Overige informatie die wij in de loop der tijd verzameld hebben.
De Caes de Racas Portuguesas (Portuguese Breeds) vermeld het
volgende;
Podengo Portugues.
A chase and hunting dog he is used for big or small game, depending
upon its size. An excellent warren hound, he hunts alone or in pack.
Head triangular in shape, flat skull, almond or amber eyes, prick ears,
triangular in shape. Very alert expression. Red or fawn in colour with
or without white markings. The coat can be either short or wire. The
tail is held high. Tree sizes: Tall, 55 to 70 cm; Medium, 40 to 55 cm;
Small, 20 to 30 cm.
De Lekturama Encyclopedie:"Mijn hond, mijn vriend", vermeld het
volgende;
Podengo Portugues.
Miniportret
Rasgroep: Windhonden
Aard: Primitieve Windhond, jaagt ook op reuk;
energiek levendig, vriendelijk voor de mens.
Schouderhoogte: Grande 55-90 cm
Medio 40-55 cm
Pequeno 20-30 cm
Vacht: Kort en glad aanliggend, of lang warrig en ruw;
geel, wildkleur, donkergrijs, bleekzwart, met of
zonder witte vlekken.
Herkomst en gedrag.
De Podengo Portugues heeft een zelfde geschiedenis als de Spaanse Podenco's (Podenco Ibicenco, ook op het vasteland verspreid, en de Podenco Canario), de Cirneco dell'Etna en de Pharaohond (Oorspronkelijk Windhond van Malta). Ook op de kleinere eilandjes voor de kust van Tunesie zouden er nog honden van dit type leven.
Al deze honden zijn nakomelingen van de prehistorische Noordafri-
kaanse Windhond, een slanke hond die ook met zijn neus jaagt en
vooral konijnen weet te bemachtigen. Dergelijke honden zijn er in
geslaagd zich tot op heden op eilanden in de Middellandse Zee en
op het Iberisch schiereiland te handhaven.
De FCI erkent de Podengo in maar liefst drie slagen met twee
vachtstructuren: Grande (groot slag), Medio (middenslag) en
Pequeno (klein slag), Pelo cerdoso (ruwhaar) en Pelo liso (glad-
haar). Zo'n uitgebreid gamma van variëteiten zou doen vermoeden
dat de Podengo Portugues een veelgeziene hond is, maar dat is
helaas niet het geval. Het is de vraag of er nog vertegenwoordigers
van de Grande Podengo bestaan, en ook van de Medio zijn alleen
sporadische exemplaren bekend. De Pequeno is wat beter vertegen-
woordigd, maar of het daarbij om een oorspronkelijke Podengo
gaat, in de zin van een directe verwant van de Podenco Ibicenco
en Podenco Canario, is twijfelachtig. De kleine honden van Portu-gal kunnen beter als nakomelingen van oorspronkelijke ratten-vangers worden gezien, dus als verwanten van de Ca Rater van de Balearen (die overigens ook invloeden van de Podenco zou hebben ondergaan).
De liefhebbers van de Podengo Portugues hebben ongetwijfeld ge-probeerd om vanuit het voorhanden zijnde materiaal de oorspron-kelijke hond zo veel mogelijk te behouden. De kenners van het ras
en van de aanverwante rassen benadrukken echter het gebrek aan
kwaliteit en de invloed van andere rassen, of, als de kwaliteit in be-paalde individuen wel aanwezig is, gebrek aan spreiding van kwali-teit binnen het ras als geheel.
Ook de vachtkleur wijkt af. Bovendien is de Podengo Portugues niet zo lang en slank gebouwd als zijn directe verwanten. Het is dus duidelijk een zeldzame hond. Hij wordt in zijn voortbestaan be-dreigd, maar de echte toegewijde liefhebbers zien in hem een hond in (her)opbouw.
Alle gedragsbeschrijvingen benadrukken de oorspronkelijke gedra-gingen en jachtmethoden zoals die ook van de Spaanse Podenco's
bekend zijn. Van de Grand Podengo wordt vermeld dat hij zelfs op grofwild zou jagen. De reuen zijn geneigd onderling te vechten, zo-dat een eventuele meute moet worden samengesteld uit maximaal
één reu en meerdere teven.
De Podengo is stevig gebouwd, snel en beschikt over veel uithou-dingsvermogen. De Medio zou de 100 meter in 9 seconden lopen. De Grande en Medio lijken de normale spreiding binnen het ras te vertegenwoordigen.
De Pequeno heeft meer het voorkomen van een kortbeen (tussen de onderste maat van de Medio en de bovenste maat van de Pequeno is dan ook een kloof van 10 cm).
De Pequeno werkt ook onder de grond en in rotsspleten bij de jacht op konijnen.
Uittreksel uit de officiële standaard van de Medio, het meest repre-sentatieve slag voor het ras als geheel wat belijning, algemeen type, vacht en vachtkleur enz. betreft; voor schouderhoogten zie mini-portret.
Algemeen:
Een tamelijk lange hond, van gemiddelde hoogte en harmonieus gebouwd. Hij heeft een goed skelet en een goede bespiering. Een intelligente en opmerkelijk levendige hond.
Hoofd:
Breed aan de basis, loopt naar de neus toe in een punt uit. De snuit is veel korter dan de schedel. Weinig duidelijke stop. De schedel is plat, met een bijna recht profiel. De jukbeenderen zijn duidelijk zichtbaar.
Oren:
Schuin. Gemiddeld hoog aangezet. Staan rechtop. Zijn puntig, breed aan de basis, driehoekig, slank en mooi van hoogte.
Ogen:
Enigszins bol. Schuin geplaatst. Klein. Honing- tot kastanjekleurig. De uitdrukking is levendig. De oogleden zijn dieper gepigmenteerd dan de vacht.
Lichaam:
De hals is recht, harmonieus en goed geproportioneerd. De diepe, lange borst is middelmatig groot. Weinig geronde schuine ribben. De lange rug loopt licht af. De lendenen zijn recht of licht gebogen, breed en gespierd, recht of enigszins aflopend.
Vacht:
Kort of lang. De korte vacht is middelmatig dik, glad aanliggend en dicht. De lange vacht is ruw. Geen ondervacht.
Kleur:
De erkende vachtkleuren zijn geel, wildkleurig geel, donkergrijs, bleekzwart, met of zonder witte vlekken.
Tot zover de Lekturama Encyclopedie:"Mijn hond, mijn vriend".
Een uittreksel uit een artikel van "Onze Hond" van september 1992, naar aanleiding waarvan ik mijn Podengo's Portugues Pequeno heb geïmporteerd.
De geschiedenis van de Podenco Ibicenco.
De geschiedenis van de Podenco Ibicenco is al zeer oud. Op de Balearen zijn romeinse munten gevonden van rond het begin van onze jaartelling met een Podenco-achtige hond erop afgebeeld. Van nog veel eerder dateren de schilderingen van honden op (meest) jachttaferelen in de pyramides van Egypte. Hierop staat een oer-hondtype, dat als voorvader geldt voor onder andere de Podenco. Deze honden bezaten ook de grote staande oren, het halfwindhon-denlijf en de steile bouw van de benen.
Geschiedenis.
Bij het graf van Toet-anch-amon (Farao van 1358-1350 v. chr.) stond een Anubis (god der doden) op wacht. Een Anubis was een godhied, die meestal staand, soms liggend de wacht hield. Hij had een hoofd dat veel leek op dat van een jakhals, met grote staande oren. De hond afgebeeld op de schilderingen noemen we de Tesem-hond. Door toedoen van volkeren als de Phoeniciërs, Romeinen en Karthagen raakte rond de 8e en 9e eeuw na Christus de Tesem-hond verspreid in het Middelandse Zeegebied. In Egypte werden die Tesem-honden meer en meer verdrongen door de snellere Aziatische honden. Zo kwamen er honden terecht op Sicilië en in Spanje op de Balearen, de eilanden Mallorc, Menorca, Ibiza en Formentera. Vooral op deze eilanden konden de honden vele eeuwen lang raszuiver gehouden worden. De honden kregen op de verschillende eilanden wel een iets ander uiterlijk, afhankelijk van
de gebruiksdoeleinden van deze honden. Zo werd de een wat groter dan de ander. Uit deze Tesem-honden zijn dus onder andere op Malta de Farao-hond en op Sicilië de Cirneco dell'Etna ontstaan. Op Ibiza is dit de Podenco Ibicenco geworden. Op dfe Canarische eilanden de Podenco Canario.
In Portugal zit de Podengo Portugues.
De Podengo Portugues is er in twee haarvariaties, n.l. korthaar en ruwhaar en ook nog in 3 verschillende groottes: De Podengo Portugues Pequeno is ongeveer zo groot als een Chihuahua (Dit klopt niet helemaal, hij is wel iets groter!) met een schouder-hoogte van maximaal 20 cm. De Podengo Portugues Medio is circa 40-55 cm hoog, met een gewicht van 16-20 kg. De Podengo Portuguesa Grande heeft een schouderhoogte van 55-70 cm. De Podengo Portugues medio is de enige van deze drie variëteiten die in een korthaar en een ruwhaarversie voorkomt; de ander twee kennen alleen de korthaar versie.
(Dit laatste is niet waar, ik heb met eigen ogen in Portugal een Pequeno gezien in de ruwhaar-variëteit, in het bezit van mevrouw Carla Molinari, ik wilde deze hond graag van haar kopen, maar zij wilde er voor geen prijs afstand van doen. Tevens heb ik foto's van ruwhaar Pequeno's, dus ze zijn er wel degelijk).
Tot zover het uittreksel uit "Onze hond".
Een uittreksel van een artikel in de "Hundewelt" van mei 1989 vermeld o.a. het volgende, vertaald door mij uit het Duits.
De Portugese rashondenfokkerij heeft een oude traditie. De Portugesen fokten alleen maar werkhonden. Waak- en verdedi-gingshonden, jacht- en herdershonden en een enkele hond die behulpzaam was bij de visvangst. Schoothondjes en gezelschaps-hondjes kenden ze niet. De honden waren "werktuigen" en werden ook als zodanig behandeld. Ze werden enkel naar hun "nut" beoor-deeld. Dit stelde aan hun uiterlijk slechts die eisen die van invloed waren op hun arbeidskwaliteiten. Schoonheid was van minder belang. Daarom werden deze honden ook niet gefokt met stam-bomen volgens de huidige voorstelling, slechts, maar dan wel met de grootste zorgvuldigheid, naar de behoeften van de eigenaar. Door de nauwe betrekkingen van Portugal met Engeland kwam ook de rashondenfok volgens moderne signatuur van de grond. In 1880 bestond er al een afdeling "honden" van de koninklijke jachtclub, die zich hoofdzakelijk richtte op Pointers, Spaniels, Greyhounds e.d. In 1931 kwam daar de hondefokvereninging uit voort en in 1938 werden de eerst standaards van de Portugese rassen op-gesteld. n.l. de Cao de Aqua, de Perdigueiro en de Podengo. In 1984 kwam het jongste ras erbij , de Fila Sao Miquel. Na de roerige jaren tijdens en na de revolutie van 1974 werd de interesse in de hondefokkerij minder. In het bijzonder werden de inheemse rassen verwaarloosd. De laatste jaren doet de hondevereniging moeite om vooral de inheemse rassen weer op peil te brengen.
Een bijzonderheid is de dierentuin van Lissabon. Daar heeft men een kennel met bijna alle Portugese rassen. De 100 jaar oude dieren-tuin heeft altijd al honden gehouden, zodat enige rassen hun voort-bestaan aan de dierentuin danken! Heden (1989) heeft zij weer een kynologische bijzonderheid, de enige Fila Sao Miguel op het Euro-pese vasteland. Carla Molinari, voorzitster van de Portuguese hondenvereniging en een internationaal bekend keurmeester bekom-mert zich persoonlijk om de dierentuin-fokkerij en is verantwoor-delijk voor de dekkingen.
De 8 rassen van Portugal zijn:
Cao da Serra da Estrella
Cao de Castro Laboreiro
Perdigueiro Portugues
Podengo Portugues
Rafeiro do Alentejo
Cao da Serra de Aires
Cao de Aqua
Cao de Fila de Sao Miguel
Een interessante familie is die der Podengo's de middlegrote en de kleine hebben qua fokbestand de meeste kans van voortbestaan ze worden graag voor de konijnenjacht gebruikt en zijn op de meeste grotere boerderijen niet weg te denken. De medio (de middelgrote) wordt meestal in meutes op de jacht gebruikt.
Problematisch is echter de fok van de Grande. Hij is de grootste Podego-variëteit en bijna uitgestorven. Met zeer veel moeite wordt getracht hem terug te fokken. Het zal zeker niet lang meer duren (een vooruitziende blik in 1989!) dat wij ook op onze tentoonstellingen zo nu en dan een Portugese hond kunnen zien. De jonge fokkers van Portugal zijn vastberaden, ze reisen veel en zijn aktief bezig om de promotie en de instandhouding van hun rassen te bevorderen. De Portuguese honderassen zijn een interessante verrijking van ons hondebestand en hun blijft hopelijk nog lang de commerciële uitbuiting bespaard!
Tot zover het artikel uit "Hundewelt".
Podengo's Portugues Pequeno in Nederland.
Op zondag 18 oktober 1992 zijn de eerste drie Podengo's Portugues Pequeno korthaar variëteit in Nederland gearriveerd. Twee reutjes en een teefje, respectievelijk 3, 4 en 5 maanden oud. Voor zover mij bekend kwamen er destijds (1992) tussen de 150 en 200 Podengo's Portugues Pequeno voor, hoofdzakelijk in Portugal en waarschijnlijk ook in Spanje.
Drie jaar eerder was het ras bijna uitgestorven. Keurmeester mevrouw Carla Molinari welke in Estoril bij Lissabon woont heeft zich het lot van dit ras aangetrokken en sinds kort werken enkele fokkers in Portugal samen om het ras weer op te bouwen, al zijn ze nog steeds zeer zeldzaam. Voor zover mij bekend komen er verder in Europa hooguit 6 Podengo's Portugues Pequeno voor, namelijk 2 in Frankrijk, 1 of 2 in Duitsland en 2 in Zwitserland, volgens de laatste berichten zijn er ook enkele in Finland. We kunnen dus stellen dat Nederland nu met 3 stuks goed vertegenwoordigd is.
Het schijnt dat er rond de eeuwwisseling (ong. 1910) ook één of enkele Podengo's Portugues in Nederland zijn geweest, welke variëteit dit is geweest heb ik nog niet kunnen achterhalen.
Er is in Nederland nog geen vereniging van dit ras en ze zijn ook nog nergens bij ondergebracht. Wel is er een groepje bezitters van Portugese rashonden die een vriendenclubje hebben, waar onder andere mevrouw Marleen Valente-van Wolferen van de kennel Do Portis Calis bij betrokken is, ik hoop nog steeds dat hieruit iets kan groeien ten behoeve van de Portugese honden in Nederland.
Siny (mijn vrouw) en ik zijn erg blij en trots dat wij dit ras in Nederland hebben mogen introduceren, waarbij ik erg veel steun heb gehad aan mevrouw Phila Heerkens-Verschuuren een bekend keurmeester en mevrouw Marleen Valente-van Wolferen. Zij hebben er voor gezorgd dat ik in contact kon komen met mevrouw Carla Molinari en via haar met andere fokkers in Portugal. Tevens hebben zij mij met goede raad terzijde gestaan inzake de verdere afwikkeling met betrekking tot de import en het opnemen van deze hondjes in het Nederlands Honden Stamboek.
Jan Herman Averink.