Plassen en penisnijd

 

Mannen zijn net hondjes. Ga er maar eens mee in het bos lopen. Elke een beetje dikke boom is aan de beurt. “Het komt van de koffie.” zegt hij dan. “Wacht je even?” En wij wachten even.

Maar o wee als wij onderweg naar Zwitserland tussen twee tankbeurten in moeten plassen. Dan moet er speciaal voor ons gestopt worden. Kunnen we het niet wat langer ophouden? En moet het perse een parkeerplaats met toilet zijn? Zij plassen toch ook wel gewoon buiten. Lastig hoor, vrouwen.

 

Mannen vinden hun eigen plas ook niet vies. Zonder door te spoelen verlaten ze het toilet. Hoezo, vieze lucht? ’t Is maar een plasje, dat stinkt toch niet? En die paar sputtertjes op de grond? Maak je je daar zo druk om? Wees blij dat ik de bril netjes omhoog heb gedaan.

Nogmaals, mannen vinden hun eigen plas niet vies. Maar als zoonlief de broek nat heeft, wordt hij snel naar moeder gestuurd. Bah, dat stinkt!

 

Mannen plassen ook graag in gezelschap. Ze vinden het gezellig om op een rijtje naast elkaar te staan plassen. En dan ’s winters figuurtjes plassen in de sneeuw. Of over schrikdraad, om te laten zien hoe stoer ze zijn.

Het schijnt dat ze ook wedstrijden houden in het ver-plassen.

 

Kleine jongetjes kun je nog laten zitten op de wc. Als je tenminste hun vaders aan het verstand kunt peuteren dat hun zoontjes nog veel te jong zijn om net als hem te blijven staan. Want die papa’s vinden dat natuurlijk heel erg schattig: “Mijn zoontje kan al staand plassen!” Trotse papa. Nee, dat proberen we zo lang mogelijk tegen te houden.

Maar als ze eenmaal naar school gaan, is het afgelopen. Dan zien ze bij andere jongetjes, die dat van hun vader hebben geleerd, dat jongetjes horen te staan. Daar zijn de juffen ook erg blij mee. Dan denk je dat het beter zal gaan, het mikken, als ze groter worden. Nou, nee, echt niet.

Ik heb wel eens mannen horen zeggen: “Ik ga altijd zitten op het toilet, ook als ik alleen moet plassen.”  Dat was dan, in hun ogen, het summum van vrouwvriendelijkheid. Kijk toch eens wat ik voor jou over heb, ik geef mijn mannelijkheid voor je op: ik plas zittend!

 

In het kader van de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen zijn er nu ook kartonnen plastuitjes te koop. Ik heb ze nog niet geprobeerd. Het zijn wel dure plasjes. Een openbaar toilet is goedkoper. Natuurlijk wel DE oplossing voor de penisnijd, waar wij allen aan lijden.

Penisnijd, nooit van gehoord? Dat is bedacht door ene Freud. Volgens hem zijn al onze psychische problemen, onze complexen, neurosen, fobieën, dwanggedachten en dwanghandelingen, noem maar op, allemaal het gevolg van onze penisnijd. Kort gezegd: wij zijn jaloers op de penis van de man.

Omdat wij niet kunnen penetreren, voelen wij ons achtergesteld en onbeduidend. Omdat wij geen wedstrijdjes verplassen kunnen houden, zullen wij ons nooit aan de mannenmaatschappij met zijn competentiedrang kunnen aanpassen. Omdat wij niet met wat simpele druppels ons territorium kunnen afbakenen, laten wij keer op keer over ons heen lopen. Omdat wij niet vol trots simpelweg ons gereedschap aan den volke (lees: de nieuwe vriendin) kunnen tonen, gooien wij ten einde raad ons hele lijf maar in de strijd.

En als al die problemen nu opgelost kunnen worden met zo’n simpel, kartonnen kokertje, zou dat niet fantastisch zijn? Geen jarenlange sessies op de bank bij een psychiater. Geen vreetbuien en geen seroxat meer.

Dat die dingen nog niet in het ziekenfondspakket zitten. Onbegrijpelijk.