...Onweersbuien...

Een onweersbui ontstaat uit een stapelwolk (cumulus). 
Door een sterke opwaartse stroming van warme lucht kan deze stapelwolk uitgroeien tot een cumulonimbus. 
De warme lucht stijgt op en koelt af waardoor er regendruppels of hagelstenen gevormd worden. 
In de cumulonimbus ontstaat een sterke op- en neerwaartse beweging van deze regendruppels of hagelstenen. 
De lichte deeltjes worden naar de top van de wolk gevoerd en zijn positief geladen en de zwaardere deeltjes komen we aan de onderkant van de wolk tegen en zijn negatief geladen. 
Deze negatieve lading bewerkstelligt op de ondergelegen grond weer een positieve lading. 
De statisch geladen deeltjes trekken elkaar aan, de deeltjes willen naar elkaar toe om zich te ontladen. 
Als zich genoeg lading verzameld heeft vindt er een ontlading plaats in de vorm van een bliksemflits. 
Er kunnen ook ontladingen tussen wolken onderling plaatsvinden, wij zien dan een horizontale bliksem.
 
 
Deze bliksemflits heeft een snelheid van 300.000 km per seconde en de lucht wordt dan in een oogwenk verhit tot 30.000 graden. 
Door deze enorme hitte zet de lucht sterk uit en ontstaat een drukgolf die te horen is als donder. 
Het geluid verplaatst zich vervolgens met een snelheid van 331 meter per seconde. 
Is de donder dus drie seconden na het zien van een bliksemflits te horen dan is de onweersbui nog slechts een kilometer verwijderd en komt daarmee gevaarlijk dichtbij.  
 
Het is echter raadzaam om al bescherming te zoeken wanneer de tijd tussen bliksem en donder minder dan 10 seconden bedraagt.  
Bij een horizontale bliksem horen we een langgerekte donder, omdat de geluidsgolven over een langere  afstand ons bereikt. 
Bij een verticale bliksem is het geluid veel korter en sterker. 
Onweersbuien kunnen in ons land het gehele jaar voorkomen, maar komen vaker voor in het voorjaar en de zomer. 
In ons land onweert het jaarlijks op gemiddeld 27 dagen. 
Het aantal onweersdagen ( dagen waarop ergens op een weerstation van het KNMI minstens één donderklap wordt gehoord ) loopt uiteen van 21 in het noordoosten van het land tot 34 boven het westen van Brabant. 
Volgens het KNMI is het meest onweersrijke gebied, waar het jaarlijks op 30 tot 34 dagen onweert, een strook die zich uitstrekt van Antwerpen tot het Gooi.
 
In de zomer neemt de onweersactiviteit landinwaarts sterk toe. 
Dit heeft o.a. te maken met het feit dat hier de hoogste temperaturen worden opgetekend en dan het temperatuurverschil met de bovenlucht groter zal zijn. 
In het najaar en in de winter onweert het juist het meest aan de kust. 
Dit heeft te maken met het relatief warme zeewater dat dan een goede voedingsbron is voor het ontstaan van onweersbuien.
 
 
Ten slot nog nuttige tips om je voor naderend onweer te beschermen:  
Blijf niet op de fiets, scooter of motor  rijden en houd deze bij het schuilen ook niet vast. 
Leg de fiets, scooter of motor minimaal vijf meter van u af. 
Zwemmers, surfers, vissers, golfers en andere sporters in de open lucht moeten een veilige plek zoeken en vermijd het telefoneren met een mobiel. 
Ga schuilen in het dichtstbijzijnde gebouw of in de auto. 
Mocht de auto door bliksem worden getroffen stap dan niet te snel uit, maar wacht een aantal minuten tot de lading van de carrosserie is afgevloeid. 
Blijf verder ook uit de buurt van hoge bomen, lantaarnpalen, hekken, enzovoorts. 
In het open veld moet je gehurkt gaan zitten met je voeten dicht bij elkaar en ga nooit plat op de grond liggen. 
Vermijd metalen voorwerpen als tentstokken, fietsen, hengels, paraplu`s  e.d.  
Ga nooit onder een alleenstaande boom staan, langs een bosrand of in de buurt van een metalen afrastering. 
In huis kunt u, zeker als uw huis niet beveiligd is tegen de bliksem, beter geen bad of douche nemen en kranen, radiatoren en wasmachines niet aanraken, verder natuurlijk ramen en deuren gesloten houden. 
Ook is het verstandig om dure apparatuur van het stroom te halen en de kabel van uw TV en radio eruit te trekken!
 
 
Zware onweersbuien zijn meestal het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden, zoals grote temperatuurverschillen,
vochtige lucht en een sterke wind op grote hoogte in de atmosfeer.
Bovendien hangt de intensiteit van het onweer af van het tijdstip van de dag waarop de buien passeren.
In de zomermaanden is de kans op zware buien in de avond en het begin van de nacht in het algemeen het grootst.

De activiteit van de buien kan van plaats tot plaats sterk uiteenlopen.
Op de ene plaats kunnen tientallen millimeters regen vallen, terwijl het op enkele kilometers daar vandaan nagenoeg droog blijft.
Ook windstoten en hagel kunnen heel lokaal optreden, zodat tevoren nauwelijks is aan te geven welke gebieden het ergst zullen worden getroffen.

Uit de tijd die verstrijkt tussen bliksem en donder kunt U afleiden of het onweer nabij is.
Het geluid legt in drie seconden een afstand van ongeveer één kilometer af.
Als de donderklap binnen 10 seconden na de bliksemontlading te horen is dan is het onweer gevaarlijk dichtbij en kunt U het best binnenshuis blijven, in een afgesloten auto of metalen caravan.

In het verkeer kan onweer heel gevaarlijk zijn, omdat de bliksemflitsen U kunnen verblinden.
Een blikseminslag kan verkeerslichten ontregelen en alarmsignalen bij spoorwegovergangen uitschakelen, zodat ook na een onweer extra voorzichtigheid geboden is. Tijdens onweer kunt U veel hinder ondervinden van windstoten en zware neerslag.
In een bijzonder zwaar onweer is het beter even te stoppen tot het ergste voorbij is.