Home

Francisco Verdugo voert zijn leven lang oorlog
1536 - 1597

Spaanse kolonel en stadhouder is de schrik van de Lage Landen

Francisco Verdugo (geboren in 1536 te Taravera de la Reina - overleden 1597 in Luxemburg) is van 1581 tot 1594 stadhouder in de gewesten Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Hij volgt de graaf van Rennenberg op en is de laatste plaatsvervanger van de koning in de noordelijke gewesten van de Lage Landen. Zijn eerste succes is de slag om Goor in Twente. De slag bij Noordhorn in Groningen, een maand later, wint hij eveneens.

Verdugo (Spaans voor beul, het beroep van zijn vader) verlaat op 19-jarige leeftijd in 1555 Spanje om samen met de hertog van Alva tegen de vijanden van het katholicisme te gaan vechten. Hij begint als soldaat. In Sint Quentin onderscheidt hij zich op 10 oktober 1557 van de rest van de troepen door zijn tomeloze moed.

Hij trouwt jaren later met niemand minder dan de dochter van graaf Peter Ernst van Mansfelt en Margaretha van Brederode. Het huwelijk is gesloten in Luxemburg. Verdugo krijgt voor zijn waardevolle militaire inlichtingen het vertrouwen van Margareta van Parma, vervolgens van Don Juan van Oostenrijk en daarna ook nog van Requenses.

Wapen Francisco Verdugo heer van Schengen

Het familiewapen van Francisco Verdugo, heer van Schengen in Luxemburg.

Verdugo ontpopt zich als een houwdegen van formaat. Toevallig of niet, maar Verdugo is Spaans voor beul.

Francisco Verdugo

Grevelingen bij Duinkerken

Boven:
Grevelingen bij Duinkerken in 1575. Verdugo leert hier de klappen van de zweep onder leiding van graaf Van Egmond die in 1568 in Brussel wordt onthoofd. (atlas Braun and Hogenberg). Verdugo vecht onder leiding van de graaf Van Egmond ook mee in de strijd bij Grevelingen op 13 juli 1558. Van de 15.000 Franse soldaten overleven slechts 1300 mannen terwijl de Spaanse strijders ongeveer 400 doden betreuren en 1000 gewonden. Door zijn talenten en zijn betrouwbare inlichtingen is Francisco Verdugo van grote waarde. Voor Margareta van Parma onderdrukt hij op 4 juli 1566 in Brussel een opstand van ketters.

Francisco Verdugo is kapitein en later kolonel van infanterie uit Wallonië wanneer hij helpt bij het beleg van Haarlem. Verdugo bezorgt de opstand een ernstige tegenslag door een ontzettingsleger van bijna 2000 soldaten in de nacht van 14 op 15 januari te verslaan. Spionnen van Verdugo leveren goed werk af. De komst van de Hollandse soldaten onder Lumey is verraden.

Op 7 mei 1573 proberen geuzen uit Noord-Holland onder Sonoy de Diemerzeedijk te bezetten om Amsterdam te isoleren. Verdugo, inmiddels overste, doodt 150 geuzen onder wie de dubbelspion kapitein Antoine Olivier, die de opstandelingen in mei 1572 Bergen (Mons) in handen speelt.

Zijn hoofd wordt later ter afschrikking over de muur van Haarlem geworpen. Verdugo rukt in juni uit wanneer Batenburg probeert Amsterdam te isoleren. De Spanjaarden onder Bossu moeten alle zeilen bijzetten om de slag te winnen.

Verdugo zou geld hebben gekregen om de broer van de gouverneur van Haarlem, Asinga Ripperda, na de overgave van Haarlem te laten ontsnappen. De Spanjaarden vermoorden Wigbolt Ripperda en het gehele garnizoen onder wie Lancelot van Brederode.

Bevelhebber Bossu stuurt Verdugo in oktober 1573 naar de hertog van Alva om hem te vertellen dat Spanje de Slag op de Zuiderzee van de watergeuzen heeft verloren. Francisco Verdugo en Don Juan van Oostenrijk nemen op 24 juli 1577 het fort en de stad Namen in. De Pacificatie van Gent is nog geen jaar oud. Een langdurige vrede lijkt verkeken.

Er zouden schermutselingen tussen Van Hohenlohe en Verdugo hebben plaatsgevonden bij Graes in Azelo (bron). Verdugo wordt drie maanden na de dood van Rennenberg stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Dat was in of rond juni 1581. Hij bouwt schansen en bastions en laat grachten graven.

Boven:
Franciscus Verdugo's eerste succes was de slag bij Goor in juli 1581. (bron: Vijftig eeuwen volk langs de IJssel van W.H. Heitling en L. Lensen)

Verdugo wint slag bij Noordhorn
Graaf Willem Lodewijk van Nassau wil na het verraad van Rennenberg vanuit Friesland Groningen veroveren. Aanhangers van de staten bezetten het Westerkwartier en Hunsingo. De Engelsman John Norrits of Norris verdrijft Spaanse troepen uit Munnikezijl en Grijpskerk. (bron). Staatse soldaten worden ingekwartierd in Noordhorn. De Noordhorners moeten voedsel en hun huis ter beschikking stellen aan de soldaten. Maar stadhouder Rennenberg overlijdt en dan komt zijn opvolger, Verdugo, met een Spaans leger.

Op 1 september 1581 botsen de legers op elkaar bij Noordhorn, vlakbij Groningen. Meer dan duizend Schotten onder sir Bartholomew Balfour sneuvelen, evenals Engelsen onder Sir John Norris, die leiding geeft aan staatse kant. Ook Schotse ruiters onder Sir William Edmond vechten mee. (bron)

Meer dan 2000 soldaten sneuvelen in de strijd tegen de Spanjaarden op het Norritsveld. (bron)

Noordhorn gezien vanaf het Norritsveld

Boven: Het 1600 inwoners tellende Noordhorn gezien vanaf het Norritsveld waar de slag in 1581 plaatshad.

Een oude kaart van Noordhorn en Zuidhorn bij Groningen

Boven:

Verdugo beslist de strijd bij Noordhorn in zijn voordeel, maar veel schiet hij er niet mee op. Groningen blijft aan de westkant geblokkeerd.

Blunder van John Norris

Een blunder van de Engelse generaal Norris zorgt er volgens René A. van Iterson, historicus van de stichting Scots Heritage, voor dat de slag bij Noordhorn in 1581 mislukt. Verdugo past het terrein aan in zijn voordeel. Hij maakt een hinderlaag. Verdugo dempt sloten bij de Oude Riet, een voormalige zeearm. Wanneer de Staatsen de droge sloten passeren schieten Spaanse troepen, die geringer in aantal zijn, op de staatse soldaten. De verliezen zijn groot nog vóórdat de piekeniers in actie komen.

De compacte eenheden piekeniers raken uit evenwicht en veranderen van stekelvarkens in een mikado-spel. Ruiters of musketiers moeten hen beschermen, maar Norris verzuimt hen in te zetten. De ruiters van graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, en John Norris rukken ondertussen op over een dijk (nu de Friese Straatweg). Maar Spaanse musketiers en ruiterij wachten hen op. De vendels voetvolk, onder wie veel Schotten en Engelsen, deinzen terug. De geharde Schotse eenheden onder sir Bartholomew Balfour houden lang stand, maar moet de strijd opgeven.

Verdugo schiet met de overwinning niet veel op. De vluchtende staatsen, onder wie graaf Willem Lodewijk van Nassau en John Norris, bereiken veilig de schans van Niezijl (ook Bomsterzijl). De stad Groningen blijft geblokkeerd aan de westzijde, Friesland.

Verdugo voor de gek gehouden
Francisco Verdugo is in de herfst van 1582 onsterfelijk geworden voor de inwoners van Lochem toen de bevolking hem flink voor de gek heeft gehouden tijdens een belegering van hun stad. De Lochemmers brengen lege meelzakken naar de molen en halen ze er gevuld (met zand) weer uit. De Spanjaarden denken dat er nog genoeg eten is en druipen af. De uitdrukking 'malen voor de prins' is hiervan afgeleid en betekent dat de windmolen draaien zonder dat er nog graan.

Het laatste varken in Lochem wordt op verschillende plekken in Lochem hard aan de oren getrokken zodat de Spanjaarden de indruk krijgen dat er nog voldoende te eten is in de stad. Legerleider Van Hohenlohe-, die met de oudste dochter van Willem van Oranje trouwt, slaagt er ondertussen in schansen op te werpen en de stad van voedsel te voorzien. Verdugo trekt zich daarna terug.

Lochem rond 1570
Links: Beter 't hooi gepluckt in Lochem dan Spaansche Pepers in den Oost, is nog steeds in de gevel van dit pand te lezen. De tekst slaat op het verzet in de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse overheersing. Lochem is lange tijd belegerd geweest. Maar Verdugo lukte het niet de stad in te nemen. Van Hohenlohe ontzette de stad.

Groningen

Verdugo is berucht in Groningen en Friesland

Verdugo verslaat in januari 1586 de opstandelingen onder Willem Lodewijk van Nassau in de slag bij Boxum ten zuidwesten van Leeuwarden. Verdugo is berucht in de Groninger ommelanden. Hij geeft Tassis opdracht om de boerderijen tussen Groningen, Leeuwarden en Dokkum plat te branden. Ook dorpen worden in de winter van 1586 en 1587 platgebrand.

De soldaten van Tassis die vanuit Zutphen opereren, drijven mensen de kerk in waar ze samen met het godshuis in de vlammen op gaan. De paniek onder de bevolking is zo groot dat sommigen overwegen de dijken door te steken. De animo om oorlog te voeren daalt en sommige edelen kopen bij Verdugo sauvegardes (vrijbrieven) voor veel geld.

Verdugo heeft kennelijk een meningsverschil met zijn superieur, de hertog van Parma, Alexander Farnese. Op 15 juni 1595 verschijnt zijn boek Beknopte herinnering in Friesland, waarin hij het één en ander hierover uit de doeken doet. (bron)

Een echte tegenstander van gelijk formaat vindt Verdugo in prins Maurits. Maurits verovert Nijmegen, Zutphen, Deventer en Delfzijl in 1591. De vesting Coevorden ziet vijandelijke soldaten in 1592 verschijnen. Verdugo valt drie keer met 5000 man tevergeefs de kwartieren van Maurits aan om Coevorden te ontzetten. Vier jonge mannen in Verdugo's kamp spioneren voor Maurits die met Willem Lodewijk de Spaanse legers te vlot af zijn. Hendrik van den Berg geeft drie dagen na de aftocht van Verdugo de vesting Coevorden over aan de Staten. Maurits biedt hem gunstige voorwaarden voor de overgave omdat het ontzettingsleger van Verdugo dichtbij is.

Nijmegen rond 1570

Boven: Verdugo vindt in prins Maurits een tegenstander van zijn eigen kaliber. Hij verliest Nijmegen, Zutphen, Deventer en Delfzijl in 1591. Het sterke Coevorden ziet de staatse soldaten in 1592 voor de poorten verschijnen. Verdugo is oud en heeft bijna veertig jaar oorlog gevoerd. Nijmegen of Noviomagum is een belangrijke handelsplaats aan de Waal zoals op de tekening duidelijk is te zien. Links de Valkhof.


Boven:
Het statenleger van Maurits verovert na Steenwijk ook nog eens Coevorden in 1592. Spaanse soldaten vechten echter nog tot 1594 om deze belangrijke toegangsweg tot Groningen. Verdugo belegert Coevorden bijna acht maanden. Nadat Coevorden is ontzet duurt het maar even voordat ook Groningen weer staats is. Twente wordt pas drie jaar later veroverd, maar valt in 1606 weer in Spaanse handen.
Het beleg van Coevorden, net als bij Steenwijk uitgevoerd met loopgraven en door bolwerken te ondermijnen, duurt in totaal slechts zo'n veertig dagen.

Verbeten strijd om Coevorden
Verdugo wil Coevorden terug. Hij verliest in 1592 de strijd om deze belangrijke vestingsstad waar de verbindingsweg door de moerassen naar Groningen voert. Begin 1593 bezet hij het huis Gramsbergen en het Huis de Scheer. Hij werpt een schans op bij de Venebrugge en huisvest soldaten in Emmelkamp (Emlichheim in Bentheim) en Dalen, respectievelijk ten zuidoosten en noorden van Coevorden. Hij probeert de stad in te sluiten. Verdugo laat een weg aanleggen door het veen vanuit Bentheim over Schoonebeek ten oosten van Coevorden. Mogelijk is toen de schans Katshaar aangelegd. Het beleg is drie maanden oud wanneer Verdugo Coevorden opeist. De belegerden lachen hem echter uit en verlangen eveneens drie maanden om een antwoord te formuleren. (bron: Duyck) Stadhouder Willem Lodewijk van Nassau van Friesland verdrijft Verdugo echter. Het staatse leger kan Coevorden daarna weer voorzien van munitie en levensmiddelen om een nieuwe Spaanse belegering te kunnen doorstaan.
Verdugo zit daarna niet stil. Hij wil Groningen uit het isolement halen. In september 1593 krijgt hij hulp van Willem en Frederik van den Bergh en de garnizoenen in Groenlo, Bredevoort en Oldenzaal. Hij neemt de schans Venebrugge in, bezet het Huis in Gramsbergen en nestelt zich in oktober 1593 in Esschenbrugge (Eschebrügge) net over de grens op slechts drie kilometer van Coevorden. Ook het kasteel in Saasveld en de stad Ootmarsum worden weer Spaans bezit.

Om Coevorden in te sluiten laat Verdugo nog een dijk of landweer aanleggen van Eschebrugge over de Hooilanden naar Klooster en over de Haar naar de Loo ten noorden van Coevorden. De dijk krijgt de naam de Spanjaardsdijk. Verdugo neemt een groot risico door met zijn leger voor Coevorden te overwinteren in 1593/1594. Er ontstaat gebrek aan voedsel en brandstof. En in het Spaanse legerkamp breekt een besmettelijke ziekte uit. De compagnie van 500 soldaten krimpt tot honderd man.

Ze plunderen boerderijen in de omgeving op zoek naar eten en verspreiden de ziekte in de omliggende gehuchten, zodat hele gezinnen sterven. Eind april, wanneer de wegen weer goed begaanbaar zijn, rukt prins Maurits met zijn leger op uit Zwolle om Coevorden te ontzetten. Bij Ommen stelt hij zijn leger in slagorde op en trekt zo naar Hardenberg. Willem Lodewijk van Nassau, graaf Eberhard van Solms, Philips en Jan van Nassau, Philips van Hohenlohe, Francis Vere en baron Kindsij begeleiden de prins met hun soldaten.

Rechts:
Prins Maurits kan met steun van zijn oudere neef Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Verdugo het hoofd bieden. De Nassaus drijven de Spaanse stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel steeds verder in het nauw.

Boven:
Het kasteel van Coevorden is waarschijnlijk het enige gebouw dat de vele belegeringen heeft overleefd.

Zie ook: Vestingsstad Coevorden brandt negen keer
Kapitein Verdugo uit Oldenzaal bezet Bredevoort in 1606.

Verdugo gaat een confrontatie met het Staatse leger uit de weg. Met stille trom vertrekt hij over Denekamp naar Enschede en Rheine, alles onderweg verwoestend. Coevorden is na een beleg van 31 weken eindelijk ontzet. De stad is na het verraad van Rennenberg in 1580 negen keer in brand gestoken, maar zal niet meer in Spaanse handen vallen, zoals dat met Twente wel gebeurt. Prins Maurits kan nu eindelijk met zijn leger naar Groningen oprukken. De stad geeft zich na een hevige strijd op 28 juni 1594 over. Het staatse leger bouwt Coevorden in 1597 om tot de grootste vestingstad van het land op dat moment. Hetzelfde jaar rukt Maurits met een groot leger op vanuit Rijnberg via Bredevoort en Groenlo naar Oldenzaal en Lingen. (bronnen: gemeente Coevorden, G.J. ter Kuile de opkomst van Almelo en omgeving, Douwe Fokkema, A. Th. van Deursen en S. Groenveld, A.J. Gevers en A.J. Mensema, Snuif, Bor, Rietsma, archief kasteel Twickel en C. Trompetter)