Motortips

 

Beste motorrijders,

Samen met een aantal collega's organiseer ik al een aantal jaren motortochten voor onze andere collega's, en voor onszelf natuurlijk. Wij hopen hierbij iets van onze ervaring aan jullie over te dragen. Misschien heb je iets aan de volgende tips.

Het ontwerpen van de route
Het ontwerpen van het traject waarlangs de toertocht gaat lopen, geeft erg veel voorpret. In kleine kring wel te verstaan, want dit is het privilege van de organisatoren. Samen over de kaarten gebogen zijn,

uitvissen waar de koffie-, eet- en theestops gehouden zullen worden, je moet het gedaan hebben om te ervaren hoe leuk dat is. Gaandeweg zullen de plannen gestalte krijgen, en dan gaat ook de vreugde meespelen dat je je mederijders een onvergetelijke dag hoopt te bezorgen. Bij het maken van de route kun je van twee uitgangspunten starten. Ofwel je ontwerpt een route naar je eigen inzicht, en laat het dan van de inschrijvingen afhangen wie er meegaan. Je kunt ook bekijken welke 'doelgroep' je hebt (als je daar van tevoren zicht op hebt), welk type rijders zich daarin bevinden (jong, oud, ervaren, onervaren, toerrijders, sportrijders) en daar het traject op afstemmen. Vaak is het een mix. Voor een lentetocht houd je misschien meer rekening met de schoonheid van het landschap, of met hoe een bepaald bos er bij ligt, en later in het jaar leg je het accent wellicht op bochtenwerk, om maar iets te noemen. Als je van tevoren weet wie de potentiële rijders zijn, kun je je traject daar op afstemmen, zeker als je deze mensen in de wandelgangen eens kunt polsen naar hun mening.

Wij gaan gemakshalve uit van een eendags-traject. Je gaat vaststellen waar vandaan je wilt vertrekken. Kies een vertrekplaats die voor alle deelnemers makkelijk te vinden is. Liefst aan een invals- of uitvalsweg, dan loods je de groep bij vertrek makkelijker de stad uit. Wanneer er een benzinestation vlak in de buurt of bij de vertrekplaats ligt, is dat een groot voordeel. Iedereen kan dan met een volle tank vertrekken.

Zet op een traject van enige omvang (300 à 400 km.) ten minste 3 stopplaatsen in. De koffiestop is typisch iets voor - inderdaad - koffie. Maar het appelgebak met slagroom is bij menige rijdersclub een onlosmakelijk onderdeel van zo'n stop.

De eetpauze kan betaalbaar worden gehouden als je een paviljoentje of café-restaurant kiest waar ze een lunchkaart hebben met uitsmijters, omeletten et cetera. De theepauze rondt alles af.

wegconditie
Elk jaargetijde heeft zijn eigenaardigheden. Zo zie je in de provincie Groningen in de maand maart plaatsen waar duizenden vliegjes je helm kunnen belagen, en in begin juni liggen veel mooie dorpsweggetjes vol met klei, zand en grind. En wat zou je denken van de vele bruggen tijdens een Frieslandroute, als het vaarseizoen net begonnen is. Als je bij tien bruggen minutenlang moet wachten met een sleep motorrijders achter je aan, die in meer dan 25 graden Celcius staan te bakken, is dat wel iets om van tevoren rekening mee te houden.

Rijden door een bos heeft ook zo z'n eigenaardigheden. Het kan zijn dat je een traject door een groot bosgebied uitzet waar veel kronkelwegen doorheen lopen. Als je die route in de herfst uittest, kan het zijn dat je een zeer ontspannen tocht rijdt. Weinig bladeren aan de bomen, waardoor je in elke bocht goed kunt zien waar je uitkomt. Je kunt in een grote hoek om je heen kijken en tussen alle stammen door. Het wegdek is egaal. De zon zal niet dominant zijn. Rijd je de tocht in de lente à zomer, dan kun je verrast worden door de totaal andere eisen die het bos dan aan je stelt. De kale boompjes blijken ineens volbegroeide reuzen te zijn. Dat goed doorzichtige padentraject blijkt ineens getransformeerd te zijn tot nauwe doorgangetjes waar achter elke bocht die potentiële waaghals rijdt die zijn auto op jouw weghelft heeft gegooid. Dat mooie egale wegdek is ineens bijna niet meer zichtbaar, omdat de zon duizenden flitsen je helm instrooit, de weg een aaneenschakeling van lichte en donkere plekken is, en je nauwelijks diepte meer kunt zien, laat staan takken of andere obstakels, of de contouren van de berm. Dat vergt erg veel concentratie en haalt ook de snelheid uit de rit. Dat laatste hoeft overigens geen nadeel te zijn.

Vergewis je er van, welke eigenaardigheden het seizoen oplevert voor de diverse onderdelen van het traject waar je doorheen gaat. Maar organisatoren zullen ongetwijfeld hun tocht meermalen rijden voordat zij hun motorploeg laten aanhaken.

gevaarlijke kruispunten
Ik kan me situaties herinneren waarin wij met de kaart op tafel een aantal kruispunten in een reeds volledig ontwikkelde route alsnog verwijderd hebben. Ik zal je een voorbeeld geven van een situatie waarin dat zeer gewenst was. Wanneer je in je eentje rijdt en een T-kruising nadert waarvan de linkertak schuin van linksachter binnenkomt, kun je vaart minderen, over je linkerschouder kijken, en dan rechtsafslaan. Dat wordt lastiger wanneer je in een motorcolonne rijdt. Vooral met onervaren rijders moet dan rekening worden gehouden. Het risico is aanwezig, dat zij hun ogen gericht houden op de rijder vóór zich, en op hun achterliggers, en daardoor in een dergelijk gevaarlijk, onoverzichtelijk kruispunt het zicht op de linkertak van de T-kruising veronachtzamen. Ik kan me zeker drie van die situaties herinneren, die zelfs een solorijder nog kunnen verrassen. Schrap in zo'n geval zo'n kruising. Vaak kun je met een kleine ingreep de groep langs een iets ander traject laten rijden. Zie afb. 1

afb. 1

In dit voorbeeld, dat enigszins aangepast de situatie weergeeft in Middelstum, richting Kantens, zou je veronderstellen dat het verkeer van deze kant gewoon voorrang heeft op de linkerwegtak. Maar er liggen haaientanden op de weg, die door de wegbeheerder zeer slecht onderhouden zijn, en nauwelijks herkenbaar zijn. Op die plek heb je dus geen voorrang, terwijl je denkt dat dat wel zo is. Dit is een typisch kruispunt dat alle ingrediënten voor een fataal ongeluk in zich heeft.

ter plaatse kijken met de auto
Is de route ontworpen, ga dan met de organisatoren per auto het traject rijden, en schrijf onderweg het roadbook. Het in kaart brengen van een route is per motor vrijwel ondoenlijk. Zelfs in een via de gps ontworpen roadbook zal de organisatie nog verfijningen willen aanbrengen. Hetzelfde geldt voor de gevallen waarin het roadbook handmatig tijdens de autorit is uitgeschreven. Dit is overigens afhankelijk van de vraag of je een zeer uitgebreid dan wel zeer compact roadbook gaat ontwerpen. Je kunt ook beide doen.

ter plaatse kijken met de motor
Ga als organisator vervolgens individueel en met de andere organisatoren de route per motor rijden. Daaruit komen vaak punten naar voren die je in de auto niet hebt opgemerkt. Denk aan langsrillen of oneffenheden in het wegdek die er voor een auto niet toe doen, maar voor de motoren vervelend of gevaarlijk kunnen zijn. Naarmate je de route beter kent, zelfs kunt dromen, neemt de veiligheid toe, want bij het rijden van de tocht kun je dan je aandacht meer wijden aan het verkeer en aan de rijders.

generale repetitie
Rij zo mogelijk het hele traject één week tot twee weken voor de tocht nogmaals, om zo veel mogelijk te kunnen inhaken op eventuele wegomleidingen die zich uitstrekken tot een datum die de toertocht omvat. Je kunt dan nog noodmaatregelen nemen. Met een beetje geluk is de wegomleiding zo duidelijk, dat je weer goed op je oorspronkelijke route uitkomt, maar vergis je niet: er zijn wegbeheerders die daar totaal lak aan hebben en je het bos insturen.

vertrekdatum
Stel een vertrekdatum vast, en tevens een reservedatum. Je kunt dan in geval van beroerde weersomstandigheden meteen de tweede datum inzetten. Iedereen kan bij het inschrijven al met beide data rekening houden in zijn agenda. Een reservedatum voorkomt ook, dat je op de dag van vertrek tot de ontdekking komt dat de weersomstandigheden het rijden eigenlijk onmogelijk maken, en dat je dan toch maar gaat rijden omdat je geen ander alternatief hebt dan iedereen terug te sturen of af te bellen. Heb je een reservedatum, dan zul je je gemakkelijker neerleggen bij het schrappen van een in feite onverantwoorde tocht. Laat de ingeschreven deelnemers van tevoren weten, of zij halverwege de week waarin de tocht gereden zal worden, geïnformeerd worden of de tocht doorgaat, dan wel of wordt uitgeweken naar de reservedatum. Je kunt in plaats daarvan ook melden, dat de eerste datum zonder tegenbericht doorgaat.

weersverwachting
Stel je een aantal dagen vóór de tocht op de hoogte van de weersverwachting, en bepaal dan welke vertrekdatum je inzet.

vertrektijd
Stel een tijdstip vast voor het verzamelen, en een tijdstip voor het feitelijke vertrek, dat bijvoorbeeld een half uur na de verzameltijd ligt. Je hebt dan de tijd om een praatje te maken met iedereen, vooral met de introducés, en de mensen te registreren op de lijst met ieders 06-gegevens, calamiteitennummer et cetera, die je natuurlijk bij je hebt.

nieuwsbrief met inschrijfformulier
Je kunt na het ontwerpen van de route een nieuwsbrief met inschrijfformulier ontwerpen. Hieronder zie je een aantal punten die je daarin aan de orde kunt stellen.

Een voorbeeld van een inschrijfformulier is op deze webpagina opgenomen.

aantal deelnemers
In een Nederlands motorblad dat omstreeks juni 2005 uitkwam, werd afgeraden om met een groot aantal rijders van start te gaan. Ik meen me te herinneren dat de redactie het had over een man of vijf als maximum. Onze eigen ervaring leert, dat het rijden met rond de 20 tot 25 man ook heel goed te doen is. Het vergt echter wel een andere aanpak dan met een klein clubje. De organisatoren moeten ervaren zijn en zich bovenal bewust zijn van de maatregelen die nodig zijn om de veiligheid van de deelnemers te waarborgen, en de colonne bijeen te houden.

aansprakelijkheid
Wanneer je besluit om de tocht te houden onder een bepaalde naam, bijvoorbeeld die van het bedrijf of de instantie waar je werkt, zoek dan vooral uit bij de juridische afdeling of bij de directie hoe de aansprakelijkheid geregeld is. Als je onder de vlag van een bedrijf rijdt, betekent dat, dat het een officieel bedrijfsuitstapje is, met alle gevolgen van dien wanneer een deelnemer schade lijdt of een ongeval krijgt. Wil je dit alles vermijden, kies dan voor je club (of voor de incidentele tocht) een fantasienaam, zodat iedereen op persoonlijke titel meerijdt.

Neem op het aanmeldingsformulier en in het roadbook meteen een zogeheten disclaimer op, bijvoorbeeld als volgt.

Opname in het roadbook heeft alleen zin als het van tevoren wordt verstrekt.

contact onderhouden
Stel de ingeschreven deelnemers zo nu en dan via een mailtje of anderszins op de hoogte van het verloop van de voorbereidingen, of van andere wetenswaardigheden rond de komende tocht. Vooropgezet dat het een groep is die je steeds persoonlijk bericht kunt sturen. Je zult ongetwijfeld lang voor de aanvang van de tocht de Nieuwsbrief verstuurd hebben. Als je daarna maanden niets van je laat horen, zakt de tocht weg in het geheugen van de deelnemers. De groep hangt dan als los zand aan elkaar. Een regelmatige uitwisseling van gegevens zorgt ervoor dat er een band is tussen organisatie en deelnemers. Daardoor krijg je een ontspannen aanloop naar de grote dag, en het is óók een veiligheidsaspect. Laat weten dat je blij bent met de inschrijving van de deelnemers, en maak en houd de mensen enthousiast, zodat ze echt naar de tocht toeleven. Hierbij wordt overigens wel van de situatie uitgegaan dat de deelnemers zich ruim van tevoren laten inschrijven.

het roadbook
Je kunt ervoor kiezen om de deelnemers in de week vóór de tocht (aangenomen dat die in het weekend wordt verreden) het roadbook toe te sturen. Ze hebben dan hoogstwaarschijnlijk niet meer de tijd om de route alvast zelf te gaan rijden. En het gaat toch om de gezamenlijke verrassing die een nieuwe route oplevert, nietwaar? Je kunt het roadbook ook uitdelen tijdens de koffiestop of aan het eind van de toer. Menigeen zal er een vriend of kennis mee willen verblijden, of de route zelf nog eens willen rijden.

Sommige rijders zullen niet in staat zijn om vanaf de gezamenlijke plaats van vertrek te vertrekken. Zij bevinden zich soms al ergens in een plaats verderop in de route, en willen onderweg insteken. Dan is het vooraf niet afgeven van het roadbook mogelijk een nadeel. Als ze doorgeven waar ze willen insteken, zul je ze ten minste moeten voorzien van de tijden en de locaties van de stopplaatsen. Een goede insteekpositie voor hen is overigens de parkeerplaats achter een benzinestation, vlak vóór de uitvoegstrook die daar begint. Houd er dan wel rekening mee, dat degenen die wachten tot de kolonne voorbijkomt, snel moeten kunnen ontdekken of het hun eigen groep is. Dat is niet altijd goed te zien, omdat er meer motorgroepen langs kunnen komen. Houd daarom bij het komen aanrijden op de hoofdweg, de afgesproken invoegplek goed in de gaten. Geef zodra je de wachtende rijders herkent, een duidelijk teken met je opgestoken arm dat je ze gezien hebt, en dat ze in beweging moeten komen. Spreek dat teken van tevoren met ze af. Zij weten dan, dat het hun groep is, en kunnen vaart gaan maken om in te voegen, dat wil zeggen, achteraan aan te sluiten.

Ook als je de route een verrassing wilt laten zijn, zul je toch minimale informatie over de hoofdroute moeten geven. Dit is belangrijk voor de rijders, maar ook voor het thuisfront.

In het roadbook zul je waarschijnlijk op bepaalde punten (vooral bestemd voor rijders die de tocht later nog eens individueel rijden) verwijzen naar kenmerkende gegevens in het landschap of in een dorp of stad, als hulpmiddel om de rijders zich te laten oriënteren. Houd hierbij rekening met de seizoenswisselingen. Zo hebben wij ooit in een roadbook aangegeven dat - komend uit Veeningen - in een T-kruising rechtsaf moest worden gegaan, richting Koekange. Dat konden wij tijdens het rijden van de route in de herfst goed zien, maar in de lente was het bord volledig aan het zicht onttrokken door een bladerdek. Het interesseerde de wegbeheerder kennelijk helemaal niet dat niemand de wegwijzer kon zien. En elders hebben wij een klokketoren op een huis als markeringspunt genoemd (gelegen aan een Y-kruising, tussen het inrijden van Peize en het bereiken van de T-kruising die links naar Vries leidt), en ook die is in de lente totaal onzichtbaar geworden, huis en al. Kies dus markeringen die in alle omstandigheden waarneembaar zijn, of merk in het roadbook op dat een bladerdek de markering zou kunnen verhullen.

In een verkort roadbook kun je de volgende notatie gebruiken:

LI = Links
RE = Rechts
BK = Bebouwde kom
EBK = Einde Bebouwde kom
EW = einde weg
RTD = rotonde
VKL = verkeerslicht
VP = verkeersplein
VRW = voorrangsweg
ri = richting [straatnaam en/of plaatsnaam]

Neem deze uitleg vervolgens op in het roadbook.

Het rijden met een kaart kan op meer dan één manier. Je kunt de kaart in een daarvoor bestemd vak van een tanktas doen, je kunt ook kiezen voor een roadbookhouder of routeplanner. Goed voorbereide organisatoren zullen bij een toertocht van niet al te grote omvang hun kaart nauwelijks nodig hebben. En wie hem toch meeneemt, ondergaat al gauw het effect dat je hebt wanneer je televisie kijkt en ondertiteling bij een buitenlandse film ziet staan. Als je de taal goed spreekt, zul je toch onwillekeurig de ondertiteling in de gaten houden. Ook bij het rijden van een vertrouwde route, waar je een roadbook in de houder hebt gedraaid (omdat het rijden met zo'n lelijk zwart gat op je stuur ook niet alles is), zul je vast wel regelmatig een blik op de rol werpen. Bij onverwachte wegomleidingen geeft die houvast. Je kunt zien waar je zit, of hoe dat kleine dorpje ook al weer heet waar je over zo'n drie kilometer doorheen hoopte te rijden. Zo nodig even stoppen, de wegenkaart erbij, en je hebt zo een alternatieve route gevonden.

In het roadbook kun je telefoonnummers opnemen van sleepdiensten die het dichtste bij een derde en driekwart van de route zitten. Kies bedrijven die een alarmdienst hebben en 24 uur per dag bereikbaar zijn. Je herkent ze aan hun lidmaatschap van de VBS.

de kosten
Bepaal of aan de tocht kosten verbonden zijn. Noem deze kosten in de nieuwsbrief. Realiseer je, dat bij het invoeren van een bedrag aan deelname iemand de opbrengsten moet innen en registreren. Waar worden de opbrengsten precies voor ingezet? Wat doe je met een eventueel overschot of tekort?

Vraag van tevoren aan het restaurant of individueel afgerekend kan worden. Zo niet, zoek dan goed uit wie de rekening voor iedereen betaalt en hoe de deelnemers vervolgens met die persoon afrekenen. Is er wisselgeld nodig? Is duidelijk op de rekening te zien wie wat besteld heeft? Als je dit niet goed regelt, geeft dat een behoorlijk oponthoud en misschien scheve gezichten en een hoop nawerk als je eenmaal weer thuis bent.

contacten met de locaties
Zorg ervoor dat je tijdig met de locaties waar je een stop plant, contact opneemt. Je kunt daarbij aangeven, dat je twee of drie dagen vóór de geplande vertrekdatum doorgeeft of de tocht gezien de verwachte weersomstandigheden doorgang vindt, of dat de reservedatum wordt ingezet. Je kunt ervoor kiezen om met de leiding van de eerste stoplocatie af te spreken, dat je vlak voor het vertrek de verwachte aankomsttijd doorbelt naar die eerste locatie, en zo vervolgens. Dan kan het café of het restaurant iets scherper rekening met de aankomsttijd houden. Een kwestie van service, maar noodzakelijk is het niet.

Vraag bij de gemeente van de stopplaatsen na, of er op de dag dat je rijdt een bijzondere gebeurtenis in het dorp of de stad zal plaatsvinden. Het is ons al twee keer overkomen dat er een groot dorpsevenement georganiseerd werd op de dag dat wij zouden aankomen. Lastig als je daar een week voor die tijd pas achterkomt. Het bereiken van de gereserveerde stopplaats is dan wellicht onmogelijk, en ga dan nog maar eens snel een alternatieve koffie- of eetgelegenheid regelen, laat staan uittesten hoe de route aan te passen is, of hoe de parkeermogelijkheid of de kwaliteit van het gebak en de lunch is op de nieuw te kiezen locatie.

opvallende kleding
Als zowel de aanvoerder als de staartrijder een fluorescerend veiligheidshesje aandoen, is dat een groot pluspunt voor de veiligheid. Tegemoetkomend verkeer is geattendeerd op iets uitzonderlijks, en dat geldt ook voor achteropkomend verkeer. Is de colonne zo lang dat er ook een of meer centrale rijders zijn, laat die dan ook een hesje dragen. De reden daarvoor lees je onder het kopje 'de centrale rijder en de staartrijder'. Wanneer je een colonne hebt van zo'n vijftien of misschien wel twintig rijders, moet je je realiseren dat de totale groep honderden meters lang kan zijn. Wie verderop in de colonne rijdt, kan in de verte wellicht nog de aanvoerder of de centrale rijder zien, als die een hesje dragen. Als je hen ergens ziet afslaan, ben je ruim van tevoren op de hoogte van de plek waar afgeslagen zal worden. Dat geeft de colonne rust en overzicht: een veiligheidsaspect! Je ziet, dat veiligheid uit heel veel afzonderlijke, kleine elementen bestaat.

verlichting
Alle deelnemers ontsteken hun lichten. Er zijn veel weersomstandigheden waarin je niet meer kunt zien of degene die steeds achter je reed, er nog steeds is. Hij kan compleet wegvallen tegen de kleur van het wegdek of de omgeving, dan wel tegen de contouren van vrachtwagens. Gebruik geen grootlicht, maar zet het dimlicht aan. Je kunt dan beter zien wat er achter je gebeurt, je wordt niet verblind, en je verblindt anderen niet. Van degene die achter je rijdt, kun je de afstand beter schatten wanneer hij dimlicht voert. Met grootlicht is dat lastiger.

wegrijden
Zorg ervoor dat de colonne zich pas in beweging zet, wanneer de aanvoerder weet dat iedere rijder startklaar is. Hij kan daartoe naar het einde van de colonne gaan, en zich vervolgens weer naar voren begeven. Daarbij kijkt hij of elke motor loopt, en zorgt hij ervoor dat hij oogcontact heeft met de rijders. Zij moeten aangeven of zij wel of niet startklaar zijn.

baksteenformatie
Deel de rijders vooraf mee, dat gereden wordt in baksteenformatie: De ene motor rijdt ongeveer bij de middenas van de weg, en de daaropvolgende motor meer naar de rechterberm, en zo om en om. Dat is echter alleen mogelijk als de weg breed genoeg is en de verkeerssituatie het toelaat. Het voordeel is, dat je niet gefixeerd raakt op het achterwiel van je voorligger. Je kijkt langs hem heen. Bovendien kun je dichter bij elkaar rijden, want bij een noodstop is niet je directe voorligger het dichtste bij, maar de rijder die vóór die voorligger rijdt. Gebruik vooral je eigen inzicht. Bij het nemen van bochten zul je de baksteenformatie regelmatig even moeten verlaten. Maar zodra het weer kan: in baksteen. Zie afb. 2.

bron: http://www.lcvm.nl

afb. 2

de aanvoerder
Het is de taak van de aanvoerder om verkeerssituaties vooraf op hun effect te taxeren. Zijn doel is het, de colonne zo veilig mogelijk via de uitgekozen route te verplaatsen. Hij houdt rekening met het wegdek, het verkeer, de weersomstandigheden en de aantrekkingskracht die de omgeving op de rijders uitoefent, en stemt daar de positionering op de weg, de snelheid en het andere weggedrag op af. Hij seint de rijders in als hij gevaarlijke obstakels in of op de weg waarneemt.

onervaren rijders vooraan
Zet onervaren rijders vooraan in de colonne.

Eventueel 'vreemd' gedrag valt dan zowel aan de aanvoerder als aan de centrale rijder op. De centrale rijder kan zo nodig ingrijpen. Wanneer het rijgedrag vooraan in de colonne goed verloopt, zal dit effect zich voortplanten naar de staart van de colonne.

de centrale rijder en de staartrijder
Een belangrijke plaats in de colonne wordt gevormd door centrale rijder en de staartrijder. Ongetwijfeld zijn dit mede-organisatoren, die beide zeer ervaren moeten zijn. Zij zijn, meer dan de aanvoerder, tijdens de toertochten de regisseurs. Zij moeten er voor zorgen dat iedereen het traject dat de aanvoerder aflegt, kan blijven volgen met de juiste rijstijl, en seinen de aanvoerder of de andere rijders zo nodig in als er iets uitzonderlijks plaatsvindt.

Afstemming tussen de aanvoerder, de centrale rijder en de staartrijder (tijdens de tocht eventueel via een intercom) is zowel vóór als tijdens de tocht van cruciaal belang. Terwijl de andere rijders elkaar niet mogen inhalen, kunnen de centrale rijder en de staartrijder de colonne voorbijrijden, als zij dat nodig achten, en aanwijzingen geven. Vooral als de colonne tamelijk lang is, komt hun rol goed naar voren, met name bij verkeerslichten, bruggen en spoorwegovergangen.

Stel je de volgende situatie voor. De voorste vier rijders van een colonne van vijftien rijders kunnen bij een brug nog door het groene licht rijden. De vijfde rijder staat nu voor het rode licht, met de rest van de colonne achter zich. De centrale rijder, bijvoorbeeld rijdend op de achtste plaats, ziet dat de aanvoerder plus de eerste drie motoren nu uit het zicht dreigen te geraken. De centrale rijder rijdt daarom helemaal naar voren, tot voor de eerste motor die voor de geopende brug staat te wachten, en neemt daar de leiding over de colonne over. Hier zie je het belang van het veiligheidshesje. Het is nu voor iedereen duidelijk zichtbaar dat de centrale rijder de nieuwe aanvoerder is. Hij loodst de colonne verder zodra de brug weer naar beneden is. Vooral bij verkeerslichten kan het gebeuren dat dit verschijnsel zich nog eens herhaalt. Dan is het de staartrijder die naar voren rijdt en de leiding overneemt van de dan resterende rijders in de colonne. Dat heeft overigens als nadeel dat de staart van de colonne onbewaakt is. Daarom is het noodzakelijk dat de staartrijder goed in de gaten houdt of alle rijders achter hem de brug of spoorwegovergang gepasseerd zijn. Anders zal hij moeten stoppen, om te voorkomen dat de achtergebleven rijders niet meer in staat zijn de route af te rijden. Zie afb. 3.

afb. 3

 

De aanvoerder zal intussen gezien hebben dat de colonne doorsneden is geraakt. En anders zal de laatste motor die de brug nog heeft kunnen passeren, vaart minderen, zodat de motorrijders vooraan in de gaten hebben dat er een stagnatie is ontstaan. De voorste colonne past daarop het tempo aan, zodat de centrale rijder en/of de staartrijder na verloop van tijd weer kunnen aansluiten met hun eigen rijders.

Anderzijds kan het zijn, dat de achterste rijder van de groep die de brug nog heeft kunnen passeren, in het geheel geen vaart mindert. Dan heeft de aanvoerder niets in de gaten en rijdt de colonne in gebroken formatie verder. In deze situatie blijkt maar weer, hoe gedegen de centrale rijder en de staartrijder de route moeten kennen, en hoe cruciaal hun rol is. Zij moeten de bij hen behorende rijders immers verder kunnen leiden.

Eventueel kunnen de organisatoren in kaart brengen op welke plekken in de route de colonne in theorie doorsneden kan worden. Er kan dan desgewenst al een strategie worden uitgestippeld. Wellicht is er achter de brug of de spoorweg ergens een plaats waar rechts van de weg gewacht kan worden totdat de achtergebleven ploeg weer aangesloten is. Over het algemeen is het beter om de ploeg in beweging te houden en niet onnodig te stoppen. Hoe goed de haven ook is waar men tijdelijk wil insteken, stoppen levert altijd onrust in de colonne op, plus het risico dat rijders zich niet houden aan de afspraak om altijd in lijn te blijven staan. Dan staat de aanvoerder langs de kant, en naast en om hem heen verzamelen zich misschien groepjes rijders, waardoor zijzelf en het overige verkeer in gevaar komen. Dat is uit den boze. Bovendien kan invoegend verkeer het hele plan in de war brengen. Veel hangt af van de uitgestippelde route en de plaatselijke mogelijkheden.

Wanneer de centrale rijder (of meer centrale rijders, wanneer de colonne erg groot is) naar voren rijdt, en ook wanneer de groep in tweeën wordt gesneden, wijzigen de rijders die achter hem reden, bij voorkeur hun positie op de weg niet. Met andere woorden, als de centrale rijder naar voren rijdt, gaan die rijders niet hun reeds ingenomen baksteenpositie wijzigen. Anders zou er vanaf het gat in de colonne een zigzagbeweging naar achteren ontstaan, omdat alle achterliggende rijders nu ook hun positie van links naar rechts gaan wijzigen of omgekeerd. En als de centrale rijder zich weer naar achteren laat afzakken en zijn oorspronkelijke plaats gaat innemen, zou opnieuw de hele achter hem liggende groep om en om weer de baksteenpositie gaan wijzigen. Maar realiseer je, dat dit advies een theoretisch punt betreft, dat in de praktijk erg moeilijk te realiseren zal zijn. De werkelijkheid is weerbarstig, want rijders hebben de neiging hun eigen gang te gaan. Het is dan ook een maatregel die alleen werkt wanneer het een zeer ervaren groep rijders betreft, óf wanneer de deelnemers uitvoerig instructie (met voorbeelden op bord of papier) hebben gekregen over hoe zij in de genoemde situatie moeten handelen. Anders komt er niets van terecht. Zie afb. 4.

  

Afb. 4

 

Op de weg moet soms ingehaald worden. Wanneer er veel (achteropkomend) verkeer is, is een bijzonder goed op elkaar ingespeeld zijn van de aanvoerder en de centrale rijder gevraagd. Stel dat de aanvoerder met zijn colonne op de snelweg op een auto afrijdt die ingehaald kan worden. Als de aanvoerder nadert met een snelheid van tegen de 125 kilometer per uur zal hij - wanneer hij merkt dat de auto 120 kilometer per uur rijdt, er de voorkeur aan kunnen geven om wat gas terug te nemen en ook op 120 kilometer per uur te gaan zitten. Inhalen zou immers betekenen dat hij nog gas zou moeten bijgeven, en de voorligger met ten minste 130 kilometer per uur zou moeten passeren, wat vooral met een langere colonne ongewenst is.

Pas als de aanvoerder van mening is dat ingehaald kan worden, geeft hij dat met zijn richtingaanwijzer aan, maar hij verlaat zijn rijstrook nog niet. Nu de aanvoerder van mening is dat ingehaald kan of moet worden, en zijn richtingaanwijzer heeft aangezet, doet de centrale rijder hetzelfde. Die neemt het achterste colonnedeel mee naar de linkerbaan. Daarmee grendelt hij een flink stuk van de colonne die vóór hem rijdt af, voor eventueel van achteren komende inhalers. Hij krijgt het directe effect dat de colonne achter hem ook naar de linkerbaan overgaat.

Zodra de aanvoerder heeft gezien dat de centrale rijder naar de linkerbaan is gegaan, gaat ook hij naar de linkerbaan. Zijn rijders vlak achter hem volgen hem daarin. De hele colonne rijdt nu links en gaat de voorliggers inhalen. Zoals bij alle manoeuvres, of het nu met of zonder colonne is, moet het een tweede natuur worden om zeer regelmatig - dat wil zeggen, om de zoveel seconden - in de spiegels te kijken.

tekens geven
De aanvoerder of - wanneer dat aan de orde is - de centrale rijder en de staartrijder, geven duidelijk aan wanneer er gestopt wordt, of wanneer er obstakels op de weg liggen, of wanneer bijzondere verkeersomstandigheden tot extra aandacht nopen. Anticiperen is belangrijk. Als je wilt, kun je de tekens gebruiken van bijgevoegd lijstje. Die zijn overigens alleen bruikbaar als iedereen weet wat je ermee bedoelt. Zie afb. 5.

 

bron: http://www.lcvm.nl
afb. 5

vaste plek
Onderweg houdt iedereen zijn vaste plek. Dat vergemakkelijkt de oriëntering en geeft rust in de colonne. Je weet gedurende de gehele rit wie er voor je rijdt. Als de colonne een tijdlang in tweeën is gesneden en daarna weer kan samenvoegen, herkent iedereen direct de contouren van de bekende rijder vóór hem. Heb je een vaste rijder achter je rijden, dan weet je hoe die er in je spiegels uitziet. Als die rijder uitgelopen en weer ingelopen is, herken je hem. Wanneer andere motorrijders (lees: niet-deelnemers aan jouw tocht) zich in de colonne voegen, en je geen vaste rijders voor en achter je had, weet je al gauw niet meer wie bij je eigen groep hoort. Voor je het weet, rijd je in andermans colonne mee. Kan óók best gezellig worden! Maar het belang van een vaste plek in de hele toertocht is verder wel duidelijk.

afstand houden
Zorg dat je een afstand van 2 seconden aanhoudt op je voorligger. Niet korter, maar ook niet veel langer. Zorg dat je goed aansluit.

onderling inhalen
De motorrijders halen elkaar niet in. Alleen de centrale rijder en de staartrijder halen zo nodig hun rijders in, maar - je zag het al - die rijden dan ook zo ongeveer 'onder en boven de wet'.

snelheid
Houd je aan de maximaal toegestane snelheden. Veiligheid hoort bij de organisatie op de eerste plaats te staan.

neem geen risico
Houd onder alle omstandigheden de groep zo veel mogelijk bij elkaar. Dat de aanvoerder een trage voorganger wil inhalen, is mooi, maar laat hij het niet ten koste van alles doen. Het heeft bijvoorbeeld geen zin dat hij vier rijders voorbij een voorligger weet te loodsen, als er dan al weer zo veel tegenliggers genaderd zijn dat de rest van de colonne diezelfde voorligger met geen mogelijkheid voorbij kan komen. Denk eraan, dat de rijders niet in de verleiding gebracht moeten worden om óók die voorligger nog net even te passeren om de aansluiting bij de colonne niet kwijt te raken. De aanvoerder kan veel beter - en dat geldt vooral op tweebaanswegen - achter de iets te trage voorligger blijven rijden. Pas als de weg over langere afstand vrij blijkt te zijn, kan de colonne naar de linkerkant gebracht worden voor de inhaalmanoeuvre. De centrale rijder kan proberen een iets langere tijd links te blijven rijden en zo zijn achterliggers het signaal geven dat zij kunnen blijven inhalen. Hij gaat uiteraard wel weer tijdig naar rechts. Houd zo veel mogelijk speling en gok niet. Dan maar wat langzamer over die mooie, bochtige weg.

stoppen / vaart minderen
Stopplaatsen worden door de organisatie duidelijk aangeven. Wanneer je ergens moet stoppen wegens pech, blijf dan zo veel mogelijk rechts van de weg in één lijn achter elkaar staan, en vorm geen cluster midden op de weg. Haal elkaar in zo'n situatie dus niet in. De centrale rijder en de staartrijder rijden zo nodig helemaal naar voren om te overleggen, of om de rijders te instrueren in een rij te gaan staan. Zij geven de rijders een duidelijk sein als er weer verder gereden kan worden. Deze procedure geldt alleen voor wegen waar de situatie dat toelaat, dus niet op autowegen of snelwegen. Daar is stoppen verboden voor degenen die zelf geen pech hebben.

Verdwijnt je achterligger uit het zicht, neem dan wat gas terug, zodat hij kan inlopen. Geef daarna weer gas bij. Bij deze wijze van rijden, houd je de colonne goed bijeen. Als je achterligger definitief achterblijft, dus uit het zicht verdwijnt, is het tijd om te stoppen. Als degenen die vóór je rijden net zo alert zijn als jijzelf, zullen die vervolgens opmerken dat ook jij achterblijft dan wel gestopt bent. Zo plant dit effect zich voort naar de kop van de colonne, die uiteindelijk tot stilstand komt. Intussen heeft de centrale rijder ook bemerkt dat er wat aan de hand is. Hij kan, als de omstandigheden het toelaten, keren en de bron van het oponthoud opsporen. Het is moeilijk om hiervoor een vaste regel te geven. Keren op een autoweg of snelweg is uiteraard ontoelaatbaar. Is er pech op zo'n weg, dan rijdt de aanvoerder met zijn colonne naar een eerstvolgende insteekhaven met voldoende ruimte, of een benzinestation, en probeert met de centrale rijder of de staartrijder telefonisch contact te leggen. In het uiterste geval zal de colonne verder moeten, omdat er niet kan worden ingegrepen. De enige actie hierin komt van de aanvoerder, de centrale rijder en vooral de staartrijder, omdat die als laatste rijder het totale overzicht kan krijgen van wat er aan de hand is.

tanken
Bij de tankstations stoppen alle rijders. Wie niet hoeft te tanken, kan even de benen strekken. De colonne blijft intact.

Het kan gebeuren dat er geen (tweede) tankstop is ingepland, en dat er tijdens een stop toch een rijder naar de organisatie komt om mee te delen dat hij of zij toch wel degelijk moet tanken. De aanvoerder kan dan twee dingen doen. Of alsnog de hele rijdersploeg wederom meevoeren naar een tankstation, of ervoor zorgen dat alleen die ene rijder daar naartoe gaat. Dit kun je als volgt aanpakken.

De centrale rijder spreekt met de benzinebehoeftige rijder af, dat die achter hem gaat rijden.

Zodra het tankstation bereikt gaat worden, zwaait de bewuste rijder af naar het benzinestation. Zodra de centrale rijder ziet dat dat gebeurt, beduidt hij de rijders die verder achter hem rijden, dat zij hem gewoon moeten blijven volgen. Hij gaat dus niet zelf met de tankende rijder naar het tankstation, want dan zouden alle rijders achter hem hetzelfde doen, en dat is niet de bedoeling.

De staartrijder - eenmaal ter hoogte van het benzinestation gekomen, zwaait eveneens af naar het benzinestation. Hij neemt de tankende rijder nadat die getankt heeft weer mee. Als zij in staat zijn om aansluiting te vinden bij de colonne die intussen is doorgereden, beduidt hij de rijder die getankt heeft, om voor hem te gaan rijden. Daarmee is de colonne weer compleet, en rijdt de staartrijder weer achteraan. Het kan zijn dat de hoofdploeg inmiddels een stopplaats heeft bereikt, en dan kan men daar mooi bij ze aanschuiven.

Dit is een elegante oplossing, die de centrale rijder en de staartrijder wel goed met elkaar en met de tankende rijder moeten doorspreken, maar veel tijd is daar niet voor nodig. Samengevat: De centrale rijder zegt tegen de benzinebehoeftige rijder dat deze direct achter hem moet gaan rijden, en bij het benzinestation moet afzwaaien. De staartrijder gaat daar ook naartoe en neemt hem daar vandaan weer mee op de route.

samen uit, samen thuis
De laatste stopplaats zal op ongeveer tweederde of driekwart van de route gelegen zijn. Deel op elke stopplaats mee, wat van daaruit de bedoeling is, en op welke plaats het aangaat. Geef ook aan, dat iedereen in principe in de colonne mee terugrijdt naar de plaats van waaruit 's morgens vertrokken is. Ook hier geldt, dat het samenrijden - na met z'n allen zo'n prachtige dag gedeeld te hebben - niet alleen gezellig is. Er zit ook een veiligheidskant aan.

Rijders die op de weg terug ergens moeten afkoppelen omdat zij naar hun eigen woonplaats moeten afzwaaien, doen dat op eigen initiatief. Voor de echte doordouwers kun je nog een terrasbezoek vastknopen aan het einde van de route.

vaantje
Het is een leuk idee om de deelnemers enige tijd na de tocht te verrassen met een herdenkingsvaantje. Als je de deelnemers een beetje 'nazorg' geeft, door zo'n vaantje of door foto's te verspreiden die tijdens de dag gemaakt zijn, houd je het contact in stand en schep je de voorwaarden waaronder iedereen ook de volgende keer weer graag meerijdt.

hoofdthema
Voorbereiding + testen + informatie + overleg + rijervaring = veiligheid

Veel plezier!


 

Deelnameformulier [voorbeeld]

motor-toertocht

Veluwe

([naam hoofdstopplaats])

[naam motorclub]

[datum]

 

Beste motorrijders,

Elke zelfstandige bestuurder (al of niet introducé, met of zonder bijrijder) gelieve dit formulier in te vullen. De eventuele bijrijder kan op het formulier worden bijgeschreven.

Dit formulier s.v.p. insturen naar [gegevens organisator], per post of e-mail.

 

naam bestuurder motor

 

06-nummer

 

e-mailadres

 

in bezit EHBO-diploma?

 

motormerk en -type

 

kenteken

 

melden bij calamiteiten

 

 

 

naam bijrijder

 

06-nummer

 

e-mailadres

 

in bezit EHBO-diploma?

 

melden bij calamiteiten

 

 

 

bijzonderheden

 

 

 

 


 

naar de Hoofdpagina

Klik op [hoofdpagina] om terug te keren naar de Hoofdpagina.