Home

Villers brandt deel Twente plat
1580 - 1590

Staatse legerleider actief in Hengelo, Delden en Ootmarsum

Joost de Zoete, Rijksmuseum Amsterdam

Jan Antonisz. van Ravesteyn 1609 - 1633 schildert Joost de Zoete (gestorven 1589), heer van Villers. Collectie Rijksmuseum Amsterdam, objectnummer: SK-A-552
schilderij, paneel, 29.7 cm x 24.1 cm

Copyright(c) Rijksmuseum Amsterdam

 

Joost de Soete, heer van Villers (ook Villiers) is enkele jaren in Twente actief als legercommandant voor de staat Nederland 'in oprichting'. In 1582 is hij als kapitein gelegerd in Hengelo. Andere edelen als Christoffel Schele van Weleveld, Johan van Raesfelt tot Twickelo en Joost van Bevervoorde tot Oldenmeule zijn dan uit Twente weggevlucht.

Ook Herman Lahrhuis (Laarhuis of Laerhuys), eigenaar van de erven Lahrhuis, Wilderinck en Bruyns is bestempeld tot 'vijand van de koning' en moet uitwijken naar zijn huis aan de Menstrate in Deventer waar hij een brouwerij heeft. Hij is een broer van de pastoor van de parochie Delden, waaronder toen ook de huidige gemeente Hengelo valt.

Familiewapen Joost de Soete

Familiewapen van Joost de Soete, heer van Villers. Hij is in 1580 bevelhebber van Bouchout. De Staten van Utrecht benoemen hem tot veldmaarschalk. Hij komt uit Vlaanderen. (bron). Hij is vanaf het eerste begin in 1568 betrokken bij de opstand. (bron)

Joost de Soete was bevelhebber van Bouchout

Links:

Kasteel Bouchout of Boechout bij Antwerpen. Alleen de vierkante toren stamt uit de Middeleeuwen.

Anton en Joost de Soete in de laatste slag van het leger van de hugenoten
Joost de Soete strijdt samen met zijn broer Anton voor Lumey en Oranje. Van Anton de Zoete (of Soete) is bekend dat hij zijn zwager, Jean de Hautepenne, verwondt bij een ruzie over een paard in een legerkamp van Willem van Oranje bij Stokkum. Jean de Hautepenne, een Luikse edelman, moet zich daarom eind 1569 terugtrekken in het veilige Keulen. Antonius de Zoete sneuvelt op 3 oktober 1569 bij Moncontour in Poitou. Deze veldslag onder leiding van Conde maakt definitief een einde aan de hoop van de hugenoten om met geweld hun rechten af te dwingen. Willem van Oranje, Lodewijk en Hendrik van Nassau en Lumey keren terug naar Duitsland.

Vertegenwoordigers van verschillende gewesten die later de republiek van de verenigde Nederlanden vormen, besluiten op 17 mei 1583 zich voor te bereiden op de invoering van het nieuwe geloof. Johan Dorre en Gerard van Warmelo vertegenwoordigen Overijssel.

Kapitein Villiers onderschept in 1583 een lading koren op de Steenweg, vlak voor de vestingsstad Oldenzaal, waar Spanjaarden de lakens uitdelen. Villiers stuurt de voerman, afkomstig uit Weddehoen of Wiene, een buurtschap tussen Goor en Delden, terug naar Hasselo. Even later tovert hij Ootmarsum om in een roversnest. Van daaruit overvalt hij vijandelijke transporten. De kapitein zorgt voor veel onrust in de streek.

Stad Delden

Boven:
Stad Delden met grachten. Het noorden is rechts. Het stadje krijgt al in 1333 stadsrechten.

Tactiek van de verschroeide aarde
Na de moord op Willem van Oranje in 1584 is de Staten-Generaal wanhopig. De militaire strategie wordt veranderd. Het gebied waaruit de vijand eten haalt moet totaal vernield worden, de tactiek van de verschroeide aarde. De graaf van Meurs, Adolf van Neuenahr, en de heer van Villers of Villiers, krijgen op 13 augustus 1584 opdracht alle dorpen tussen Almelo, Oldenzaal en Groenlo onmiddellijk te verwoesten.
(bron: Oorlog mijn arme schapen van Ronald de Graaf)

Admiraal Warmond en jonker Arnhem brengen op de dag dat Willem van Oranje is vermoord een bezoek aan de graaf Van Hohenlohe, de commandant van het opstandige leger in de Lage Landen. De Staten van Holland zijn vastberaden de oorlog tegen Spanje te winnen. Van Hohenlohe moet zijn krijgsvolk in dienst houden. Geld voor soldij is onderweg. Geef niet op! De Spaanse overste Verdugo ligt op de loer in Groningen, Drenthe en Twente. Hij onderhoudt er drie regimenten voetvolk en vier kornetten ruiters. Overijssel heeft last van de Spaanse garnizoenen in Zutphen en Steenwijk. De belangrijke steden Gent, Brussel en andere steden dreigen in handen van Parma te vallen. De Staten-Generaal beseffen dat de vijand een groot psychologisch voordeel heeft bij de dood van Willem van Oranje en verbieden het wonen op het platteland van Twente, Salland en Drenthe. De Staten-Generaal besluiten de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen.

De soldaten mogen een enorm gebied verwoesten:
1. het ambacht Bredevoort en de dorpen Hengelo, Zelhem en Ruurlo in de graafschap Zutphen.
2. Het platteland bij Groenlo, Anholt, Werth, Wertherbruch, de Voogdij Beltrum en Wijzen (?)
3. Twente
4. Ommen en Hardenberg in Salland
5. Drenthe, Giethoorn en het gebied rond Steenwijk
6. Het land van Lingen

Teugelloze wandaden zijn het gevolg. Afpersing is aan de orde van de dag. Ridderschap en steden van Overijssel zijn woedend. De edelen vinden de daden onchristelijk en protesteren. De Staten Generaal, waarin nauwelijk adel zit, nemen het platteland daarna toch weer onder hun hoede. De inwoners van Overijssel verplichten elkaar elke maand 7100 gulden bij te dragen aan de verdrijving van de Spaanse soldaten. Het geld is bedoeld voor de Staatse soldaten in Overijssel. Boeren die vast zitten moeten onmiddellijk worden vrijgelaten.

Twente rond 1598

Boven:
Twente in 1598. Deze kaart is vrij onnauwkeurig. De Oelerbeek zou langs Oldenmeule en Hengelo via Delden naar de Regge stromen, hetgeen niet klopt. De beek stroomt via Azelo richting Almelo.

In 1584 steekt Villiers Delden in brand. Dat doet hij samen met de gloednieuwe stadhouder van Gelderland, Adolf van Neuenahr die met duizend ruiters zojuist door de bisschop van Keulen is verdreven. Villiers is inmiddels maarschalk. Delden brandde een jaar eerder al deels af, dank zij de staatse kapitein Pruist, de beul van Delden.

Mobiliseren
Verdugo geeft Adolf van Twickelo in 1587 opdracht boeren te mobiliseren. Verdugo verwacht troepen van het Staatse leger uit de richting van Zwolle.

Na het overlijden van Adolf van Twickelo in 1591 breekt voor Hengelo nieuwe tijden aan. De zoon van Adolf, Frederik van Twickelo, is hervormd en drost van Rheda voor de graaf van Bentheim. Frederik die zijn vader opvolgt als heer van Hengelo en markenrichter is niet vaak in de havezate van Hengelo. Hij laat zich vervangen door zijn rentmeester, Hendrik van Slade die op de Werninckhof (Werninkhof) woont. Eigenaar van het goed Wernink is Jan van Twickelo, zoon van Frederik. De dochter van Jan, Heile die trouwt met Radolphe van Slade. Hun zoon Adolph probeert het huys Wernink in 1649 erkend te krijgen als havezate. Willem Ripperda voorkomt dit. (bron: verz. bijdragen geschiedenis Twente C.J. Snuif)
Sladenhuis of Werninkhof in Hengelo
Het pand bij de Houtmaat en Weusthag in Hengelo wordt later ook het Sladenhuis genoemd.

Veel landgoederen zijn in handen van hervormden: Weleveld, Oldenmeule, Hengelo, Saasveld, Werninckhof, Twickel, Heeckeren en Weldam. Op 13 september 1594 vragen de inwoners van Hengelo hulp, zo blijkt uit een markeboek van Woolde. Acht jaar later zijn bij elf van de 43 percelen nog brandsporen te zien. Zie tekening uit 1651.

De zoon van de pastor van Hengelo
De pastor van Hengelo, Lodewijk van Zalingen, neemt het niet zo nauw met het celibaat. Hij heeft een zoon, Herbordt. In 1583 koopt 'des pastors van Hengelo's sonne' een huis, de smitse, twee schuren en alle opstallen van Johan Smidt.

De gereformeerde Markerichter Frederik van Twickelo handhaaft de pastor in Hengelo, wanneer hij het ambt van zijn vader overneemt.

Boven:
Villiers maakt van Ootmarsum een 'roversnest'. Hij bivakkeert vermoedelijk in de voormalige commanderie iets ten zuidoosten van het stadje. Jacobus van Deventer maakte deze tekening in 1560.

Wanneer Maurits heel Twente in 1597 onder Staats gezag brengt moeten pastoors de calvinistische leer overnemen. Zowel de Deldense pastor Lahrhuys, van de hele parochie Delden waaronder ook Hengelo valt, en de Hengelose pastor Van Zalingen weigeren. Vermoedelijk heeft Lahrhuys sinds 1590 niet meer in het openbaar een mis gehouden. De pastor is een broer van Herman van Lahrhuys die bekend staat als vijand van de koning omdat hij het katholieke geloof heeft afgezworen.
Bronnen: Van Schuurkerk tot basiliek van J.N. Hinke, B.J. Mettinkhof en H. Reijnders; Stad en Land van Twente van Stroink; De oude kerk van Borne door Jaap Grootenboer.

Villers gevangen genomen in de Slag bij Amerongen

Villers, graaf van Meurs, is stadhouder van Utrecht in 1585 wanneer hij gevangen wordt genomen. Kolonel Tassis, gouverneur van Zutphen, slaat hem in de boeien. Tassis is met zijn Spaanse troepen, aangevuld met huurlingen, via de Veluwe en het Gooi naar het Holland onderweg. De Staten-Generaal geven stadhouder Van Neuenahr-Meurs opdracht Tassis tegen te houden.

Bij Amerongen botsen de legers op elkaar. De twee graven van Van den Bergh lopen tijdens de strijd over en vallen het Staatse leger in de rug aan. De Spaanse cavalerie die in reserve is gehouden, verjaagt de staatse ruiters en zorgt voor een slachting onder de infanterie. Alleen aan de zijde van de opstandelingen zouden 1600 knechten omkomen. De stadhouder en zijn legerleider, Maarten Schenk, ontkomen.

Stadhouder Villers van Utrecht, in de functie van maarschalk, wordt pas vrijgelaten nadat de Staten-Generaal een aanzienlijk bedrag voor hem hebben neergeteld. Om de kosten te dekken wordt zijn huis in Utrecht verkocht.

Aan de lekdijk in Amerongen komen nog namen voor die herinneren aan de Slag bij Amerongen. De Doodslag en het Kerkhof vind je terug aan de Lek. Er zouden rond 1900 nog een massagraf zijn ontdekt. (bron)

Willem van Oranje's famous last words zijn omstreden

Balthazar Gerards vermoordt Willem van Oranje Van veel beroemdheden zijn hun 'famous last words', de laatste woorden die zij spreken voordat ze sterven, opgeschreven. Hofpredikant Pierre l'Oyseleur, heer van Villiers - niet te verwarren met Joost de Soete - , schrijft de laatste woorden van Willem van Oranje op in zijn populaire Verhale vande moort. Volgens Villiers, die Balthazar Gérards kleedgeld gaf waarmee hij de wapens kocht om Willem van Oranje te vermoorden, zegt de prins nadat hij is neergeschoten:

Mon dieu, mon dieu, ayez pitié de moy et de ton pauvre peuple.

Maar volgens de historicus Aerssen zegt Willem van Oranje:

Mon dieu, mon dieu, ayez pitié de mon âme

En volgens zijn zoon Maurits spreekt Willem van Oranje niet Frans maar Nederlands. En dan is er nog een andere versie. Volgens Leoninus zegt de prins maar vier of vijf woorden en volgens Rombout Uilenburg, de enige die aanwezig is bij de moordaanslag, zegt de prins helemaal niets maar sterft hij direct nadat Balthazar Gerards de schoten heeft gelost. (Bron: Oorlog mijn arme schapen, Ronald de Graaf).

Zie ook:
Villers sterft op de markt in Brussel na de verloren slag bij Dalhem (Dalem of Daelhem) in 1568