KEIZERLIJK HOF TE DEN HAAG


Eerste president

MAANEN, Cornelis Felix; Personalia: * Den Haag 9-9-1769 - + 's-Gravenhage 14-2-1849; zn. van mr. Johan, advocaat en opzichter van de gemene middelen, en Maria van Overzee; tr. 1798 Maria Theodora van der Meersch; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1793); 1793-1795 advocaat te 's- Gravenhage, 1795 secretaris stadsbestuur Den Haag, 1795-1808 advocaat- fiscaal en procureur-generaal Hof, later Departementaal Gerechtshof van Holland, 1807-1808 staatsraad, 1808-1809 minister van Justitie en Politie, 1810 lid Conseil pour les Affaires de Hollande, na 1813 president Hooggerechtshof en minister van Justitie tot 1842. Bronnen: Kluit, Van Maanen; NP 1 (1910), Van der Aa, V onder M, 1-2; DBNL De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B, Nationaal Archief, Coll. Van Maanen.

 

Voorzitter één der Kamers

DONKER CURTIUS, Boudewijn; Personalia: NH; ged. Helmond 4-4-1746 - + Den Haag 6-2-1832; zn. van Hendrik Donker, drossaard van Mierlo en Stiphout, en Boudewina Curtius; tr. 1774 Cornelia Hendrica Strachan, dr. van sir William, baronet; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1767); 1774 advocaat Raad van Brabant, 1776-1785 commies van de pensionaris van Den Bosch, 1793 drossaard van St.Michielsgestel en Gemonde, 1795 secretaris Comité te Lande, 1798 lid codificatiecommissie, in 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van Schelde en Maas, 1800 lid College van Mannen Vierschaar Zuid-Holland, 1802-1808 raad en vanaf 1808 president Hoog Nationaal Gerechtshof voor een tractement van f 5000,-, 1807 lid commissie wetboeken, bleef tot zijn dood in 1832 voorzitter van één der kamers van het Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde te zijn gehuwd en zeven kinderen te hebben waarvan vier reeds op hun plaats waren; (N.B. Zijn zoon Dirk zou later minister van Justitie worden; aanhanger van Thorbecke). Bronnen: Genealogie Donker (Curtius) in Nederlands Patriciaat 36 (1950) 104-127; NNBW, I, 733; over zijn rol in 1795 in Brabant, M.W. van Boven, “Stad en platteland in Bataafs-Brabant in 1795. Een politieke confrontatie”, Noordbrabants Historisch Jaarboek 14 (1997) 32-42. Pieterman, 232-233; Mommers, Brabant, 368-369; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 15; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. DBNL 

GENNEP, Arnoldus van; Personalia: * Rotterdam 4-1-1766 - + Den Haag 5-7-1846; zn. van Arnoldus, koopman te Rotterdam, en Adriana Verrijst; tr. 1. 1790 Jacobina Maria van Schack; 2. Cornelia Pilander, 3. Agatha Anna van Assendelft de Coningh; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1789); 1789 admissie advocaat Hof van Holland, vestigde zich te Rotterdam, 1805-1808 raad Rotterdam, 1807 lid Commissie Ontwerp Burgerlijk Wetboek, 1808-1810 landdrost van Maasland, 1808-1810 staatsraad, 1814 voorzitter Raad van State, 1814-1826 lid Raad van State, 1823-1845 vice-president Amortisatiesyndicaat, minister van staat, 1826-1846 lid Eerste Kamer, 1838-1845 voorzitter Eerste Kamer, 1837 en 1839-1840 wnd. minister van Financiën; Opgave 1810: in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 6 nov 1810 zegt hij naar de functie van eerste president van het Keizerlijk Hof te hebben gesolliciteerd, maar nu Van Maanen in die functie is benoemd, wil hij graag voor de functie van kamerpresident of president van de rb Rotterdam in aanmerking komen. Tevens doet hij een goed woordje voor zijn vriend J. van Lier, die graag president van de rb Assen zou willen worden; klaarblijkelijk heeft Van Maanen hem schriftelijk twee posten aangeboden, want in een brief op 26 nov 1810 geeft hij de voorkeur aan kamerpresident in het Keizerlijk Hof. Bronnen: NP 9 (1918) 120; NNBW VII 465-466; Nationaal Archief Coll. Van Maanen, 1900, 50; Van der Aa, III onder G, 30-31; DBNL; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

HUGENPOTH TOT AERDT, Alexander Wilhelmus Josephus Joannes van; Personalia: RK; * Markelo (Heeckeren) 1-6-1780 - Aerdt 15-8-1859; zn. van Godefridus Franciscus Antonius Henricus Cornelius, ambtman van Overbetuwe, en Sophia Ludovica Maria Wilhelmina Ferdinanda Bentinck tot Brecklenkamp; tr. 1811 Cornelia Maria Theresia Josepha van Wijnbergen tot Bussloo; Loopbaan: studie rechten Utrecht (tot 1804); 1804 advocaat te Arnhem, 1807 lid vroedschap Arnhem, 1808-1809 wethouder Arnhem, 1809-1810 minister van Justitie en Politie, 1811-1838 kamerpresident Hooggerechtshof, 1838- 1849 lid Eerste Kamer, 1840-1859 minister van Staat, 1851-1859 lid gemeenteraad Herwen en Aerdt; Bronnen: Schutte, Orde, 91; NNBW VIII 878-879; NA 40 (1942) 63; M. van Herwijnen, Alexander baron van Hugenpoth tot Aerdt (1780-1859); Silhouet van een vergeten emancipator (Niet-uitgegeven doctoraal-scriptie Nieuwe Geschiedenis KU Nijmegen, 1989); Elias, Volksrepresentanten, 126-127; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B; Gelders Archief, Archief huis Aerdt (vele stukken over zijn ambtelijk leven); idem, Familiearchief Van Hugenpoth tot Aerdt 

NB. De benoeming van Hugenpoth hield samen met het feit dat de Fransen zich verplicht voelden om een oud-minister een hoog ambt aan te bieden. De gezant Holtrop beweerde in 1811; "On ne croit pas que Hugenpoth prendra la place, vu qu'il va se marier avec une fille très riche" (Colenbrander GS VI 535). Hieruit blijkt dat men in het algemeen verwachtte dat de minder- vermogenden deze functies aannamen. Dat blijkt ook uit de gegevens die men over de kandidaten verzamelden, waarbij men aantekening hield van diens fortuin. Is dat zo, of meende men juist dat gefortuneerde juristen toch op hun post bleven omdat het salaris er niet toe deed? Dat is de opvatting van Van Hille, Frans Bewind.

REUVENS, Jan Everhard; Personalia: NH; * Haarlem 2-11-1763 - + Brussel 22-7-1816 (wrs. moord of zelfmoord); zn. van Antony en Catharina van Heymenberg; tr. Maria Suzanna Garcin; zoon C.J.C. Reuvens was bekend archeoloog; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1784); 1784 admissie advocaat Hof van Holland, vestigde zich te Haarlem (Van der Aa: Den Haag), 1787 uit het land gevlucht, 1795 lid voorlopige vroedschap Haarlem en van de raad voor lijfstraffelijke en burgerlijke zaken aldaar, 1796 raad Hof van Holland, 1799-1802 agent van Justitie, 1802-1808 president Nationaal Gerechtshof, 1798-1804 lid codificatiecommissie, 1807- 1809 voorzitter commissie ontwerp lijfstraffelijk wetboek, 1808 Staatsraad en 1810 president Staatsraad, juli 1811 conseiller Cour de cassation te Parijs, 1814-1816 kamerpresident Hooggerechtshof, 1814 lid codificatiecommissie, tijdens zijn werkzaamheden te Brussel in 1816 onder verdachte omstandigheden verdronken; Opgave 1810: schrijft in een brief aan Van Maanen, d.d. 26 nov 1810, in antwoord op diens suggesties voor een eventuele post bij het Hof van Cassatie te Parijs, dat hij een dergelijke post tot dan toe zeer verkieselijk had gehouden, maar nu toch een presidiaat van een der kamers in het Keizerlijk Hof aangenamer zou vinden vanwege de studie zijn zoon, die net twee maanden in Leiden rechten studeerde (betreft de bekende archeoloog C. Reuvens) Bronnen: Gilissen, "Belgische commissie"; Verburg, Geschiedenis Ministerie van Justitie, I, 124-125 (analyse door Reuvens) NNBW IX 855-856; Van der Aa, VI onder R, 87; DBNL Coll. Van Maanen, 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

NB. Door zijn benoeming bij het Hof van Cassatie in Parijs, wordt op 9 juli 1811 in zijn plaats J.L. Farjon tot een der kamervoorzitters benoemd (Nationaal Archief, Archief Keizerlijk Hof, inv.nr. 19)

Raadsheer

ALDERWERELT, Jean Constantijn , baron van; Personalia: * 's-Gravenhage 13-4-1748, + 's-Gravenhage 23-3-1825; zn. van Jean Louis, heer van Heenvliet en Coolwijckpolder, burgemeester van Hattem, en Susanna Maria Houtuyn; tr. 1779 Petronella van Leydene(een dochter uit dit huwelijk huwde Isaac Cornelis Farret, in 1811 benoemd tot rechter Rb Amsterdam); Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1766); 1766 admissie advocaat Hof van Holland, 1776 admissie advocaat Hof van Gelre, 1792 landschapsschrijver van het richterambt Doesburg, 1795 enige maanden lid municipaliteit Doesburg, jul 1795 richter van Stad en Ambt van Doesburg, en tevens landschrijver, mei 1797 raad Hof van Gelre en in 1802 gecontinueerd, in 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van de Rijn; tot zijn dood raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde slechts een huis en Hollandse effecten te bezitten, onvoldoende om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had vijf kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 24 nov 1810 vraagt hij in een bibberig handschrift en juist genezen van een ziekte om een post in het Keizerlijk Hof, of anders in de Rb Arnhem; bang als hij was dat de twijfelachtige gezondheid een reden kon zijn hem niet te benoemen liet hij zijn arts, F.W. Everts te Arnhem, een verklaring schrijven op 30 nov 1810 dat hij nagenoeg genezen was en al enkele malen de zittingen van het Hof had bijgewoond. Bronnen: NA 38 (1940) 45-46; Ned. Adel, 34; Nationaal Archief MJP, 332, 119; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Publicaties: Ter roemrijker nagedachtenis van Jan Carel Josephus van Speyk, z. pl.,1831. (KB 9204 F 26).

BACOT, Gerrit Jacob Georg; Personalia: NH; * Doornik 3-3-1743 - + Den Haag 14-3-1822; zn. van Daniël Sjaffers, predikant te Aduard en legerpredikant, en Anna Aurelia van der Uyl; tr. 1. 1771 Abelina Johanna Entrup, dr. van Harman Theodorus, secretaris bij de Hoge Justitiekamer te Groningen (gescheiden 18-4-1776; zij wikkelde hem in een onaangenaam en onkies proces); tr. 2 N.N.; Loopbaan: studie filosofie en theologie Groningen (promotie 1769) en rechten Groningen (promotie 1797); lid van de Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem; okt 1770 predikant te Eenrum, 1788 uitgeweken naar Steinfurt, voorts in 1789 naar Duinkerken ter bediening van een algemene protestantse kerk aldaar en voor enkele protestantse ingezetenen in de Franse taal (bewijst zijn kennis Frans !), 1795 naar Groningen teruggekeerd, studie rechten, lid representanten Ommelanden en in sep 1795 afgevaardigde in de Staten-Generaal, okt 1795 raad Hof van Justitie, mrt 1796 lid Nationale Vergadering, na 22 jan 1798 terug naar Groningen en opnieuw raadsheer, maar wordt onmiddellijk door het Uitvoerend Bewind ontslagen, eerst na de tegencoup van juni 1798 in zijn functie hersteld, eind 1798 lid Intermediair Wetgevend Lichaam, vervolgens lid Tweede Kamer Wetgevend Lichaam in 1798, okt 1801 terug naar Groningen en raadsheer in het Departementaal Gerechtshof aldaar; tot zijn dood in 1822 raadsheer Hooggerechtshof, maar is vanaf 1821 ziekelijk en verschijnt niet meer; Opgave 1810: vermogen leverde in 1810 jaarlijks f 500,- op dus zeer gering, was toen weduwnaar van zijn tweede vrouw en had geen kinderen; Bronnen: Mommers, Brabant, 323 (met veel literatuur); Nationaal Archief MJP, 331, 5; Nationaal Archief, MvJ, 5022; Van der Aa, I, onder B, 6; Elias, Volksrepresentanten, 27- 28 (met portret uit Rogge); J. Stienstra, "G.J.G. Bacot (1743-1822). Een patriotsgezinde predikant en een achtbaar magistraat", in Groninger Volksalmanak (1986) 99-119; J. Lindeboom, " Een patriots predikant", Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, 38, 91, 117; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B; DBNL;  Homines Novi, 76-78; 

BAELDE, Rudolf  Personalia: * Rotterdam 3-1-1743 - + Den Haag 18-3-1816; zn. van Rudolph, koopman, commissaris Zeegerecht Rotterdam, en Maria Bisdom; tr Den Haag 1770 Maria Louisa van Hamel (door geboorte en huwelijk geparenteerd aan  bekende Haagse juristen-families, zoals Van Wijkerheld Bisdom via zijn moeder, en Van Hamel via zijn vrouw). Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1765); 1765 admissie advocaat Hof van Holland, vestigde zich te Rotterdam, 1784 gecommitteerde in een politieke commissie te Rotterdam, 1785-1788 raad in het Hof van Holland, nam in 1788 ontslag en verliet het land, na zijn terugkeer benoemd in juli 1795 tot president Hof van Holland, tot 1811 president Hof van Holland  Opgave 1810: omdat de betaling van renten was stopgezet achtte hij zijn fortuin zeer onzeker; was toen gehuwd en had geen kinderen; Bronnen: Schutte, Orde, 137; Nationaal Archief MJP, 332, 2; GA Rotterdam, Families Baelde en Bauldry, inv.nrs. 111-121 (waaronder zijn afscheidsspeech bij het verlaten van het Hof van Holland. inv. 120))

N.B. Functie niet aangenomen

BERGSMA, Ennius Harmen; Personalia: * Dokkum 30-3-1755 - + Den Haag 22-10-1828; zn. van Eiso, predikant, en Sytske van Thuynen; tr. 1782 Barthina Bouwina Schultz, dr. van mr. Giliam, advocaat voor het Hof van Friesland, en Titia Terpstra; Loopbaan: studie rechten Franeker (promotie 1779); 1779 advocaat voor het Hof van Friesland tot 1804, 1780-1795 ammunitiemeester-generaal van Friesland, 1781-1795 pensionaris van Leeuwarden en later ook van Sneek en Stavoren en in 1794 tevens medeadvocaat voor de gevangenen, in 1795 uit al zijn ambten gezet, in 1796 bij gebrek aan geschikte opvolgers provisioneel gecontinueerd en tevens weer pensionaris over zeven grietenijen tot 1804, in 1804 raad-ordinaris in het Departementaal Gerechtshof van Friesland, in 1813 commissaris-generaal tot de organisatie van het departement Friesland, 1826-1828 kamerpresident bij het Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen gering was door de onzekerheden van de tijd; hij was toen gehuwd en had drie dochters; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 21 nov 1810 hoopte hij op de post van procureur-impérial te Leeuwarden, waar hij nu ruim 33 jaar woonachtig was; mocht onverhoopt de heer P. Wierdsma dat worden dan hoopte hij op een post in het Keizerlijk Hof; Uit een brief van Rengers aan Van Maanen d.d. 27 nov 1810 blijkt dat hij een schoonzoon had, de advocaat J.C. Bergsma, een buitenechtelijke zoon van een zekere Bergsma die ca. 1808 was overleden en wiens naam hij sindsdien had aangenomen (vroeger noemde hij zich Caspar de Blancken); deze jongeman was genomineerd als griffier bij de rb Heerenveen, maar Rengers achtte zijn twijfelachtige afkomst een heuse belemmering; N.B. Volgens Vries, De Heeren van den Raede, gehuwd met de oudste dochter Sytske Gesina Bergsma. Hij was een buitenechtelijke zoon van mr. J.C. Bergsma sr. en geboren in 1780 te Amsterdam. Bronnen: NP 17 (1925) 5; NNBW X 53-54; Nationaal Archief MJP, 331, 262; Van der Aa, I, onder B, 124; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; Nationaal Archief, MvJ, 5022; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B, Vries, De Heeren van den Raede, 418- 419.

BIJLEVELD, Casparus; Personalia: NH; * Leiden 20-12-1755 - + Den Haag 5-1-1820; zn. van dr Casparus, med. doctor te Leiden, en Susanna Maria van Heck; tr. 1781 Elisabeth Maria van Swieten, dr. van mr. Adriaan, advocaat en secretaris weeskamer Leiden, en Elisabeth Maria de Charles; Personalia: studie rechten Leiden (promotie 1776); 1777-1785 advocaat voor het Hof van Holland, 1785 pensionaris stad Purmerend, 1786 pensionaris stad Gorinchem, bij de omwenteling van 1787 advocaat te Gorinchem, 1795 president municipaliteit Gorinchem, afgevaardigde van Gorinchem in de vergadering van de provisionele representanten, sinds feb 1795 raad in het Hof van Holland, was bovendien nog lid commissie opheffing Hoge Raad in 1795, secretaris Eerste Nationale Vergadering en representant in de Tweede Nationale Vergadering tot 22 jan 1798,  werd in 1811 kamervoorzitter Keizerlijk Gerechtshof en na 1813 tot zijn dood van het Hooggerechtshof, in 1814 benoemd met Farjon en Van der Burgh in de codificatiecommissie Wet RO; Opgave 1810: noemde zijn vermogen onzeker door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had vijf kinderen; Bronnen: NP 10 (1919) 39 (met portret); NNBW I 532-533; Nationaal Archief MJP, 332, 2; Elias, Volksrepresentanten, 56-57 (met portret); De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

BRUEYS, Benjamin de; Personalia: Waals; ged. Den Haag 6-5-1742 - + Den Haag 22-8-1825; zn. van Jean Israël en Susanne Sandram; tr. 1. Den Haag 1777 Cecilia Elisabeth van Beusekom (overl. 1785), dr. van Leonardus Wilhelmus, notaris te 's-Hertogenbosch, rentmeester van de geestelijke goederen in Peelland, 2. Den Bosch 1789 Aernoldina Roosendael, dr. van Stephanus Azn. en Jacoba Godefrida Neomagus. (Zoon was te Utrecht hoogleraar statistiek; dochter Cecilia huwde met de latere Utrechtse hoogleraar handelsrecht A.C. Holtius); Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1765); 1765 admissie advocaat Hof van Holland; 1795 raad in het Hof van Justitie van Bataafs Brabant te Den Bosch, sinds apr 1796 raadsheer Hof, c.q. Departementaal Gerechtshof van Utrecht, in 1810 president van dit Hof, bleef tot zijn overlijden raadsheer Hooggerechtshof; in 1821 werd van hem opgemerkt dat hij wegens zijn zwakke gezondheid niet meer is staat was zijn post waar te nemen. Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was eigenaar van kasteel Henckenshage te St.-Oedenrode; was toen gehuwd en had vier kinderen en twee kleinkinderen; heeft voor zijn functie als raad te Utrecht f 250,- in de landskas gestort (gebruikelijk te Utrecht; laag bedrag); Boezemvriend van Boudewijn Donker Curtius (zie boven).  Trad in 1794 op als adviseur van Pichegru, toen deze Den Bosch belegerde; Brief van zes kantjes aan anonieme vriend over de oorlogstoestand in en om St. Oedenrode in september 1794. Bronnen: Mommers, Brabant, 347-348; NP 47 (1961) Genealogie Van Beusekom; Nationaal Archief MJP, 331, 34; W. Cornelissen, "Oorlogslasten in Sint-Oedenrode in 1794" Heemschild 24 (1990) 125-135; Nationaal Archief, MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B; G.C.J.J. van den Bergh e.a., Rechtsgeleerd Utrecht (Zutphen, 1986, 58);

BURGH, Henricus van der; Personalia: * Rotterdam 12-5-1769 - + 1848; zn. van Huybert, koopman te Rotterdam; tr. 1792 Anna Catharina van Oosterwijk; Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1790); advocaat; mei 1795-feb 1798 lid schepenbank Utrecht; feb 1798-mrt 1799 lid Departementaal Bestuur Utrecht; in 1798 benoemd tot rechter in de zaak van de representanten A. van der Jagt en J. Nolet, die als volksvertegenwoordigers beticht werden van speculatie in aandelen met voorkennis; 1800 maarschalk van het Nederkwartier van Utrecht; jul 1799-aug 1802 procureur-generaal departement Utrecht; okt 1804-feb 1808 lid raad Utrecht; feb 1808 vroedschap en vanaf nov 1808 tevens schepen van Utrecht; 1814 lid codificatiecommissie; tot 1838 rhr Hooggerechtshof; ging niet over naar Hoge Raad; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was; hij was toen gehuwd en had zeven kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 50; Nationaal Archief MvJ 1813-1876, 5022; De Bruyn, Burgers, 252 (typische homo novus); De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

CARBASIUS, Cornelis; Personalia: * Hoorn 13-4-1761 - + Den Haag 16-5-1845; zn. van mr. Nicolaes, secretaris en schepen van Hoorn, en Wijnanda Cornelia Kaiser; tr. 1789 Agatha Houttuyn, weduwe van Klaas de Hoop; (zoon mr. Nicolaas rechter Rb Den Haag en gehuwd met Gerardina Hoijer); Loopbaan: studie rechten Leiden en Harderwijk (promotie Harderwijk 1784); 1784 admissie advocaat Hof van Holland; 1785 schepen Hoorn, 1787 vroedschap Hoorn; 1795-1804 president-schepen Hoorn, 1804-1805 lid Wetgevend Lichaam, vanaf feb 1806 raad Departementaal Gerechtshof van Holland, vanaf 1811 tot 1838 permanent zitting in het hoogste rechtscollege, vanaf okt 1829 als president, ging niet over naar Hoge Raad maar werd in 1838 staatsraad in buitengewone dienst; Opgave 1810: verklaarde in 1810 dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had twee kinderen; Bronnen: Kooymans, Regenten, 305; NP 7 (1916) 83; NNBW V 101; Nationaal Archief MJP, 332, 4; CBG, dossier Carbasius; Elias, Volksrepresentanten, 59-60 (met portret); Nationaal Archief, MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.  Portret van hem en zijn vrouw door Wybrand Hendriks (part.bezit). Tegen de wand het portret van Hugo de Groot.

COPES VAN HASSELT, Coenraad Jacob Gerbrand van; N.B. werd tevens benoemd tot rechter Rechtbank van 1e Aanleg Zutphen. Personalia: * Tiel 17-5-1777 - + Haarlem 1-5-1860; zn. van mr. Jacob, lid raad Arnhem, en Margaretha Jacoba Homoet; tr. 1. 1804 Wilhelmina Anna Janssens, dr. van jhr. Jan Willem, gouverneur van de Kaapkolonie, gouverneur-generaal van Indië; 2. 1830 Cornelia Elisabeth Anna de Lange, dr. van mr. Johan Herman, schepen en commissaris van Haarlem; Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1797); mei 1802 auditeur- militair Kaap de Goede Hoop; mrt 1803 tweede secretaris bij het college van Gouverneur en Raden van Politie op Kaap de Goede Hoop; apr 1803 procureur- generaal in Kaap de Goede Hoop; jan 1804 secretaris bij de commissie van conversie van de munt op Kaap de Goede Hoop; jun 1804 raad en fungerend secretaris bij het Hof van Justitie op Kaap de Goede Hoop tot de verovering van deze kolonie door de Engelsen op 10 jan 1806; gerepatrieerd jun 1806; aug 1806 raad Departementaal Gerechtshof van Gelderland, tot 1814 zitting in Keizerlijk Hof, in dat jaar advocaat-fiscaal voor de middelen te lande in Gelderland, 1819 directeur en hoofdinspecteur der belastingen in Limburg, 1822 in dezelfde functie te West-Vlaanderen, 1823 auditeur- militair in Noord-Holland, 1827-1836 griffier van de Staten van Holland, 1836-1843 lid Raad van State; Opgave 1810: schatte zijn vermogen op fl. 25.000,-, waarvan vele Hollandse obligaties; was toen gehuwd en had drie kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 23 sep 1810 recommandeert hij zich via zijn schoonvader, die Van Maanen goed schijnt te kennen, voor een functie in de nieuwe rechterlijke organisatie vanwege zijn financiële positie en zijn gezin: "eene teerbeminde vrouw, drie kinderen en een vierde op weg". Bronnen: W. Wijnaendts van Resandt, Geschiedenis en genealogie van het Cleefsch-Zutphensche geslacht Van Hasselt van +_ 1530-1934 (z.pl. 1934) 186-189; NP 2 (1911) 220; Nationaal Archief MJP, 331, 123; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

DIERT VAN MELISSANT, Lodewijk Ernst; Personalia: R.K; * Den Haag 31-12-1755 - + Den Haag 20-4-1811; zn. van Gerard Petrus Joseph Diert, heer van Melissant, vrijheer van Hoogmade, advocaat te Den Haag, en Juliana Philippina van Leefdael (uit Aarle-Rixtel); tr. 1789 Anna Clara Maria van Berchem, dr. van Jacob, afkomstig uit Ravenstein. Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1776); 1776 admissie advocaat Hof van Holland; vestigde zich te Den Haag; vanaf feb 1795 raad Hof van Holland en lid commissie ter afdoening zaken opgeheven Hoge Raad; in 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van Texel; tevens van 1799-1810 lid Vertegenwoordigend Lichaam; overleed enkele maanden na zijn benoeming en werd opgevolgd door Van Swinden; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen weduwnaar en had geen kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 330, nr. 3; nog nazien: Algemeen Nederlandsch Familieblad (1883-1884); NL 1914, 140-145, 214-215, 344; Jb CBG 1967, 137- 156; Elias, Volksrepresentanten, 73.

ENGELEN, Hendrik; Personalia: * Arnhem 31-8-1755 + 's-Gravenhage 24-7-1826, zn van N.N.; tr. 1797 Gerarda Johanna Dibbets, dr. van Arnoldus; (zoon A.W. Engelen, kantonrechter Tiel, lid TK, schrijver (anoniem) Uit de gedenkschriften van een voornaam Nederlandsch beambte); Loopbaan: studie rechten; sinds 1778 advocaat, 1779 directeur betaling militie op de Veluwe, 1795 secretaris stad Arnhem, 1796 College van Politie, Financie en Algemeen Welzijn, commissaris van het Uitvoerend Bewind bij het Departement van de Rijn, 1802 eerste griffier Departementaal Gerechtshof van Gelderland; 1821 tot zijn overlijden kamerpresident bij Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen te gering was om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had zeven kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 125; MvJ, 5022 (in hoeverre familie van W. Engelen, NNBW, I, 821; was deze familie later niet van adel (jhr.) NA nazien; in 1882 schreef de kantonrechter te Tiel A.W. Engelen, anoniem zijn Gedenkschriften. Familie?); De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

FARJON, Jan Lodewijk; Personalia: Remonstrant * Maastricht 13-4-1766 - + Den Haag 10-2-1824; zn. van J.G. Farjon, drossaard van het Land van Valkenburg en C.L. van Eck; was ongehuwd; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1786); 1786-1803 advocaat Amsterdam, intussen in 1798 lid Codificatiecommissie, 1807 president commissie ontwerpen algemene manier van procederen, 1803-1810 raad Departementaal Gerechtshof van Holland, 1814-1819 advocaat-fiscaal over de middelen te water en te lande bij het Hooggerechtshof van Financiën en Zeezaken, 1820-1824 kamervoorzitter Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 6 nov 1810 vraagt hij een functie in het Keizerlijk Hof voor hemzelf en zijn collega's Rijser en Carbasius, alsmede een postje voor zijn neef Richard (zoon van tante Sulyard) die door de daling van de renten veel fortuin verloren had. In een latere brief van 28 no 1810 refereert hij aan een gesprek met Beijts, die hem niet onduidelijk te verstaan had gegeven dat Farjon in aanmerking kwam voor een benoeming als president van een der kamers van het Hof, een benoeming die Farjon zeer vererend zou vinden mits dit niet ten koste zou gaan van de anciënniteitgedachte binnen het Hof van Holland. Met name wilde hij niet de huidige president Baelde passeren. In een latere brief aan Van Maanen d.d. 28 nov 1810 ziet hij toch wel bezwaren in het accepteren van die benoeming: eerstens zou dat kunnen leiden tot afgunst bij de leden van het Hof die in anciënniteit eerder in aanmerking zouden komen, bovendien erkent Farjon van de Franse instellingen en het procesrecht weinig te begrijpen, bovendien zegt hij zwak te zijn in het lezen en schrijven in de Franse taal. Bronnen: Van Boven, Rechterlijke instellingen, 194-196; Nationaal Archief MJP, 332, 4; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

FENWICK VAN DER GON, Jacob; Personalia: NH; ged. Rotterdam 9-2-1747 - + Den Haag 29-8-1826; zn. van Adriaan David, vice-admiraal ter admiraliteit van de Maze, en Petronella Maria Roosendael; tr. 1778 Jeanne Henriëtte de Sausin; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1769); 1769 admissie advocaat Hof van Holland; 1771 schepen van Beukelsdijk c.a., 1773 -1793 baljuw van de stad Rotterdam, surintendenant en stadhouder van de lenen van de markies van Bergen op Zoom, directeur brievenposterij Bergen op Zoom; vervolgens president van het Bergse stadsbestuur en andere functies in deze stad tot 1799, in dat jaar benoemd tot raadsheer in het Departementaal Gerechtshof van Schelde en Maas, sinds 1802 lid Hoog Nationaal Gerechtshof voor f 4000,-; tot zijn dood raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te hebben; Bronnen: Mommers, Brabant 391; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 15; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

GENDT, Willem Godard Johan van; Personalia: geb. te Nijmegen; in 1810 53 jaar; + Den Haag 18-7-1830; Loopbaan: na zijn studie advocaat te Nijmegen en advocaat-fiscaal heerlijkheid Hernen; 1795 raad in Hof van Gelre, vanwege het kwartier Nijmegen, waarvoor hij fl. 1000,- aan het land heeft moeten betalen; in 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van de Dommel; 1799 eerste raad van het Departementaal Gerechtshof van Gelderland en in 1802 in deze functie gecontinueerd door het Departementaal Bestuur; tot zijn overlijden raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde geen vermogen te bezitten om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had geen kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 25 nov 1810 verklaart hij, dat hij als president van het Hof van Gelderland opgave te hebben gedaan van kandidaten voor de rechtbanken binnen Gelderland, en zichzelf niet als president van de Rb Arnhem te hebben voorgedragen ofschoon "zulks het meeste met mijn finantiële en huijselijke omstandigheden overeenkomstig geweest zijn" maar hij had zijn ambtgenoot Gaijmans op diens verzoek gekandideerd; Van Gendt vraagt dan op zijn beurt een post in het Keizerlijk Hof; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 118; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

GROENEVELD, Abraham; Personalia: * Rotterdam 23-9-1757 - + 1812; Loopbaan: studie rechten (promotie Leiden 1777); 1777 admissie advocaat Hof van Holland; 1787 schepen van Rotterdam, 1788 raadpensionaris Gouda, 1790 raad Hof van Holland; vanaf mrt 1802 raad Departementaal Gerechtshof van Holland (wat is er tussen 1795-1802 gebeurd?); tot zijn dood in 1812 rhr. Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaart dat de inkomsten uit zijn vermogen onzeker waren door de tijdsomstandigheden; was toen ongehuwd; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 6 nov 1810 hoopt hij op een post van raadsheer in het Keizerlijk Hof, zowel vanwege de waardedaling der effecten, als ook omdat hij verknocht is aan het ambt, zonder welke hij "het geheele genoegen van mijn leven verliezen zoude". Bronnen: Nationaal Archief MJP,330, nr. 3; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

HEENEMAN, Daniël Jacobus; Personalia: * Den Haag 5-7-1767 - + Den Haag 28-6-1838; tr. Constantia Magdalena van Son; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1788); 1788 admissie advocaat Hof van Holland; tot 1794 secretaris Jachtgerecht in Holland en pensionaris Brielle, tot 1805 rentmeester Ridderschapsgoederen Holland en vervolgens gekwalificeerd tot de verkoop ervan, vanaf nov 1805 griffier Departementaal Gerechtshof van Holland, tot 1832 raadsheer Keizerlijk Hof c.q. Hooggerechtshof, 1832-1838 kamerpresident Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaart dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had geen kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 9 nov 1810 hoopt hij op een post binnen de rechterlijke macht, terwijl in een brief van de president van het Hof van Holland, R. Baelde, aan Van Maanen d.d. 24 nov 1810 deze verklaart dat zij in een opgave aan Beijts Heeneman hebben voorgedragen als vice-voorzitter van de Rb Den Haag; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 332, 4; Van der Aa, III onder H, 114; DBNL Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

HONDEBEEK HEERKENS, Dominicus Nicolaus Josephus; Personalia: RK; ged. Venlo 17-3-1766 - Den Haag 8-11-1830, zn. van Hermanus Bernardus, griffier Hof Staats Overkwartier Gelre te Venlo, en Johanna Cornelia van der Veen; ongehuwd; Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1793); 1793-1808 advocaat te Groningen, vanaf jul 1808 raad Departementaal Gerechtshof van Groningen; in 1814 lid Grondwetscommissie; tot 1830 rhr Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaart dat zijn vermogen gering was "uit hoofde des ondergetekendes vader nog leefd"; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 22 nov 1810 schermt hij met zijn neef, generaal Dumonceau (moeder was een Heerkens, zie memoires van Dumonceau) en hoopt op een post in het Keizerlijk Hof. Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 8; Tellegen/Colenbrander, Wedergeboorte, 105; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

KETTLER, Georg Imanuel; Personalia: in 1810 31 jaar, stamde ongetwijfeld uit de bekende Oostfriese ambtenarenfamilie; Loopbaan: studie rechten; auditeur en assessor Regierungsrat Oos-Friesland, vanaf 1804 lid Regierungsrat met een tractement van fl. 1080,- per jaar en heeft fl. 2000,- recognitiegeld betaald; werd na de afscheiding van het departement van de Oostereems op 6 september 1811 overgeplaatst naar het Keizerlijk Hof te Hamburg; Opgave 1810: verklaarde een matig fortuin te bezitten; was toen ongehuwd; Bronnen: Nationaal Archief MJP,330, nr.45; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. M. Ites, Stammfolge Kettler, in: Quellen und Forschungen zur ostfriesischen Familien- und Wappenkunde 9, 1960, 107-122. 

MEERTEN, Huybert Elisa van; Personalia: * Gorinchem 11-10-1758 - + Suriname 2-6-1827; zn. van Lambertus, brouwer, schepen van Gorinchem, en Antonia Petronella van Steelandt; tr. 1. Christina Helena Zurhosen, 2. 1791 Dionysia Catharina van Bleyswijk; Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1780); 1780 admissie advocaat Hof van Holland; 1781 -1785 advocaat te Gorinchem, 1785 pensionaris van Gorinchem, 1786-1795 raadsheer Hof van Holland, na 1795 ontslagen, 1795-1802 advocaat te Gorinhem, 1802-1811  griffier Hoog Nationaal Gerechtshof, tot 1815 rhr Hooggerechtshof; in dat jaar raad-fiscaal van Suriname, daarna president Hof van Justitie Suriname; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had acht kinderen; Bronnen: NP 5 (1914) 290; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 15; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

MOORREES, Franciscus Henricus; Personalia: NH; ged. Nijmegen 8-6-1755 - + Utrecht 3-12-1828; zn. van mr. Johannes, heer van Ubbergen en Persingen, raad en schepen van Nijmegen, baljuw van de Betuwe, en Wilhelmina Catharina Stock, broer van Wilhelmus Sigismundus Johannes; ongehuwd; Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1778); 1778 admissie advocaat Hof van Holland; vestigde zich te Amsterdam, 1788-1795 stads-advocaat van Amsterdam, vanaf 1795 tot 1802 ambteloos en woont dan in zijn buitenverblijf te Soestdijk, 1802-1808 lid Hoge Militaire Vierschaar, vanaf 1809 lid Hoog Nationaal Gerechtshof met een tractement van fl. 4000; tot 1814 rhr Keizerlijk Hof; in dat jaar lid codificatiecommissie, speciaal belast met het ontwerp Burgerlijk Wetboek, later president Hoog Militair Gerechtshof; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was toen ongehuwd; Bronnen: NP 47 (1961) 207; Nationaal Archief MJP, 330, nr.16; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

MÜLLER, Gottfried Samuel; Personalia: in 1810 34 jaar; Loopbaan: studie rechten; lid van de Regierungsrat Jever en assessor van de prefectuur van Oost-Friesland, vanaf 1809 lid Landgericht Jever met een tractement van fl 2542,- inclusief emolumenten en rapportgelden; werd na de afscheiding van het departement van de Oostereems op 6 september 1811 overgeplaatst naar het Keizerlijk Hof te Hamburg; schreef een Duits handboek over het Franse civiele procesrecht (1811); Opgave 1810: verklaarde weinig vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had geen kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP,330, nr. 47;

NOODT, Willem; Personalia: NH; * Baardwijk 24-4-1753 - + 's-Gravenhage 20-12-1818; zn. van Walraven, predikant, en Anna de Fokker; tr. 1786 Janette Jacoba Mispelblom; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1777); 1777 admissie advocaat Hof van Holland; lid Universiteitsvierschaar Leiden, 1795 lid commissie ter afdoening van de hangende zaken voor de Hoge Raad van Holland en Zeeland, sinds apr 1795 raad Hof van Holland,  na 1813 tot zijn dood raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat de inkomsten uit zijn vermogen onzeker waren door de tijdsomstandigheden; was toen weduwnaar en had twee kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 5 nov 1810 hoopt hij op een post als raadsheer in het Keizerlijk Hof, omdat hij dan in Den Haag kan blijven en zijn zoons, die beiden jurist zijn, aldaar de praktijk kunnen leren "in welke plaatze nu toch als vanouds de leerschool van jonge advocaaten blijven zal". Een van die zoons is Walraven Willem, in 1810 verloofd met de dochter van de inmiddels overleden raad van het Hof van Holland, Huber; deze zoon wordt door Baelde aanbevolen voor een post bij een RbvEA (brief aan Van Maanen d.d. 6 dec 1810); Bronnen: NP 8 (1917) 336; Nationaal Archief MJP, 330, nr.3; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

RAEBER, Frederik Hendrik; Personalia: NH; * Apeldoorn, aug. 1761 - + Utrecht 25-3-1825; zn. van Ernst Erwin, in 1790 generaal-majoor corps van Oranje op 't Loo, en Catharina Johanna Baertmans; ongehuwd; Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1784); 1784-1786 advocaat te Arnhem, 1786-1795 officier civiel te Apeldoorn, 1795-1798 lid Departementaal Bestuur Gelderland, na de coup van 22 jan 1798 tot juli 1798 geen functie, daarna tot nov 1799 secretaris Harderwijk, 1799 benoemd tot griffier Departementaal Gerechtshof van de Oude IJssel, jul 1802 lid Hoge Militaire Vierschaar, jun 1803-jul 1806 secretaris Ministerie van Oorlog, daarna tot nov 1807 geen post, daarna secretaris-generaal Staatsraad, mrt 1808 - mei 1809 chef divisie Ministerie van Justitie en Politie, mei 1809 lid Hoge Militaire Vierschaar (tractement fl. 3500,-); tot 1814 rhr Keizerlijk Hof; Opgave 1810: verklaarde geen vermogen te bezitten; was toen ongehuwd; Bronnen: NL 80 (1963), 155; Jb CBG 6 (1952) 130; Homines Novi 459; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 17; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.; Wissing, Representanten Gelderland, 222

RHIJN, Nicolaas van; Personalia: NH; * Amsterdam 1748 + Zwolle 19-1-1819; tr. 1782 Hendrina Palthe, dr. van Jan Arend, predikant te Nieuwleusen; Loopbaan: studie rechten; 1773 advocaat Zwolle, apr 1777 tevens secretaris Genemuiden en scholtis en richter van het buiten-rechtsgebied van Genemuiden, alsmede commies aldaar ter recherche van de convooien en licenten ter Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier, 1799 benoemd tot raadsheer Departementaal Gerechtshof van de Oude IJssel te Kampen, gecontinueerd in 1802 in het Departementaal Gerechtshof van Overijssel te Deventer, sinds nov 1808 als voorzitter met een tractement van fl. 1800,-; tot 1819 rhr. Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde in 1810 dat zijn vermogen zeer gering was, en dat hij in nov 1782 gehuwd was en zeven kinderen had, waarvan er nog vier in leven waren; in een brief aan Van Maanen d.d. 28 nov 1810 verzoekt hij als raad in het Keizerlijk Hof of als rechter in de rechtbank te Zwolle te worden benoemd; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331,154; Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

RIJSER, Hendrik; Personalia: * Alkmaar 3-12-1744 - +; 's-Gravenhage 3-3-1824, zn van Simon, predikant te Alkmaar, en Anna Catharina Daeij; tr. 1. 1793 Hester van Nooij, dr. van Barent, en Cornelia Serné. 2. 1819 Johanna Petronella Nolst, dr. van mr. Pieter Jan, en Suzanna Dannenberg (beide huwelijken kinderloos); Loopbaan: studie rechten; advocaat, 1768-1796 notaris Alkmaar, schepen en daarna secretaris Alkmaar, hoofdingeland, heemraad, daarna secretaris van de Zijpe en de Zijpepolder, tweemaal gecommitteerde in 's lands zaken benoemd door de Staten van Holland, leenman van de Nijenburgen; sinds mrt 1796 raad Hof van Holland, tot zijn overlijden rhr. Hooggerechtshof; Opgave 1810: was weduwnaar en had geen kinderen; in een brief van J.L. Farjon aan Van Maanen, d.d. 26 nov 1810 toont deze zich verheugd dat Van Maanen schriftelijk heeft bevestigd dat voor de leden van het Hof van Holland goede functies binnen de rechterlijke macht zouden worden gezocht, speciaal ook voor Rijser en Carbasius; Voor Rijsers toekomst vreesde Farjon "dat men welligt het oog op hem mogt hebben om hem als vrederegter alhier te plaatzen; hoe zeer hij dezen post, in de tegenwoordige omstandigheden, waardoor zijne inkomsten zeer aanzienlijk verminderd zijn, wel niet finaal zoude van de hand wijzen, kund gij evenwel ligtelijk nagaan dat hij zeer verre prefereert in het Hof geplaatst te worden"; Beijts had namelijk bij een kennismaking met de leden van het Hof van Holland aan Rijser "den post van vrederegter als zeer eerwaardig voorgedragen". In een brief van Rijser aan Van Maanen d.d. 26 nov 1810 wordt dit nog eens bevestigd. Beijts had de leden van het Hof van Holland ontvangen en gezegd dat hij van plan was om alle leden van het Hof in Den Haag te houden, echter niet allemaal in de functie van raadsheer in het Keizerlijk Hof. Tegenover Rijser beschreef hij het ambt van vrederechter "zoo favorabel, dat het scheen alsof hij mij hiertoe eenigszins destineerde". Bronnen: NL 1955, 283; RHC Alkmaar, Coll. Aanwinsten, 649-652 Stukken betreffende Hendrik Rijser, secretaris en notaris te Alkmaar, later Raad in het Hof van Justitie te 's-Hage, 1741-1817. 4 omslagen; Nationaal Archief MJP,330, nr. 3; Hartong, Protocollen, 213; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

ROMONDT, Sibertus Christiaan van; Personalia: * ged. Utrecht 9-5-1753 - + 's-Gravenhage 17-01-1838; zn van Johan, muntmeester, en Alarda Cornelia van Romond; tr. 1802 Geertruida Josina Walbeeck; Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1778); 1789-1791  raadsheer Kamer van Justitie Vianen en Ameiden, 1791-1796 raadsheer Hof van Utrecht, sinds 1802 raadsheer Hoog Nationaal Gerechtshof met een tractement van f 4000,-; tot zijn overlijden in 1838 raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde in 1810 een middelmatig vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had geen kinderen; Bronnen: NP 12; Nationaal Archief MJP, 33, 15; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

ROUKENS, Arent Anthony; Personalia: * Nijmegen 29-10-1747 - + Arnhem 1-12-1822; zn van Johan Michiel, raad Nijmegen, en Agneta Jeanetta Verspijck; tr. 1781 Adriana Johanna Jongbloet, dr. van Van Ressenu Jongbloet, heer van Hey en Boeycop; Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1769); 1770 advocaat te Nijmegen, 1783 schepen en raad van Nijmegen, 1788 burgemeester van Nijmegen, 1791 gecommitteerde namens Gelderland in de Admiraliteit van de Maas, 1793 raadssecretaris van Nijmegen, vanaf jul 1795 momboir of procureur- generaal bij het Hof van Gelderland, bleef tot zijn dood raadsheer in het Hof na 1813 Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was toen weduwnaar en had drie kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 21 nov 1810 hoopt hij op een post in het Keizerlijk Hof; Bronnen: NNBW X 838; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.; G. Pikkemaat, Regenten en Magistraten (Alphen aan de Rijn, 1967) 149-193; Nationaal Archief MJP, 331,127; Van der Aa, VI onder R, 158; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; portret van W.J. Laquy in verzameling Crommelin- Roukens te Haarlem (NNBW); van hem is een autobiografie bekend: "Autobiografische aantekeningen van mr. Arent Anthonius Roukens", BMGelre VI (1903) 299-394; Schilderij van het gezin Roukens, van W.J. Laqui 1786 (Museum Het Valkhof)

SCHONCK, Jacob; Personalia: * Nijmegen 18-11-1770 - +  's-Gravenhage 23-11-1837; zn van Jan Rabo en Adriana Constantia van der Mieden (afstammeling van Constantijn Huygens); tr.1803 Johanna Cornelia Tielenius Kruythof; Loopbaan: studie rechten; 1792 advocaat, 1793-1795 advocaat-fiscaal Neder- Betuwe, 1801 wederom advocaat-fiscaal Neder-Betuwe en bovendien van Maas en Waal, Tieler- en Bommelerwaarden en het graafschap Buren; sinds 1806 raad Departementaal Gerechtshof Gelderland; tot zijn dood rhr Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen ontoereikend was om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had vier kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331,122; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Wees als voorzitter van het Hof van Assisen in Middelburg in 1816 het laatste doodvonnis uit. met een aanspraak, die gedrukt is uitgegeven.

SYPKENS, Ulrich Herman; Personalia: * Groningen 28-8-1774 - + Arnhem 2-7-1848, zn. van Henricus, predikant, na 1798 hoogleraar Oosterse talen en Hebreeuwse oudheden te Groningen, en Elisabeth Huber; broer van Tammo, tr. Antje M. Entrup, dr. van mr. Willem; Loopbaan: studie rechten Groningen (inschr. 1790; promotie 1798); 1796 secretaris gericht van Selwerd en Sappemeer, 1797 ontvanger van Wedde en Westerwoldingerland, 1799 secretaris Departementaal Gerechtshof van de Ouden IJssel en in 1800 griffier, 1802 lid Zeeraad, 1805 lid Raad van Judicature, sinds 1806 lid Hoog Nationaal Gerechtshof met een tractement van fl. 4000,-; tot 1838 raadsheer Hooggerechtshof; ging niet over naar de Hoge Raad; Opgave 1810: verklaarde geen vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had twee kinderen. Bronnen: NNBW IX 1102; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 16; Elias, Volksrepresentanten, 229-230 (vader Henricus); De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

TIEBOEL, Jacobus; Personalia: * Makkum 21-11-1765; + Den Haag 12-11-1833, zn. van dr. Daniël, advocaat, secretaris Workum, en Rijkjen Ymes Tichelaar, tr. Margaretha Helena Cornelia van Hees, dr. van mr. Johannes en Jacoba de la Faille (Culemborg); Loopbaan: studie rechten Leiden (ingeschreven 1786); 1789 advocaat, 1795- 1796 secretaris Workum, 1799-1802 lid Departementaal Gerechtshof van de Oude IJssel te Kampen; 1802-1803 drost Ameland, sinds 1803 raad-ordinaris Departementaal Gerechtshof Friesland; tot zijn dood in 1833 rhr Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen van zeer weinig belang was en ingeteerd door de waardedaling van de renten en de slechte betaling van de buitenlandse fondsen (Wenenbank en Amerikaanse Fondsen); was toen ongehuwd; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 21 nov 1810 laat hij blijken door de voorkeur van de oudere raadsheren in Friesland weinig hoop te hebben op een baan in Friesland en verzoekt dan een baan als voorzitter van een rb buiten de provincie; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 262; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Vries, Heeren van den Raede, 417-418.

VROMANS, Pieter; Personalia: * Leiden 25-10-1745 - + Den Haag 6-3-1825; tr. Maria Adriana Ravens; Loopbaan: studie rechten; 1768 commissaris Huwelijkse Zaken Leiden, raad vroedschap Leiden, lid Universiteitsvierschaar Leiden, sinds sep 1795 raad Hof van Holland, tot zijn overlijden rhr Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had drie kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 10 nov 1810 hoopt hij als raadsheer gecontinueerd te worden; Bronnen: NL 1902; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 3; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; Archiefstukken over hem in archief Brantsen (RA Gelderland); De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

WENDT, Anne Regnerus de; Personalia: NH; * Sneek 11-2-1772 - + Den Haag 31-7-1851; zn. van mr. Eco, pensionaris van Leeuwarden, burgemeester van Workum en Sneek, en Geertruit Reddingius, tr. Birdaard 1798 Anna Margaretha Bergsma dr. van mr. Pieter Adrianus, lid Dep. Bestuur Friesland, drost van het vierde district; Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1792); 1792-1802 advocaat te Sneek, 1802-1811 raad-ordinaris Departementaal Gerechtshof Friesland, 1814-1851 lid Algemene Rekenkamer, vanaf 1841 als president; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had vier kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 21 nov 1810 hoopt hij op een post in het Keizerlijk Hof te Den Haag; Bronnen: NP 8 (1917) 390; NNBW X 1165-1166; Nationaal Archief MJP, 331,262; Margry, Camere vander rekeninghen, 183 (portret); Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Vries, De Heeren van den Raede, 416-417.

WENTHOLT, Jan Steven; Personalia: NH; * Zutphen 30-11-1753 - + Rotterdam 27-6- 1831; zn. van mr. Pieter, burgemeester Groenlo, lid Admiraliteit West- Friesland, en Helena Cornelia Verspijck; tr. 1782 Maria Geertruid Agatha Verstege, dr. van Bernard Joost, burgemeester van Brummen en lid Staten- Generaal; (zoon Pieter werd in 1811 substituut-procureur te Gorinchem, zie aldaar) Loopbaan: studie rechten Groningen en Utrecht (promotie aldaar 1775); 1775 advocaat te Zutphen, 1778-1780 onderstadsrentmeester te Zutphen, 1780-1795 secretaris van Zutphen, 1795 raad Hof van Gelre, 1797 lid Tweede Nationale Vergadering en lid constitutiecommissie, jun 1798 lid Tweede Kamer Vertegenwoordigend Lichaam, sinds 1802 lid Hoog Nationaal Gerechtshof (tractement fl. 4000,-), na 1813 tot 1821 raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had twee kinderen; in een sollicitatiebrief van A.R. van Heeckeren van Suideras aan Van Maanen voor de functie van president van de Rb Zutphen d.d. 28 nov 1810, merkt deze op dat Wentholt en Haesebroek als de toekomstige president van de Rb Zutphen waren gedoodverfd; Wentholt was volgens Van Heeckeren " derde secretaris van Zutphen, doe ik in de magistraat sitting had; in die tijd werd sijne werksaamheid, welke even soo min betwisten konde als sijne kundigheeden, niet weinig belemmert door residives van eene heevige kranksinnigheid in de alleruiterste graad"; Bronnen: NP 24 (1938) 345; NNBW X 1169-1170; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 15; Elias, Volksrepresentanten, 255-256; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

WESELE SCHOLTEN, Benjamin Petrus van; Personalia: * Amsterdam 23-9-1762 - + Den Haag 23-9-1829; zn. van mr. Christiaan, heer van Aschat en Oud-Haarlem, griffier en rekenmeester Leenhof van Breda, en Johanna Catharina van Wesele; broer van Willem Scholten van Oud-Haarlem (president rb Amsterdam); tr. 1. 1793 Catharina Elisabeth van der Goes, dr. van Willem Cornelisz, 2. Lidia Johanna Maria van Hoogeveen, dr. Valerius, raad en schepen van Leiden; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1785); 1785 admissie advocaat Hof van Holland; 1788-1791 pensionaris Schiedam, 1791-1795 pensionaris Delft en pensionaris Grote Visserij, bij omwenteling in 1795 uit alle ambten ontzet, 1803 directeur Hollandse Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem, 1804- 1806 raad municipaliteit Delft, sinds okt 1806 raad Departementaal Gerechtshof Holland, 1807 lid commissie van redactie civiel wetboek, 1807 lid commissie formatie openbare en koninklijke scholen en aanmoediging van de wetenschappen en der geleerden; tot zijn dood raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: verklaarde dat het inkomen uit zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; hij was toen gehuwd en had twee kinderen; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 15 nov 1810 hoopt hij niet geplaatst te worden in het buitenland, zijn vrouw kent geen vreemde talen, bovendien behartigt hij de zaken van enkele weduwen en wezen, in een tweede brief d.d. 28 nov 1810 verhaalt hij aan Van Maanen dat hij een gesprek had gehad met baron Beijts over de Latijnse en Griekse letterkunde, en dat Beijts aan het einde van het gesprek zei dat ze beiden daarover nog gelegenheid genoeg kregen om over te praten omdat het waarschijnlijk was dat ze "in nadere betrekking zouden komen", hetgeen volgens Wesele Scholten alleen maar kon betekenen dat hij zou worden benoemd in het Keizerlijk Hof, dit tot zijn groot genoegen. Bronnen: NA 44 (1951) 153; NP 1958 297; Schutte, Orde 176; Nationaal Archief MJP, 332, 4; Van der Aa, VI onder S, 119; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

WESTENBERG, Dirk; Personalia: NH; * Zwolle 16-10-1771 - + Den Haag 17-9-1846; zn. van Joan, kamerbewaarder Staten van Overijssel, en Johanna Margarieta Westenberg; tr. 1803 Johanna Elisabeth Walraven; Loopbaan: studie rechten Harderwijk (promotie 1793); 1793-1802 advocaat, 1793 lid gezworen meente Zwolle; sinds 1802 raad Departementaal Gerechtshof Overijssel, bleef na 1813 raadsheer Hooggerechtshof, 1814 lid codificatiecommissie; na 1838 tot zijn overlijden raadsheer Hoge Raad; Opgave 1810: verklaarde geen vermogen te bezitten; was toen gehuwd en had geen kinderen; in brief aan Van Maanen vraagt hij om deze post of de post van keizerlijk procureur te Zwolle; hij stelt in deze brief dat hij de functie van raad in 1802 had aangenomen om justitiële carriere te maken en dat hij deze had ingeruild voor de veel lucratievere baan als advocaat; Bronnen: NP 31 (1945) 366; Van Koppen, Raadsheer, 121; Nationaal Archief MJP, 331, nr. 157; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen, 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

Raadsheer-auditeur

BASSECOUR CAAN, Jan de la; Personalia: NH; * Den Haag 13-4-1786 - + Den Haag 14-11-1842; zn. van mr. Hendrik, secretaris Den Haag, en Suzanna Jacoba van Neck; tr. 1821 Maria Charlotta Jacoba van der Heim, dr. van mr. Gerlach Johan Herbert, lid Wetgevend Lichaam (1804), lid Staten van Holland (1814), burgemeester van Den Haag (1815); Loopbaan: studie rechten; 1807 advocaat en auditeur van de Staatsraad; 1809 auditeur des Konings en daarna (1810) van Lebrun; 1815-1838 rhr Hooggerechtshof; ging niet over naar de Hoge Raad; Bronnen: Nationaal Archief, MvJ, 5022; NP 16 (1926) 43; P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogie van het geslacht Caan, de la Bassecour Caan en Caan van Neck; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

BEELAERTS VAN BLOKLAND, Frans; Personalia: NH; * Dordrecht 1775 - + Den Haag 3-4-1844, zn. van mr. Pieter, vrijheer van Blokland, verscheidene bestuursfuncties 's-Gravenhage, en Maria Adriana van Beeftingh; tr. 1829 Agatha Maria van Vredenburch, dr. van mr. Jacob en Wilhelmina Machteld van Assendelft; Loopbaan: studie rechten Utrecht (promotie 1807); 1807 advocaat te Utrecht, 1807-1808 secretaris minister van Koophandel en Koloniën, 1808 provisioneel secretaris van het Comité van Marine, auditeur-extra-ordinair bij de Staatsraad; 1809 sous-chef bij het ministerie van Marine en Koloniën (salaris ( 1800,-), 1812-1815 substituut PG Keizerlijk Hof, 1815-1838 raadsheer Hooggerechtshof, van 1838 tot zijn overlijden raadsheer HR; Opgave 1810: in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 4 nov 1810 vraagt hij om een plaats in de rechterlijke macht, hetzij als raadsheer-auditeur bij het Keizerlijk Hof, hetzij als lid van een rechtbank van Eerste Aanleg. Maar een post in de nabuurlanden (België, Kleef, Berg) zou hij ook niet afslaan. Hij betoont zijn gehechtheid aan de Keizer en zegt dat hij deel uitmaakte van de Garde Honneur die de keizer in Amsterdam verwelkomde. Hij stelt dat de meeste oude families in deze tijd "fortement interessées dans les fonds publics". Bronnen: NA 79 (1988) 296; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; Nationaal Archief, MvJ, 5022; Van Koppen, Raadsheer, 122; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Portret van J.A. Kruseman (part. bezit).

DOUW LOKE, Jacobus; Personalia: * Vlissingen 6-2-1779 - + Den Haag 28-10-1837, zn. van mr. Johannes Jacobus Loke, pensionaris Vlissingen, en Clara Jacoba Macquet (andere zoon Jan Jacobus (1770-1841) was advocaat te Middelburg en in 1807 lid Commissie Civiel Wetboek, 1833-1838 raadsheer Hooggerechtshof, 1838-1841 raadheer Hoge Raad);  tr. Utrecht 1833 Constance Clara Charlotte de Geer, dr. van Jan Jacob, en Jeanne Agathe von Meinertzhagen Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1802); 1802 admissie advocaat Hof van Holland; 1806 commies 3e Sectie Staatsraad, 1808 secretaris van deze sectie; 1810 lid commissie tot liquidatie van Zeeland; 1811 raadsheer Keizerlijk Hof; tot 1833 rhr Hooggerechtshof (wordt opgevolgd door zijn broer Jan Jacobus); Bronnen: MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

HERZEELE, Theodorus van; Personalia: NH; * Amsterdam 10-3-1781 - + Den Haag 22-11-1866; zn. van Jan Jacob, koopman en reder te Amsterdam, schepen Amsterdam, bewindvoerder OIC, en Rachel Haganaeus; tr. 1818 Adriënne Marie Jeanette van Schuylenburch, dr. van mr. François Pierre Guillaume, heer van Bommenede, grietman van Ferweradeel, lid TK; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1810); in 1810 advocaat en auditeur Staatsraad, 1814 secretaris ambassade bij het hoofdkwartier van de geallieerden, daarna te Parijs en bij de commissaris-generaal te Brussel; 1815-1838 raadsheer Hooggerechtshof, 1838-1850 raadsheer Hoge Raad; titel baron en lid ridderschap Holland; Bronnen: NA 40 (1942) 493; Van Koppen, Raadsheer, 122; Van der Aa, III onder H, 217; over vader zie Elias II, 1010; MvJ, 5022; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

MELVILL VAN CARNBEE, Pieter; Personalia: * Den Haag 24-5-1788 - + Den Haag 27-3-1821; zn. van Pieter, heer van Op- en Nederandel, vice-admiraal (bekend van de slag tegen de Engelsen in mei 1781 (NNBW I, 1323), lid Raad van State, en Johanna Albertina von Daehne; ongehuwd; Loopbaan: studie rechten; advocaat, in 1810 auditeur Staatsraad, 1816 tot zijn dood rhr Hooggerechtshof; Bronnen: NA 42 (1949) 90; Hoge Raad van Adel, familiearchief Melvill; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

MOSSEL VAN STRALEN, Johannes; Personalia: NH; * Enkhuizen 23-10-1777 - + 's-Gravenhage 3-6-1827; zn. van Hendrik van Stralen en Clasina Rijgerbos; tr. 1799 Theodora Agneta van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh; dr. van wrs. Hendrik Justus, fiscaal Raad van Brabant; naam Mossel toegevoegd naar zijn grootmoeder; Loopbaan: studie rechten (Utrecht p) advocaat, 1807 secretaris van de commissie van ministers tot het formeren van een permanent vredesbudget, 1808 kwartierdrost van Maasland, in 1810 kwartierdrost van Goeree Overflakkee; van 1814 tot zijn dood raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 15 okt 1810 ambieert hij een functie als sous-prefet of conseiller de prefecture in Den Haag, na een gesprek met Lebrun wordt hem aangeraden niet voor zo'n functie maar voor die van vrederechter te kiezen; woont in 1810 met drie kinderen bij zijn vader, de bekende Hendrik van Stralen, een goede bekende van Van Maanen; Van Stralen sr. roemt zijn zoon in een brief aan Van Maanen d.d. 19 nov 1810 als kwartierdrost, die de toenmalige landdrost als model noemde voor de andere drosten; Bronnen: Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; NL 3 (1885) 56; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

SIBERG, Pieter Gerhard; Personalia: NH; * Semarang 19-11-1785 - + Kleef, 18-11-1851; zn. van Johannes, gouverneur- generaal Ned. Indië, en Pieternella Gerhardina Alting; tr. 1. 1816 Maria Catharina Reijnst, dr. van Pieter Hendrik, burgemeester van Arnhem, en Susanna Ignatia Radermacher; tr. 2. 1832 Johanna Sara, gravin van Limburg Stirum, dr. van Samuel John, lid EK, en Johanna Sara Reijnst; Loopbaan: studie rechten; in 1810 advocaat en auditeur Staatsraad, na 1813 ambtenaar bij de Raad van Financiën in Nederlands Indië, raadsheer Hoge Raad van Justitie in Nederlands Indië, koopman te Den Haag, lid firma P.G. Siberg en Gildenhuis; Bronnen: NA 44 (1951) 244, NNBW VII, 1146-1147 (vader), NL LXVII, 9.

VER HUELL, Evert Christaan; Personalia: * Doetinchem 11-2-1789 - + Den Haag 18-2-1841; zn. van Christiaan Anthonie, admiraal, staatsraad, en Anna Jacoba Bosch; tr. Henriëtte Johanna Wils (zij hertrouwt na de dood van haar man met L.A. Lightenvelt, o.a. minister van Buitenlandse Zaken en van Rooms-Katholieke Eredienst); Loopbaan: studie rechten (promotie 1809); in 1810 advocaat en auditeur Staatsraad, 1816-1821 raadsheer Hooggerechtshof; Opgave 1810: In een brief van vader C.A. Verhuell uit Parijs d.d. 30 nov 1810 aan Van Maanen, maakt hij gewag dat de zoon op sollicitatiebezoek was geweest bij Van Maanen, maar dat die in een benoeming aan het keizerlijk Hof wel enige obstakels zag, waarschijnlijk in de jonge leeftijd; vader Verhuell hoopte vurig dat de jonge zoon toch zou worden aangesteld: "Ik wenschte zo gaarne dat hij wat te doen had en wel voornamentlijk in het vak waarin hij is opgeleid; de ledigheid is een fatal ding voor de jonge mensch, vooral als er wat vuur in zit"; Bronnen: NA 46 (1953) 49; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; MvJ, 5022; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

Procureur-generaal

BEYTS, Josephus Franciscus; Personalia: * Brugge 17-5-1763 - + Brussel 15-2-1832; zn. van Frans, chirurgijn-pensionaris van het Proossche te Brugge; tr. Marie van de Vijvere, geb. Gent 17-7-1766, dr. van een advocaat. Loopbaan: studie filosofie en rechten Leuven 1782-1785 (primus); griffier te Brugge; 1788 substituut PG Raad van Vlaanderen; 1789 lid Raad van Vlaanderen; pro Oostenrijks en dus ambteloos na de Brabantse Omwenteling in 1789; 1792 commissaris voor de Fransen te Brugge; 1797 lid Conseil des Cinq Cents te Parijs; 1800 prefect Loir et Cher; verkreeg de titel van baron van Napoleon; aug 1800 commissaris Tribunal d'appel te Brussel, later procureur-generaal Keizerlijk Hof Brussel; vanaf 1806 tevens inspecteur Ecole de Droit te Brussel, Koblenz en Straatsburg; mei 1811 president van het Keizerlijk Hof te Brussel; 1813 voorzitter bijzonder hof (tribunal spécial) Hamburg en daar door geallieerden gevangen genomen; door Willem I niet gecontinueerd in Hooggerechtshof; ambteloos tot 1829; 1829 lid provinciale staten Zuid-Brabant; 1830 lid Nationaal Congres, 1831 senator en ondervoorzitter van de senaat; Bronnen: Le baron Joseph-François Beyts, in: Biographie universelle et moderne, Brussel, 1843, Deel I, blz. 290;  F. Stappaerts, Baron Joseph François Beyts, in: Biographie nationale, 1868, II, kol. 410; François Beyts, in: Dictionnaire de biographie française, Tome 6, col. 379; Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1856, blz. 197-198; L. François, Frans Beyts, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 1974, blz. 32-55; Idem, Frans Beyts, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel 6, kol. 29-33, Brussel, 1974; ; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B; Van Hille, Nederlands Bewind, 180-181; http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/AVDA346.htm    

N.B. Beyts zou bij Keizerlijk Besluit van 9 juli 1811 vervangen worden door J.B. de Burck, PI te Amsterdam, zie aldaar (Nationaal Archief, Archief Keizerlijk Hof, inv.nr. 19); na diens vertrek werd deze vervangen door Claude François Joseph Catherine Jaquinot de Pampelune (* Dijon 17-3-1771- + Parijs1835), procureur-generaal te Dyon, na zijn vertrek in 1813 enige tijd ambteloos, later procureur-generaal te Parijs van 1826 à 1830; vanaf 1830 tot zijn dood deken van de advocaten (batonnier) te Dijon; membre de Legion d'Honneur). Jacquinot genoot een goede reputatie bij Van Maanen, die hem beschouwde als de enige vreemdeling tijdens de Franse overheersing die welkom was in de beste families in Den Haag. Over hem in negatieve zin Van Herzeele in een brief aan Van Maanen in 1814, die Jacquinot in Parijs ontmoette waar deze zich weer even gemakkelijk afkeerde van Napoleon en het koningschap omarmde (NA, Coll. Van Maanen 1900, inv. nr. 50). Met Jacquinot bleef Van Maanen enige tijd in correspondentie en gaf deze de beste recommandaties mee Vgl Kluit, Van Maanen.

Advocaat-generaal

BORDES, Tobias Constantijn de; Personalia: NH; * Amsterdam 13-12-1772 - + Den Haag 3-10-1845; zn. van Philip, zeildoekmaker, en Anna Maria Jordan; tr. 1801 Alida Maria Petronella van Toulon, dr. van mr. Lodewijk (zie Cour de Cassation). Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1795); 1795 admissie advocaat Hof van Holland; 1795-1798 secretaris Comité van Justitie Amsterdam, 1798 secretaris Agenschap van Financiën, 1802 secretaris van de Thesaurie- Generaal en de Raden van Financiën, lid van de Raad van Judicature, advocaat-fiscaal voor de middelen te water en te lande (tractement ( 5000,- ) bleef advocaat-generaal bij het Hooggerechtshof tot 1838 en werd in dat jaar procureur-generaal bij de Hoge Raad tot zijn overlijden, 1831-1838 lid Tweede Kamer; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te hebben, niet voldoende om zonder baan te leven; hij was toen gehuwd en had vijf kinderen, in een sollicitatiebrief van 20 aug 1810 aan Van Maanen schrijft hij dat hij het liefst benoemd wilde worden "in het vak der douanes of der belastingen"; in een nadere brief van 30 nov 1810 aan van Maanen, zegt hij een gesprek te hebben gehad met Beijts die hem wel benoemd zag als eerste advocaat-generaal, omdat De Bordes immers eenzelfde functie bekleed had als Beyts nu had. De functie was voor De Bordes aantrekkelijk vanwege het salaris, nu zijn inkomsten zo belangrijk waren verminderd; Bronnen: NP 7 (1916) 60; Van Koppen, Raadsheer, 194; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 25; Van der Aa, I, onder B, 279-280; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

CONRADY, Jan Willem Hendrik; Personalia: * Nijmegen 16-11-1768 - + Utrecht 25-11-1844, zn. van Jan François Emanuel, en Johanna Momma; tr. Jeanne Catherine Vaissiere; Loopbaan: studie rechten Harderwijk (promotie 1791); 1794 lid stadsbestuur Nijmegen; 1795-1796 representant Gelderland in de Staten-Generaal; 1796-1799 substituut-fiscaal Hof van Gelre; sinds 1799 advocaat- fiscaal Hoge Militaire Vierschaar; tot 1814 advocaat-generaal Keizerlijk Hof; 1814-1827 advocaat-fiscaal Hoog Militair Gerechtshof, vanaf 1827 president aldaar; Opgave 1810: verklaarde zonder fortuin te zijn; was toen ongehuwd; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 16 nov 1810 hoopt hij op een convenable post in de rechterlijke macht, nu zijn huidige functie zou vervallen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 330, nr. 20; Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt- Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.Gelders Archief, Archief Gewestelijke Besturen.

KASTEELE, Jacob Carel van de; Personalia: * Den Haag 26-3-1780 - + Den Haag 1-7-1835; zn. van mr. Pieter Leonard, pensionaris van Haarlem, staatsraad, en Geertruijd Margareta Craeijvanger; tr. 1806 Machtilda Elizabeth Maria Jacoba van Bosvelt, dr. van Gerrit, lid Algemene Rekenkamer; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1801); 1801 admissie advocaat Hof van Holland; 1801 landsadvocaat bij het ministerie van Financiën en advocaat-consulent bij de Administratie der voormalige Nassause Domeinen, vanaf mei 1808 procureur-generaal bij het Departementaal Gerechtshof van Holland, 1814-1835 rijksadvocaat, 1819-1822 lid gemeenteraad Den Haag, 1822-1824 één der vier burgemeesters van Den Haag, 1824-1835 wethouder Den Haag, 1824-1835 lid Tweede Kamer; dichter, net als zijn vader; Zijn bekendste dichtstuk is Het 's Gravenhaagshe Bosch; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen onzeker was door de tijdsomstandigheden; was toen gehuwd en had drie kinderen en een op komst; in een sollicitatiebrief aan Van Maanen d.d. 5 nov 1810 hoopt hij op een functie van advocaat-generaal; terug naar de advocatuur lijkt hem niet aantrekkelijk omdat die "geheel van aard en natuur verandert." Hij klaagt bovendien over het feit dat zijn vergoedingen en uitkeringen niet in geld maar in bonnen worden uitbetaald.; in een brief van Baelde d.d. 24 nov 1810 waarin deze de voordracht doet voor de leden van de rechtbanken van eerste aanleg in Maasland, vertelt deze dat Van de Kasteele het liefst als AG bij het Keizerlijk Hof, dan als Keizerlijk procureur bij de RbEA wil fungeren; Bronnen: NP 29 (1943) 244; NNBW VIII 947-948; DBNL; Nationaal Archief MJP, 332, 4; Van der Aa, IV onder K, 21; Elias, Volksrepresentanten, 137-138 (vader Pieter Leonard); Nationaal Archief, Coll. Van Maanen 1900, 50; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B.

PHILIPSE, Anthoni Willem; Personalia: NH; * Middelburg 10-9-1766 - + Den Haag 18-2-1845; zn. van Johan, meester glazenmaker; vendue- wees- en wijkmeester, regent en boekhouder tuchthuis Middelburg, en Martha Fournier; tr. 1. 1793 Johanna Henriëtta van Voorst, 2. 1797 Anna Johanna van Lemzeele; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1790); 1783-1795 klerk Raad van Vlaanderen te Middelburg, vanaf 1790 tevens advocaat te Middelburg; 1790- 1792 lid (commissaris) van het college voor het Landrecht op Walcheren; 1791 commies van de gemene middelen van het kleinzegel en opper-collecteur van het trouwgeld; 1795-1803 schepen en president schepenbank Middelburg en lid College van het Landrecht Walcheren, 1803-1810 procureur-generaal Departementaal Gerechtshof van Zeeland, tevens 1805-1810 advocaat-fiscaal der middelen te lande in Zeeland, 1810-1811 chef tweede divisie ministerie van Financiën, tot 1814 advocaat-generaal, na 1814 procureur-generaal Hooggerechtshof, na 1838 president Hoge Raad; Bronnen: NP 32 (1945) 197 (in NP 68 portret); Van Koppen, Raadsheer, 121; Van der Aa, VI onder P, 79; Jaarboek MNL 1845; De Blécourt-Meijers, Memorialen Rosa, bijlage B. Homines Novi Zeeland; Zeeuwse Bibliotheek, Hss.verz.; NNBW VIII 1252-1253; NP 1984 227-231;

 

Substituut-advocaat-generaal, in dienst bij de Hoven van Assisen, de zogeheten procureur-crimineel (zij hadden ook hun woonplaats in de plaats van vestiging van deze rechtbanken, nl de departementshoofdsteden)  

BEECKMAN DE LIBERSART, Maximilien Henri Ghislain baron de; procureur-crimineel te Hamburg; Personalia: * Leuven 31-1-1781 - + Aken 8-10-1834, zn van Ferdinand Charles Beeckman de Schore, burgemeester van Leuven, en Jeanne Charlotte de Vroey; tr. 1815 Augustine Henriette Marie de la Hamayde, dr. van Thierry François en Henriette Petronelle Jeanne Desirée de Peelaert; Loopbaan: studie rechten; zou op 14 juli 1811 in dezelfde functie worden overgeplaatst naar het Keizerlijk Hof te Hamburg; 1816-1820 speciaal commissaris bij het ministerie van waterstaat, 1826-1828 gouverneur provincie Henegouwen, 1828-1830 gouverneur Belgische provincie Limburg. Tijdens zijn bestuur brak de Belgische opstand uit; heel Limburg, behalve de vesting Maastricht met het nabijgelegen S. Pieter, werd van Nederland afgescheiden, waarop Beeckman zijn demissie kreeg; Bronnen: NNBW, I, 271; Colenbrander, Inlijving, 31; E.P.M., Ramakers, 'Maximilien de Beeckman (1781-1834), gouverneur van Limburg 1828-1830/1' in: J.H.M. Wieland e.a. (ed.), De gouverneurs in de beide Limburgen, 1815-1989 (Werken LGOG, dl 11; Maastricht 1989) 26-44 (met portret).

GREVE, Willem Hendrik de; procureur-crimineel te ? Personalia: * Arnhem 26-9-1774 - + Zutphen 19-7-1851; zn. van Frans, gemeensman te Arnhem, en Susanna Reitz; tr. 1802 Geertruid Slichtenbree, dr. van Christiaan, koopman te Deventer, en Anna Helena Zegerius; Loopbaan: studie rechten Harderwijk (promotie 1796); jul 1796-feb 1801 advocaat bij het Hof van Gelre; 1800 contrarolleur 40ste en 50ste penning voor het Kwartier van de Veluwe; feb 1801 aanstelling tot substituut- griffier Departementaal Gerechtshof van Gelderland, na reorganisatie 1802 gecontinueerd als tweede griffier, vanaf 1814 advocaat-generaal Hooggerechtshof; na 1838 president Provinciaal Hof Gelderland; Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen middelmatig was en te weinig om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had vijf kinderen, waarvan de oudste zeven jaar (was zoon Frans, hoogleraar recht te Franeker (1828-1842) en raadsheer, later (1830) president Hof van Gelderland; later president in de Hoge Raad); Bronnen: NP 8 (1917) 140; NL 1970, 280; Nationaal Archief MJP,331, 126; MvJ 5022;

HOETH, Albert Willem; procureur-crimineel te Groningen en Drenthe; Personalia: NH; * Westerbroek 13-7-1758 - + Groningen 27-7-1827; zn. van Willem Albert, gezworene en taalman stad Groningen, en Aemilia Agnita Meurs; tr. 1781 Elisabeth Sophia Wichers, dr. van Johan Wichers, gezworene stad Groningen, en Johanna Elisabeth Meurs; hun zoon (enig kind) trouwde met de dochter van Bernardus Buma (rplv. rb Leeuwarden); Loopbaan: studie rechten Groningen (promotie 1778); advocaat, 1787-1795 richter Bellingwolde en Blijham, 1795 procureur-generaal Hof van Justitie Groningen, 1798-1801 lid en president Uitvoerend Bewind, 1801-1802 wederom richter Bellingwolde, 1806-1811 procureur-generaal Departementaal Gerechtshof van Groningen, na 1813 procureur-crimineel voor Groningen en Drenthe; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te hebben, onvoldoende om van te leven; was toen weduwnaar en had vijf kinderen; Bronnen: NP 54 (1968) 53; NNBW VIII 784; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 42; Groninger Archieven, Archief familie Hoeth en Wichers Hoeth: in de inleiding: We vestigen nu de aandacht op enkele mannelijke leden van de familie Hoeth, van wie tussen de familiepapieren afzonderlijke persoonsarchiefjes aangetroffen werden. Van alle leden van de familie maakte deze Albert Willem wellicht de meest indrukwekkende carrière. Na enige tijd advocaat geweest te zijn in Westerbroek werd hij in 1787 benoemd tot richter van Bellingwolde. Na de omwenteling van 1795 (het begin van de Bataafsche Republiek) werd hij procureur-generaal van het Hof Provinciaal. In 1798 vertrok hij naar Den Haag om deel uit te gaan maken van het Uitvoerend Bewind van de Bataafsche Republiek, toen het hoogste landelijke bestuursorgaan. Hij ging met de nodige tegenzin, want, zo schrijft hij in een eerste reactie op zijn benoeming, hij achtte zich niet geschikt voor de functie . Hij blijft lid van het Bewind tot in 1801. In 1802 was hij weer terug in Groningen. In 1805 werd hij opnieuw procureur-generaal en in 1811 kreeg hij bij Keizerlijk decreet een vergelijkbare functie, namelijk die van procureur-crimineel van het Departement van de Westereems, later van de provincies Groningen en Drenthe. Dit ambt zou hij tot zijn dood behouden. Albert Willem was de eerste Hoeth die in 1781 met een Wichers in het huwelijk zou treden, namelijk in 1781 met Elisabeth Sophia (1755-1797). Zij was een volle nicht van Willem Albert. Haar moeder, Johanna Elisabeth Meurs, was een zuster van Albert Willems moeder, Angeneta Emelia Meurs.

PROVO KLUIT, Pieter Willem; procureur-crimineel te Amsterdam Personalia: * Fort Lillo (B) 16-10-1773 - + Naarden 23-7-1851; zn. van Hendrik Kluit (broer van de bekende geschiedschrijver Adriaan Kluit en vurig patriot; zijn huis te Vlissingen werd in 1787 geplunderd)) en Elisabeth Provo; tr. Catharina Wendelina Jacoba van Goor, dr. van Nicolaas; Loopbaan: studie rechten Utrecht (ingeschreven 1796); 1794 advocaat, 1795 begeleidde de ambassadeur J.W. Valckenaer van Holland naar Spanje, sindsdien na terugkeer in nov 1796 tweede griffier Hof van Justitie Utrecht, tevens directeur van de Société Oeconomique Publique te Haarlem, na 1813 president Criminele Rechtbank Amsterdam, na 1838 president Provinciaal Hof Noord-Holland; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te hebben; was toen gehuwd en had vier erg jonge kinderen; NB. Bij zijn dood waren er nog drie in leven, waaronder mr. H. Provo Kluit, directeur van politie te Amsterdam en lid Tweede Kamer; Bronnen: NNBW III 699; DBNL Nationaal Archief MJP, 331,34; ; NB. Vormde vriendenkring met Amsterdamse juristen, w.o. Van der Linden en Van Hall.

RAPPARD, Hendrik Anton van; procureur-crimineel te Gelderland Personalia: * Schenkenschans 14-3-1767 - + Arnhem 6-2-1845; zn. van Arnold Aemilius Edler, koopman te Kleef, ontvanger St. Mariëntol te Schenkenschans, en Josina Aleida Antonetta Rappard; tr. 1793 Johanna Benjamina van Thije Hannes, dr. van mr. Johan Abraham, drossaard van Empel en Meerwijk; Loopbaan: studie rechten Leiden (promotie 1788); 1788 advocaat voor Hof van Gelre en Zutphen, tevens advocaat in het Graafschap Zutphen, Veluwe en Veluwezoom en de heerlijkheid het Loo, 1789 tevens rentmeester kapittel St. Marie te Utrecht van de goederen op de Veluwe, 1794 tevens secretaris commissie Raad van State voor de verpachting van de gemene middelen en het visiteren van de forten en versterkingen in Staats-Vlaaanderen en Brabant langs de Schelde, 1794 momboir bij Hof van Gelre en Zutphen, in 1795 ontslagen, wederom advocaat en tevens lid Gericht van Veluwe en Veluwezoom, sinds 1803 wederom momboir of procureur-generaal bij het Departementaal Gerechtshof van Gelderland, 1814 directeur van politie Gelderland, 1817 procureur-crimineel bij Hof van Assisen Arnhem, na 1838 procureur-generaal Provinciaal Hof Gelderland; Opgave 1810: verklaarde een matig vermogen te bezitten, althans te weinig om zonder baan te leven; was toen gehuwd en had zeven kinderen waarvan vijf zonen die spoedig op een leeftijd zouden komen dat ze veel geld aan studie e.d. zouden gaan kosten; Bronnen: NA 43 (1950) 151-152; RAG Gew. Besturen I, 87; Nationaal Archief MJP,331,128; Van der Aa, VI onder R, 23 (vermaakte zijn boeken aan het Hof van Gelderland); DBNL; portretten van hem en zijn vrouw in de portrettenverzameling Martens van Sevenhoven (Jaarboek CBG 32 (1978) 187). Portret van C. Kruseman (part. bezit).

TADAMA, Reinier Willem; procureur-crimineel te Amsterdam Personalia: * Negapatnam (Voor-Indië) 9-12-1771 - + Amsterdam 20-3-1812 zn. van N.N., employé VOC; tr. Christina Elisabeth van Loghem; Loopbaan: studie rechten Rotterdam en Leiden (promotie 1793); 1793 admissie advocaat Hof van Holland; 1795 secretaris Amsterdam, daarna secretaris Comité van Algemene Waakzaamheid te Amsterdam, mrt 1798-mei 1799 Agent van Justitie, na coup jun 1798 lid Intermediair Uitvoerend Bewind, mei 1799 procureur Amsterdam, na reactie 1801 ontslagen, door toedoen Staatsbewind benoemd tot lid Comité van Justitie Amsterdam, maar hiervoor bedankte hij, mei 1802 procureur, jan 1804 hoofdofficier Amsterdam voor een termijn van drie jaar, bij invoering nieuwe belastingstelsel tevens substituut-fiscaal van de imposten voor het ressort Amsterdam, na verstrijken ambtstermijn door de koning op pst gehandhaafd in afwachting van het in werking treden van de de nieuwe rechterlijke organisatie, sinds 1808 president Raad van Judicature (met behoud van zijn salaris als hoofdofficier, t.w. fl. 8000,-); Opgave 1810: verklaarde dat zijn vermogen niet voldoende om familie te onderhouden; was toen gehuwd en had een kind (zoon Reinier Willem, kantonrechter te Zutphen en vermaard lokaal-historicus); Gateau verklaarde over hem: "Bailli d'Amsterdam (en 1808) n'avait pas une réputation absolument mauvaise sous les les rapports politiques; cependant, comme chef de la avec l'Angleterre, dans la crainte de déplaire aux ministres et de perdre sa place, dont les produits passent tous les calculs. Ainsi que tous ses confreres, il aime beaucoup l'argent, et avec une pareille inclination, un bailli d'Amsterdam va rapidement à une grande fortune. C'est au reste un homme d'étroite capacité et que ses gens dupent du matin au soir." Bronnen: NNBW IX 1105; Nationaal Archief MJP, 330, nr. 22, 282; Colenbrander, Gedenkstukken VI, 39; Miniatuur-portret op ivoor van onbekende kunstenaar (part.bezit).

TELTING, Casparus Ernst; procureur-crimineel te Oost-Friesland Loopbaan: studie rechten; in 1810 amptman te Aurich;

WICHERLINCK, Gerrit; procureur-crimineel te Overijssel Personalia: geb. Kampen (in 1810 46 jaar) - + Zwolle 29-11-1843 , tr. 1801 Maria van der Wijck; Loopbaan: studie rechten; 1786-1790 advocaat in Overijssel, 1787-1790 tevens lid gezworen meente Zwolle; 1790-1797 klerk Staten c.q. Provisionele Representanten van Overijssel; sinds 1802 raad Departementaal Gerechtshof Overijssel (gevestigd te Deventer; hij woonde ook daar); Opgave 1810: verklaarde een middelmatig vermogen te bezitten, grotendeels bestaande uit Hollandse effecten, was sinds 1801 gehuwd en had drie kinderen; Bronnen: Nationaal Archief MJP, 331, 159;

WIERDSMA, Pieter; procureur-crimineel te Friesland Personalia: * Leeuwarden 1-9-1776 - + 20-11-1846; zn van Pieter, notaris en lid codificatiecommissie 1798, en Jeltje van der Feen; tr. Johanna Elisabeth Wichers, dr. van mr. Cornelis; Loopbaan: studie rechten (promotie Franeker 1796); 1796-1804 advocaat voor Hof van Friesland, 1799 adjunct-auditeur-militair van Friesland, 1802 auditeur-militair, 1802 mede oudste advocaat, tevens armenadvocaat, mede- pensionaris Leeuwarden en pensionaris van Harlingen, Sneek, Dokkum en van diverse nedergerechten, sinds jul 1810 procureur-generaal Departementaal Gerechtshof Friesland, na 1838 president Provinciaal Hof Friesland; Opgave 1810: verklaarde een gering vermogen te bezitten omdat zijn vader nog in leven was; was toen gehuwd en had drie kinderen; Bronnen: NP 10 (1920) 407-408; Nationaal Archief MJP, 331,262; NB. Algemene opmerking: zie inv. Heerma van Voss (VROA 1929). Daaruit blijkt dat Wierdsma uitsluitend optrad als procureur-crimineel voor Friesland met een eigen archief. Antiquariaat De Tille bood in zijn catalogus 186 onder nr. 423 een manuscript aan van J. van Leeuwen, Ter nagedachtenis van Petrus Wierdsma op den 9 januari 1826 in het ijs verongelukt. Leeuwarden 16 januari 1826. 4o (8 p.) fl. 35,-; wellicht een zoon van deze Pieter ? )

 

Griffier

PUTSEIJS, Jean François; Personalia: 1773-1843, Loopbaan: studie rechten; advocaat te Luik, rechter-plaatsvervanger te Ieper, in 1810 griffier Rechtbank van 1e Aanleg Leuven (B); na 1813 substituut PG en tot zijn dood raadsheer Hof Brussel; Bronnen: zie zijn curriculum in MvJ 1814-1870, inv, nr. 5024; Vrijland, Die dag was memorabel; Van Hille, Nederlands Bewind, 239; Van Hille, Frans Bewind, 32 en 178;