Profielwerkstuk: Nederland in de Franse tijd

Startpagina | Voorwoord | Sitemap | Bronnenlijst
Voor 1795 | 1795-1813 | Na 1813
Deelvraag 1 | Deelvraag 2 | Deelvraag 3 | Deelvraag 4 | Hoofdvraag
Voorgeschiedenis | Patriotten | Bataafse Republiek | Koninkrijk Holland | Deel van Frankrijk | Koning Willem I | Houding van de bevolking
Ancien régime | Lodewijk XVI | Franse revolutie | Robespierre | Generaal Napoleon | Keizer Napoleon
Legermuseum Delft | Exercitiedag Loevestein
Legermuseum Delft | Exercitiedag Loevestein
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link

Ontwikkelingen in Frankrijk

Bestorming van de Bastille op 14 juli

De Franse revolutie

Historici hebben eindeloos gediscussieerd over de oorzaken van de Franse Revolutie. Sommigen menen dat het om een klassenstrijd ging tussen de drie standen. Anderen benadrukken de revolutionaire ideeën die zich in die tijd ontwikkelden. Ook wordt gezegd dat het Ancien Regime de revolutie had kunnen voorkomen als het zich had gereorganiseerd, maar daar door slecht management uiteindelijk niet toe in staat is gebleken.

Het ging al een poos niet zo goed in Frankrijk onder leiding van koning Lodewijk XVI. Veel mensen waren ontevreden, het verschil tussen rijk en arm werd steeds groter. In de steden waren de mensen ook ontevreden. In de allereerste plaats waren er fabrikanten die van de (te) strenge koninklijke voorschriften afwilden. Zij wilden geen regels voor werktijden en geen verbod om bepaalde machines te gebruiken.
De meer ontwikkelde mensen wilden meer zeggenschap, meer democratie. Onder invloed van de ideeën van de verlichting wilde men vrijheid van godsdienst en gelijkheid van rechtspraak voor iedereen. Alle mensen waren gelijk. Dat betekende dat er dezelfde regels en wetten voor iedereen moesten komen. Belasting betalen moest ook betekenen dat men mee kon beslissen in staatszaken.
De staatsschuld was enorm. De Franse koningen hadden veel te veel geld uitgegeven aan hun hofhouding en aan het leger. Zij hadden al heel veel geld geleend en de grootste post op de begroting was ook het afbetalen van de leningen. Bezuinigen kon niet, meer lenen ook niet en de belastingen verhogen kon niet meer. Er was in 1788 sprake van een staatsbankroet.
In de jaren daarna was er een periode van grote crisis, het ging dus echt niet goed in Frankrijk.

De gewone mensen in Parijs hadden honger en vertrouwden de koning en de adel niet meer. De Nationale Vergadering zagen zij als hun laatste hoop. (de volksvertegenwoordiging). De laatste maanden was er veel geweld gepleegd toen hongerige menigten graanschuren, bakkerijen en molenaars overvielen. Toen op 12 juli bekend werd gemaakt dat de koning Jacques Necker, de populaire minister van Financiën had ontslagen ontstak de bevolking in woede. De bevolking van Parijs ging flink te keer in de stad. Toen het leger probeerde om orde op zaken te stellen werd het door soldaten die de bevolking steunden verjaagd. Woedende burgers, bewapend met gestolen wapens, verwoesten belastingkantoren van de regering. Een uitgehongerde menigte viel het klooster van Saint-Lazare vinnen en nam graan, wijn en kaas mee. Elk moment kon met een tegenaanval verwachten van het leger van de koning. Om deze te kunnen weerstaan had men wapens nodig. De bevolking wist in het Hotel des Invalides enkele kanonnen en 30000 geweren buit te maken op het daar gelegerde garnizoen. Maar ze hadden nog geen buskruit. In de Bastille lagen 250 vaten buskruit opgeslagen. Op de morgen van de 14de juli ging de menigte op weg om het buskruit te bemachtigen.

De Franse Revolutie veranderde Frankrijk voor altijd. Ook had deze gebeurtenis grote gevolgen voor Europa en zelfs daarbuiten. Daarom wordt de val van de Bastille tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de moderne geschiedenis. Hoewel deze gebeurtenis niet de Franse Revolutie inleidde, was het wel een belangrijk keerpunt.

De vier perioden van de revolutie

-In de eerste periode maakte de Nationale Vergadering (de volksvertegenwoordiging) een grondwet, waardoor het absolute koningschap voorbij was.
-in de tweede periode werd Lodewijk XVI (het tijdperk van de Wetgevende Vergadering) ter dood veroordeeld.
-In de derde periode was Robespierre aan de macht die iedereen die tegen de revolutie was vermoorde. Later in 1794 werd hij onthoofd.
-In de vierde periode behaalt generaal Napoleon Bonaparte grote overwinningen. Maar de schatkist raakte leeg. Napoleon kwam door een staatsgreep aan de macht. Dit is het einde van de chaos net na het begin van de Franse Revolutie.

About Us | Sitemap | Contact Us | Gastenboek | ©2005 Profielwerkstuk: Nederland in de Franse tijd