Erfelijkheidsleer: Gregor Mendel wordt beschouwd als de grondlegger van de erfelijkheidsleer. Hij ontdekte aan de hand van een onderzoek, dat erfelijke eigenschappen verschillende verschijningsvormen hebben. De erfelijke eigenschap noemde hij een gen en de mogelijke verschijningsvorm noemde hij een allel. Bijvoorbeeld als gen, kennen we "vorm kam" en dan 2 mogelijke allelen: een enkele kam of een rozenkam. Meestal is het zo dat het ene allel sterker is dan het andere. het allel voor een rozenkam is overheersend. Ook wel dominant genoemd. Het verzwakte allel noemen we recessief. Als een dominant en een recessief allel samen in een organisme voorkomen, komt alleen het dominante allel tot uiting. Elk organisme heeft elk gen 2 keer in elke lichaamscel. 1 is afkomstig van de ene ouder en het andere gen van de andere ouder.
We gaan nu een homozygote haan (rozenkam), kruisen met een homozygote hen (enkele kam). Hieronder zie je het uitgewerkt:
Zoals je ziet, krijg je alleen maar heterozygote kuikens !
* Haan rozenkam = R
Hier kruisen we een heterozygote haan met een heterozygote hen:
Omdat het dieren zijn met een heterozygote eigenschap, hebben ze een allel voor een rozenkam en een voor een enkele kam.
Het allel "rozenkam" is dominant dus hebben beide dieren een rozenkam. Maar als je goed naar het schema kijkt, zie je dat 25 %
van de kuikens een enkele kam heeft. Ze zijn ook homozygoot, dus ook nog fokzuiver !
Geen fokker kan door een speciale voeding, conditioneren etc, van een slecht dier een goed dier maken ! De innerlijke en
uiterlijke kenmerken worden bepaald door de samenstelling van je genen (genotype). Door invloed van de omgeving, kan een eigenschap alleen maar voor het oog (fenotype) verzwakken
of versterken!
|