Hoe vind ik de juiste veerafstelling?

Wat doet de vering op een motor?
De vering op de motor is ervoor bedoeld om de wielen optimaal contact met de grond te laten maken. Bovendien moeten de schokken door oneffenheden in de weg geabsorbeerd worden. De rest van de motor moet onverstoord blijven bij trillingen en schokeffecten veroorzaakt door de conditie van de weg. Als laatste maar zeker niet onbelangrijk zorgt de vering voor optimale grip tijdens het accelereren en remmen.

Wat dient waarvoor?
Preload/ Veervoorbelasting:
Met deze instelling zet je het niveau van het doorbuigen van de veren strakker of slapper. De hoeveelheid van het doorbuigen (SAG) van de veren voor en achter bepaalde de effectiviteit van 2/3 van de veerweg.
Bij te weinig preload veroorzaakt een kleine oneffenheid gelijk een behoorlijke veerweg waardoor meer demping nodig is. Te veel preload veroorzaakt schokken en stuiter effecten over hobbels en vermindert het werkgebied van de vering.

Rebound/ uitgaande demping/ uitslag:
Controleert/regelt de snelheid waarmee de vering terug komt in zijn volledig lengte na inveren/ compressie. Zonder Rebound (uitgaande demping) demping zou de motor ongecontroleerd op en neer stuiteren. Teveel rebound demping vertraagt de veer voorbelasting en veroorzaakt een neerwaartse beweging van de voorkant van de motor wanneer je over hobbels rijdt. Dit komt omdat de vering dan niet snel genoeg kan reageren om weer in oorspronkelijke stand te komen na bijvoorbeeld het aanremmen van een bocht.
Te weinig rebound veroorzaakt dat de voorkant te snel terug gaat in de oorspronkelijke stand van de vering (stuiter effect) waardoor je de controle over de motor kan verliezen.

Inbound/ Compression/ Compressie/ ingaande demping:
Regelt de snelheid van de vering als deze samengeperst wordt (ingaande veerweg). De feedback en het gedrag van de voorband varieert met de hoeveelheid compressie demping. Teveel compressie demping heeft als gevolg dat het wiel van koers verandert wanneer over hobbels gereden wordt. Bovendien moet de band veel harder werken om de schokken te absorberen.
Te weinig compressie demping veroorzaakt een te zachte veerweg bij het rijden over hobbels. Het gevolg is dat de motor tevee; naar voren duikt.

Het afstellen van de vering
Stap 1: Het controleren van de bandenspanning:
Ikzelf heb de bandenspanning altijd op 2,5 bar staan. De bandenspanning zoals die voorgeschreven staat in de gebruikershandleiding is voornamelijk om bandenslijtage tegen te gaan. Wanneer je de bandenspanning op 2,5 bar zet zal de band eerder de optimale temperatuur krijgen en daardoor ook eerder grip hebben. De bandenspanning loopt zelf na een intensief ritje op naar 2,8~2,9 bar.
Bij een te hoge bandenspanning zullen de banden in een scherpe bocht eerder hun grip verliezen. Echter elk type band heeft zijn eigen karakter en het ligt dan ook weer aan de piloot hoe die hiermee kan omgaan.

Stap 2: Het controleren van de kettingspanning:
Een te strakke ketting zorgt ervoor dat de achtervering zijn werk niet goed kan doen. Zorg er altijd voor dat de ketting in het midden, aan de onderzijde van de ketting gemeten, ongeveer een speling heeft van 20~30 mm.

Stap 3: Het controleren van de voorvorkolie:
Belangrijk is om voorvorkolie te gebruiken van goede kwaliteit. Bovendien moet het niveau altijd in de gaten worden gehouden.
Omdat de voorvorkolie bij stevig remmen behoorlijk opwarmt is het belangrijk deze met regelmaat te vervangen. Slechte olie of een verkeerd niveau kan resulteren in een slecht werkende vering.
Alle negatieve veereigenschappen zoals hier omschreven kunnen ook het gevolg zijn van een onjuiste olie of het niet tijdig vervangen van de olie.

Stap 4: Het instellen van de SAG (doorbuigen) Preload/ Veer voorbelasting:
Het afstellen van de veervoorbelasingen zorgt ervoor dat de vering in het meeste effectieve bereik van de veren werkt. Bovendien zorgt een goede afstelling ervoor dat de vering het voorwiel voldoende ruimte geeft om hobbels en gaten in de weg te kunnen verwerken.
Ik heb de volgende methode gebruikt om de veer voorbelasting af te stellen.

Afstelling veervoorbelasting voor:
1.
Plaats een trekbandje om de vork buis net onder de stofkap. Niet te strak want het trekbandje moet makkelijk kunnen verschuiven.
2. Ga op de motor zitten (het liefst met je motorkleding aan inclusief de helm). Iemand anders moet ervoor zorgen dat de motor in balans blijft als de berijder op de motor gaat zitten. Wanneer de berijder op de motor gaat zitten zal de vering inveren. Het trekbandje zal naar beneden verschuiven en geeft de weerstand van de veer aan met berijder.
3. Stap van de motor af, zet deze op de zijstandaard, en trek hem vervolgens schuin naar je toe zodat het voorwiel van de grond loskomt. Ik heb hiervoor een universele motorbok gebruikt, dat is iets handiger. Er zijn nog andere manieren om het voorwiel van de grond af te krijgen maar dat laat ik aan de creativiteit van een ieder over.
Meet nu de afstand tussen het trekbandje en de stofkap.
4. De afstand is de veervoorbelasting gebaseerd op jouw gewicht. De afstand moet ongeveer 34mm tot 38mm zijn. (34mm of zelfs minder voor op het circuit en 38mm voor op straat).
5. Verstel de veervoorbelasting door de stelschroef (buitenring) naar rechts te draaien voor meer en naar links voor minder veervoorbelasting.
Let erop dat links en rechts gelijk moeten zijn. Een ongelijke afstelling kan gevaarlijke situaties opleveren.

Herhaal bovenstaande procedure net zolang tot dat het gewenste resultaat bereikt is. Het kan natuurlijk zijn dat de persoon te zwaar is (bij mij nog net niet het geval) en dat je de veer niet strak genoeg kunt afstellen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de motor niet meer te berijden is maar wil alleen maar zeggen dat de afstelling optimaler zou kunnen.
De afstelling die nu al gemaakt is zal het weggedrag van de motor alleen maar bevorderen.

Afstelling veer voorbelasting achter:
1.
Markeer een punt aan de zijkant op het kontje van de motor, recht boven de as van het achterwiel (zo recht mogelijk als het kan). Dit is het referentie punt waarvan je gaat meten om het doorbuigen van de vering te kunnen bepalen.
2. Ga weer in vol ornaat (met je motor kloffie aan) op de motor zitten en laat iemand de motor rechtop houden (of je moet een ontzettend goede stuntman zijn dan doe je het alleen).
3. Laat iemand nu de afstand van het referentie punt tot aan de achteras meten.
4. Stap van de motor af, zet deze op de zijstandaard en trek hem vervolgens weer naar je toe totdat het achterwiel van de motor loskomt (of doe het doormiddel van een motorbok) en meet de afstand van referentie punt tot aan de as.
5. Trek nu de eerste meting van de laatste meting af en dat is jouw maat voor het doorbuigen van de achterveer (SAG) op basis van jou gewicht. De ideale afstand ligt tussen de 26mm en 32mm. 26mm voor op het circuit en 32mm voor op straat.
6. Verdraai de ringen op de vering net zolang totdat het gewenste resultaat is bereikt.
Ook hier geldt weer de opmerking dat als je de ideale instelling niet kunt bereiken je geen gevaar op de weg bent maar dat je niet de optimale instelling hebt op basis van jouw gewicht.
Je kunt overwegen de vering te vervangen door professionelere alternatieven maar maar met name voor de achterveer is dat vrij kostbaar. Een stel nieuwe veren voor de voorvering van bijvoorbeeld technoflex of WP valt qua prijs in verhouding nog erg mee

Stap 5: Het instellen van de compressie en de rebound:
De afstelling van de compressie en uitslag (rebound) is eigenlijk de fijnafstelling van het veergedrag van de motor. Deze kan men op gevoel afstellen of afstellen op het weggedrag van de motor.
Aan de hand van de symptomen die onderstaand staan omschreven kan de compressie en/of de rebound anders worden afgesteld. Denk erom dat je slechts een van de afstellingen tegelijkertijd verandert en vervolgens aan de hand van een proefrit bepaalt of de afstelling een verbetering heeft opgeleverd. Wanneer je meerdere afstellingen tegelijkertijd aanpast is nooit te achterhalen waar een verandering in het veergedrag vandaan komt.


Meest voorkomende problemen aan de voorkant:

Het voorwiel klappert bij het aangaan van een bocht. Het probleem verdwijnt als je de remmen los laat of als je meer gas geeft.
Oorzaak:
De vork heeft een te lage veerweg.
Oplossingen:
• Zorg voor meer veervoorbelasting.
• Neem hardere veren.
• Verminder het olie niveau in de vork als blijkt dat het trekbandje niet de volledig uitslag toont met het remmen.
• Controleer de vorkspeling
• Hoogte van de achterkant staat te hoog ten opzichte van de voorkant. Dit kan veroorzaakt worden door teveel voor veerbelasting van de achterveer of natuurlijk een te hoge higheringlink.

Het voorwiel stuitert tijdens hard remmen.
Oorzaak:
De vork veert te diep.
Oplossing:
• Verhoog de stijfheid van de veer.

Voorkant voelt onstabiel in de bocht aan.
Oorzaak:
Slechte demping.
Oplossingen:
• Onvoldoende rebound / uitgaande demping, verhoog deze.
• Wanneer de vering hard aanvoelt dan kan het zijn dat er teveel rebound of compressie ingesteld is. Verlaag deze dan.

Voorkant verliest grip bij het uitaccelereren van de bocht.
Oorzaak:
Onvoldoende volgen van de vering of demping controle.
Oplossing:
• Verhoog de compressie achter of verhoog de veerspanning.


Hier nog wat informatie over de eigenschappen van verkeerde instellingen van de vering:

Rebound / uitgaande demping:
Achtervering:
Teveel rebound/ uitgaande demping zorgt voor:
• De achterkant springt over hobbels in plaats van de weg te volgen.
• De achterkant “jutters?”hobbelt onder het remmen.
• Het houdt de motor naar beneden met het resultaat dat de motor gaat ondersturen.
• Het kan voor oververhitting in het hydraulische systeem zorgen waardoor deze gaat verzwakken in zijn werking met ander woorden de schokbreker zal zijn demping verliezen.
Te weinig rebound/ uitgaande demping zorgt voor:
• De achterkant komt te snel omhoog bij het harde remmen, waardoor het achterwiel springt.
• De motor voelt onstabiel.
Voorvering:
Teveel rebound/ uitgaande demping zorgt voor:
• Overstuur ( de motor stuurt te snel kort in)
• Zorgt voor slechte grip van de voorband.
• Het voelt alsof het voorwiel wil wegglijden in de bochten.
• Onderstuur! (Het oh-shit ik haal de bocht niet effect)
• De voorkant kan onstabiel aanvoelen.

Inbound / compressie demping
Achtervering:
Teveel compressiedemping zorgt voor:
• Het achterwiel begint te glijden onder acceleratie.
• Het geeft een wreed gevoel als men over hobbels rijdt.
• Onstabiele achterkant onder het remmen.
Te weinig compressiedemping zorgt voor:
• Het achterwiel stuitert zijwaarts wanneer men uitaccelereert uit de bocht.
• De motor zal aan de achterzijde teveel inzakken (achterkant is te laag), en dat zorgt er weer voor dat de voorkant zijn grip gaat verliezen (onderstuur).
Voorvering:
Teveel compressie demping zorgt voor:
• Een goed resultaat tijdens het remmen maar geeft een onrustig gevoel als men over hobbels rijdt.
Te weinig compressie demping zorgt voor:
• Het te sterk duiken van de voorkant.

Spanning van de veren/ preload:
Achterveren:
Te harde vering zorgt voor:
• Laat de motor makkelijk sturen in de bochten.
• Laat de achterkant agressief aanvoelen.
• Creëert slechte tractie op het achterwiel.
Te zachte vering zorgt voor:
• Geeft goede tractie met het accelereren.
• Creeert onderstuur met het ingaan van de bochten.
• Maakt de veerweg te groot waardoor het moeilijk is de motor van de ene naar de andere bocht te sturen in een chicane.
• Geeft een licht gevoel van de voorkant.
Voorvering:
Te harde vering zorgt voor:
• Een goed resultaat tijdens het remmen.
• Creeert onderstuur.
• De motor voelt agressief /zenuwachtig in de bochten.
Te zachte vering zorgt voor:
• Makkelijk insturen van de bochten.
• Creeert (dus) overstuur.
• Veroorzaakt dat de voorkant te diep naar beneden gaat duiken.
• Slecht onder het remmen (duiken).


Slotwoord
Een ieder is natuurlijk zelf verantwoordelijk voor de afstelling van zijn motor en doet aanpassingen geheel op eigen initiatief. Het is dan ook niet mogelijk eventuele aansprakelijkheid te claimen op hetgene wat ik hiervoor geschreven en bij elkaar gesprokkeld heb.
Het weggedrag van de motor is natuurlijk ook afhankelijk van de piloot die op de motor zit. De afstelling van de motorvering en het gebruik van een bepaald type band is voor een ieder persoonlijk. Schrijf daarom je oude instellingen op zodat je altijd nog terug kan, of kijk in de handleiding van je motor hoe je de vering indien gewenst weer in de originele setting kunt zetten.


Het uitvoeren van deze tips en trucs zijn uiteraard voor eigen risico! Ik ben dan ook in geen enkel geval verantwoordelijk voor geleden schades of opgelopen boutes...