Haarlem is stokoud.
Dat bewijst het feit dat er veel
potscherven van rond
het jaar 1000 zijn gevonden.
De kogelpotten, om in
smeulend as te zetten,
stammen uit de periode
na 1100. Rond 1325 krijgt
de kogelpot pootjes...
om op tafel te zetten.
Tetterode ligt aan de duinrand aan het
einde van de Zijlweg (zijl betekent sluis). Onder stroomt een duinrel,
nu Brouwersvaart.
De Zijlweg (bekend van monopolie) voert
vanaf het stadhuis aan de
Markt in Haarlem (rechts) tot Tetterode
/ Overveen (links).
Het
klei uit de omgeving van Haarlem was uitstekend van kwaliteit en hoefde
niet gemengd te worden om er potten mee te bakken. De klei uit Leiden en
Delft bevatte minder duinzand dan de klei in Haarlem. Na 1245, toen Haarlem
stadsrechten kreeg, werd meer luxe aardewerk gemaakt. De potten kregen
glazuur, stempels en graveerwerk. Haarlem was destijds de enige plek in
Holland waar aardewerk twee keer werd gebakken.
Tot 1650 had Haarlem
belangrijke pottenbakkers mede doordat er in en rond
Haarlem veel kapitaalkrachtige afnemers waren. Haarlemmers
verhuisden naar Amsterdam, Delft en
Rotterdam om er nieuwe majolicabedrijven te
starten. Haarlem springt boven het landelijk gemiddelde
uit in de tweede helft van de dertiende eeuw, er
wordt zelfs hoogversierd aardewerk gemaakt. In
de tweede helft van de vijftiende eeuw wordt
tinglazuur aardewerk gebakken.
Een kan met een
adellijke dame onder
een gotische boog.
Het aardewerk versierd met
kransjes stamt uit de periode
1250 tot 1300 en is
gevonden in de
Frankestraat
in Haarlem.