Home

Voor de Tachtigjarige Oorlog moet je in Zeeuws Vlaanderen zijn


Jan Blokker laat in maart 2006 bij uitgeverij De Harmonie in Amsterdam het boek Waar is de Tachtigjarige Oorlog gebleven? verschijnen.

Dinsdag 26 september 2006

In de jaren zestig van de vorige eeuw maakte hij samen met zijn kinderen een tocht op zoek naar verwijzingen naar de Tachtigjarige Oorlog. Want, zegt hij in het voorwoord, op de Lagere School werd daar toen nog over verteld en de leerlingen moesten een heleboel jaartallen uit hun hoofd leren.

Toch waren er volgens Blokker ‘in het veld’ weinig verwijzingen te vinden naar die belangrijke periode uit onze vaderlandse geschiedenis. Hij ging op zoek naar iets waar ze houvast aan hadden: een bord, een pijl, een merkteken, maar het liefst natuurlijke gave schansen of eertijds gebruikte werktuigen. Rijk was de oogst niet.

Recent maakte hij, nu in zijn eentje, de tocht opnieuw en in het hiervoor genoemde boek maakt hij ons er deelgenoot van. Gemakshalve heeft hij er een kaartje bijgevoegd met alle belangrijke en bezochte plaatsen erop: Heiligerlee natuurlijk, Den Briel, Alkmaar, Haarlem, Bergen op Zoom, Antwerpen en Vlissingen om er enkele te noemen. Er staat echter niet één plaats in Zeeuws-Vlaanderen op.

Niet dat hij er niet geweest is, tenminste dat beweert hij toch. Het gebied wordt niet echt helemaal vergeten: hij noemt wel een paar plaatsen en enkele feiten. Zo laat hij het begin van de beroemde Slag bij Nieuwpoort (terecht) beginnen bij Philippine en Biervliet. Maar als hij schrijft dat hij voor één euro door de Liefkenshoektunnel mocht, dan ga je toch twijfelen, want dat is een tijd die, voor zover wij weten, nooit heeft bestaan. Spijtig dat hij, voor hij de tunnel indraaide, niet even wat verder is gereden. Naar de plaats Oosterweel of Austruweel, of beter: naar de plek waar dat dorpje ooit lag. Iets ten noorden van Antwerpen, op de rechteroever van de Schelde.

Al in 1923 werd Oosterweel ingepalmd door grote buur Antwerpen en sedertdien is het een ‘Doel avant la lettre’ geworden: helemaal opgeslokt door de havenbedrijven, opgeslokt en afgebroken op de kerktoren na.

Wat valt er in Oosterweel te zien van de Tachtigjarige Oorlog? Niets, want het dorp zelf is ook al geschiedenis, maar die is er dan eertijds wel geschreven. Op 13 maart 1567 vond daar een veldslag plaats tussen katholieken onder leiding van Filips de Beauvoir en beeldenstormers uit Noord-Frankrijk met als aanvoerder Marnix van Toulouse. De geuzen waren op weg naar Antwerpen, maar ze werden verpletterend verslagen.

Eigenlijk is dit het eerste treffen na de Beeldenstorm die in 1566 begon, de eerste aanval op de heerschappij van Filips II. Maar niet onder leiding van een Oranje zoals de slag bij Heiligerlee in 1568 en daarom wordt die gezien als het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Hij is er niet heen gegaan, het zij hem vergeven, niet echter dat hij tot twee keer toe beweert dat Hulst (pas) in 1646 in Staatse handen is gekomen. Dat moet echt 1645 zijn, en om het precies te zeggen: op 4 november. Drie dagen later werd graaf Hendrik van Nassau aangesteld als gouverneur van de stad. Ook is de Sint-Willibrorduskerk geen driehonderd jaar in gemeenschappelijk gebruik van gereformeerden en rooms-katholieken geweest -wel gescheiden door een stevige muur- maar ‘slechts’ 123 jaar: van 1806 tot 25 oktober 1929. En het was echt niet in 1625 dat ‘? de belangrijkste steden in de traditioneel katholieke provincies Brabant en Limburg én de laatste vestingen in Zeeuws-Vlaanderen aan het grondgebied van de Republiek werden toegevoegd’.

Genoeg opmerkingen. Blokkers motief om met zijn kinderen op pad te gaan, onderkennen we: er werd veel over verteld, er moest behoorlijk wat van buiten geleerd worden, met name veel jaartallen, maar bijna nooit werd er gezegd: we zullen er eens wat van laten zien.

Maurits
In onze tijd was het niet beter: Filips II ergens in Spanje en Willem van Oranje in Delft waar hij in 1584 vermoord werd in opdracht van de gedreven katholiek Filips. Toen mocht dat kennelijk nog! De moordenaar is vast en zeker een van de weinige Spanjaarden geweest die na 1574 nog ten noorden van de grote rivieren is geweest. Zes jaar na het begin van de opstand, misschien nog een enkele burger, militairen in elk geval niet meer. Die zaten bij ons, in het huidige zuidelijke deel van Nederland en in Vlaanderen. Maar dat werd ons ook niet verteld. Het ging allemaal volgens de boekjes: 1591 prins Maurits belegert Hulst. Dat was het. Niet dat hij met driehonderd schepen met daarop 4000 manschappen landde bij het veer van Calfsteerte. Dat was bij Kreverhille, in een polder die naderhand in zee verdwenen is. Heel die strijdmacht is zo goed als zeker langs Kloosterzande en Kuitaart getrokken, over de brug tussen de Grote en de Kleine Vogel.

Streekmuseum
Onze 'mêêster' had het over Den Briel en het turfschip van Breda, geen woord echter over ‘’t Veugelfort’ bij Hengstdijk, terwijl hij er nota bene in geboren was! Het was zijn schuld niet, hij moest ook maar uitverkopen wat hij ingekocht had en Alkmaar en Haarlem waren veel belangrijker feiten dan de veroveringen en heroveringen van Hulst, IJzendijke of Sluis. Maar we zijn nu wel waar we zijn willen: als je de Tachtigjarige Oorlog wilt zien, dan moet je in Zeeuws-Vlaanderen zijn. Echt zien bedoelen we, niet enkel een verhaal van toen gebeurde hier dit of dat. Begin in Sluis, ga langs de Krabbe- en de Kruisschans naar IJzendijke, naar het heringerichte vroegere streekmuseum. Kosten noch moeiten zijn er gespaard om de vrijheidsstrijd van Nederland aanschouwelijk te maken. Ga op het bordesje staan, denk de auto’s op de Markt weg en zie er in gedachten de troepen van Prins Maurits in IJzendijkeMaurits (foto links) exerceren: linksom, rechtsomkeert, links uit de flank en al dat soort commando’s. Sla Biervliet niet over, Philippine evenmin en zeker het Mauritsfort bij Hoek niet. Ga langs het hele snoer forten tussen Sas van Gent en Hulst en natuurlijk, het is echt geen chauvinisme, verken Hulst zelf. De vestingwerken zijn voor het overgrote deel opgeworpen tussen 1618 en 1621 en ze liggen er nog net bij zoals ze gemaakt werden. Wil je de Tachtigjarige Oorlog zien dan moet je in Zeeuws Vlaanderen zijn. De Moffenschans in Terneuzen, de Liniedijken bij Axel en Hulst, het fort Zandberg.

En zegt u: al die poorten, forten en linies die zeggen me niet zo heel veel, ga dan naar de Axelse of de Otheense Kreek of het Verdronken Land van Saeftinghe. Wat dat laatste betreft, op 1 november 1570 had een stormvloed al danig huisgehouden met de zeedijken van de heerlijkheid en de polders waren voor een groot deel overstroomd. Het gebied krabbelde echter weer op tot 1584/1585. De Spanjaarden heroverden Antwerpen en om te verhinderen dat de troepen van Parma verder door zouden stoten naar het noorden werden bij Saeftinghe, Campen, Othene en Buuxgaete de zeedijken doorgestoken. De genoemde kreken en het Verdronken Land zijn nog steeds de getuigen van die ingrepen.

Nee, als je iets van de Tachtigjarige Oorlog wilt zien, dan kun je Zeeuws-Vlaanderen echt niet overslaan.

Door George Sponselee
BN / De Stem