Home
De kluizenaar van Tetterode
De legende van ridder Reinoud

Rond 1400 leeft in Tetterode een kluizenaar
die zich Bruno noemt. Vaak alleen was hij nooit.
Mensen uit de wijde omtrek vragen hem af en toe om goede raad.
Over zijn verleden zwijgt hij. Tot drie edelen verschijnen.
Bruno vertelt de drie edelen dat hij ridder Reinoud is. Gokken is zijn hartstocht. Maar hij verliest keer op keer en maakt schulden. Wanneer zijn vrouw sterft zijn de schulden zo hoog opgelopen dat hij naar een duivels plan grijpt om aan geld te komen. Hij verkoopt zijn dochter Laura aan een rijke man die haar kwelt. Ridder Reinoud leeft weer in overdaad en krijgt nog meer vermogen toen de man van Laura sterft.

Reinoud stoort zich aan niets, tot de ommekeer in zijn leven komt. Op een toernooi in Gelre verslaat hij op een oneerlijke manier Evert van Essen. Van Essen neemt wraak en belegert het slot van Reinoud. Maar Reinoud weet te ontkomen, gekleed als een eenvoudige knecht. Tussen het gewone volk hoort hij hoe zeer hij gehaat wordt. Zijn ogen worden geopend.

In een droom verschijnt zijn moeder, die hem op het onrecht wijst dat hij Laura heeft aangedaan. Reinoud krijgt berouw. Hij wil voor zijn zonden boeten, pelgrimeert naar Keulen en smeekt Laura in het klooster waar ze zich heeft teruggetrokken om vergiffenis te vragen. Hij trekt zich vervolgens terug in een hut in de duinen van Tetterode. Hij is een kluizenaar.

Nadat hij dit verhaal heeft verteld kijkt hij de drie edelen om beurten recht in de ogen en zegt: `Beschouw alles als ijdelheid, behalve God dienen`. De volgende ochtend knielt het drietal in het Sint-Jansklooster in Haarlem voor het altaar van Onze Lieve Vrouwe. Ze leggen er de meest plechtige beloften af.

De drie zijn zonen van Jakob van Lockhorst en Machteld van Drakenbosch. De een heet Otto. Hij wordt ridder en zijn moed en godsvrucht wordt overal geroemd. Hij schenkt de stad Haarlem twee kloosters voordat hij in 1443 sterft.

Floris van Lockhorst dient de Hollandse graaf
en trouwt een gelovige vrouw. Na zijn dood in 1435
gaan al zijn goederen naar de armen. De derde broer,
Herman van Lockhorst wordt deken in Utrecht.

In 1415 is hij kanunnik van Sint Lambert in Luik
en van Sint Maria in Utrecht. Hij overlijdt in 1438.
Vader Bruno sterft op 8 juli 1402 in zijn hut in
Overveen. De maat van zijn boetedoening is vol.


Bron:
Volksverhalen uit Noord en Zuid Holland van Mr. Groesbeek.
Pastor J.J. van der Horst uit Noordwijk schrijft het verhaal in 1877 op.
Onder de titel Vader Bruno, de kluizenaar van Overveen verschijnt
de legende in een boekje (tweede druk in 1857) van J.B. Witkamp.
De gemeente Bloemendaal drukt het verhaal in 1917 af in een
jaarboek en de Haarlemse Courant publiceert het verhaal
op 27 september 1952.