Home

De militaire carrière van John Norris
circa 1547 - 1597
Black Jack is overtuigd tegenstander van de koning van Spanje

In 1571, dient Norris als vrijwilliger onder admiraal Coligny aan protestante zijde in de burgeroorlog in Frankrijk. Twee jaren later is hij kapitein onder de eerste Graaf van Essex, Walter Devereux (1539 – 1576 foto). De graaf probeert een kolonie in de Ierse provincie Ulster te vestigen. Norris toont er zijn militaire vaardigheden en redt het leven van zijn oudere broer, William.

In juli 1575 dient hij onder Francis Drake. Zo'n 1150 mannen in drie fregatten landen bij Carrickfergus op Rathlin Eiland, waar 600 vrouwen, kinderen en oude mannen naar het kasteel vluchten. De verdediging van het eiland breekt na vier dagen. Veel Ieren vinden de dood. Norris bouwt een fort op het eiland, maar moet binnen drie maanden met zijn troepen uitwijken naar Dublin. Een Engelse kolonie beginnen mistlukt.

Rechts: Zo'n 700 vrouwen, kinderen en ouderen vluchten voor de Engelse troepen in het kasteel en worden na een belegering van vier dagen vermoord.

Ruïne van Rathlin
Norris is tweede zoon, geboren in Yattendon, Berkshire. Zijn grootvader zou minnaar zijn van Anne Boleyn, de moeder van Elizabeth I. De vader van Norris is lijfwacht van de jonge prinses. De prinses noemt de moeder van Norris de Zwarte Kraai (Black Crow). Norris groeit op met vijf broers, enkele van hen vechten in de oorlogen van Elizabeth.

In 1577 leidt Norris Engelse vrijwilligers naar de Lage Landen, waar hij vecht voor de Staten Generaal tegen de Spaanse koning Philips II. In de slag bij Rymenant worden zijn mannen verslagen door 3000 troepen van Don Juan van Oostenrijk, de broer van koning Philips. Norris is een gevaarlijke vechter. In augustus 1578 sterven drie van zijn paarden terwijl hij er op rijdt.

In 1579 werkt hij met een Franse leger samen en in februari 1580 ontzet hij Steenwijk dat belegerd wordt door Rennenberg. Hij voert een guerrillaoorlog tegen Spanje rond Meppel. Door deze successen wordt hij bekend in Engeland. Norris verliest op 1 september 1581 de strijd bij Noordhorn vlakbij Groningen die hij samen met Lodewijk Willem van Nassau uitvecht. Zijn naam wordt nu vaak genoemd in Engeland.

Munster in Ierland

In maart 1584 verlaat Norris de Lage Landen en in juli is hij weer in Ierland. Hij wordt president van de provincie Munster en volgt zijn broer Edward op.

Norris spoort Engelse kolonisten aan naar Munster te komen. Maar de toestand is ellendig. Veel soldaten laten hem in de steek en vertrekken naar de Lage Landen.

Norris begeleidt in september 1584 de afgevaardigde van Ierland, John Perrot en Thomas Butler, de derde graaf Van Ormonde, in Ulster om de Schotten uit de Route en de Glynns te verdrijven. Hij helpt mee vijftig duizend stuks vee in het bos van Glenconkyne te drijven om de vijand van eten te beroven.

De campagne is niet succesvol. De Schotten vluchten naar Kintyre, maar wanneer Norris terugkeert naar Munster, gaan de Schotten weer naar Noord-Ierland. Norris moet in 1585, voor de opening van parlement, naar Dublin. Hij vertegenwoordigd Cork voor de koningin. Hij klaagt dat hij ondertussen geen nieuwe campagne in Ulster kan beginnen.

Aarschot. Mechelen, Leuven en Brussel

Boven:
Aerschot of Aarschot ligt ten noorden van Leuven. Links onderin ligt Brussel en de roodgekleurde plaats ten noorden van Brussel (Bruxellensis) ligt Mechelen (rechtbovenin). Atlas van Blaeu.

Anglo-spaans Oorlog
Na het verlies van Antwerpen, spoort Norris de Nederlandse protestanten aan te blijven vechten en gaat er zelfs naar toe. Het presidentschap van Munster draagt hij aan zijn broer, Thomas, over. Hij snelt in mei 1585 naar Londen om een campagne in de Lage Landen voor te bereiden. In augustus leidt hij een verdedigingsleger in opdracht van de Staten Generaal. Hij stormt een fort bij Arnhem. De Engelse koningin is ongelukkig met deze aggressie.

Zijn Engelse leger vecht een dag tegen de soldaten van de hertog van Parma bij Aerschot en blijft een bedreiging tot voedsel en geld op zijn. Veel mannen van Norris sterven. Maar onoverwinnelijk lijken de Spaanse troepen niet meer.

Aerschot

Norris verliest veel soldaten bij Aerschot. Hij moet zich uiteindelijk terugtrekken voor Parma, die een flink offensief heeft ingezet in de Lage Landen. Tekening: Atlas van Blaeu.

Graaf Leicester

Boven:
Steven van de Meulen is de vermoedelijke schilder van dit schilderij uit 1560 - 1565 van Robert Dudley, earl (graaf) van Leicester.

In december 1585 komt de graaf van Leicester met een nieuw leger naar de Lage Landen. Tijdens een aanval op Parma krijgt Norris een wond in de borst. Toch slaagt hij er in door te breken tot de Staatse vesting Grave, de laatste Spaanse barrière naar het noorden. Leicester riddert Norris voor deze overwinning tijdens een geweldig feest in Utrecht. John Norris' broers Edward en Henry vieren mee.

Maar door verraad valt Grave weer in handen van de Spanjaarden. Norris laat de verrader doodschieten maar Leicester is daar tegen omdat hij verliefd zou zijn op de tante van de verrader. De twee commandanten blijven ruzie maken waardoor de campagne op een mislukking uitdraait. Leicester klaagt dat Norris hem onvoldoende steunt maar dit goed weet te verbergen.

Norris is duidelijk een betere militaire commandant dan Leicester. De koningin weigert, ondanks aandringen van Francis Walsingham, Norris terug te roepen.

Leicester vraagt Norris in augustus 1586 Utrecht te beschermen. Dat gaat niet zachtzinnig omdat Leicester William Stanley onder het bevel van Norris plaatst. Norris neemt met Stanley in september 1586 deel aan de belegering van Zutphen. Maar de aanval mislukt. Philip Sidney, bevelend officier van de broer van Norris, luitenant Edward in Vlissingen, wordt gedood. Edward neemt aanstoot aan opmerkingen van William Pelham, agent van het leger, over het karakter van zijn oudere broer. Leicester voorkomt maar net een duel met gastheer Van Hohenlohe.

Op zee
Begin 1588 keert Norris terug naar Engeland, waar hij meester in de kunsten wordt aan de universiteit van Oxford. Hij gaat in het kamp van Leicester de komst van de Spaanse Oorlogsvloot voorbereiden en onderzoekt de versterkingen van Dover. In oktober is hij in de Lage Landen als ambassadeur bij de Staten Generaal, waar hij troepen helpt terugtrekken ter voorbereiding voor een expeditie in Portugal.

In april 1588 leiden Norris en Francis Drake een 23.000 mannen sterk expeditieleger (inclusief 12.000 troepen) op een missie naar de kusten van Spanje en Portugal. Coruna wordt verrast en het lager deel van de stad verbrandt als de troepen van Norris 8000 vijandelijke soldaten verslaan. Edward raakt ernstig gewond bij de aanval op Burgos. John redt zijn leven. Norris valt dan Lissabon aan. De vijand trekt snel terug en de expeditiemacht moet met lege handen terugkeren in Plymouth.

Norris schiet in april 1591 met 3000 mannen in Bretagne koning Henry IV van Frankrijk te hulp tegen een katholieke bond. Hij neemt Guingamp en verslaat de Spaans en Frans soldaten bij kasteel Laudran.

Francis Drake (1540-1596) is overtuigt tegenstander van de Spaanse koning. e

Fort Crozon bij Brest in Frankrijk

Boven:
John Norris verliest 1500 soldaten onder wie zijn broer Maximilian in een poging het fort Crozon bij Brest (Frankrijk) in te nemen. Het fort wordt door slechts 200 Spaanse soldaten verdedigd. Norris verlaat Brest aan het einde van 1594.

Een deel van zijn troepen wordt naar de graaf van Essex in Normandië gebracht. Norris kan zijn campagne niet beslissend afsluiten zodat hij in februari 1592 naar Engeland moet terugkeren. Hij is in september 1593 weer in Bretagne om het fort van Crozon bij Brest in te nemen. Zo'n 200 Spaanse soldaten verdedigen het fort.

Norris verliest 1500 mannen, onder wie zijn jongste broer, Maximilian, en hij raakt zelf gewond.

De terugkeer naar Ulster
Norris wordt in april 1595 militair commandant onder de nieuwe afgevaardigde van Ierland, William Russell. Russell is bestuurder van Vlissingen geweest. Norris en Russell hebben een hekel aan elkaar. Robert Devereux, tweede graaf van Essex, wil zijn mannen onder bevel van Norris plaatsen, maar Norris weigert dit. Hij stelt zich onafhankelijk op van de autoriteiten in Ulster. Norris is berucht. Men verwacht dat de opstand instort.

Norris heeft in mei 1595 koorts wanneer hij in Waterford aankomt. Hij mag zijn schip niet verlaten. In juni vertrekt hij uit Dublin met 2900 man infanterie en artillerie. Norris' hoofdkwartier is in Newry.

Kathedraal van Armagh

Boven:
John Norris maakt van Newry in Armagh zijn hoofdkwartier. De kathedraal bouwt hij om tot fort.

Waterford

Boven: Norris heeft koorts wanneer hij in de haven van Waterford aankomt. Hij mag niet van boord.

Hij versterkt de kathedraal van Armagh. Tyrone ontmantelt zijn vesting in kasteel Dungannon en gaat het veld in. Norris legert zijn troepen langs de rivier Blackwater. Tyrone verkent een verre bank. Een reis binnen vijand gebied zou vergeefs geweest zijn. Het blijft rustig.

Zo lang Russell een leger heeft, weigert Norris volledige verantwoordelijkheid te nemen. Norris krijgt de vrije hand Ulster te veroveren. Maar Norris wacht af. Zonder versterking kan hij niets beginnen. Hij beschuldigt Russell hem te hinderen. Russell zou de regering in Londen de onvolkomenheden van het leger verzwijgen.

Norris meldt de secretaris van de koningin, William Cecil, lord Burghley, dat de rebellen veel sterker zijn dan zijn leger. De toestand verslechtert snel.

Norris weigert zijn troepen door de Moyry Doorgang, tussen Newry tot Dundalk (Dublin en Ulster), te laten marcheren. Ze gaan over zee. Meer troepen worden naar Ierland verscheept. Maar Norris klaagt nog steeds dat zijn eenheden bestaan uit oude ploegers en schurken.

De provincie Tyrone in Ulster wil zich overgeven. Maar de Engelse regering weigert de voorwaarden te aanvaarden. Norris kan zijn vijand niet de baas worden en beslist te overwinteren in Armagh in september 1595. Een tweede reis is nodig wegens een tekort aan trekpaarden.

Op de terugtocht in maart wordt hij overvallen in een pas bij Newry. Norris raakt gewond in de arm en zij. Ook zijn broer raakt gewond. De Ierse cavalerie verrast hem op Markethill. Norris zei eens dat de Ierse cavalerie slechts geschikt is om koeien te vangen. De rebellen vallen de Engelsen ook in de Moyry Pas aan, maar de Ieren worden afgeweerd.

Moyry pas

Boven:
De Moyry Pas, tussen Newry en Dundalk is te gevaarlijk, vindt Norris. Newry ligt tegenwoordig in Ierland en Dundalk in Noord-Ierland. Later raakt hij en één van zijn broers er gewond.

De provincie Tyrone in Ulster (Noord Ierland).

Met goedkeuring uit Londen trekt Norris zich terug uit Tyrone, uit angst voor een Spaanse interventie. Er komt een bestand dat in mei 1596 wordt verlengd. In het volgende jaar komt Norris een nieuw bestand overeen. Russell uit felle kritiek. 'Tyrone wint tijd'. Russell vindt de houding van Norris te slap. In mei krijgt Norris te horen dat een Spanjaard in Killybegs Tyrone hulp aanbiedt van koning Philip II maar dat die hulp is geweigerd.

Norris reist in juni 1596 met lord Geoffrey Fenton naar de provincie Connaught om met de plaatselijke bestuurders te onderhandelen. Hij bekritiseert de regering van lord Richard Bingham die de teugels te ver zou laten vieren. Een bondgenoot van Tyrone, Hugh Kuit O'Donnell, verovert kasteel Sligo. Bingham wordt in Dublin gevangen gezet. Norris slaagt er tijdens een campagne van zes maanden de vrede te herstellen in Connaught. Hij gaat noordwaarts naar Newry in december 1596.

Het graf van lord Henry Norris in het noordelijk transcept van de kapel van Sint Andrew Westminster Abbey in Londen. Zijn moeder was Mary Fiennes. En zijn zonen zijn William (- 1579), maarschalk van Berwick, Sir John (?1547 - 1597), een gevierd militair leider, Henry (1554 - 1599), Maximilian ( - 1593) and Sir Thomas (1556 - 1599).

Norris is de situatie beu en voelt zich ziek. Hij wil teruggeroepen te worden. Russell zegt dat Norris zich aanstelt. Volgens een analyse van de toestand in oktober 1596 van de graaf van Essex zou Norris valse hoop geven op vrede terwijl Russell vreest dat de Ierse regering instort.

Uiteindelijk trekt de regering beide mannen eind 1596 terug uit Ulster. Russell moet naar Engeland en Norris naar Munster in Ierland. Maar Norris blijft in Newry onderhandelen over Tyrone. Lord William Burgh vervangt Russell in mei 1597. Burgh kon het met Norris ook niet vinden tijdens een reis in de Lage Landen. Hij ontmoet de nieuwe heer "met veel valse vriendelijkheid".

Dood
Norris keert terug in Munster als president. Maar zijn gezondheid is broos. Hij geeft al snel zijn verantwoordelijkheden op. Hij klaagt dat hij geen erkenning krijgt. Hij kent niemand die "meer bloed in dienst van de koningin heeft verloren dan hij zelf". In het huis van zijn broer in Malve in de provincie Cork, krijgt hij gangreen. Zijn wonden worden slecht verzorgd en hij is teleurgesteld over de onverschilligheid van de kroon voor zijn 26 jaren trouwe dienst. Op 3 juli 1597 sterft hij.

Het wordt algemeen aangenomen dat hij sterft met een gebroken hart. Philip O'Sullivan Beare verklaart dat een dienaar heeft gezien hoe Norris met een duister figuur zijn slaapkamer binnengaat. De dienaar luistert aan de deur en hoort dat Norris een overeenkomst met de duivel sluit. De volgende ochtend vinden dienaars Norris dood in bed.

Het lichaam van Norris is gebalsemd. De koningin uit haar medeleven aan zijn ouders, die enkele zonen in Ierland verloren. Hij is in de kerk van Yattendon in Berkshire begraven. Een monument met zijn afbeelding en een helm, portret door Zucchero, graveerd door J. Fane, werd geplaatst op het Norris monument in Westminster Abdij in Londen.

De erfenis
Sire Charles Blount, lord Mountjoy, de commandant die uiteindelijk Tyrone verslaat, bouwt in 1600 tijdens de negenjarige oorlog, een fort met een dubbele gracht tussen Newry en Armagh. Hij noemt het fort Mountnorris naar John Norris. Volgens Norris zou Ierland alleen gehoorzamen als er een groot garnizoen wordt gestationeerd. Norris trouwde nooit en had geen kinderen.

Bronnen:

  1. Richard Bagwell, Ireland under the Tudors 3 vols. (London, 1885–1890)
  2. John O'Donovan (ed.) Annals of Ireland by the Four Masters (1851).
  3. Calendar of State Papers: Carew MSS. 6 vols (London, 1867-1873).
  4. Calendar of State Papers: Ireland (London)
  5. Nicholas Canny The Elizabethan Conquest of Ireland (Dublin, 1976); Kingdom and Colony (2002).
  6. Steven G. Ellis Tudor Ireland (London, 1985) ISBN 0582493412.
  7. Hiram Morgan Tyrone's War (1995).
  8. Standish O'Grady (ed.) "Pacata Hibernia" 2 vols. (London, 1896).
  9. Cyril Falls Elizabeth's Irish Wars (1950; reprint London, 1996) ISBN 0094772207.
  10. Dictionary of National Biography 22 vols. (London, 1921–1922).
  11. http://wikipedia.org/