Katten Gedichten 4

 

 

 

De kat

Het liefst doet ie dingen die hij  niet mag,

en dan maar kijken of ik het wel zag.

 

 Als ie het zat is gaat ie lekker slapen,

het liefst onder een plaid

Niet storen straalt hij uit anders bijt ie,

het is maar dat je het weet

 

Eigenwijs is ie ook dat heeft ie niet van mij,

hij hoort er in ons gezin helemaal bij.

 

De kat

 

De keukenvloer ligt bezaait met kattenkorrels van meneer,

hij gooit ze de kattenbak uitdat doet ie elke keer.

 

 Buiten vangt hij kikkersof andere gekke beesten,

die legt ie levend bij mij neer dat wordt dus echt weer feesten.

 

 Gillend roep ik dan mijn man of ie even helpen kan,

de kat kijkt mij verbaasd aanheeft ie daarvoor zoveel moeite gedaan?

 

De kat

 ’S morgens staat ie voor de deur wachtend op zijn eten,

bijt in blote tenen zodat we hem niet vergeten.

 

 Vervolgens wil meneer buiten een rondje maken,

dus of wij maar even de deur open willen maken.

 

 Na vijf minuten is ie weer terug geen poes te bekennen.

hij gaat op mijn schoot liggen en laat zich lekker verwennen.

 

De kat

   Op het randje van de bank ligt de kat te slapen,

soms trekt ie zijn bek open om ongegeneerd te gapen.

 

 Zojuist viel ie eraf hij keek mij verbaasd aan,

om vervolgens weer lui de bank op te gaan.

 

Zijn staart zwiept beledigend op en neer,

hij zoekt een beter plekje vallen doet ie nu niet meer.