|
Zoals ook al bij het onderdeel broeden vermeld staat, kun je op 2 manieren broeden, natuurlijk en machinaal.
Hieronder zal ik dieper in gaan op het machinaal broeden.
Bij het kiezen van een broedmachine spelen verschillende factoren een rol. Zoals wat moet de broedmachine allemaal kunnen en wat wil je
eraan besteden. Een broedmachine is ideaal, omdat je niet afhankelijk bent van een broeds hennetje. Ik heb mijn broedmachine zelf
gemaakt.
Mijn broedmachine is 60x60x60 cm en heeft een capaciteit van 80 krieleieren. Mijn broedmachine is van
het type vlakbroeders. De eieren worden verwarmd door middel van 4 gloeilampen van 25 Watt. De lampen die
men erin draait, mogen een niet te hoog wattage hebben anders verbranden de eieren. Voor een kleine broedmachine zijn lampen van
15 Watt raadzaam. Ook kan men werken met een warmtespiraal. Om de temperatuur te regelen heb ik gekozen voor een ether thermostaat.
U kan natuurlijk ook kiezen voor een digitale, maar deze zijn aanzienlijk duurder.
Een ether thermostaat werkt als volgt: De thermostaat bestaat o.a. uit 2 blikken gevuld met ether, die door de warmte uitzetten.
Na veel uitzetten raakt dit blik een pinnetje dat de stoomkring onderbreekt. De lampen gaan uit en de temperatuur daalt. Hieruit volgt weer
dat de blikken met ether gaan krimpen, waardoor het pinnetje er weer uitschiet. De stroomkring is weer gesloten en de lampen gaan aan.
De afstand van het blik tot het pinnetje is te regelen aan de buitenkant. Zo kan men de Thermostaat afstellen dat hij bij 38.8 graden afslaat.
Het is belangrijk dat de warmte goed verspreid wordt over de broedmachine. Hiervoor
heb ik borduurstof gespannen onder de lampen. Om het warmteverlies minimaal te houden heb ik
mijn broedmachine geisoleerd. Aan de randen van de voorkant heb ik een soort rubber geniet, zodat de deur
goed sluit. Dit is het grijze materiaal dat men ziet op de tekening hieronder!
Voor een goed uitkomstpercentage is ook de luchtvochtigheid van belang. Om de vochtigheid te regelen, maak ik
gebruik van een schaaltje met water onder in mijn broedmachine. De luchtvochtigheid kun je zo grof regelen. het is de bedoeling dat de luchtvochtigheid de eerste
18 dagen tegen de 55% is. Na de 18e dag zet ik er wat extra schaaltjes met water in, zodat de luchtvochtigheid stijgt naar 70-80%.
Dit bevordert het uitkomen weer! De temperatuur is te meten met een thermometer en de luchvochtigheid met een hygrometer.
Als thermometer kun je gerbuik maken van de ouderwetse kwikthermometer, maar ook van een digitale. Zelf heb ik een digitale thermo- hygrometer in 1.
|