Gangenpaardenfokkerij Haras do Caminho de Ferro

 

Rasbeschrijving van de Tennessee Walking Horse

Zoals de naam al doet vermoeden, vindt de Tennessee Walking Horse zijn oorsprong in de Amerikaanse staat Tennessee. Het ras is in het midden van de 19e eeuw ontstaan uit diverse rassen. De Walker werd toentertijd veel gebruikt op de uitgestrekte katoenplantages in het zuiden van de VS. Men had een paard nodig dat lange afstanden kon afleggen, terwijl de ruiter comfortabel kon zitten. Dit fokdoel heeft inmiddels iets andere accenten gekregen maar nog steeds streeft men naar een veelzijdig paard dat geschikt is voor trail rides, endurance, aangespannen rijden, maar ook voor show.

 

Met een gemiddelde stokmaat tussen de 1,50 m en 1,60 m is de Tennessee Walker een redelijk groot ras onder de gangenpaarden. De Walker heeft een lange schuine schouder, een korte rug met sterke lendenen en een licht aflopend kruis. De onderlijn is meestal langer dan de bovenlijn zodat de achterbenen goed onder kunnen treden. Verder hebben ze een vrij lange sierlijke hals. Enige verscheidenheid in typen is er wel te vinden binnen dit ras. De moderne luxere typen en bijvoorbeeld de wat ouderwetsere iets stevigere typen. Alle kleuren zijn toegestaan en er komen dan ook zeer veel kleuren voor in dit ras, o.a. de bijzondere kleur champagne, maar ook allerlei soorten bontpatronen. Zoals bij de meeste gangenpaarden is ook de Walker een zeer mensgericht paard. Zijn bijzonder comfortabele gangen, uithoudingsvermogen en veelzijdigheid maken hem een ideale partner voor een grote groep ruiters.

 

De Tennessee Walker is beroemd om zijn gang waar het ras ook naar vernoemd is: de walk. Hierbij kent men onderscheid tussen de flatwalk en de running walk. De flatwalk is een vlotte viertakt stap met lange passen en een duidelijk ondertredend en overstappend achterbeen. Het hoofd knikt mee in het ritme van de passen. Het tempo ligt tussen de 8 en 10 km/u en is voor het paard lang vol te houden.

De running walk blijft dezelfde gang en takt alleen komt het tempo hoger te liggen (gemiddeld tussen de 10 en 20 km/u). Het hoofd knikt altijd mee in het ritme. De voorbenen hebben een redelijke knieactie en het achterbeen stapt ruim over de hoefafdruk van het voorbeen. Verder heeft de Walker een zeer comfortabele galop. De meeste Walkers bieden echter ook andere gangen aan, zoals draf, rack (ook wel tölt of single-foot genoemd), fox-trot (een gebroken draf) of stepping-pace (een gebroken telgang).

 
 

© 2016 M&M