08 Juli ‘08

Non Bdd !

Teks “geleend” van : www.bordeauxdoginfo.nl

De Bordeauxdog

 

Dogachtigen

 

De Bordeauxdog vindt zijn oorsprong in een ver verleden. Momenteel zijn onze hondenrassen in groepen ingedeeld, waarbij de Bordeauxdog onder de dogachtigen valt. De dogachtigen zijn allen zwaar van bot en hebben een brede schedel. Het karakter van deze rassen is gelijk, rustig, trouw, standvastig en moedig. Andere rassen die in de groep dogachtigen vallen zijn o.a. de Mastino Napolitano, Bullmastiff, Mastiff, Dogo Argentino, maar ook de Boxer, Duitse Dog en Engelse Bulldog.
De doggen hebben al sinds eeuwen een belangrijke plaats bij de mens ingenomen. Hij werd gebruikt voor de jacht en als verdediging van mens en huis. We zien veel verschillen in de rassen die onder dogachtigen vallen, ze zijn allen gefokt voor het doel die ze moesten dienen. Enkele voorbeelden zijn: Engelse Bulldog, deze is klein gefokt met onderbijt om de stieren in de gevechten goed vast te kunnen pakken, de Duitse Dog, een imposante hond die voor bewaking van het Duitse leger gebruikt werd. De Mastino Napolitano, Bordeauxdog en Mastiff voor gevechten met mens en dier. De Dogo Argentino, de witte dog die gebruikt werd om in Argentinië op poema’s te jagen. Door zijn kleur werd hij dan zelf niet zo gauw afgeschoten. De Fila Brasiliero werd gebruikt om op ontsnapte slaven te jagen.
Al deze doggen stammen af van de “oerdog”. Deze leek het meest op de Mastiff van nu, een zware hond van 90 cm hoog, gladharig en plat tegen het hoofd gedrukte oren. Deze honden zijn al op oude afbeeldingen te zien van de Romeinen, Grieken en Chinezen. Ze gingen voorop in de strijd, vaak met een harnas om en hun taak was om in de veldslagen eerst het paard van de tegenstander neer te halen om dan de bereider aan te pakken. Ook voor de jacht waren ze opgeleid, door hun grote moed waren ze geschikt om op beren, tijgers, zwijnen en runderen te jagen.

 

Er is in de loop van de tijd veel veranderd, omdat de hond, dus ook de doggen, van de wolf afstammen. Er is een groot verschil tussen de wolf en de dog, vooral in hun karakter. De laffe enigszins bange wolf jaagt en valt alleen in een meute aan en pakt van achteren. Wanneer hij erge weerstand ondervindt voelt hij zich al gauw bedreigt en nokt af. De dog staat om het algemeen bekend om zijn grote moed. Hij is eerlijk, moedig en blijft waardig zonder spoor van lafheid. Hij is standvastig en valt in de front aan. De dog is een eenling, want hij heeft de meute niet nodig. Hij is moeilijk in een groep te houden. Doggen dulden in het algemeen geen medestanders. Het grootste gevaar gaat hij niet uit de weg en biedt weerstand tegen iedere bedreiging. De dog heeft van nature een hoge pijngrens, hij laat zich liever verwonden in de strijd dan dat hij opgeeft.

Typerend voor de doggen is hun over het algemeen kalme aard, de rust die ze uitstralen, wat soms sloom overkomt. Maar pas op, toch is het een goede waker en al lijkt hij te slapen, hij blijft alert en houd vanaf zijn slaapplaats alles in de gaten.

Kenmerkend in het doggen karakter is de bijzondere trouw aan de baas, ze blijven makkelijk op eigen erf en blaffen alleen als er echt wat aan de hand is. Ondanks hun zware bouw kunnen ze een redelijke snelheid ontwikkelen en hebben gezonde honden een redelijk uithoudingsvermogen. Het rustige karakter van de dog maakt hem zeer geschikt als huishond, hij is geen ruziezoeker, hij wacht de strijd altijd af en gaat daar waardig mee om. Maak echter geen problemen met hem, want dan veranderd de kalme reus in een killer en verdedigt op leven en dood.

 

Molossers

 

De molosser is een verzamelnaam voor de grote, zware en brede dogachtigen met een gebit om vast te pakken en vast te houden. Het gebit slaat niet vast, maar door de grote kracht van de hond is de bek moeilijk los te krijgen. De meeste molossers werden gebruikt voor de jacht op groot wild. Hij vocht met het wild totdat deze goed doorbloed was, zodat deze daarna geslacht kon worden. Dit soort werk vereiste een flinke maat, grote kracht (vooral in de voorhand en het hoofd), snelheid en wendbaarheid op de korte afstand. Voor honden die gespecialiseerd waren in het pakken van wild/stieren was een ondervoorbijtend gebit en een terugliggende neus een voordeel. Zij konden zich dan vastbijten en gewoon door blijven ademen, omdat hun neus vrij was. Een extra dik losliggend vel is ook een voordeel, omdat het bij een beet van een tegenstander een goede bescherming biedt tegen ernstige verwondingen aan organen en dergelijke. Dit geldt ook voor de kleine, langs het hoofd hangende oren. Dit was ook de reden dat bij een aantal rassen de oren en staart gecoupeerd zijn.

 

 

Bordeauxdog

In 1863 werd voor de Bordeauxdog de eerste stap gezet voor de rasstandaard. In Parijs werd een show gehouden, die eigenlijk een inventarisatie was. Stambomen bestonden nog niet zo lang en vele Bordeauxdoggen van kwaliteit waren hier aanwezig. Kort daarvoor had het ras zijn eigen naam gekregen, maar van een vorm van eensgezindheid en samenwerking onder fokkers was geen sprake. In 1896 wer de eerste rasstandaard gemaakt. Als eerste strijdpunt werd het masker genoemd, rood of zwart. Na vele jaren problemen maken en afsplitsingen van diverse verenigingen werd gekozen voor beide kleuren. De Bordeauxdog werd toen nog voor hondengevechten gebruikt, maar dat werd snel afgeschaft.

De Eerste Wereldoorlog zorgde voor een terugval in het aantal Bordeauxdoggen. Maar doordat er in Frankrijk en de rest van Europa toch verspreid nog enkele honden zaten kon men opnieuw beginnen aan de opbouw van het ras. Alleen met de inzet van enkele fokkers en de Franse club kon met het ras weer opbouwen.

De basis van de fokkerij was heel klein en de fokkers hadden grote problemen. In Duitsland probeerde men het ras weer op de been te brengen door een kruising met een kortharige Sint Bernard en het importeren van honden uit Frankrijk. Dit is helemaal fout gegaan en nog steeds is de kwaliteit uit Duitsland nog niet optimaal.

In 1970 is een nieuwe rasstandaard geschreven en is de hond erkend door de F.C.I. Nog steeds is het moeilijk om de kwaliteit te handhaven, laat staan te verbeteren. Frankrijk en Nederland lopen voorop in het fokken van kwaliteit Bordeauxdoggen.

 

Rasstandaard
De Bordeauxdog heeft een uitgebreide en duidelijke rasstandaard. Enkele punten komen hier aan bod, de rasstandaard bevat echter nog veel meer voorschriften. De Bordeauxdog is een grote hond, die aan de schoft 60-68 (reuen) en 58-66 (teven) hoog is. Daarbij moeten de reuen minstens 50 kilo en de teven minstens 45 kilo wegen. De vacht is fijn, kort en voelt zacht aan, de kleur is van mahonie tot geel. Hij heeft een lange, niet boven de rug gedragen staart en de oren zijn vrij klein en worden hangend gedragen.

 

Het hoofd is het meest kenmerkende voor de standaard. De omvang van het hoofd is gelijk aan de schofthoogte. Het hoofd is dus groot, hoekig, breed en tamelijk kort. De stop (overgang snuit/schedel) is diep. Het voorhoofd beheerst het gezicht, maar is eerder breed dan diep. Het bovenste deel van het hoofd heeft aan beide zijden symmetrisch diepe vouwen, die echter bij verandering van uitdrukking kunnen bewegen. Hieraan is de stemming van de hond af te lezen. De snuit is machtig, breed, dik en tamelijk kort. De snuit versmalt nauwelijks naar de neuspunt. De vouwen zijn matig diep en kunnen evenals de lippen bewogen (teruggetrokken) worden. De omvang van de snuit is ongeveer 2/3 van de omvang van de schedel, de lengte is ongeveer ¼ of 1/3 van de gehele hoofdlengte. De neusspiegel is breed en de neusgaten zijn goed open. De neus heeft een goed pigment, afhankelijk van de kleur van het masker, zwart of rood. De kaken zijn machtig en breed met een onderbijtend gebit (minstens 0,5 cm en maximaal 2 cm). De hals is zeer sterk en gespierd, is er omvangrijk en heeft veel losse keelhuid.

Het masker is rood of zwart. De Bordeauxdog is een uitzondering bij de dogachtigen, omdat de meeste doggen een opvallend masker hebben in een andere kleur. De meeste mensen vallen voor het rode masker, omdat het een voor het ras typische eigenschap is en mensen willen vaak iets aparts hebben. Toch is het zwarte masker geoorloofd.

 

De Bordeauxdog lijkt misschien wel een woeste vechthond, innerlijk is hij heel anders. De Bordeauxdog is weliswaar een moedige hond, maar tegelijkertijd heeft hij een zachtaardige aard. Geblaf en gespring en ander druk gedoe vindt hij onnodig, als er echt iets aan de hand is voelt hij dat feilloos aan en zal hij er onbevreesd naar handelen. Hij heeft echter een grote pijndrempel (is volstrekt niet opvliegerig van aard) en kan het daardoor best goed vinden met soortgenoten en andere huisdieren, dus ook met kinderen. Op een wandeling gedraagt hij zich over het algemeen rustig. In tegenstelling tot andere Molossers kan hij flinke wandelingen maken, maar het moet dan niet te warm zijn. De taak van de moderne Bordeauxdog is die van rustige, maar betrouwbare oppasser, zowel op de wandeling als in en om het huis.

 

Eigenaardigheden
Zoals vele grote rassen heeft ook de Bordeauxdog last van heupdysplasie. Dit hoeft geen probleem te zijn, zolang de eigenaar maar weet waar hij mee bezig is. Dat betekend dat de hond geen trappen mag lopen, niet op jonge leeftijd veel spelen met andere honden en geen lange stukken wandelen.

Hetzelfde verhaal geldt voor de ellebogen, de laatste tijd schijnen Bordeauxdoggen hier meer last van te krijgen. Het is te hopen dat het met geselecteerd fokken eruit gehaald kan worden.

Doordat de Bordeauxdog vele plooien heeft in de kop, moeten deze goed schoon gehouden worden i.v.m. infectiegevaar.

Omdat de Bordeauxdog een grote imposante hond is, hebben veel honden moeite met zijn verschijning. De hangende lippen en de korte neus worden aangezien als aanvalssignalen. De andere hond valt vaak gelijk aan, de eerste klap is een daalder waard. De baas moet goed opletten voor andere honden.

Door de hangende lippen kwijlen Bordeauxdoggen bij het eten en bij inspanning. Een andere eigenaardigheid is dat hij spontaan even met de baas wil vrijen en dan ook maar even op schoot kruipt. Gelukkig hebben de meeste honden van alle rassen hier last van en is de baas daar meestal wel gelukkig mee. Ook de Bordeauxdog is in zijn hart een klein troetel hondje.

 

Opvoeding

De Bordeauxdog moet vriendelijk, maar consequent worden opgevoed. Een harde hand helpt niet, maar met de stem kan je een hele hoop doen. Met zachte hand bereik je meer dan met verbaal en ander geweld, omdat hij zich daar toch niks van aantrekt.

Omdat hij groot en sterk wordt is het noodzakelijk om hem als pup te leren zo correct mogelijk aan de lijn te lopen. Ook zit, af en blijf moeten vroeg geleerd worden om hem als volwassen hond hanteerbaar te houden.

De Bordeauxdog is eerder vriendelijk, goedig en zacht voor zijn mensen dan dominant en eerzuchtig. Dit maakt dat hij vrij gemakkelijk op te voeden is, als men dit maar op de juiste manier doet. Het is geen hond om af te richten, maar meer om plezierig mee te leven. Voor mensen die een grote hond willen hebben om diens kracht toe te voegen aan hun eigen wat zwakke ego is de Bordeauxdog ongeschikt.

Doordat de Bordeauxdog een zware hond wordt, is het nodig om in de puppytijd rustig aan te doen. De jonge pup moet ontzien worden om overbelasting van botten en spieren te voorkomen. Dit houdt in dat je het eerste jaar weinig aan je hond hebt, kleine stukjes lopen, niet springen en niet te lang met grote soortgenoten. Toch moet de hond voldoende beweging krijgen om tot een goede ontwikkeling van het lichaam te komen. Er moet dus gezocht worden naar een juiste balans tussen beweging en rust. Ook tijdens de training/cursus moet de eigenaar de nodige rust inpassen, de hond mag niet springen en is niet geschikt voor Fly-ball en behendigheid.

Na 3 jaar is de Bordeauxdog pas uitgegroeid, hij is dan op z’n mooist.