Houding van de bevolking
Nadat de Fransen in 1795 Nederland hadden veroverd (of bevrijd, zoals de patriotten het zagen), stond een groot deel van de Nederlandse bevolking vrij positief tegenover de Fransen. De patriotten dachten dat ze met behulp van de Fransen een nieuwe Nederlandse maatschappij gingen vormen en dat de oude glorietijden van de 17 e eeuw terug zouden keren. Een uiting van de bijna pro-Franse instelling kwam voor in 1799 toen de Engelsen met de Russen op Noord-Holland landden. De Engelsen hadden een spontane opstand tegen de Fransen verwacht, maar het volk leek niet van plan ook maar iets aan de Fransen te doen. Na een aantal gevechten aan de kust scheepten de Engelsen weer in om nog geen twee maanden na de aankomst weer naar Engeland te vertrekken. De vrij positieve houding tegenover de Fransen is misschien de reden waarom de Fransen zonder al te veel geweld en tegenstand de macht in Nederland steeds meer over konden nemen. De Nederlanders dachten nog heel lang dat de Fransen Nederland alleen maar wilden helpen en dat Nederland zelfstandig zou blijven.
In de loop van de tijd nam de macht van de patriotten af. Dit kwam omdat er tweedeling ontstond onder de patriotten. De unitaristen zagen de Bataafse Republiek als een ondeelbaar land, terwijl de federalisten de zelfstandigheid van de gewesten wilden handhaven. Uiteindelijk “wonnen” de unitaristen met behulp van de Fransen, omdat een centraal bestuurd Nederland beter controleerbaar en bestuurbaar was voor de Fransen. Een centraal bestuurd Holland zorgde ook voor saamhorigheid onder het Nederlandse volk. Men leefde in hetzelfde land onder dezelfde regels.
De onvrede onder de bevolking groeide echter met de jaren. Tussen 1798 en 1805 werd het kiesrecht steeds meer door de Franse beknot en het stemmen gebeurde niet meer geheim (iedereen kon dus zien op wie je stemde). Het volk verloor hierdoor elke interesse in het stemmen. Men had het gevoel dat het toch niets uitmaakte op wie je stemde.
Rond 1800 was de invloed van de meer radicale Patriotten tanende, als gevolg van onderlinge verdeeldheid in het Patriottenkamp en van de algemeen verslechterde toestand in het land, waarvoor zij mede verantwoordelijk werden gehouden. Tussen 1795 en 1813 zakte de economie, met uitzondering van de landbouw, dramatisch in, mede als gevolg van de inperking van de handelsmogelijkheden door de oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Het aantal armlastigen steeg snel en de financiële last van de Franse bezettingsmacht werd als steeds drukkender ervaren. De toenemende anti-Franse stemming werd benut door vertegenwoordigers van het oude regime om aan invloed te winnen. Een deel van het verzet tegen de Frans-Patriotse samenwerking was overigens een reactie op het feit dat de Fransen in Nederland een gecentraliseerd modern staatsbestel invoerden, dat zich meer met het regionale en lokale bestuur bemoeide dan men gewend was, terwijl het (beperkte) democratiseringsstreven van de radicale Patriotten al evenzeer op verzet stuitte.
Onder Frans bestuur
Toen Napoleon in 1806 zijn broer Lodewijk aanstelde als koning van Nederland, reageerde het volk gelaten. De mensen hadden het economisch erg zwaar omdat Nederland werd uitgebuit door Frankrijk. Men had dus wel andere dingen aan het hoofd om zich zorgen over te maken. Koning Lodewijk zorgde voor een gevoel van nationale saamhorigheid door het ‘Algemeen Rijksarchief’, een nationale ‘Koninklijke Bibliotheek’ en een ‘Rijksmuseum’ op te richten. Ook de betrokkenheid van de koning, die twee rampen tot nationale ramp uitriep, geld inzamelde, de rampgebieden een bezoek bracht en een handje hielp, versterkte het saamhorigheidsgevoel. De betrokkenheid van Louis, die ondertussen zijn naam in Lodewijk had veranderd en de Nederlandse taal onder de knie probeerde te krijgen, maakte dat hij populair werd bij de bevolking.
In de jaren 1810 tot 1813 was Nederland ingelijfd bij het Franse rijk. Omdat iedereen te lijden had onder het bewind van Napoleon en onder de slechte economische omstandigheden, groeide het saamhorigheidsgevoel onder de Nederlandse bevolking nog meer. Iedereen zat immers in hetzelfde schuitje.