (het jaar van de Russische revolutie!) gestaakt, kennelijk omdat het toen niet meer nodig was. Ook in 1850 werd in Martenshoek en Sappemeer een Naai- en Breischool opgericht, de voorloper van de latere huishoudscholen. Deze scholen hebben tot 1922 bestaan. In 1851 werd de Nutsspaarbank opgericht. Wie herinnert zich niet uit zijn eigen schooltijd het zegeltjesplakken op school (de bijtjes). Om U een beeld te geven van het belang van deze plaatselijke bank: in 1924 had deze een eigen vermogen van f. 1.394.475,89˝, hetgeen nu enige tientallen miljoenen zou zijn.




Het gebouw links, de eerste Nutsbewaarschool te Martenshoek


In 1852 werden in Sappemeer en in 1853 te Hoogezand bewaarscholen opgericht. Eerst in gehuurde lokalen, maar in 1897 kreeg de Bewaarschool Sappemeer een eigen gebouw, in 1900 de Bewaarschool te Martenshoek en in 1912 de Bewaarschool aan de Kalkwijk te Hoogezand.
In 1868 werd in Hoogezand als in Sappemeer een begin gemaakt met herhalingsscholen, het eerste voortgezet onderwijs. In 1917 werd dit onderwijs gestaakt, omdat inmiddels door de Leerplichtwet het door de overheid gefinancierde openbare onderwijs zijn intrede had gedaan.
In 1905 werd een zogenaamde Handelscursus gestart, al snel overgaand in de Nuts-Handelsavondschool, de voorganger van wat nu de School voor Detailhandel heet.
De Nutsbibliotheek werd ook al in 1854 opgericht. Op 1 juli 1961 (!) werd deze bibliotheek voor het symbolische bedrag van f. 1,-- in eigendom overgedragen aan de gemeente Hoogezand-Sappemeer.

De Nutsbibliotheek was samen met de Nutsspaarbank en het centrale bureau van de Vereniging tot Plaatselijk Nut gehuisvest in het "Nutsgebouw", een pand dat in 1931 door de vereniging is gebouw in het toen nieuwe uitbreidingsplan Hoogezand, nu het Oosterpark. Het staat er nog steeds, er zijn nu appartementen in gevestigd, op de hoek van de Burgemeester Bartelsstraat en ........ de Nutsstraat.



                Nutsgebouw Oosterpark Hoogezand
Vele zaken, die de Vereniging tot Plaatselijk Nut in de periode van haar 150-jarig bestaan heeft geďnitieerd en beheerd zijn nog onbesproken gebleven. Veel is nog te beschrijven over aantallen leerlingen, de vele leraren en leraressen in dienst van het Nut (er waren jaren dat het Nut meer dan 20 mensen in loondienst had). Ook onbesproken bleef de aankoop en verhuur van tuingrond in Sappemeer voor volkstuintjes, de teken- en rekencursussen, de esperanto-cursus al vanaf 1923, de volksbank voor kredietverstrekking aan de middenstand, opgericht in 1911, de door het Nut georganiseerde handels-tentoonstellingen etc. etc.
De bibliotheek werd verkocht aan de gemeente en is nu de Openbare Bibliotheek "Boekhoven". De Nutsspaarbank werd verkocht aan de Bondsspaarbank, daar plukken wij nog heden de vruchten van. De scholen werden of gesloten of ondergebracht in nieuwe instellingen, zoals in 1952 toen de Nuts-handelsavondschool werd overgedragen aan een nieuwe stichting "Middelbare Handelsavondschool", toen opgericht door het Nut, de Handelsvereniging Hoogezand-Sappemeer en de gemeente, een stichting die inmiddels ook al niet meer bestaat.

De Vereniging tot Plaatselijk Nut voor Hoogezand-Sappemeer bestaat nog steeds. Het is nu een culturele vereniging, die maandelijks nutsavonden organiseert over talloze onderwerpen. Toch is het element van hulp en bijstand niet geheel verdwenen. Nog steeds verleent het Nut geldelijke steun aan goede doelen, zoals de jaarlijkse Kerst-Inn en sinds enige jaren het Herinnerings-centrum Westerbork. Ook nieuwe ontwikkelingen worden vanuit de oude traditie nog steeds, zij het in aanzienlijk mindere mate, gestart. Zo werden bijvoorbeeld in 1988 en 1989 door het Nut filmavonden georganiseerd, die het jaar daarop werden overgenomen door de toen opgerichte Filmliga Hoogezand-Sappemeer.

Bovenstaand heb ik getracht een beeld te geven van de mijns inziens roemruchte geschiedenis van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, in het bijzonder van de Vereniging tot Plaatselijk Nut te Hoogezand-Sappemeer. Het is niet meer dan een inleiding of overzicht van die geschiedenis. Een uitputtende beschrijving zou in omvang vele malen groter zijn; zou te omvangrijk zijn. Aanvullingen en archiefmateriaal zijn van harte welkom, want ….. ooit hoop ik de tijd te vinden die roemruchte geschiedenis volledig op schrift te stellen.



mr. M.M. Rietveldt,
voorzitter van de Vereniging tot Plaatselijk Nut,
Departement Hoogezand-Sappemeer van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.












terug naar inhoud nut-hs