Home
De eerste grote Hagenpreek
Zomer 1566 in Tetterode
Radicale Hendrik van Brederode concurrent van Willem van Oranje
Hagenpreken gebeurden buiten de stad, waar men veilig was
Bovenaan Brederode, midden TetterodeDe geschiedenis van ons land had er misschien heel anders uitgezien als de vechtersbaas Hendrik van Brederode (1531 - 1568) langer had geleefd. Van Brederode was een belangrijke aanhanger van het Calvinisme en voorstander van meer godsdienstvrijheid in de lage landen waar de gematigde Willem van Oranje (`de Zwijger`) stadhouder van Holland en Zeeland was onder koning Philips de tweede. Van Brederode was degene die het woord geus (gueux betekent bezitloze) populair maakte.

Het is 1559. Frankrijk verliest zijn koning. Katholieken en protestanten bestrijden elkaar te vuur en te zwaard. Pas drie jaar later is de strijd beslist. De Hugenoten vluchten naar het noorden, met name naar Holland. De eerste Calvinisten houden nog datzelfde jaar in de lage landen hun eerste godsdienstoefeningen. Tussen 1562 en 1566 groeit het aantal volgelingen van de nieuwe leer pijlsnel. Koning Philips ll is fel tegenstander van het nieuwe geloof en beslist zijn tegenstanders, de ketters genoemd, te gaan bestrijden via de kerkelijke rechtbank, de inquisitie.

Twaalf edelen stellen in het huis Culemborg in Brussel het beroemde smeekschrift op dat zij ondertekend door veel andere edelen, op 5 april 1566 aan de landvoogdes Margaretha van Parma overhandigen. Een van haar raadgevers zou haar hebben toegefluisterd ``Weest niet bevreesd mevrouw. Het zijn maar geuzen``. Het zijn maar geuzen zei een raadsman tijdens de aanbieding van het smeekschrift

De radicale en in Holland geliefde Hendrik van Brederode citeert, drie dagen later, op 8 april tijdens een feestmaal in huis Culemborg deze belediging, waarna hij zich een bedeltas om de hals hangt, een houten nap grijpt en uitroept:
``Ik drink op de gezondheid van de geuzen. Leve de Geus!``.

Margaretha van Parma stemt in met het smeekschrift, dat ook het compromis der edelen wordt genoemd. Er komt meer vrijheid. Het is misschien geen toeval dat in het rechtsgebied van Hendrik van Brederode, in Tetterode (nu Overveen), de Calvinisten de eerste grote Hagepreek houden. Zeker duizend mensen lopen in de zomer van 1566 vanuit Haarlem over de twee kilometer lange Zijlstraat naar de duinen van Tetterode om er gezamenlijk te luisteren naar de predikant, Peter GabriŽl, een voormalige monnik.

De mensen zijn ontevreden over de hoge belastingen en ze hebben honger. In Steenvoorde (Frankrijk) vernielen burgers op 10 augustus 1566 beelden in de schatrijke kloosters en kerk. De beeldenstorm bereikt binnen twee weken Holland. Egmond en Oranje herstellen de orde in Vlaanderen en Brabant. Maar in Holland maakt de radicale Hendrik van Brederode van de gelegenheid gebruik een legermacht op de been te brengen.

Zo zag het oude kasteel Brederode er eens uitIn Amsterdam, waar de beeldenstorm is begonnen in Holland, maken de geuzen hem in februari 1567 kapitein-generaal van de stad. Zou hij de nieuwe graaf van Holland worden? Hij kan buigen over een roemruchte geschiedenis. Al op 28-jarige leeftijd staat hij al aan de leiding van een legerkorps onder Keizer Karel V (1500-1559 keizer van Duitsland, koning van Spanje en heer der Nederlanden). Hij is de vader van Philips ll.

Vianen, waar zijn residentie is gevestigd, is de bakermat van de hervorming in de hele streek. Drie calvinistische predikanten schrijven Calvinistische boeken. Een drukker in Vianen geeft de werken uit in heel Nederland. Van heinde en verre stromen vrijwilligers naar Vianen en vormen een macht 3000 soldaten.

De Alblasserwaard lijkt het centrum van de opstand tegen Spanje. Lodewijk van wapen van BrederodeNassau probeert tevergeefs een betere samenwerking tussen Van Brederode en prins Willem van Oranje tot stand te brengen. Nadat Van Brederode in 1567 kapitein-generaal van het leger in Amsterdam wordt, vraagt Margaretha van Parma van hem dat hij een nieuwe eed van trouw aflegt. Maar Van Brederode weigert, net als Oranje en Horn.

De hertog van Alva komt naar de lage landen met een groot leger om hard op te treden tegen de ketters. Horn en Egmond worden onthoofd, Oranje vlucht naar Dillenbrug in Nassau (Duitsland) en Van Brederode sterft in ballingschap in Emden begin 1568. Hetzelfde jaar begint de Tachtigjarige Oorlog.

(bron: Geschiedenis van Holland deel 1 uitgeverij Verloren Hilversum 2002)

Zie ook:
Sivaert Brederode-fabel
Jonker Frans van Brederode

Brederode`s rede bij de aanbieding van het smeekschrift:

Mevrouw, De edelen in deze stad verzameld, en anderen van gelijke rang in aanzienlijk aantal die om zekere redenen hier niet aanwezig waren, hebben besloten in het belang van de dienst des konings en het openbaar welzijn van zijn Nederlanden aan Uwe Hoogheid in alle nederigheid aan te bieden dit smeekschrift.

( ...) Wij zijn verder, Mevrouw, op de hoogte gesteld, dat wij bij Uwe Hoogheid en de Heren van de Raad en bij andere Heren beschuldigd zijn, dat deze onze beraadslaging voornamelijk heeft plaats gehad om onrust, oproer en opstand uit te lokken, en , wat het meest ergerlijke is, dat men ons heeft beschuldigd van vorst te willen veranderen door het sluiten van verbonden en door samenzweringen met vreemde vorsten en legeraanvoerders, zowel Fransen, Duitsers als anderen, wat geheel in strijd is met onze trouw en met wat Uwe Hoogheid in dit smeekschrift zal vinden.

Wij smeken niettemin Uwe Hoogheid ons hen te noemen en aan te wijzen, die op een zo edel en eerbiedwaardig gezelschap zo onrechtvaardig een smet hebben geworpen. bron: www.onsverleden.net

Home