Revolutie
Geen van de ministers bereikten veel van de geplande hervormingen, vooral als gevolg van tegenwerking door de adel, maar ook door de koningin, die in tegenstelling tot haar echtgenoot gehaat werd door het volk. Na de ongeregeldheden in de zomer van 1789 (bestorming van de bastille) volgden grote politieke veranderingen (Franse Revolutie), die Lodewijk en zeker zijn vrouw veel te ver gingen. Veel edelen hadden hierna Frankrijk verlaten en in de winter van 1790-91 vatte Lodewijk hetzelfde plan op. Hij wilde vanuit het buitenland met een betrouwbaar leger naar Parijs marcheren, hij werd in dit plan gesteund door de Oostenrijkse keizer. De dood van graaf de Mirabeau, een voorstander van de contitutionele monarchie, in april 1791 betekende dat er geen bondgenoten van de koning in de top van de macht meer waren. In juni van dat jaar vluchtten Lodewijk en zijn familie incognito, maar bij de plaats Varennes werden ze op de 21e ontmaskerd. Met zijn poging tot vluchten had hij alle sympathie van het volk verloren.
Op 10 augustus 1792 werd het gebouw waar hij nu woonde, de Tuilerieën, bestormd en geplunderd, waarna hij en zijn familie in het oude kasteel Le Temple huisarrest kregen. In december van dat jaar moest hij zich voor de Nationale Conventie verantwoorden voor zijn daden. Bij deze gelegenheid werd hij door de van gelijkheid bezeten revolutionairen overigens aangeduid als "burger Louis Capet" (naar zijn afstamming van Hugo Capet.) Op 16 en 17 januari 1793 stemde de Conventie vóór de doodstraf, die op de 21e op de Place de la Révolution (tegenwoordig Place de la Concorde) voltrokken werd met de guillotine. Marie-Antoinette onderging op 17 oktober hetzelfde lot.