Huis van Oranje

Het Huis van Oranje-Nassau en de Nederlandse geschiedenis

Het ontstaan van het Huis van Orange:

Orange, een stadje in de Vaucluse twintig kilometer ten noorden van Avignon, werd rond het jaar 800 ingenomen door Guilhelm (Willem), een leenman van Karel de Grote. Guilhelm d'Orange geldt als de stamvader van het huidige vorstengeslacht van het Koninkrijk der Nederlanden.
Over de afkomst van deze Guilhelm d'Orange, wordt nog altijd gediscussieerd door historici, hij zou van Joodse of Mengrovische afkomst zijn. Hij werd tot twee keer toe heilig verklaard door het Vaticaan, Sint Willem van Oranje, ook Willehalm, Guilhelm, Guillaume (9de eeuw) de feestdag is 30 april.
Guilhelm (Willem) d'Orange was Graaf van Razès, Toulouse, Barcelona en Hertog van Aquitanië. Hij zou de Arabische en Hebreeuwse taal hebben beheerst en de Leeuw van Judah zou op zijn schild geprijkt hebben. Hij was een belangrijke leenman en strijder aan het hof van Karel de Grote.

Bertrand-Rambauld, Graaf d'Orange en Nice leefde tussen 1034 en 1097.
Raimbaud II (ca. 1066), Graaf van Orange, was een van de aanvoerders van de eerste kruistocht van 1096 naar Antiochië (Turkije) en Jeruzalem. Zijn dochter was Tiburge d'Orange (1107-1173).
Het prinsendom van Orange ontstond in 1163 in het zuiden van Frankrijk en was geheel omsloten door Frankrijk. Met de toestemming van de Duitse Keizer Frederik Barbarossa I, mocht het Graafschap zich een Prinsendom noemen. Het Prinsendom was niet groter als zo'n 300 vierkante km. Dat Orange zich een Prinsendom mocht noemen en soeverein was bracht een belangrijke status met zich mee, de Prins van Orange stond op gelijke voet met de andere Europese vorsten.
Het prinsendom wordt met uitsterven bedreigd en het komt door huwelijk voor de helft in handen van het Huis van Montpellier, in 1189 komt het Prinsendom in handen van het Huis van Baux terrecht.
Bertrand I van Baux was getrouwd met de laatste Prinses van Orange en was dus al Graaf van Orange.
De laatste Prins van Orange uit het Huis van Baux was Raimond V,
1340-1393. Raimond V had maar 1 dochter, Maria. Deze dochter trouwde met Jean III van Chalon. Deze erft het Prinsendom en komt het dus in het Huis van Châlon terrecht.

Zo kwam de titel in het Huis van Chalon. De laatste Chalon was Philibert van Châlon. Philibert krijgt al snel moeilijkheden met de Franse Koning die het Prinsendom wil inlijven, Philibert des Châlon-Orange zoekt daarom hulp bij Keizer Karel V. Dit mag niet baten want de Franse Koning Frans I van Frankrijk neemt Orange in beslag en Philibert wordt van 1524 tot 1526 gevangen gezet. Bij de vrede van Madrid wordt Philibert weer vrijgelaten en begint aan een korte maar schitterende loopbaan in het leger van Keizer Karel V.
Als Opperbevelhebber van het keizerlijke leger leidt hij de beruchte bestorming van Rome; 'Sacco di Roma'. Hierna verdedigt hij Napels tegen de Fransen. Philibert wordt Vice-Koning van deze stad, als beloning voor zijn moed. Bij de vrede van die in 1529 met de Franse Koning gesloten wordt, krijgt hij zijn Prinsendom Orange weer terug. Een jaar later sneuvelt hij op 28 jarige leeftijd bij Florence.

Philibert van Châlon had geen kinderen maar Philibert van Châlon, Prins van Oranje had een zuster Claudia van Chalon die een zoon had.
Deze zoon was Rene van Chalon (1519-1544) en erfde in 1538 van zijn oom de titel Prins van Oranje. Hier begint de connectie met het Huis van Nassau.

Rene van Châlon was de zoon van:
Claudia van Châlon (1498-1521) en, Hendrik III van Nassau (1483-1538).
Dat Rene, van Châlon werd genoemd kwam omdat zijn moeder van een voornamere familie afstamt dan Hendrik III van Nassau (1483-1538).
De Châlons waren tenslotte in bezit van het vorstendom Orange, dat geen leen, maar een soeverein vorstendom was. Daarom voerde Rene van Chalon het devies Je maintendrai Châlon wat door Willem de Zwijger later gewijzigd is in Je maintendrai Nassau. Rene van Châlon, Graaf van Nassau, Prins van Oranje (1538), geboren op 5 februari 1519 te Breda, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht (1540), van Gelderland (1543) en van Franche-Comté, Ridder van het Gulden vlies (1531) en vooral legeraanvoerder. Hij was de eerste van de Bredase Nassau's die in een strijd sneuvelde.

Keizer Karel V wilde zich in de buurt van Parijs vestigen en geeft daarom het opperbevel aan René van Chalon. In 1542 gaat René van Châlon de strijd aan met de Franse Koning Frans I. Tijdens het beleg van Saint Dizier in Champagne werd hij op 17 juni 1544 getroffen door een kanonskogel die hem de rechterschouder verbrijzelde en hem uiteindelijk fataal werd.
Zijn praalgraf staat in de St.Pieterskerk te Bar-Le-Duc Op zijn graf prijkt een monument met het half ontvleesd skelet van Rene van Châlon, in de opgeheven hand bevindt zich een kristallen bol waarin het Prinselijk hart had gezeten.
Eind jaren negentig wordt het, met toestemming van het Koninklijk Huis, de graftombe van de Nassau's in de Grote Kerk in Breda geopend, hierin bevonden zich ook de stoffelijke resten van Rene van Chalon.
Hij was getrouwd op 22 augustus 1540 te Bar-le-Duc met
Hertogin Anna van Lotharingen (Lorraine) (1522-1568)
Samen kregen ze een dochtertje, Maria, dat 3 weken (03-01-1541) na haar geboorte overleed.
Rene van Châlon verwekte ook nog een bastaardzoon Palamedes (1540-1600), maar benoemde deze niet als zijn erfgenaam. Op 21 september 1546 wordt Palamedes door zijn voogd, Willem van Oranje, beleend met 1500 pond per jaar, ook krijgt hij van zijn vader, Rene, de stad Breda in onderpand. Hij brengt zijn schoonfamilie (Brederode) in diskrediet door een smeekschrift (der Edelen) dat hij aanbiedt aan de landvoogdes Magaretha de Parma. Palamedes kiest voor zijn schoonfamilie i.p.v. Willem van Oranje, en hiermee Spaanse zijde.
Palamedes en Gravin van Mansfeld krijgen drie kinderen, Hendrik, Margaretha en Rene. Hiervan krijgt Hendrik drie kinderen, Lamoraal, Bonne, Margaretha....
In afwachting van (wettige) erfgenamen benoemde Rene van Chalon-d'Orange zijn neef Willem (De Zwijger) van Nassau-Dillenburg (1533-1584) tot erfgenaam.
Het huwelijk van Rene van Châlon, Prins van Oranje bleef kinderloos en toen hij sneuvelde in 1544, erfde zijn volle neef Willem (De Zwijger) van Nassau-Dillenburg de titel Prins van Oranje.
Keizer Karel V bepaalde dat hij de erfenis alleen mocht aanvaarden, als hij katholiek opgevoed werd aan het Keizerlijke hof te Brussel.
Onder Willem van Nassau-Dillenburg (1533-1584), Prins van Oranje (1544-1584) begint de vereniging der Nederlanden.



Na de dood van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) erfde zijn oudste zoon Prins Filip het Prinsendom Orange en na zijn dood in 1618 erfde Prins Maurits het. Toen de oorlog in 1672 begon en het Prinsendom Orange in handen was van Prins Willem III werd het bezet door de Franse Koning Louis XIV. In 1678 werd het Prinsendom teruggeven met de Vrede van Nijmegen.
In 1685 na de herroeping van het Edict van Nantes viel het Prinsendom weer in Franse handen. In 1689 zou men het Prinsendom weer teruggeven maar dat gebeurde pas in 1697.
Toen Prins Willem III van Oranje-Nassau kinderloos stierf in 1702, had hij al zijn bezittingen nagelaten aan zijn neef Graaf Johan Willem Friso, vorst van Nassau en Dietz, erfstadhouder van Friesland. De zoon van Prinses Louise Henriëtte van Oranje-Nassau, de Pruisische Koning Frederik I maakte hier bezwaar tegen op grond van het testament van Prins Frederik Hendrik. Koning Lodewijk XIV verklaarde ondertussen dat het Prinsendom aan Frankrijk toekwam en wees Prins Conti als erfopvolger aan, Conti was verwant aan de Chalons. De opvolgingsstrijd was hiermee begonnen, het Franse Parlement besloot dat het Prinsendom toekwam aan Prins Conti onder de soevereiniteit van Frankrijk. In 1713 werd dit bekrachtigd bij de Vrede van Utrecht, de titel en het wapen stond men af aan de Koning van Pruisen. In 1733 verwierven de Friese Nassau's door een verdrag met Pruisen de titel en het wapen. Sinds het Koninkrijk der Nederlanden voert de oudste zoon van het Staatshoofd de titel Prins van Oranje.
Beide Vorsten behouden het recht de titel Prins van Oranje te dragen. Daardoor voeren thans zowel Prins Willem-Alexander (1967) als de chef van het Huis Hohenzollern deze titel.

Huis van Oranje-Nassau en de Nederlandse geschiedenis


De Koninklijke standaard


Schrijf naar: Het Huis van Oranje













Bronvermelding:
Reinildis van Ditzhuyzen - Oranje-Nassau.
Een biografisch woordenboek. Haarlem [Becht] 1992, 1998, 2003
Een geweldig boek over de Oranje-Nassau's en hun geschiedenis. Bevat 272 korte biografieën van (Oranje-)Nassaus, hun echtgenoten en hun afstammelingen. Het boek bevat een uitklapbare stamboom van alle takken van de Oranje-Nassau's.
Een echte aanrader !
ISBN 9023011244, uitgever: Gottmer/H.J.W. Becht, aantal paginas: 280.
(Een nieuwe druk verschijnt dit jaar !!!).

Reinildis van Ditzhuyzen - Het Huis van Oranje. De Oranjes in een handomdraai. ABC van ons vorstenhuis. Amsterdam [Balans] 2002.
(ISBN 90 5018 568 1, NUGI 698)
De geschiedenis van het Nederlandse vorstenhuis. Reinildis van Ditzhuyzen heeft een handzaam en origineel naslagwerk gemaakt. Ze stelde een ABC samen van alles wat zich in en rond het hof afspeelt, in heden en verleden.
Wie was de eerste Beatrix, wat is een passade, wat deed een stadhouder eigenlijk ? De vele trefwoorden geven een uniek beeld van het Huis Oranje-Nassau: funcies, gewoontes, hobby's, ziektes, folkore, huwelijken en geboortes, echtscheidingen en begrafenissen. Van AA nummerbord tot Willem de Zwijger, van Erfprins tot Stalmeester, een schitterende verzameling begrippen, anekdotes, feiten en wetenswaardigheden.
Extra informatie: Ingenaaid, 316 pagina's, met illustraties, verschenen: April 2002, gewicht: 445 gram, formaat: 201 x 135 x 17 mm,
Uitgeverij Balans.
Leidsegracht 22, 1016 CL te AMSTERDAM. Tel. (31)(0)20 626 89 82 - fax. (31)(0)20 622 34 81.
e-mail: balans@uitgeverijbalans.nl

Drs. Reinildis van Ditzhuyzen studeerde geschiedenis in Wenen, Salzburg, Barcelona en Brugge (Europa College). Zij is auteur van een twaalftal boeken over diverse onderwerpen.
Onder meer werd zij bekend door Oranje Nassau, een biografische woordenboek, waardoor ze regelmatig op radio en tv verschijnt. Ze houdt lezingen en schrijft voor NRC Handelsblad.
Ook van Drs. Reinildis van Ditzhuyzen: Hoe hoort het eigenlijk ?
Amy Groskamp-ten Have (geheel herziene uitgave door Reinildis van Ditzhuyzen) Uitg. Becht Haarlem, 1999; 334 blz.
Hoe hoort het eigenlijk ? geldt in Nederland als het standaardwerk over etiquette. Amy Groskamp-ten Have was de eerste die de regels voor een groot publiek op schrift stelde. Al vrijwel direct na het verschijnen van dit boek in 1939 was de titel synoniem met etiquette.
ISBN 90-230-1015-9.



Dr. H.P.H. Jansen - Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen.
Klaas Jansma & Meindert Schroor - 10.000 jaar geschiedenis der Nederlanden.
Drs. A. F. Wyers - Encyclopedie.
Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis.
Marieke E. Spliethoff - Oranje-Nassau van A - Z
Internet