|
Frans Tetteroo
Met de geboorte van Piet Tetteroo in 1815 begint De eerste bekende Tetteroo woonde in de Katwijkse buurt op de plaats waar nu Burg wegtransporten is gevestigd. Vanaf 1837 was hij er veeverloskundige en castreur. De zonen op de foto zijn: De staande jongeman is Willem, zittend naast moeder links, veronderstellen we Piet met de hond Arie. Het jongetje rechts naast moeder is ongetwijfeld Jan en de kleinste is Frans. Tussen Dirk en Toon twijfelen we nog. Deze foto is circa 1900 genomen. Piet Tetteroo`s zoon Frans was zijn opvolger. Frans Tetteroo was een bekend man in het dorp. Hij werd geboren in de Katwijksebuurt en woonde de eerste jaren van zijn huwelijk aan de Vlielandseweg in het huis waar later Hein Zegwaart woonde. Het oude huis is nu al bijna veertig jaar geleden gesloopt. De oudste dochter van Frans Tetteroo, de latere weduwe R.J. van de Helm, werd er nog geboren. Stamhuis De betekenis van de letters en woorden is onbekend. Over de eerste bewoner is ook niets bekend. In 1880 woonde er Piet van Schie die later boer werd in Overgauw, waar dit geslacht tot heden nog woont. In het huis aan de zuidzijde woonde onderwijzer meester Meerberg, vervolgens woonde er Leen Stap en daarna Frans Tetteroo met zijn huishoudster. Verval
Alvorens onze verhalen te beginnen over de bekende figuur Frans Tetteroo, want deze zijn er legio, moeten we eerst onze bewondering uitspreken, hoe deze man dat alles kon doen wat hij deed: veeverloskundige, castreur, handelaar in koeien, kalveren, schapen, kortom allerhande kleinvee. Hij was huisslachter en ook nog boer. Hij had een stal met vee. Het verwonderlijke is, dat hij altijd tijd had voor een borreltje en een praatje. Nooit zag men hem driftig of zenuwachtig doen. En toch telden toen een dag en een nacht maar 24 uren. Soms haalde men hem in het holst van de nacht. Want een verloskundige heeft een even onrustig leven als een dokter. De klanten zaten in Pijnacker en verre omtrek. Tetteroo was een kundig man. Hij castreerde biggen, veulens en schapen. Zijn record: 1100 biggen op een dag.
Zonder gevaar was dit werk niet altijd. Vroeger ging dat zo: de castreur ging op een stoel zitten en de biggen werden hem aangereikt. De zeug werd dan opgesloten. Grote zeugen kunnen geweldig te keer gaan, wanneer zij hun jongen horen schreeuwen. Bij een boer aan de Klapwijkseweg brak een zeug los en stormde op de castreur af. De zeug dook onder de stoel, smeet Tetteroo achterover en vloog er bovenop. Met moeite werd men het beest weer de baas. Doch Tetteroo had voor hetere vuren gestaan.
Frans Tettero was een man met twee kromme benen en één hoge schoen. Hij liep met een stok en met
moeite. In zijn jonge jaren was Frans een boom van een kerel. Zoals
de meesten van dit geslacht had hij een geweldige stem. Hij had zeven
zonen en twee dochters.
Het café-restaurant Van Ouds het Raadhuis met daarvoor de auto van dokter Jan van der Horst. Zijn eerste manke been kreeg hij door een ongeluk bij het slachten. In plaats in het vlees te snijden, sneed hij met het vlijmscherpe mes zijn kniepees door. Spiertransplantatie kenden de chirurgen nog niet. De pezen groeiden maar deels weer aan. Vandaar dat kromme been dat korter was. Met een hoge schoen van kurk, waarin naar het geluid te oordelen een veer verborgen was. Zo moest hij door het leven. Hij werd
er echter niet minder vrolijk van. Hij deed zijn werk of er niets
was gebeurd. Hij was wat men noemde, een vrolijke Frans. Dat zijn
andere been later ook krom werd kwam door een samenloop van omstandigbeden.
Men kwam dan een borreltje halen en besprak daar de gebeurtenissen van de dag. In het café waren meestal enige dorpsnotabelen aanwezig, die het laatste nieuws wisten en uitleg gaven. Om nu even enkele namen te noemen: daar kwamen de bakkers Van de Akker, Veerman, De Lange en Van Gemert. Verburg de manufacturier, de schippers Van Leeuwen, Bert van Beurden, Manus van Beenden en talloze anderen, zelfs de veldwachter Koene ontbrak zelden. Frans Tetteroo was ook een vaste stamgast. Hij had nooit kunnen dromen dat zijn
kleindochter daar nog eens waardin zou worden. Maar laten we het over
de bewuste avond hebben. Alles ging zijn gewone gangetje totdat het
noodlottig grapje kwam. ``Jongens``, riep Tetteroo, ``'t is bedtijd,
we gaan in volle draf naar huis``. ``Ha``, riep er Tetteroo was helemaal niet van plan de sprong te wagen, naar hij later zelf vertelde. Hij wilde als Tijl Uilenspiegel de mensen bij de neus nemen. Alle cafébezoekers dromden naar buiten waar Frans een geweldige aanloop nam, maar struikelde vlak voor de waterkant en in de vaart belandde. Twee kromme benen En weer kreeg zijn goede humeur de overhand en lachte hij er zelf om. ``Zie je, nou loop ik weer gelijk``, zei hij. Als hij veel pijn heeft gehad, kon hij dit goed verbergen. Frans Tetteroo was ondanks zijn ruige manier van doen een gevoelsmens. De gestalte en de stem van een leeuw; het hart van een vogeltje. Zijn zonen en kleinzoons zijn al precies eender, soortecht. Frans Tetteroo was een grappenmaker en beresterk. Maar vechtend zag niemand hem. Hij was wat ruw in zijn taal, stak de draak met iedereen, maar dat kon men wel van hem hebben. ``Och 't is Frans Tetteroo``. Soms was er wel eens een boer die geen zaken met hem wilde doen. Hij bood de boer f 50 meer voor een koe dan deze waard was. Nee, nee, de boer sloeg niet toe en dacht, je geeft wel meer. Als de boer dan de koe ging `marten` kon hij nooit aan de prijs komen die Tetteroo hem geboden had. Dan nam hij de koe weer mee naar huis en ging naar Tetteroo. ``Frans, wil je die koe nog kopen?``. Nee Kees, ik heb nou geen belangstelling meer in het beest. Kijk zo ging dat. Vermoord Maar later moest Frans toch eens grinniken toen de timmerman hem vertelde dat hij bij Jaap Ruigrok overal grendels op de deuren en luiken had moeten maken. Kijk, zo was Frans Tetteroo. Frans Tetteroo overleed op 78-jarige leeftijd onder het dak waar hij zoveel jaren had gewoond. Frans Tetteroo en zijn nageslacht Op het kerkhof achter de rk kerk stond jarenlang een ijzeren kruis. ,,Hier rust de ziel van Adriana Maria van Kan, huisvrouw van Fransiscus Tetteroo". Zij werd Jeannemi genoemd en kwam uit Noordwijk. Haar broer was de bekende `held der zee` Jan van Kan. Beddeplank In de grond van zijn hart was hij trots als één van zijn jongens een streek had uitgehaald. Ze werden wel gekappiteld, maar achter hun rug lachte hij: ,,Ja, ja, je ziet 't maar, de appel valt niet ver van de boom". Ze hebben heel wat kattekwaad uitgehaald, Tetteroo en zijn zonen. Maar er kwam ook heel wat op hun naam te staan, waar zij part noch deel aan hadden. ``Oh, dat zal wel weer een Tetteroo-streek zijn``, werd dan gezegd. De oudste was Willem, een populair man, die het beroep van zijn vader, veeverloskundige, overnam.
Toon was de joligste. Hij was een bekende moppentapper en een geziene figuur in elk gezelschap. Van de zeven zonen van Frans zijn er nu nog twee in leven, Arie die al meer dan 50 jaar in Nootdorp woonde en hetzelfde beroep als zijn vader heeft uitgeoefend, en Toon die sedert 1930 de eigenaar is van het bekende café ``Het Scheepje`` in Delft. Pa Tetteroo schijnt toen al dat ongeluk met zijn benen te hebben gehad. Dit is te zien aan de manier waarop hij zijn voeten houdt. Moeder Tetteroo met haar Hollandse boerinnenmuts, vreemd genoeg een gouden ijzer genoemd, lijkt op de foto een heerszuchtige matrone, maar was dit helemaal niet. Tetteroostem Het huisslachten liep geleidelijk af, ook de handel in schapen en ander kleinvee. Ome Jan, zoals hij door velen werd genoemd, begaf zich hoofdzakelijk in de groot-veehandel (koeien) en bezocht alle grote markten. Het bord Veeverloskundige bleef echter. Omstreeks 1917 huwde hij met de jonge weduwe Van de Helm uit Nootdorp en woonde toen nog enkele jaren aan de Oostlaan (nu woont daar T. Oosterman). De jonge mevrouw Tetteroo had een zoontje van drie of vier jaar oud. In feite heette deze dus Arie van de Helm, maar niemand noemde hem ooit anders dan Arie Tetteroo. Pa Tetteroo maakte dan ook nooit enig verschil tussen zijn stiefzoon en zijn eigen kinderen. Later, toen vader Frans stil ging leven, ging Jan weer naar de ouderlijke woning op het `dorppad`. Zwarte Frans
Frans Tetteroo, bijgenaamd Bruine Frans, wilde altijd
winnen. En dat deed hij ook. Met schaatsen haalde hij een reeks eerste
en tweede prijzen en ook met voetballen bij Oliveo verdiende hij zijn
sporen.
De mannen uit het geslacht Tetteroo waren bekend als goede schaatsrijders. Op 10 november 1910 trouwde één van de zonen. Pa Frans, die zelf nog een goede rijder was en nog twee gezonde benen had, zei toen het flink had gevroren: ``kom jongens de schaatsen aan, dan gaan we even een baantje maken``. Alvorens de bruiloftsmuziek had geklonken, reed Tetteroo met zijn zeven zonen de ronde van Pijnacker (nu een wielerevenement). Dat moet een geweldig gezicht zijn geweest. Kampioen Wat betekent nu huize Nooit Gedacht? Toen pa Jan in het nieuwe huis ging wonen kwam de oude woning leeg te staan. Nu wilde het geval dat twee van zijn dochters, Nel en Net, trouwplannen hadden. Het was in de oorlog vreselijk moeilijk een bouwvergunning te krijgen, ook al was het je eigen huis. Eindelijk in 1943 kwam deze vergunning af en Nel (nu mevrouw Hulst) kwam er in te wonen, vandaar: Nooit Gedacht. Aanvullingen familie Tetteroo Oud Pijnacker Bij de beschrijving van de familie Tetteroo bent u een belangrijk persoon vergeten, zo schreef een trouwe lezeres. Inderdaad, dat was ons ook opgevallen hoewel deze persoon op geen enkele manier is geparenteerd aan de familie Tetteroo, hoorde hij er zonder meer bij. Het is namelijk de heer Frans van de Meer, die meer dan 50 jaar in dienst was bij deze familie en zonder meer beschouwd werd als een familiestuk. De band was zo sterk dat velen niet eens wisten dat zijn achternaam Van de Meer was en men hem alleen maar kende als Frans Tetteroo.
Een historische optocht in 1913 tijdens een onafhankelijkheidsfeest. De man met de steek die Napoleon voorstelt, direct achter het eerste rijdtuig, is Jan Tetteroo. Voorop loopt Jaap Bijsterveld, de veldwachter van Nootdorp. De foto is gemaakt bij boerderij Eisberg. Hij (Frans van de Meer of Tetteroo) heeft de kinderen van Jan Tetteroo zien opgroeien, op zijn knie hebben zij paardje gespeeld en al vroeg mochten zij met Frans meerijden als hij ging melken, of ander landwerk verrichten. De oudste van deze kinderen is nu ongeveer 50 jaar. Ongetwijfeld heeft de familie Tetteroo zeer veel aan deze altijd ijverige en opgewekte man te danken. De zeer vitale weduwe J. Tetteroo en haar kinderen waarderen dit zeer. Men zegt dat iemand pas na zijn dood wordt geprezen, daar wijken we dus vanaf, want Frans van de Meer leeft en is gezond. Dagelijks kan men hem, hoewel steunend op zijn stok, zien wandelen. En nog altijd even vrolijk en opgewekt. Vosje Mogelijk had Nardus geen hoge hoed, hij droeg er voor zover bekend nooit één. Dus was de hoed van Jan Tetteroo. Het kwam zo vaak voor daar in het dorp dat iemand vroeg: ,Jan, kan Frans effe dit of dat voor me wegrijden?" en Tetteroo niet moeilijk: ``Welja jò``. Toch stootte iemand er zijn hoofd. Deze had de stommiteit te zeggen: ``Dat paard loopt toch maar niks te doen``. ``Dat gaat jou geen bliksem aan``, zei Tetteroo kort, ga maar ergens anders een paard en een vent lenen. In de bezettingsjaren was de benzine schaars. Er maar enkele auto's. Voor Frans en het vosje werd het een drukke tijd. Er was altijd wat te vervoeren. De weg was niet zonder gevaar. Duitse controleurs hielden iedereen aan en namen alles in beslag wat zwart was en bijna alles was zwart. Fiets en lading je was je zo kwijt. En in de lucht waren het de Engelse vliegers, die meenden dat Duitsland bij Scheveningen begon en op alles schoten wat maar bewoog. In de beruchte hongerwinter van '45 bereikte dit zijn hoogtepunt. In die dagen kwam Van de Meer met een vrachtje brandhout uit de richting Zoetermeer voor de gaarkeuken. Op de hoogte van de watertoren werd hij onder vuur genornen. De Vos is dood De schaarse lapjes vlees werden geteld. Later reed Frans altijd met een karretje achter zijn fiets, waarop stond: De Arend. Een ander paard heeft Jan Tetteroo nadien niet meer gekocht, althans voor zover ons bekend. De levensloop van een man, die hoewel zelf geen Tetteroo, zeer nauw met het geslacht was verbonden.
Akte van verkoop voor notaris Willem van der Velde door
Nicolaas Tetteroo te Akkersdijk aan het armbestuur van een boerderij
met toebehoren en diverse percelen weiland, staande en gelegen in de
Akkersdijkse Polder, groot 37 bunders, kadastraal bekend onder Akkersdijk,
nrs. 66-80, 83-84, 246-248, 34-35, 455-457, 459-464 en Abtsregt nr.
539, met bijlage, |